Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

27 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Plaatsbepaling ✕

  1. WI.844 Begrijpen K1 KO 2.4.5; KO 2.4.7

    Herkennen ruimtelijke relaties tussen objecten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    op, onder, boven, ver, dicht, voor, achter
  2. WI.845 Begrijpen K2 KO 2.4.5; KO 2.4.7

    Beschrijven ruimtelijke relaties tussen objecten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    in, erop, uit, naast, hoog, laag, tussen, binnen, buiten, tegen, naar boven, naar beneden,
    omhoog, omlaag, vooruit, achteruit
  3. WI.846 Begrijpen K2 K3 KO 2.4.5; KO 2.4.9

    Verwoorden wat binnen en buiten het gezichtsveld ligt.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

  4. WI.847 Begrijpen K3 KO 2.4.9

    Verwoorden wat ze zien vanuit een ander gezichtspunt.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ander gezichtspunt:
    door zich te verplaatsen

    Voorbeelden

    • Mieke zegt: “Als ik achter het konijn sta, dan zie ik de staart van het konijn, als ik
        voor het konijn sta zie ik de kop van het konijn.”
    • Lina zegt: “Nu zit ik hier en ik zie een grijze doos, een bal en een bruine doos. Janne
        zit aan de andere kant waar ik zat en ziet nu een bruine doos, een bal en grijze
        doos.”
  5. WI.848 Begrijpen K3 KO 2.4.5; KO 2.4.7

    Beschrijven ruimtelijke relaties tussen objecten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    • in de werkelijkheid
    • op een afbeelding

    Te hanteren begrippen

    erboven, eronder, ervoor, erachter, vooraan, achteraan, voorste, achterste, bovenaan,
    onderaan, bovenste, onderste, dicht(er)bij, ver(der)af, tegenover, naar mij toe, van mij
    weg, recht naar, schuin naar, opzij, midden, links, rechts

    Voorbeelden

    • Theo zegt: “Ik sta dicht bij Luca.”
    • Luca zegt: “Ik leg de bal op de bovenste plank.
  6. WI.849 Begrijpen L1 L2 KO 2.4.7

    Beschrijven ruimtelijke relaties tussen objecten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    dichtstbij, verst, links, rechts, linkerkant, rechterkant, linkerzijde, rechterzijde,
    linksonder, rechtsonder

    Voorbeelden

    • Lowie zegt: “Aan mijn linkerzijde staat Lotte.”
    • Jelle zegt: “De meester staat rechts van het bord.”
  7. WI.850 Begrijpen L1 L2 L4 2.4.10

    Beschrijven wat ze zien vanuit een ander gezichtspunt.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    • in de werkelijkheid
    • op een afbeelding

    Voorbeelden

    • Stibe zegt: “Jorin zit aan de rechterkant van Elif.”
    • Mika zegt: “Sofie ziet een grijze doos, een bal en een bruine doos.”
  8. WI.851 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 KO 2.4.6; KO 2.4.7

    Situeren zichzelf, personen en objecten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Situeren:
    op basis van positie, afstand en richting ten opzichte van zichzelf en elkaar
  9. WI.852 Begrijpen L3 L4 L4 2.4.10

    Verwoorden de elementen die een rol spelen bij het al dan niet kunnen zien van iets of iemand als er een obstakel in het gezichtsveld staat.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Elementen die een rol spelen:
    • afstand van zichzelf tot het obstakel
    • afstand van iets of iemand tot het obstakel
    • hoogte van zichzelf, het obstakel, iets of iemand
  10. WI.853 Begrijpen L3 L4 L4 2.4.10

    Verwoorden dat de breedte van hun gezichtsveld bepaalt wat ze kunnen zien.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

  11. WI.854 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.4.10; L6 2.4.10

    Bepalen wat iemand vanop een bepaalde locatie kan zien.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bepalen:
    door middel van kijklijnen
    • op een foto
    • op een tekening
    • op een plattegrond

    Te hanteren begrippen

    de kijklijn
  12. WI.855 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.4.10; L6 2.4.10

    Bepalen de plaats van de waarnemer.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Ruimtelijke relaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bepalen:
    door middel van kijklijnen
    • op een foto
    • op een tekening
    • op een plattegrond
  13. WI.856 Begrijpen K1 KO 2.4.7; KO 2.4.9; KO 2.4.10

    Herkennen aanzichten van een object.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanzichten:
    voorkant, achterkant, zijkant, onderkant, bovenkant
  14. WI.857 Begrijpen K2 K3 KO 2.4.7; KO 2.4.9; KO 2.4.10

    Beschrijven aanzichten van een object.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de voorkant, de achterkant, de zijkant, de onderkant, de bovenkant
  15. WI.858 Gebruiken K2 K3 KO 2.4.13

