Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

51 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Schrijven om te delen ✕

  1. NL.267 Begrijpen K2 K3 KO 1.2.9

    Illustreren de functies van geschreven taal.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies van geschreven taal:
    • om te informeren
    • om te communiceren
  2. NL.268 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.16

    Illustreren dat je als auteur invloed kan uitoefenen op de lezer.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Invloed auteur:
    • taalgebruik
    • woordkeuze

    Voorbeelden

    Invloed auteur:
    • In een spannend verhaal kies je geschikte woorden om als auteur te beschrijven wat een
        angstig personage voelt, ziet en hoort. De lezer kan deze spanning als het ware in zijn
        lichaam voelen.
    • Als auteur van een informatiebrochure kies je voor korte, krachtige zinnen en duidelijke
        afbeeldingen. Zo moet de lezer weinig moeite doen om te lezen en is die toch goed
        geïnformeerd.
  3. NL.269 Engageren L3 L4 L4 1.2.16

    Reflecteren samen over de invloed die elkaars schrijfproducten uitoefenen op lezers.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Evi maakte een poster om iedereen duidelijk te maken dat bananenschillen in de
        groenafvalbak horen. Ze kleurde de afvalbak groen en tekende een pijl van de
        bananenschil naar de vuilbak. Evi en haar klasgenoten reflecteren samen over de
        duidelijkheid van deze boodschap. Ze leggen aan elkaar uit hoe zij de boodschap op de
        poster van Evi begrijpen.
    • Mehmet maakte een verslag met een tekening over de voetbalmatch. Mehmet schreef in
        grote letters wat de supporters riepen en hij gebruikte uitroeptekens. Mehmet en zijn
        klasgenoten reflecteren samen over de tekstopmaak. Zij leggen aan elkaar uit in
        hoeverre grote letters en uitroeptekens duidelijk maken dat de supporters roepen.
    • Daria schreef een spookverhaal. De leerlingen ervaren hoe spannend het is door de
        manier waarop Daria beschrijft hoe het hoofdpersonage kippenvel krijgt en rilt van angst
        wanneer ze een deur hard hoorde dichtklappen. Daria en haar klasgenoten reflecteren
        samen over de spanning in het verhaal. Ze geven aan welke woorden of woordgroepen
        het verhaal voor hen spannend maken.
  4. NL.270 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.15

    Geven weer wat hen als auteur motiveert om iets te schrijven wat invloed kan uitoefenen op de lezers.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Invloed van de auteur op de lezer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Dario schreef als auteur van een fantastisch verhaal over de knotsgekke avonturen van
        een kind om de lezers plezier te doen beleven aan een fantasievol verhaal.
    • Misha wil als auteur dierenleed onder de aandacht brengen door een schokkende poster
        van een verwaarloosd huisdier te maken.
  5. NL.271 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.2.11; L4 1.2.12; L4 1.2.13; L4 1.2.14; L4 1.2.15; L4 1.2.16; L4 1.2.17; L4 1.2.18; L6 1.2.10; L6 1.2.11; L6 1.2.12; L6 1.2.13; L6 1.2.14; L6 1.2.15; L6 1.2.16; L6 1.2.17

    Beschrijven stappen van een schrijfproces.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijfstrategieën

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfproces:
    • schrijven voorbereiden
    • boodschap formuleren
    • reviseren
    • verzenden/ publiceren
    • reflecteren op het schrijfproces
  6. NL.272 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.2.19; L6 1.2.18

    Voeren de stappen van het schrijfproces nauwkeurig uit.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijfstrategieën

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    • met aandacht
    • met doorzettingsvermogen
  7. NL.273 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.2.9

    Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Schrijfdoel en -publiek:
    • Binnenkort gaan de kleuters op bezoek in het rusthuis. Samen met de meester schrijven
        ze een brief om de inwoners van het rusthuis te vertellen dat ze ernaar uitkijken om
        samen spelletjes te spelen en dat ze een verrassing voor hen hebben. Samen met de
        meester verwoorden de kleuters dat ze een brief schrijven aan de rusthuisbewoners
        (publiek) om hen te informeren over wat ze komen doen (doel).
    • Richard (publiek) is ziek. Alle kinderen van de klas hebben een tekening voor hem
        gemaakt. Samen met de juf schrijven de kleuters een kaartje met beterschapswensen
        (doel). De kleuters brengen samen met de juf het hele pakket naar de post.
  8. NL.274 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.16

    Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    gebruik makend van het communicatiemodel: zender, ontvanger, boodschap, kanaal
  9. NL.275 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.15

    Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    gebruik makend van het communicatiemodel: doel, medium, effect
  10. NL.276 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.16; L6 1.2.15

    Bepalen het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Sara heeft een raadsel geschreven en hangt het op het prikbord achteraan in de klas. Aan
        haar klasgenoten én de meester (publiek) vertelt ze dat zij hun oplossing (doel) op een
        papiertje mogen noteren en in de pot stoppen. Aan het einde van de week kijkt ze na of
        er iemand het raadsel heeft opgelost. Het juiste antwoord hangt ze bij het raadsel op het
        prikbord.
    • Tiago, Zayn en Matteo kiezen ervoor om een mail te schrijven naar het jeugdverblijf
        (publiek) waar ze binnenkort met de klas naartoe gaan. Ze willen weten of er een lift in
        het gebouw is zodat Zayn met zijn rolstoel naar de tweede verdieping kan gaan (doel).
  11. NL.277 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.11; L6 1.2.10

    Selecteren een teksttype dat het best bij het schrijfdoel en het -publiek past.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Teksttype:
    uit een variatie aan teksten
  12. NL.278 Engageren L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.11; L6 1.2.10

    Reflecteren over de keuze van teksttype in functie van het schrijfdoel.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

  13. NL.279 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.12; L4 1.2.13; L4 1.2.15

    Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken, gebruikmakend van vakspecifieke kennis en voorkennis
    • verzamelen van ideeën en informatie via een woordspin of schema
    • selecteren van ideeën en geschikte informatie
    • ordenen van ideeën en verzamelde informatie via een woordspin of schema
    • structureren van ideeën en verzamelde informatie: begin, midden, slot

    Te hanteren begrippen

    het begin, het midden, het slot

    Voorbeelden

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken, verzamelen en ordenen gebruik makend van een woordspin,
        mindmap, tabel
    • inhoud selecteren en structureren gebruik makend van een stroomschema, tijdlijn,
        venndiagram, boomdiagram
  14. NL.280 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.11; L6 1.2.12; L6 1.2.14

    Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken, gebruikmakend van vakspecifieke kennis en voorkennis
    • inhoud bedenken met behulp van strategieën: brainstorm, vragen stellen, associëren
    • verzamelen van ideeën en informatie
    • selecteren van ideeën en geschikte informatie
    • ordenen van ideeën en verzamelde informatie
    • structureren van ideeën en verzamelde informatie: titel, tussentitels, alinea’s,
        structuuraanduiders

    Te hanteren begrippen

    de titel, de tussentitel, de alinea, verwijswoorden, verbindingswoorden

    Voorbeelden

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken en verzamelen gebruik makend van een woordspin, mindmap, tabel
    • inhoud selecteren en structureren gebruik makend van een stroomschema, tijdlijn,
        venndiagram, boomdiagram
  15. NL.281 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.2.13; L6 1.2.12

    Ordenen verzamelde ideeën en informatie over het bepaalde schrijfonderwerp.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

  16. NL.282 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.2.13

    Selecteren relevante ideeën en informatie die in de geschreven tekst zullen worden verwerkt.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

  17. NL.283 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.12

    Selecteren geschikte informatie uit verschillende (relevante) bronnen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

  18. NL.284 Engageren K2 K3 KO 1.2.10

    Dragen bij aan een tekst om eigen ervaringen, creatieve ideeën en aangeboden inhouden vast te leggen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

  19. NL.285 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.2.10

    Schrijven teksten over voor hen bekende onderwerpen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • samen met de leraar
    • met letters, cijfers en al dan niet uitgevonden tekens
  20. NL.286 Begrijpen L1 L2 L3 KO 1.2.10

    Begrijpen het principe van hardop schrijven.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Principe van hardop schrijven:
    • gedachten weergeven in de vorm van woorden, zinnen en teksten
    • zinnen en formuleringen uitproberen ‘in mijn hoofd’
  21. NL.287 Gebruiken L1 L2 L4 1.2.14; L; 4; L4 1.2.16

