Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

13 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Meetinzichten en -vaardigheden. ✕

  1. WI.440 Begrijpen K2 K3 L1 GO!-doel

    Herkennen de relativiteit van lengte, inhoud, massa en oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Laura vertelt: “Ik ben klein, mijn mama is groot. Ik ben groot, mijn zusje is klein.”
    • Hannes weet: “De aardbei is licht en de sinaasappel zwaar. De sinaasappel is licht en
        de meloen zwaar.”
  2. WI.441 Begrijpen K3 L1 GO!-doel

    Illustreren de relativiteit van volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Janneke vertelt: “De knuffel neemt veel plaats in in mijn schooltas. De knuffel neemt
    niet veel plaats in in de klas.”
  3. WI.442 Begrijpen K3 L1 KO 2.3.1; KO 2.3.3; L4 2.3.1

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • We meten geen objecten maar grootheden van objecten.
    • Bij een meting gaan we na hoe vaak de natuurlijke maateenheid in de te meten
        grootheid gaat.
    • principe van samenstellen

    Voorbeelden

    Grootheden meten:
    We meten geen aquarium, maar de lengte, de inhoud en de massa van een aquarium.
    Principe van samenstellen:
    De kinderen beseffen dat 2 (of meer) touwen samen even lang kunnen zijn als 1 lang
    touw of dat een emmer gevuld kan worden door de inhoud van verschillende
    waterflesjes en verschillende bekers samen te voegen.
  4. WI.443 Begrijpen L2 L3 L4 L4 2.3.1; L4 2.3.2

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • Bij een meting gaan we na hoe vaak de maateenheid in de te meten grootheid gaat
        (meten als een verhouding).
    • Elk meetresultaat is een benadering. Verfijning van maten leidt tot nauwkeuriger
        meten.
    • Om meetresultaten te vergelijken, is het nodig dat we ze in dezelfde maateenheid
        uitdrukken.
    • Standaardmaten zijn noodzakelijk voor het eenduidig uitvoeren en vergelijken van
        metingen.
  5. WI.444 Begrijpen L4 L5 L6 L4 2.3.1

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • De standaardmaateenheden berusten op afspraken en staan in een vaste
        verhouding tot elkaar. Ze vormen een systeem: het metriek stelsel.
  6. WI.445 Begrijpen L6 L6 2.3.2

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • Onderscheid tussen een verhoudingsmeting (lengte, massa, tijdsduur) en een
        intervalmeting (temperatuur en tijdstip).

    Voorbeelden

    Emilia vertelt: “Een lengte van 20 cm is dubbel zo groot als een lengte van 10 cm. Een
    temperatuur van 20°C is niet dubbel zo warm als een temperatuur van 10°C.”
  7. WI.446 Begrijpen K3 L1 L2 KO 2.3.2

    Beschrijven dat lengte, massa en oppervlakte bij manipulatie en inhoud bij overgieten in een reservoir met andere vorm gelijk blijven.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijk blijven:
    conservatieprincipe
  8. WI.447 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.1; L4 2.3.3

    Beschrijven het verband tussen de maateenheid en het maatgetal.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verband:
    maat = maatgetal + maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de maat, de maateenheid, het maatgetal

    Voorbeelden

    Verband maateenheid en maatgetal:
    • Hoe groter de vellen papier waarmee we de oppervlakte van de tafel meten, hoe
        minder we er nodig hebben.
    • Als de maateenheid honderd keer groter wordt, wordt het maatgetal honderd keer
        kleiner
  9. WI.448 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.16; L4 2.3.24; L6 2.3.6

    Schatten een grootheid

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde
    maateenheid
    met behulp van een referentiemaat/referentiepunt
    
    Grootheid:
    lengte, inhoud, massa en oppervlakte

    Voorbeelden

    Samengestelde maateenheid:
    Kas schat de hoogte van de boekenkast: “Die lijkt me ongeveer 1 m 80 cm want net iets
    kleiner dan de deur van 2 m (mijn referentiepunt)”
  10. WI.449 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.16; L4 2.3.24; L6 2.3.6

    Vergelijken het meetresultaat met de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetresultaat:
    met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde
    maateenheid
    
    Grootheid:
    lengte, inhoud, massa en oppervlakte

    Voorbeelden

    Samengestelde maateenheid:
    Kas meet de hoogte van de boekenkast, nl. 1 m 86 cm en vergelijkt dit met zijn
    schatting, nl. 1 m 80 cm.
  11. WI.450 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.5

    Gebruiken een verhoudingstabel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    voor berekening met recht evenredige grootheden en vaste verhoudingen
  12. WI.451 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.3

    Meten indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Indirect:
    • door een andere grootheid te meten.
    • door berekeningen te maken.
    • door een verhoudingstabel of een formule te gebruiken voor samengestelde
        grootheden.

    Voorbeelden

    Een andere grootheid meten:
    1 uur lopen komt overeen met een afstand van 8 km.
    Berekeningen maken:
    Ik wil weten hoeveel dit koekje weegt maar het is te licht om nauwkeurig te kunnen
    wegen. Ik weeg 20 koekjes en deel het resultaat door 20.
    Verhoudingstabel gebruiken:
    Ik wil weten hoeveel afstand ik afgelegd heb op 3 uur wandelen, zonder de afstand
    rechtstreeks te meten. Ik weet dat ik aan een gemiddelde snelheid van 5 km/u wandel,
    dus kan ik de afstand indirect meten, nl. 15 km.
  13. WI.452 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.4; L6 2.3.1

    Tonen een juiste meethouding.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Juiste meethouding:
    • gebruik van gepaste meetinstrumenten en geschikte maateenheden
    • nauwkeurige meting
    • meetresultaten in functie van de gewenste nauwkeurigheid (inclusief afronding)
    • weergave van het resultaat met de juiste eenheden
    • ordening van meetresultaten