Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

54 doelen

CSV downloaden filters wissen

Spreken, presenteren en vertellen ✕

  1. NL.358 Begrijpen K2 K3 KO 1.3.5

    Herkennen factoren voor verstaanbaar spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren voor verstaanbaar spreken:
    • verstaanbaar uitspreken van klanken en klankcombinaties
    • passend volume
  2. NL.359 Begrijpen L1 L2 L4 1.3.7

    Herkennen factoren voor verstaanbaar spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren voor verstaanbaar spreken:
    • correcte uitspraak van klanken en klankcombinaties
    • duidelijke articulatie
  3. NL.360 Begrijpen L3 L4 L4 1.3.7

    Herkennen factoren voor verstaanbaar spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren voor verstaanbaar spreken:
    • Standaardnederlands
    • gepaste klemtoon: zinsaccent en woordaccent
    • met een ondersteunende houding, passende gebaren en passende mimiek
    • met natuurlijkheid en emotionaliteit
  4. NL.361 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.3.5; L4 1.3.7

    Gebruiken hun kennis van verstaanbaar spreken bij het spreken, vertellen en presenteren.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Spreken, vertellen en presenteren:
    • een verhaal vertellen
    • een gedicht voordragen
    • een mop vertellen
  5. NL.362 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.1; 1

    Stemmen het spreken, presenteren en vertellen af op het spreekdoel en publiek.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afstemmen:
    • expressie
    • taalregister: formeel en informeel

    Voorbeelden

    Afstemmen van het spreken, presenteren en vertellen:
    • Yari, Matteo en Dries nemen samen een luisterverhaal op. Het is een griezelig verhaal
        over spoken, skeletten en geesten. Om de enge sfeer in het verhaal te brengen, lezen de
        jongens expressief: ze fluisteren, laten stiltes vallen, vertellen dan heel luid om het
        luisterpubliek te doen schrikken, krijsen om angst uit te drukken… (expressie)
    • Het thema van de week is ‘De aarde leeft’. In groepjes gaan de kinderen in allerlei
        teksten lezen over onderwerpen die bij het thema passen. Mandy en Soraya lezen een
        boek over een reiziger die een vulkaanuitbarsting meemaakt. Daarover maken ze een
        presentatie die ze gaan gebruiken in de klas. Daarbij komen vele vakspecifieke woorden
        aan bod. Tijdens hun presentatie leggen ze in hun eigen woorden aan de klasgenoten
        goed uit wat een krater, magma, lava… is. (register)
  6. NL.363 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.9

    Gebruiken expressie bij het spreken, vertellen en presenteren.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

  7. NL.364 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.9

    Gebruiken een gepast register bij het spreken, vertellen en presenteren.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast register:
    • formele taal
    • Informele taal
  8. NL.365 Gebruiken L1 L2 L4 1.3.1; 2

    Gebruiken non-verbale communicatie om een boodschap te ondersteunen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Non-verbale communicatie:
    lichaamstaal: oogcontact, lichaamshouding
  9. NL.366 Gebruiken L3 L4 1.3.; 12

    Gebruiken non-verbale communicatie om een boodschap te ondersteunen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Verstaanbaarheid en expressie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Non-verbale communicatie:
    • mimiek
    • intonatie
    • lichaamstaal: oogcontact, lichaamshouding, gebaren
  10. NL.367 Begrijpen K2 K3 L4 1.3.9

    Herkennen factoren van begrijpelijk en gepast spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren van begrijpelijk en gepast spreken:
    • bij het onderwerp blijven
  11. NL.368 Begrijpen L1 L2 L3 L4 1.3.8; L4 1.3.9

    Herkennen factoren van begrijpelijk en gepast spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren van begrijpelijk en gepast spreken:
    • woordkeuze
    • correcte zinsconstructies
    • samenhang
  12. NL.369 Begrijpen L4 L5 L6 L6 1.3.5; L6 1.3.6

    Herkennen factoren van begrijpelijk en gepast spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Factoren van begrijpelijk en gepast spreken:
    • gepaste woordkeuze
    • complexere zinsconstructies
    • ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren
  13. NL.370 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.3.6; L4 1.3.8; L4 1.3.9; L6 1.3.5; L6 1.3.6

