Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

48 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Mondelinge interactievaardigheden ✕

  1. NL.412 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.9

    Voeren gesprekken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gesprekken:
    mondelinge interactievormen
    • rechtstreeks aansluitend bij de plaats, tijd en situatie waarin ze plaatsvinden
    • los van de zichtbare werkelijkheid

    Voorbeelden

    Gesprekken:
    • De kleuters bekijken samen met de leerkracht een apparaat (technisch systeem) en
        bespreken hoe het zou kunnen werken. (plaats, tijd en situatie)
    • Jonas vertelt over een bezoek dat hij samen met zijn ouders bracht aan hun
        grootouders in het rusthuis. (los van de zichtbare werkelijkheid)
  2. NL.413 Gebruiken L1 L2 L4 1.3.1; 4

    Participeren aan gesprekken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Participeren:
    • doelgericht luisteren, spreken en non-verbaal reageren in het gesprek
    
    Gesprekken:
    mondelinge interactievormen
    • kringgesprek
    • onderwijsleergesprek
    • gesprek om informatie te geven of te vragen
    • dialoog
    • gesprekken in kleine groepen
  3. NL.414 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.1; 4

    Participeren aan gesprekken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Participeren:
    • doelgericht luisteren, spreken en non-verbaal reageren in het gesprek
    
    Gesprekken:
    mondelinge interactievormen
    • onderwijsleergesprek
    • gesprek om informatie te geven of te vragen
    • dialoog
    • groepsgesprek
    • discussie
  4. NL.415 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Participeren aan gesprekken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Variatie aan mondelinge interactievormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Participeren:
    • Doelgericht en genuanceerd luisteren, spreken en non-verbaal reageren in het gesprek
    
    Gesprekken:
    mondelinge interactievormen
    • onderwijsleergesprek
    • gesprek om informatie te geven of te vragen
    • dialoog
    • groepsgesprek
    • discussie
  5. NL.416 Gebruiken K3 L1 L2 KO 1.3.9; L4 1.3.1; 4

    Gaan met elkaar in gesprek om te onderhandelen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderhandelen:
    • over het plan van aanpak bij een groepsactiviteit
    • over de oplossingsstrategie bij problemen
  6. NL.417 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.1; 4

    Gaan met elkaar in gesprek om te onderhandelen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderhandelen:
    • over het plan van aanpak bij een groepsactiviteit
    • over de taakverdeling bij een groepsactiviteit
    • over de oplossingsstrategie bij problemen
  7. NL.418 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.1; 4

    Gaan met elkaar in gesprek om afspraken te maken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  8. NL.419 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Voeren probleemoplossende gesprekken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  9. NL.420 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Geven in een gesprek argumenten om de eigen mening te staven en een andere mening te ontkrachten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  10. NL.421 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Gebruiken vragen in een discussie om verduidelijking van de standpunten te krijgen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  11. NL.422 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Vergelijken in een discussie argumenten en tegenargumenten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  12. NL.423 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Formuleren een conclusie bij een discussie.*

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  13. NL.424 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Sturen in een discussie argumenten, het eigen standpunt of de eigen mening bij.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  14. NL.425 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Geven in een discussie argumenten om de overtuiging van de anderen te veranderen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Deelnemen aan discussie en overleg

  15. NL.426 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.9

    Participeren spontaan aan gesprekken om persoonlijke ervaringen uit te wisselen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

  16. NL.427 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.3.9

    Gebruiken in een gesprek vraagzinnen om hulp te vragen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

  17. NL.428 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.9

    Gebruiken in een gesprek vragen om de gewenste informatie te bekomen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • een behandeld onderwerp binnen de verschillende leergebieden
    
    Vraagsoorten:
    • gesloten vragen
    • open vragen
  18. NL.429 Gebruiken L1 L2 L4 1.3.1; 4

    Gebruiken in een gesprek vragen om de gewenste informatie te bekomen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • een behandeld onderwerp binnen de verschillende leergebieden
    
    Vraagsoorten:
    • gesloten vragen
    • open vragen
    • meerkeuzevragen
  19. NL.430 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.1; 4

    Gebruiken in een gesprek verschillende vraagsoorten om informatie in te winnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagsoorten:
    • gesloten vragen
    • open vragen
    • reflectieve vragen
  20. NL.431 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Gebruiken in een gesprek verschillende vraagsoorten om informatie in te winnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagsoorten:
    • kritische vragen
    • hypothetische vragen
    • controlevragen
  21. NL.432 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Tonen hun kennis over het stellen van vragen in verschillende contexten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Ezra bladert in een informatief boek over vulkanen en zegt: “Hoe ontstaat lava
        eigenlijk?”
    • Micah bouwt samen met klasgenoten een bouwwerk voor een project en vraagt: “Wie
        wil de toren bouwen en wie maakt de brug?”
  22. NL.433 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken gerichte vragen om de gewenste informatie te bekomen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gerichte vragen:
    • aan leeftijdsgenoten en bekende volwassenen
  23. NL.434 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken vragen in een gesprek om meer informatie te winnen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    • stellen van vragen en verder doorvragen
  24. NL.435 Gebruiken L1 L2 L4 1.3.1; 4

    Gaan met elkaar in gesprek om gedachten uit te wisselen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Gedachten uitwisselen:
    • over eigen werk, groepsactiviteiten, (voor)gelezen boeken, actualiteit, media
  25. NL.436 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Gaan met elkaar in gesprek over hun eigen en elkaars mening.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Eigen en elkaars mening:
    • over eigen werk, over andermans werk, ervaringen bij leeractiviteiten, gelezen boeken,
        actualiteit, media
  26. NL.437 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Herkennen feiten en meningen in gesprekssituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de mening, het feit
  27. NL.438 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Onderscheiden feiten en meningen in gesprekssituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Informatie uitwisselen

