Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

56 doelen

CSV downloaden filters wissen

Maatschappelijke participatie: actief burgerschap ✕

  1. BU.032 Gebruiken K1 K2 K3 KO 9.3.4; L4 5.3.1

    Passen eenvoudige afspraken en regels toe.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassen:
    • in de klas
    • op de speelplaats
  2. BU.033 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 5.3.1

    Volgen afspraken en regels.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken en regels:
    • klasafspraken en -regels
    • schoolafspraken en -regels
    • spelafspraken en -regels
    • afspraken en regels in de samenleving

    Voorbeelden

    • Geraldine start met opruimen zodra de leerkracht het opruimsignaal geeft.
    • Morad kijkt op het takenbord en ziet dat hij deze week verantwoordelijk is voor het
        vegen van de klas.
  3. BU.034 Gebruiken K2 K3 L4 5.3.1

    Maken afspraken.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken:
    op groeps- en klasniveau
    • afspraken bij het samenspelen
    • afspraken bij groepswerk
    
    Maken:
    vanuit gedeelde waarden en normen
    afspraken op initiatief van de leraar
  4. BU.035 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 5.3.1

    Maken afspraken.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afspraken:
    op groeps- en klasniveau
    • afspraken bij het samenspelen
    • afspraken bij groepswerk
    • afspraken vastleggen
    • afspraken evalueren
    
    Maken:
    vanuit gedeelde waarden en normen
    voorstellen formuleren voor bijsturing
    afspraken op initiatief van de leraar
  5. BU.036 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.3.1

    Gebruiken inspraakmogelijkheden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: afspraken, regels en inspraak

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inspraakmogelijkheden:
    verschillende vormen van leerlingenparticipatie

    Voorbeelden

    Inspraakmogelijkheden:
    een taakverdeling, een keuzebord, samen de inhoud van een thema bepalen, samen
    beslissingen nemen in een groepswerk, een kringgesprek, online stemtools, een
    ideeënbus, een werkgroep, een klankbordgroep, een klasraad, een leerlingenraad, een
    buurtpetitie voor een veiligere schoolomgeving of behoud van een bosje
  6. BU.037 Begrijpen K1 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

  7. BU.038 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • pas op - borden (A-serie gevaarsborden)
    • ik moet hier – borden (D-serie gebodsborden)
    • ik mag hier niet – borden (C-serie verbodsborden)
    • kijk hier eens – borden (F-serie aanwijsborden)

    Te hanteren begrippen

    het verkeersbord
  8. BU.039 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.1

    Herkennen de betekenis van verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • stoppen en voorrang verlenen (B5)
    • verkeerslichten voor voetgangers en fietsers (A33)

    Te hanteren begrippen

    het zebrapad, de voetganger, het fietspad, verboden, moeten, mogen, oppassen
  9. BU.040 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.1

    Herkennen de betekenis van verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • gevaarsborden:
        o verkeerslichten (A33)
        o werken (A31)
        o verkeersdrempel (A14) verhoogde inrichting
        o schoolomgeving (A23) opgelet kinderen
    • voorrangsborden:
        o stoppen en voorrang verlenen (B5)
    • gebodsborden:
        o verplicht fietspad (D7)
        o verplichte richting (D1)
        o deel van de weg voorbehouden voor voetgangers en fietsers (D9 en D10)
        o verplichte weg voor voetgangers (D11)
    • verbodsborden:
        o verboden toegang voor voetgangers (C19)
        o verboden toegang voor fietsers (C11)
        o verboden toegang voor iedere bestuurder in beide richtingen (C3)
    • aanwijsborden:
        o oversteekplaats voor fietsers en bromfietsers (F50)
        o oversteekplaats voor voetgangers (F49)

    Te hanteren begrippen

    de voorrang, de oversteekplaats, de fietser, de bromfietser, de verkeersdrempel, het
    verkeerslicht, de werken, de richting
  10. BU.041 Begrijpen L3 L4 L6 9.1.1