    Schrijven korte teksten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Korte teksten:
    • met meestal één inhoudselement
    • vaak met chronologische opbouw
    • korte zinnen, meestal enkelvoudig, grammaticaal eenvoudig
  22. NL.288 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.11; L4 1.2.14; L4 1.2.16

    Schrijven langere teksten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Langere teksten:
    • met enkele inhoudselementen
    • met chronologische opbouw
    • langere zinnen, naast enkelvoudige ook samengestelde zinnen
  23. NL.289 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.10; L6 1.2.13; L6 1.2.15

    Schrijven langere teksten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Langere teksten:
    • met meerdere, samenhangende inhoudselementen: de tekst bevat steeds meer details,
        karakters worden steeds meer uitgediept, ideeën worden steeds dieper uitgewerkt
    • variatie in zinsbouw
    • gepaste woordkeuze
    • figuurlijk taalgebruik
    • register afgestemd op het publiek
  24. NL.290 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 1.2.18

    Verbeteren hun schrijfproducten op basis van feedback.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Shari kan heel goed vriendschapsbandjes maken. Ze maakt een stappenplan voor haar
        klasgenootjes, zodat die zelf vriendschapsbandjes kunnen maken. Ze beschrijft hoe de
        draden aan elkaar geknoopt moeten worden, maar vergeet te schrijven dat het een
        stappenplan is om vriendschapsbandjes te maken. Haar klasgenootjes geven haar
        hierover feedback. Shari verbetert haar werk door een passende titel bovenaan haar
        stappenplan te schrijven.
    • In zijn verhaal gebruikt Bert vaak erg lange zinnen zonder komma’s. Bij een klassikale
        leesbeurt door de meester valt het de leerlingen op dat er weinig leestekens gebruikt
        zijn. Bert gaat er meteen mee aan de slag. Het helpt hem om daarbij de zinnen zachtjes
        aan zichzelf voor te lezen. Zo merkt hij wanneer er een komma moet komen om adem te
        halen.
  25. NL.291 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.18

    Lezen zelfgeschreven schrijfproducten na.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nalezen:
    verbeteren foutjes die ze zelf opmerken alvorens hun werk in te leveren
  26. NL.292 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.2.18; L6 1.2.16

    Gaan in dialoog met elkaar bij het reviseren van hun schrijfproducten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reviseren:
    • tekststructuur
    • zinsbouw
    • woordgebruik
    • tekstconventies
    • spelling

    Voorbeelden

    • Levi las zijn zelfgeschreven verhaal voor in de klas. De klasgenoten konden meelezen op
        het Smartboard. Nona merkt op dat het hoofdpersonage zeer goed beschreven is: ze kan
        zich inbeelden hoe die eruitziet en hoe die zich voelt. (woordgebruik)
    • Jax en Phil schreven een krantenartikel over de klasuitstap voor de schoolkrant. Lien en
        Frauke lezen het artikel na. Ze ervaren de tekst als verwarrend omdat alle
        gebeurtenissen door elkaar zijn opgesomd. Ze helpen Jax en Phil om de tekst goed te
        structureren.
  27. NL.293 Begrijpen L3 L4 GO!-doel

    Illustreren hulpmiddelen om schrijfproducten te reviseren.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hulpmiddelen:
    woordenboek
  28. NL.294 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren hulpmiddelen om schrijfproducten te reviseren.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Hulpmiddelen:
    woordenboek, spellingscorrector
  29. NL.295 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken hulpmiddelen bij het reviseren van schrijfproducten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reviseren

  30. NL.296 Engageren K2 K3 GO!-doel

    Tonen een selectie aan eigen schrijfproducten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

  31. NL.297 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Selecteren uit eigen geschreven teksten welke ze willen delen met anderen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen geschreven teksten:
    • persoonlijke teksten
    • teksten van de groep
  32. NL.298 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.2.16; L4 1.2.17; L6 1.2.15; L6 1.2.17

    Illustreren criteria waaraan een schrijfproduct dat ze willen delen met anderen moet voldoen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Criteria:
    • afgestemd op het publiek
    • gepast taalregister
    • gepaste woordkeuze
    • figuurlijk taalgebruik
    • variatie aan zinsbouw
    • gepaste tekstopmaak
    • gepaste kanaal en medium: geschreven tekst