    Spreken begrijpelijk en gepast.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

  14. NL.371 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 1.3.7

    Vertellen samenhangend over gedachten en gebeurtenissen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenhangend:
    • met een aanzet tot volgorde
    • met een aanzet tot gebruik van structuuraanduiders (verwijs- en verbindingswoorden)
  15. NL.372 Begrijpen L2 L3 L4 1.3.9

    Illustreren gestructureerd en samenhangend spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerd en samenhangend:
    • logische en gemakkelijk te volgen samenhang
    • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van gepaste structuuraanduiders (verwijs-,
        signaal- en verbindingswoorden)
  16. NL.373 Begrijpen L4 L5 L6 L4 1.3.9; L6 1.3.6

    Illustreren gestructureerd en samenhangend spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerd en samenhangend spreken:
    • logische en gemakkelijk te volgen samenhang
    • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van gepaste structuuraanduiders (verwijs-,
        signaal- en verbindingswoorden)

    Te hanteren begrippen

    het begin, het midden, het slot
  17. NL.374 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.9; L6 1.3.6

    Spreken gestructureerd en samenhangend.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerd en samenhangend:
    • logische en gemakkelijk te volgen samenhang
    • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van gepaste structuuraanduiders (verwijs-,
        signaal- en verbindingswoorden)
  18. NL.375 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.3.7; L4 1.3.9; L6 1.3.6

    Reflecteren op factoren van verstaanbaar spreken in verschillende contexten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Formulering

  19. NL.376 Gebruiken K1 K2 KO 1.3.6

    Formuleren mondeling korte zinnen met één of meer woorden.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren

  20. NL.377 Gebruiken K1 K2 KO 1.3.6

    Formuleren mondeling standaardzinnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Standaardzinnen:
    Veel voorkomende zinnen in veel voorkomende communicatieve situaties.

    Voorbeelden

    Standaardzinnen:
    • Hoe heet jij?
    • Tot morgen!
  21. NL.378 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.6

    Formuleren mondeling basiszinnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basiszinnen:
    • met aandacht voor eenvoudige zinsconstructies
    • mededelende, vragende, enkelvoudige en eenvoudig samengestelde zinnen

    Voorbeelden

    Basiszinnen:
    • Fikri maakt een tekening.
    • Waar is het potlood?
    • Ik teken een huis en daarna kleur ik het.
    • Ik ben moe want ik heb veel gespeeld.
  22. NL.379 Gebruiken L1 L4 1.3.8

    Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten zinnen:
    • enkelvoudige zinnen
    • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de
        gebiedende wijs
  23. NL.380 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.3.8

    Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten zinnen:
    • enkelvoudige zinnen
    • samengestelde zinnen: verbanden leggen met behulp van structuuraanduiders
    • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de
        gebiedende wijs
  24. NL.381 Gebruiken L5 L6 1.3.5

    Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten zinnen:
    • enkelvoudige complexere zinnen
    • samengestelde zinnen: verbanden leggen met behulp van structuuraanduiders
    • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de
        gebiedende wijs
  25. NL.382 Gebruiken L6 L6 1.3.5

    Formuleren mondeling verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Vlot en vloeiend spreken › Zinnen formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten zinnen:
    • enkelvoudige complexere zinnen
    • samengestelde complexere zinnen: verbanden leggen met behulp van
        structuuraanduiders
    • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin, de ontkennende zin, de
        gebiedende wijs
  26. NL.383 Begrijpen L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.6; L6 1.3.8

    Illustreren stappen in het spreekproces.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stappen in het spreekproces:
    • spreken voorbereiden
    • boodschap formuleren
    • reviseren
    • presenteren
    • reflecteren op het spreekproces
  27. NL.384 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.6; L6 1.3.8

    Verzamelen inhoud voor hun spreektaak.*

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Verzamelen:
    • Bedenken wat ze zelf al weten over het onderwerp en vullen hun kennis aan met
        informatie die de leerkracht aangeboden heeft.
    • Maken een woordenwolk of mindmap over het onderwerp waarover ze gaan spreken.
    