    Herkennen de betekenis van verkeersborden.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersborden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersborden:
    • gevaarsborden:
        o oversteekplaats voor voetgangers (A21)
        o opgelet kinderen (A23)
        o rijbaanversmalling (A7a)
        o overgang met slagbomen (A41)
        o overgang met twee of meer sporen (A47)
        o openbare weg kruist met een of meer in de rijbaan aangelegde sporen (A49)
    • voorrangsborden:
        o voorrangsbord (B1)
        o voorrangsweg (B9)
        o einde voorrangsweg (B11)
        o voorrang op de kruisende zijwegen (B15a)
        o kruispunt waar voorrang van rechts geldt (B17)
        o smalle doorgang voorrang verlenen aan de bestuurders die uit de
          tegenovergestelde richting komen (B19)
        o smalle doorgang voorrang ten opzichte van de bestuurders die uit de
          tegenovergestelde richting komen (B21)
        o doorrijden of afslaan toegestaan tijdens rood licht of oranje knipperlicht (B22 en
          B23) mits verlenen voorrang andere weggebruikers
    • verbodsborden:
        o verboden richting voor iedere bestuurder (C1)
        o verbod rechts af te slaan (C31b)
    • gebodsborden:
        o verplicht rechtdoor (D1a)
        o verplicht rechts afslaan (D1b)
        o verplicht rondgaand verkeer (D5)
    • aanwijsborden:
        o begin van een bebouwde kom (F1b)
        o einde van een bebouwde kom (F3b)
        o zone 30 km/u (F4a)
        o einde zone 30 km/u (F4b)
        o opstelvlak voor fietsers en bromfietsen (F14)
        o fietsstraat (F111)
        o einde fietsstraat (F113)
        o doodlopende weg (F45)
    • onderborden betreffende fietsen en bromfietsen:
        o uitgezonderd fietsers (M2)
        o fietsers, bromfietsers klasse A, B en speedpedelecs mogen in 2 richtingen (M5bis)

    Te hanteren begrippen

    de versmalling, de slagboom, het spoor, het voorrangsbord, de voorrangsweg, de zijweg,
    verplicht, de bebouwde kom, het verbod, de fietsstraat, de doodlopende weg, de
    speedpedelec, de bestuurder, het kruispunt, de weggebruiker, het opstelvlak
  11. BU.042 Begrijpen K1 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

  12. BU.043 Begrijpen K2 K3 KO 9.1.1

    Herkennen verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • Verkeerslichten voor voetgangers en fietsers
    • Stop bij een stopbord.
    • Speel niet op of bij de straat.
    • Blijf als voetganger op het voetpad of de berm.
    • Stap als voetganger langs de huizenkant.
    • Je mag op het voetpad en de verhoogde berm fietsen als je jonger dan 10 jaar bent*.
    • Steek over op een veilige plaats. Regel: Steek altijd over op een zebrapad of bij een
        verkeerslicht, en wacht tot het licht groen is of tot het veilig is om over te steken.
        Maak altijd oogcontact met aankomende bestuurders voor je oversteekt.
    • Kijk goed bij het oversteken. Regel: Voordat je de straat oversteekt, moet je eerst naar
        links, dan naar rechts, en opnieuw naar links kijken om te controleren of er geen
        voertuigen aankomen.
    • In de auto moet je in het kinderzitje zitten en de veiligheidsgordel om hebben.

    Te hanteren begrippen

    het rood licht, het groen licht, het zebrapad, oversteken, stoppen
    
    * vanaf 1 juni 2027: als je jonger dan 12 jaar bent
  13. BU.044 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.1

    Illustreren verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • fietsen op het fietspad rechts in de rijrichting of het voetpad
    • auditieve signalen: fietsbel, bel tram, claxon
    • handgebaren van een gemachtigd opzichter
    • bel- en lichtsignalen van hulpdiensten (brandweer, ambulance, politie)
    • Op een fietspad heeft een fietser voorrang ten opzichte van een voetganger.
    • Op de rijbaan links wandelen.
    • Een straat of kruispunt oversteken als voetganger: Wachten op een veilige plek.
        Rechtstreeks oogcontact zoeken en bevestigen met andere weggebruikers alvorens
        over te steken. Eerst links kijken, dan rechts, en dan nog eens links voordat ze
        oversteken. Tijdens het oversteken nogmaals naar rechts kijken.

    Te hanteren begrippen

    de stoeprand, de rijbaan, de berm, het voetpad, het zebrapad, de weg oversteken, het
    fietspad
  14. BU.045 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L4 9.1.4

    Gaan veilig naar de overkant van een straat of kruispunt.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gaan:
    onder toezicht
    
    Straat of kruispunt:
    • met zebrapad of lichten of gemachtigd opzichter of agent
    • met verkeerslichten
    
    Veilig naar de overkant:
    op een zebrapad
  15. BU.046 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.1

    Illustreren verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • hoe veilig oversteken als er geen voorzieningen zijn
    • fluitsignaal en armgebaren van een politieagent
    • voorrangsregels voor de hulpdiensten
    • waarschuwingssignalen op een spoorwegovergang: knipperende rode lichten en een
        belgeluid
    • voorrangsregels in een fietsstraat