  28. NL.439 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.9

    Participeren actief aan een gesprek.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Actief:
    • de blik gericht houden op de gesprekspartners
    • non-verbaal reageren
    • verbaal reageren
  29. NL.440 Engageren K1 K2 K3 KO 1.3.9

    Zetten een volgehouden aandachtspanne in bij het voeren van gesprekken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

  30. NL.441 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.9

    Gebruiken standaardzinnen, basiszinnen en vraagzinnen in een gesprek.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Standaardzinnen, basiszinnen en vraagzinnen:
    • bij het groeten
    • bij het aanspreken
    • bij het bedanken
    • bij vragen

    Voorbeelden

    Groeten:
    • Goeiemorgen juf/meester.
    • Tot morgen juf/meester.
    Aanspreken:
    • Dag meneer/mevrouw directeur, dit is voor u.
    • Yoshi, mag ik met jou meespelen?
    Bedanken:
    • Dankjewel, Lize.
    • Dat is lief, dankjewel.
    Vragen:
    • Wie weet dat?
    • Hoe doe je dat?
  31. NL.442 Begrijpen K1 K2 K3 KO 1.3.9

    Herkennen gespreksconventies.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gespreksconventies:
    • op een gepaste manier het woord nemen of vragen
    • elkaar laten uitspreken
  32. NL.443 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.9

    Gebruiken gespreksconventies.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gespreksconventies:
    • op een gepaste manier het woord nemen of vragen
    • elkaar laten uitspreken
  33. NL.444 Begrijpen K2 K3 KO 1.3.9

    Herkennen gespreksconventies.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gespreksconventies:
    • inspelen op wat anderen zeggen
  34. NL.445 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.9

    Gebruiken gespreksconventies.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gespreksconventies:
    • inspelen op wat anderen zeggen
  35. NL.446 Begrijpen L1 L2 L4 1.3.1; 4

    Illustreren gespreksconventies.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gespreksconventies:
    • elkaar laten uitspreken
    • op een gepaste manier het woord vragen of nemen
    • inspelen op de inbreng van de gesprekspartner
    • elkaars inbreng waarderen
  36. NL.447 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4

    Passen gespreksconventies toe.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gespreksconventies:
    • elkaar laten uitspreken
    • op een gepaste manier het woord vragen of nemen
    • inspelen op de inbreng van de gesprekspartner
    • elkaars inbreng waarderen
  37. NL.448 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.1; 4

    Voeren samenhangende gesprekken die ze gaande houden door in te spelen op de inbreng van de ander.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inspelen op de inbreng van de ander:
    • antwoorden in volzinnen op vragen
    • brengen argumenten, meningen en nieuwe informatie in die aansluiten bij het
        gespreksonderwerp.
  38. NL.449 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Houden in een gesprek de gesprekslijn vast.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

  39. NL.450 Gebruiken L5 L6 L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Passen de rol van gespreksleider toe.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rol van de gespreksleider:
    • rekening houdend met beurtwisseling
  40. NL.451 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Voeren samenhangende gesprekken die ze gaande houden door in te spelen op de inbreng van de ander.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inspelen op de inbreng van de ander:
    • bouwen verder op andermans ideeën
    • bevragen argumenten die aansluiten bij het gespreksonderwerp
    • nuanceren argumenten die aansluiten bij het gespreksonderwerp
    • legen verbanden tussen verschillende standpunten
    • komen tot een conclusie*
    
    *met ondersteuning
  41. NL.452 Begrijpen L4 L5 L6 GO!-doel

    Illustreren het passend afronden van een gesprek.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Passend afronden van een gesprek:
    • het gesprek samenvatten, waardering uiten, vooruitblikken, een reflectie geven
  42. NL.453 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Ronden een gesprek passend af.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

  43. NL.454 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4

    Houden rekening met wat gesprekspartners weten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Rekening houden met wat gesprekspartners weten:
    • Niet nodeloos herhalen van informatie die al gekend of geweten is, iedereen weet dat
        de school niet open is op zaterdag en zondag.
    • Geven aanvullende informatie die nodig is om het gesprek te volgen, leggen uit dat een
        ‘glitch’ een fout of storing in een computerspel is.
  44. NL.455 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4

    Stemmen luister- en spreekstijl af op verschillende situaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreekstijlen:
    • formeel en informeel taalgebruik
    • spreektempo, volume en woordgebruik aangepast aan het publiek
  45. NL.456 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4

    Tonen open te staan voor elkaars meningen en standpunten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

  46. NL.457 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1; 0

    Reageren gepast als de gesprekspartner anders reageert of denkt.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast:
    • aanvaarden dat de ander anders reageert dan verwacht
    • de ander de vrijheid gunnen om de vragen, onderwerpen… aan te nemen, te weigeren
        of te twijfelen
  47. NL.458 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.3.9; L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Reflecteren over de gespreksconventies die ze gebruikt hebben.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

  48. NL.459 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.1; 4; L6 1.3.1; 0

    Reflecteren over gevoerde gesprekken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Mondelinge interactievaardigheden › Gespreksconventies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Reflecteren over:
    • Wat ging er goed in het gesprek?
    • Wat zou je anders doen de volgende keer?
    • Op welke manier liet je merken dat je de ander begreep?
    • Heb je je mening duidelijk kunnen overbrengen?
    • Was mijn uitleg duidelijk voor de ander? Hoe weet ik dat?
    • Waren mijn argumenten sterk genoeg, en hoe had ik die nog sterker kunnen maken?
    • Hoe heb ik mijn non-verbale communicatie ingezet om het gesprek te ondersteunen?