    Voorbeelden

    Gepaste kanaal en medium - geschreven tekst:
    een kartonboekje voor een verhaal voor jonge kleuters, een poster om een oproep te doen
    aan kinderen, een brief aan een ouder persoon
  33. NL.299 Begrijpen L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Illustreren presentatievormen voor schrijfproducten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Presentatievormen:
    een klaskrant, een poster, een dagboek, een presentatie, een leesboek, een informatiemuur
  34. NL.300 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Bepalen een presentatievorm in functie van het schrijfdoel en publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

  35. NL.301 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.17

    Schrijven teksten met een verzorgde tekstopmaak.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    passend bij het schrijfdoel
  36. NL.302 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.17

    Schrijven teksten met een verzorgde opmaak.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verzorgde opmaak:
    • handgeschreven
    • digitaal
  37. NL.303 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.17

    Gebruiken digitale middelen om geschreven teksten vorm te geven.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Verzenden/ publiceren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geschreven teksten:
    • voor verschillende doeleinden en -groepen
    
    Vormgeven:
    • volgens gangbare schrijfconventies

    Voorbeelden

    Digitale middelen:
    • verschillende devices (of dragers)
    • tekstverwerkers
    • presentatiesoftware
  38. NL.304 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.2.18; L6 1.2.16

    Duiden de gemaakte keuzes bij het schrijven van een tekst in functie van het schrijfdoel.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reflectie op het schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Duiden gemaakte keuzes:
    • over het eigen schrijfproces en schrijfproduct
    • over het schrijfproces en schrijfproduct van anderen

    Voorbeelden

    Keuzes in functie van het schrijfdoel:
    • Een brief schrijven op een wisbordje is niet handig.
    • De structuur ‘inleiding – midden – slot’ gebruiken bij het schrijven van een verhaal.
    • Bij een presentatie schrijf je trefwoorden, géén zinnen.
    • Bij een verslag over ons groepswerk schrijven we hoe we te werk zijn gegaan, in de juiste
        volgorde.
    • In een versje dat we schrijven voor de kleuters van de eerste kleuterklas, gebruiken we
        geen moeilijke woorden.
  39. NL.305 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.2.18; L6 1.2.16

    Vergelijken de eigen intentie als schrijver met de interpretatie van het publiek over hun eigen geschreven tekst.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reflectie op het schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    De eigen intentie en interpretatie van het publiek:
    • Ik schreef een instructie om een doosje van papier te vouwen. Ik zie dat mijn klasgenoten
        er niet in slagen om met behulp van mijn instructie succesvol een doosje te vouwen. Mijn
        instructie is dus niet duidelijk genoeg.
    • Ik schreef een recensie over een boek dat ik héél goed vind. Ik zie dat mijn klasgenoten
        dit boek nu ook willen lezen. Ik ben erin geslaagd om mijn enthousiasme over het boek
        over te brengen op de klasgenoten die mijn recensie lazen.
  40. NL.306 Engageren L5 L6 L4 1.2.18; L6 1.2.16

    Reflecteren over hun persoonlijke schrijfstijl.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Reflectie op het schrijven

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren:
    op kenmerken van hun teksten die specifiek zijn voor hun eigen schrijfstijl
  41. NL.307 Gebruiken L4 L5 L6 L4 1.2.17; L6 1.2.17

    Schrijven teksten met aandacht voor schrijfconventies.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfconventies:
    • leesbaar handschrift
    • tekstopmaak afgestemd op teksttype en schrijfdoel
    • met aandacht voor een passende bladschikking: schrijven naast de kantlijn, schrijven op
        de schrijflijn, spaties tussen woorden, zinnen en alinea’s, afspraken rond het gebruik van
        leestekens

    Te hanteren begrippen

    tekstopmaak, cursief, vet
  42. NL.308 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.12; L4 1.2.15

    Gebruiken kennis over tekststructuur/verhaalstructuur om de eigen gedachten te structureren ter voorbereiding op het uiteindelijke schrijfproduct.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekststructuur:
    • vormelijke structuur
    • inhoudelijke structuur: oorzaak-gevolgstructuur, chronologische opbouw, probleem-
        oplossingstructuur, vergelijkende opbouw, beschrijvende opbouw

    Te hanteren begrippen

    de tekst, het begin, het midden, het slot
  43. NL.309 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.11; L6 1.2.14