    Te hanteren begrippen

    de fietsstraat
  16. BU.047 Gebruiken L3 L4 L4 9.1.4

    Gaan veilig naar de overkant van een straat of kruispunt.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gaan:
    onder toezicht
    
    Straat of kruispunt:
    • met zebrapad of lichten of gemachtigd opzichter of agent
    • zonder voorzieningen
    
    Veilig naar de overkant:
    kiezen voor een zebrapad als dit dichtbij is
  17. BU.048 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.1

    Illustreren verkeersregels en -signalen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verkeersregels en -signalen:
    • Het is veiliger om over te steken met de fiets aan de hand.
    • Voetgangers op het zebrapad hebben voorrang, maar moeten wel goed uitkijken en
        oogcontact maken met bestuurders alvorens over te steken.
    • Passagiers van een bus of tram hebben bij het uit- of instappen voorrang.
    • Een bus, die de bushalte verlaat, heeft voorrang.
    • de algemene voorrangsregel: voorrang van rechts
    • de wegmarkeringen: stopstreep, haaientanden, fietsoversteekplaats, fietsopstelvlak
  18. BU.049 Gebruiken L5 L6 L4 9.1.4

    Gaan veilig naar de overkant van een straat of kruispunt.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gaan:
    onder toezicht
    
    Straat of kruispunt:
    • zonder voorzieningen
    • T-kruispunt zonder voorzieningen
  19. BU.050 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.1; L4 9.1.4; L6 9.1.1

    Verplaatsen zich veilig op de openbare weg.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zich verplaatsen:
    als voetganger en fietser
    onder begeleiding
    
    Veilig:
    dankzij kennis van de verkeersborden, -regels en -signalen
  20. BU.051 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.1; L4 9.1.4; L6 9.1.1

    Tonen hun kennis van verkeersborden, -regels en signalen bij het zich verplaatsen in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Verkeersregels en -signalen

  21. BU.052 Begrijpen K1 KO 9.1.2

    Herkennen een veilige verkeersuitrusting.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

  22. BU.053 Begrijpen K2 K3 L1 KO 9.1.2

    Beschrijven een veilige voetgangers- en fietsuitrusting.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    het belang
    
    Veilige voetgangers-en fietsuitrusting:
    • reflecterende en fluorescerende kleding
    • fietshelm
    • kinderzitje en veiligheidsgordel

    Te hanteren begrippen

    veilig, fluo, de (fiets)helm, de gordel, het kinderzitje
  23. BU.054 Begrijpen L2 L3 L4 L4 9.1.2

    Beschrijven een veilige voetgangers-en fietsuitrusting.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    het belang
    
    Veilige voetgangers-en fietsuitrusting:
    • geen koptelefoon dragen: horen van het verkeer
    • reflecterende en fluorescerende kleding en rugzakhoes
    • fietshelm die voldoet aan de veiligheidsnormen (CE markering)
    • een fiets met minimale uitrusting
  24. BU.055 Begrijpen K2 K3 L4 9.1.3

    Herkennen de minimale uitrusting voor de fiets.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Minimale uitrusting voor de fiets:
    • goed werkende verlichting en remmen
    • reflectoren
    • fietsbel

    Te hanteren begrippen

    het licht, de rem, de reflector, de (fiets)bel
  25. BU.056 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.3

    Beschrijven de minimale uitrusting voor de fiets.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Minimale uitrusting voor de fiets:
    • fietsbel
    • twee goed werkende remmen
    • goed werkende verlichting
    • reflectoren

    Te hanteren begrippen

    de verlichting
  26. BU.057 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.3

    Beschrijven de verplichte minimale uitrusting voor de fiets.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verplichte minimale uitrusting voor de fiets:
    • fietsbel: hoorbaar op 20 meter
    • twee goed werkende remmen: één op het voorwiel en één op het achterwiel
    • reflectoren: vooraan wit, achteraan rood, aan weerszijden van de pedalen wit of geel,
        op de spaken en/of banden minstens 2 gele of oranje dubbelzijdige reflectoren en/of
        een witte reflecterende strook aan weerszijden van elke band
    • goed werkende verlichting en remmen: witte voorlicht, rode achterlicht, de lichten
        mogen knipperen, lichten moeten bevestigd worden op de fiets of op het lichaam
  27. BU.058 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.2

    Illustreren het belang van veiligheidsmaatregelen in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidsmaatregelen in het verkeer:
    veilige voetgangers- en fietsuitrusting
    
    Belang:
    • voorkomen van ongelukken, beschermen van jezelf en anderen
    • zien en gezien worden, horen en gehoord worden
  28. BU.059 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.2; L4 9.1.2; L4 9.1.3

    Gebruiken een veilige uitrusting in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Veilige uitrusting