    *onder begeleiding
  28. NL.385 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.6; L6 1.3.8

    Selecteren een teksttype die het beste bij het spreekdoel past.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Teksttype:
    • een gedicht om te beschrijven hoe kleurrijke blaadjes van de boom in de herfst naar
        beneden dwarrelen
    • een interview om een klasgenoot te doen vertellen wat die zo geweldig vindt aan diens
        favoriete boek
  29. NL.386 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.6; L6 1.3.8

    Geven de inhoud van hun spreektaak gestructureerd weer.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerd:
    • volgens de best passende tekststructuur bij het teksttype past
  30. NL.387 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 0; L6 1.3.8

    Verzamelen onderbouwende argumenten om hun standpunten en meningen te staven.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Standpunten en meningen:
    • op basis van voorkennis en vakspecifieke kennis
  31. NL.388 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.7; L6 1.3.8

    Selecteren onderbouwende argumenten om hun standpunten en meningen te staven.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Spreken voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Standpunten en meningen:
    • op basis van voorkennis en vakspecifieke kennis
  32. NL.389 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.8

    Vertellen in een vertrouwde omgeving over een zelfgekozen onderwerp.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

  33. NL.390 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.7; KO 1.3.8

    Vertellen begrijpelijk en samenhangend over een zelfgekozen onderwerp.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vertellen:
    • met aandacht voor eenvoudige zinsconstructies
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
  34. NL.391 Gebruiken L1 L2 KO 1.3.7; L4 1.3.7; L4 1.3.8; L4 1.3.9

    Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • in een variatie aan teksten
    • voor een publiek
    
    Begrijpelijk, gepast en samenhangend:
    • met aandacht voor goedgekozen woorden
    • met aandacht voor zinsconstructies die niet complexer zijn dan nodig
    • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
  35. NL.392 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.7; L4 1.3.8; L4 1.3.9

    Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • in een variatie aan teksten
    • voor een publiek
    
    Begrijpelijk, gepast en samenhangend:
    • met aandacht voor goedgekozen woorden
    • met aandacht voor een gepaste woordkeuze
    • met aandacht voor zinsconstructies die niet complexer zijn dan nodig
    • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent
    • met aandacht voor correcte inhoud in het geval van informatieve en prescriptieve
        teksten
    • met aandacht voor onderbouwing bij meningen en standpunten
        in een gepast register
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
    • Verbanden duidelijk aangevend met gebruik van verwijs- en verbindingswoorden
  36. NL.393 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.5; L6 1.3.6; L6 1.3.7; L6 1.3.9

    Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • in een variatie aan teksten
    • voor een publiek
    
    Begrijpelijk, gepast en samenhangend:
    • met aandacht voor goedgekozen woorden.
    • met aandacht voor een gepaste woordkeuze.
    • met aandacht voor complexere zinsconstructies die duidelijk zijn voor de luisteraar
    • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent
    • met aandacht voor correcte inhoud in het geval van informatieve en prescriptieve
        teksten
    • met aandacht voor onderbouwing bij meningen en standpunten
    • in een gepast register
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
    • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van verwijs- en verbindingswoorden
  37. NL.394 Begrijpen K3 L4 1.3.1; 3

    Herkennen fouten bij zichzelf tijdens het spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Fouten:
    • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen
  38. NL.395 Gebruiken K3 L4 1.3.1; 3

    Verbeteren zichzelf tijdens het spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren

  39. NL.396 Begrijpen L1 L2 L3 L4 1.3.1; 3

    Herkennen fouten bij zichzelf tijdens het spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Fouten:
    • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen
    • onduidelijke articulatie
  40. NL.397 Gebruiken L1 L2 L3 L4 1.3.1; 3

    Verbeteren zichzelf tijdens het spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verbeteren:
    • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen
    • de intonatie en klemtoon passend bij de gesproken tekst herhalen
  41. NL.398 Begrijpen L4 L5 L6 L4 1.3.1; 3