    Voeren constructies uit.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    • op basis van verbale instructies
    • op basis van voorschriften op foto’s
    • op basis van voorschriften op tekeningen

    Voorbeelden

    Celeste volgt een stappenplan om met blokken een toren na te bouwen.
  16. WI.859 Begrijpen L3 L4 2.4.10; L4 2.4.12; L4 2.4.13

    Beschrijven aanzichten van een blokkenbouwsel.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanzichten:
    vooraanzicht, zijaanzicht, bovenaanzicht
    
    Beschrijven:
    • 3D
    • 2D

    Te hanteren begrippen

    het vooraanzicht, het zijaanzicht, het bovenaanzicht, het standpunt
  17. WI.860 Gebruiken L3 L4 2.4.16

    Tekenen aanzichten van een blokkenbouwsel.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanzichten:
    vooraanzicht, zijaanzicht, bovenaanzicht
    
    Tekenen:
    • 2D
    op ruitjespapier
  18. WI.861 Begrijpen L4 L4 2.4.10; L4 2.4.12; L4 2.4.13

    Beschrijven aanzichten van een blokkenbouwsel.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanzichten:
    vooraanzicht, zijaanzicht, bovenaanzicht, rechterzijaanzicht, linkerzijaanzicht
    
    Beschrijven:
    • 3D
    • 2D

    Te hanteren begrippen

    het rechterzijaanzicht, het linkerzijaanzicht
  19. WI.862 Begrijpen L5 L6 L4 2.4.10

    Beschrijven aanzichten van een blokkenbouwsel.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanzichten:
    vooraanzicht, zijaanzicht, bovenaanzicht, rechterzijaanzicht, linkerzijaanzicht,
    achteraanzicht
    Beschrijven:
    2D

    Te hanteren begrippen

    het achteraanzicht
  20. WI.863 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.4.16

    Tekenen aanzichten van een blokkenbouwsel.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aanzichten:
    vooraanzicht, bovenaanzicht, rechterzijaanzicht, linkerzijaanzicht
    
    Tekenen:
    2D
    op ruitjespapier
  21. WI.864 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.4.16; L6 2.4.16

    Tekenen het grondplan van een blokkenbouwsel.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    op ruitjespapier
  22. WI.865 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.4.16

    Construeren een blokkenbouwsel aan de hand van een grondplan.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Blokkenbouwsels

  23. WI.866 Gebruiken L3 L4 2.4.9; L6 2.4.8

    Lezen de coördinaten van een object.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Coördinaten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Coördinaten:
    • één coördinaat
    • meerdere coördinaten
    
    Lezen:
    op een coördinatenrooster
    
    Wiskundige notatie:
    • C1

    Te hanteren begrippen

    het coördinaat, de horizontale as, de verticale as

    Voorbeelden

    • Alouise zegt: "Ik kijk op het rooster en zie dat de bal op vak C1 ligt. C is op de
        horizontale as en 1 op de verticale as."
    • Lisanne zegt: "De boot ligt op E1, E2 en E3. Hij ligt dus horizontaal op drie vakken
        naast elkaar."
  24. WI.867 Gebruiken L3 L4 2.4.9

    Plaatsen objecten met behulp van coördinaten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Coördinaten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Coördinaten:
    • één coördinaat
    • meerdere coördinaten
    
    Plaatsen:
    op een coördinatenrooster
    
    Wiskundige notatie
    • C1

    Voorbeelden

    Coördinaten:
    • Plaats de bal op B4.
    • Plaats de boot op D1, D2 en D3.
  25. WI.868 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.4.9; L6 2.4.8; L6 2.4.9

    Lezen de coördinaten van een punt.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Coördinaten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Coördinaten:
    puntcoördinaten
    negatieve waarden en/of positieve waarden
    
    Lezen:
    op een assenstelsel
    
    Wiskundige notatie
    • (4, -3)

    Te hanteren begrippen

    het coördinaat, de horizontale as, de verticale as

    Voorbeelden

    Op het meervoudig lijndiagram ziet Maxime dat de minimumtemperatuur op donderdag
    -3° bedroeg.
  26. WI.869 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.4.9; L6 2.4.9

    Plaatsen punten met behulp van coördinaten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Coördinaten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Coördinaten:
    puntcoördinaten
    negatieve waarden en/of positieve waarden
    
    Plaatsen:
    op een assenstelsel
    
    Wiskundige notatie
    • (4, -3)
  27. WI.870 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van plaatsbepaling in verschillende contexten.

    Wiskunde Meetkunde › Plaatsbepaling › Coördinaten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Joris en Sanne spelen een spelletje zeeslag.
    • Hugo denkt na over wat een chauffeur kan zien en wat in de dode hoek zit.