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    controle voor vertrek
  29. BU.060 Begrijpen K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Herkennen de basisregels voor busveiligheid.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Busveiligheid:
    • Blijven zitten tijdens het rijden.
    • Het gangpad vrijhouden van boekentassen en andere spullen.
    • Gebruik geen harde stemmen of afleidende acties die de chauffeur kunnen storen.
    • Als de bus is uitgerust met gordels, moeten deze altijd correct worden gedragen.
  30. BU.061 Gebruiken K2 K3 L1 L2 GO!-doel

    Interpreteren de basisregels voor busveiligheid.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

  31. BU.062 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 9.1.5

    Evalueren risicovolle verkeerssituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle verkeerssituaties:
    • de dode hoek
    • de tram, bus en hulpdiensten die altijd voorrang hebben
  32. BU.063 Gebruiken L2 L3 L4 9.1.1

    Evalueren risicovolle verkeerssituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle verkeerssituaties:
    • gevaarlijke kruispunten
    • oversteken tussen geparkeerde voertuigen of nabij heuvel of bocht
    • ontbreken van een fietspad: rechts rijden op de rijbaan
  33. BU.064 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Evalueren risicovolle verkeerssituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle verkeerssituaties:
    • uit- en inrijdende voertuigen bij opritten of garages
    • deur van een geparkeerde auto die opengaat
    • afleiding door een gsm en muziek beluisteren
    • slecht verlichte gebieden
    • gladde wegen
    • slechte zichtbaarheid door weersomstandigheden
  34. BU.065 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 9.1.5

    Reageren gepast op risicovolle situaties in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast reageren:
    anticiperen
  35. BU.066 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.4

    Tonen hun kennis over het zich veilig verplaatsen in het verkeer.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: deelnemen aan het verkeer › Risicovolle verkeerssituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Ook al is Freya gehaast, ze loopt niet op de rijbaan om iemand voorbij te steken.
    • Viggo draagt altijd zijn fietshelm.
  36. BU.067 Begrijpen K2 K3 L1 KO 9.1.3

    Herkennen noodsituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Noodsituatie:
    acute, ernstige situatie met direct gevaar voor mens, dier of materiaal. Vaak is hulp
    meteen nodig.

    Voorbeelden

    Noodsituaties:
    brand, iemand die valt of gewond raakt, iemand die bewusteloos is
  37. BU.068 Begrijpen L2 L3 L4 KO 9.1.3

    Herkennen risicovolle situaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Risicovolle situatie:
    • een mogelijk gevaarlijke situatie, er is nog geen direct gevaar. Het kan wel gevaarlijk
        worden als er niets gebeurt of iemand een fout maakt.
    • Het nemen van voorzorgen vermindert de kans op ongevallen.

    Te hanteren begrippen

    het gevaar, het risico

    Voorbeelden

    Risicovolle situaties:
    spelen bij water, afstand tot een treinspoor, losse kabels
  38. BU.069 Gebruiken K2 K3 L1 KO 9.1.3

    Reageren gepast op noodsituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast:
    • signaleren aan een volwassene wanneer er gevaar dreigt of iemand in gevaar is
    • kalm blijven
    • zichzelf en anderen uit gevaarlijke situaties houden
  39. BU.070 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 KO 9.1.3

    Reageren gepast op noodsituaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast:
    • inschatten van risico’s
    • signaleren aan een volwassene wanneer er gevaar dreigt of iemand in gevaar is
    • kalm blijven
    • zichzelf en anderen uit gevaarlijke situaties houden
  40. BU.071 Gebruiken L2 L3 L4 KO 9.1.3

    Reageren gepast op risicovolle situaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gepast reageren:
    anticiperen
  41. BU.072 Begrijpen L3 L4 L4 9.1.6

    Beschrijven het noodnummer 112.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Noodnummer:
    • Je mag dit nummer bellen als er met spoed politie, brandweer of ambulance nodig is.
    • Je belt dit nummer in geval van levensbedreigende situaties of ernstige ongelukken.
  42. BU.073 Gebruiken L3 L4 L4 9.1.10

    Voeren een noodoproep uit.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    in een gesimuleerde omgeving
    
    Een noodoproep:
    • hulp inroepen bij een noodgeval: volwassene verwittigen en/of 112 bellen
    • beschrijven wat er gebeurd is: wie, wat, waar
    • kalm blijven en duidelijk spreken
  43. BU.074 Begrijpen K1 L6 9.1.5