    Herkennen fouten bij zichzelf tijdens het spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Fouten:
    • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen
    • de intonatie en klemtoon passend bij de gesproken tekst herhalen
    • een opbouw, gedachtegang of redenering herformuleren in functie van het begrip en de
        samenhang
  42. NL.399 Gebruiken L4 L5 L6 L4 1.3.1; 3

    Verbeteren zichzelf tijdens het spreken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verbeteren:
    • fout uitgesproken klanken, woorden en zinnen juist herhalen
    • de intonatie en klemtoon passend bij de gesproken tekst herhalen
    • een opbouw, gedachtegang of redenering herformuleren in functie van het begrip en de
        samenhang
  43. NL.400 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.8

    Vertellen in de klas.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vertellen:
    • over ervaringen vanuit de eigen leefwereld en de klas- en schoolomgeving
    • over een plan van aanpak
  44. NL.401 Gebruiken L1 L2 L4 1.3.9

    Presenteren* aan een bekend publiek.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Presenteren:
    • beschrijven van een voorwerp, persoon, dier of plaats
    • verslag uitbrengen over een ervaring of beleving
    • instructie geven over een plan van aanpak (uitleggen hoe je iets moet doen)
    • een mededeling doen
    
    * presenteren of vertellen
  45. NL.402 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.9; L4 1.3.1; 0

    Presenteren* aan een bekend publiek.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Presenteren:
    • verslag uitbrengen over een leeractiviteit
    • verzamelde informatie over een persoonlijk interesseveld uiteenzetten
    • een beschrijving geven
    • een mededeling of aankondiging doen
    • een anekdote vertellen
    • een mening formuleren
    
    * presenteren of vertellen
  46. NL.403 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.6; L6 1.3.7

    Presenteren* aan een bekend en onbekend publiek.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Presenteren:
    • inzichten en besluit van een eerder gevoerd onderzoek delen
    • een mening uiteenzetten en beargumenteren
    • een oproep tot actievoeren
    • informatie, verzameld uit verschillende bronnen delen
    
    * presenteren of vertellen
  47. NL.404 Gebruiken L1 L2 L4 1.3.1; 2

    Gebruiken hulpmiddelen bij het presenteren* wanneer die de boodschap ondersteunen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hulpmiddelen:
    • concreet materiaal
    • afbeeldingen
    
    * presenteren of vertellen
  48. NL.405 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 2

    Gebruiken hulpmiddelen bij mondeling presenteren*.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Presenteren en vertellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hulpmiddelen:
    • concreet materiaal
    • afbeeldingen
    • digitale hulpmiddelen zoals presentatiesoftware
    
    * presenteren of vertellen
  49. NL.406 Engageren L1 L2 GO!-doel

    Reflecteren over het eigen spreekproces.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen spreekproces:
    • de formulering van de boodschap tijdens het spreken
    • de presentatie bij het spreken
  50. NL.407 Engageren L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren over het eigen spreekproces.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen spreekproces:
    • de voorbereiding voor het spreken
    • de keuze van het teksttype in functie van de boodschap en het publiek/ de ontvanger
    • de formulering van de boodschap tijdens het spreken
    • het eventuele reviseren of verbeteren tijdens het spreken
    • de presentatie bij het spreken
  51. NL.408 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Illustreren kenmerken van een spreekstijl.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken van een spreekstijl:
    • verstaanbaarheid
    • het gebruik van lichaamstaal
    • expressie
    • taalregister
  52. NL.409 Engageren L3 L4 GO!-doel

    Reflecteren over de eigen spreekstijl en die van anderen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreekstijl:
    • verstaanbaarheid
    • het gebruik van lichaamstaal
    • expressie
    • taalregister
  53. NL.410 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren over de eigen spreekstijl en die van anderen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreekstijl:
    • verstaanbaarheid
    • het gebruik van lichaamstaal
    • expressie
    • taalregister
    • taalgebruik: complexiteit van zinnen, rijkdom van de woordenschat, breedvoerig of
        beknopt
  54. NL.411 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren over de boodschap van de spreker(s).

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Reflecteren op het spreekproces

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren:
    Gebruik makend van gespreksstrategieën:
    • zich relevante zaken afvragen en vragen stellen
    • verbindingen zoeken tussen wat deelnemers zeggen