    Gebruiken kennis over tekststructuur/verhaalstructuur om de eigen gedachten te structureren ter voorbereiding op het uiteindelijke schrijfproduct.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekststructuur:
    • vormelijke structuur
    • inhoudelijke structuur: oorzaak-gevolgstructuur, chronologische opbouw, probleem-
        oplossingstructuur, vergelijkende opbouw, beschrijvende opbouw

    Te hanteren begrippen

    de titel, de tussentitel, de alinea, de structuuraanduiders
  44. NL.310 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.15

    Schrijven teksten met een eenvoudige en herkenbare structuur die bij het teksttype past.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Teksten met eenvoudige en herkenbare structuur:
    • een recept: ingrediënten, werkwijze
    • een brief: plaats en datum, aanhef, slot
  45. NL.311 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.14

    Schrijven steeds complexer wordende teksten in een structuur die bij het teksttype past.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Steeds complexer worden teksten:
    • een brochure: omslag met titel en afbeelding of logo; introductie; informatief gedeelte
        met alinea’s en tussentitels, contactgegevens
    • een verhaal: inleiding-midden-slot
  46. NL.312 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.15

    Schrijven teksten met variatie in zinsbouw.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur

  47. NL.313 Engageren L4 L5 L6 L4 1.2.15; L6 1.2.14

    Tonen hun kennis over tekststructuur/verhaalstructuur in verschillende contexten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Tekststructuur/verhaalstructuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Levi leest een stappenplan om pannenkoeken te bakken. Hij zegt dat er eerst een lijst
        met benodigdheden staat, gevolgd door duidelijke instructies in volgorde. Hij herkent dat
        dit een instructietekst is.
    • Rebecca vertelt een zelfverzonnen verhaal aan haar klasgenoten. Ze begint met wie en
        waar, daarna vertelt ze wat er misloopt en eindigt met hoe het opgelost wordt. Ze
        gebruikt bewust de opbouw van een verhaalstructuur.
  48. NL.314 Gebruiken L2 L3 L6 1.2.14

    Gebruiken structuuraanduiders om verbanden in teksten weer te geven.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuuraanduiders:
    signaalwoorden die de volgorde aanduiden

    Voorbeelden

    Structuuraanduiders:
    eerst, toen, daarna
  49. NL.315 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L6 1.2.14

    Illustreren het gebruik van structuuraanduiders.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuuraanduiders:
    • verwijswoorden: verwijzen naar iemand of iets wat eerder in de tekst genoemd was
    • verbindingswoorden: leggen verbanden tussen zinnen en tussen alinea’s
    • signaalwoorden: geven het soort verband tussen zinnen en tussen alinea’s weer (tijd:
        eerst, toen, daarna; oorzaak: omdat, doordat; gevolg: zodat, waardoor; tegenstelling:
        maar; opsomming: en, bovendien; conclusie: dus, daarom)

    Voorbeelden

    Structuuraanduiders:
    • Het konijn van Alice was verdwenen. Alle buren hielpen haar zoeken. (verwijswoord)
    • Juf Jo was ervan overtuigd dat onze school kampioen zou worden. We hadden dan ook
        goed getraind. (verbindingswoord)
    • Meester Steve gelooft dat het ons zal lukken om heerlijke pannenkoeken te bakken.
        Maar dan is het wel nodig om de ingrediënten precies af te meten. (signaalwoord)
  50. NL.316 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L6 1.2.14

    Gebruiken structuuraanduiders om verbanden in teksten weer te geven.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuuraanduiders:
    • verwijswoorden: verwijzen naar iemand of iets wat eerder in de tekst genoemd was
    • verbindingswoorden: leggen verbanden tussen zinnen en tussen alinea’s
    • signaalwoorden: geven het soort verband tussen zinnen en tussen alinea’s weer
  51. NL.317 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.14

    Gebruiken structuuraanduiders om verbanden in teksten weer te geven.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Verbanden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Structuuraanduiders:
    argumentatieve verbindingswoorden

    Voorbeelden

    Structuuraanduiders:
    We willen dat de bibliotheek in onze school aantrekkelijk blijft.
    • Daarom zetten we de boeken netjes terug op hun plaats in de boekenkasten. (argument)
    • Toch zijn er nog altijd boeken die in de sofa blijven liggen. (tegenargument)