    Herkennen veiligheidsvoorschriften en gevarenpictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gevarenpictogrammen:
    van materialen en substanties
  44. BU.075 Begrijpen K2 K3 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • gebodspictogrammen
          o handen wassen verplicht
          o afvalbak verplicht gebruiken
    • verbodspictogrammen
          o geen doorgang voor voetgangers
          o verboden te klimmen
          o eten en drinken verboden
          o kinderen niet toegestaan

    Te hanteren begrippen

    het pictogram, ik moet, ik mag hier niet, opgelet
  45. BU.076 Begrijpen L1 L2 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • reddingspictogrammen
          o nooduitgang
          o richtingspijl links
          o richtingspijl rechts
          o richtingspijl rechtdoor
          o uitgang
          o verzamelplaats
          o EHBO
          o drinkwater
    • gebodspictogrammen
    • verbodspictogrammen
          o geen drinkwater
          o niet betreden
    • waarschuwingspictogrammen
          o waarschuwing struikelgevaar
          o waarschuwing valgevaar
          o waarschuwing elektrische spanning
  46. BU.077 Begrijpen L3 L4 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • brandbestrijdingspictogrammen:
          o de brandblusser
          o de brandslang
          o de brandladder
    • reddingspictogrammen
          o uitgang
          o de noodhamer
          o de dokter/ de arts
    • gebodspictogrammen
    • verbodspictogrammen
          o lift niet gebruiken voor personen
          o verboden te fotograferen
          o verboden te duiken
    • waarschuwingspictogrammen
          o waarschuwing voor diep water
          o waarschuwing voor ondiep water
          o waarschuwing voor plotselinge diepte in het zwembad
  47. BU.078 Begrijpen L5 L6 L6 9.1.5

    Herkennen de betekenis van de veiligheidspictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veiligheidspictogrammen:
    • brandbestrijdingspictogrammen:
          o het branddeken
    • reddingspictogrammen
          o de brancard
          o eerste hulpverlener
          o medische verbandtas
          o automatische defibrilator
    • verbodspictogrammen
          o roken en open vuur verboden
          o verboden de mobiele telefoon te gebruiken
    • waarschuwingspictogrammen
          o waarschuwing giftige stoffen
          o waarschuwing heet oppervlak
          o waarschuwing ontvlambare stoffen
  48. BU.079 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L6 9.1.5

    Passen hun handelen aan in functie van aanwezige veiligheidsvoorschriften en gevarenpictogrammen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

  49. BU.080 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Passen EHBO toe in gesimuleerde situaties.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toepassen:
    • bij brandwonden: eerst water, de rest komt later; 20,20,20-regel
    • kleine wonden verzorgen: schoonmaken met water, pleister/verband aanbrengen
    • neusbloeding stoppen
    • alarm slaan en hulp inschakelen
    • veilige omgeving creëren
  50. BU.081 Engageren L3 L4 L5 L6 L6 9.1.5

    Tonen hun kennis van risicovolle en noodsituaties in verschillende contexten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Conventioneel burgerschap: handelen in risicovolle situaties of noodsituaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Loes ziet een vriend te ver het water in gaan zonder te kunnen zwemmen. Ze roept:
        "Kom terug, dat is te diep!" en waarschuwt een volwassene in plaats van zelf het
        water in te gaan.
    • Tijdens een fietstocht valt Mustafa en blijft op de grond liggen. Anika zegt: "Blijf stil
        liggen en probeer niet te bewegen. Ik haal hulp."
  51. BU.082 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.17; L4 9.1.19; L6 9.1.15

    Komen op voor de rechten van anderen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

  52. BU.083 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 9.1.17; L4 9.1.19; L6 9.1.15

    Tonen hun kennis over rechten en plichten in verschillende contexten.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Akram legt tijdens een sportles uit dat elke speler recht heeft op gelijke speelkansen
        en dat iedereen de plicht heeft om de spelregels te respecteren.
    • Leyla bespreekt in een les natuur dat iedereen recht heeft op een schone en gezonde
        leefomgeving maar ook de verantwoordelijkheid draagt om goed voor de natuur te
        zorgen.
  53. BU.084 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Herkennen het belang van het verdelen van taken en verantwoordelijkheden in een groep.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verdelen van taken en verantwoordelijkheden:
    • bij groepswerk: in wisselende rollen
    • bij klastaken

    Voorbeelden

    • Dina merkt op dat samenwerken aangenamer en vlotter verloopt wanneer iedereen
        zijn taak en verantwoordelijkheid binnen de groep opneemt, inclusief de rol van
        leider, waardoor het resultaat beter en eerlijk verdeeld is.
    • Michel ervaart tijdens een groepsopdracht dat het verdelen van rollen ervoor zorgt
        dat iedereen efficiënt kan werken en het werk sneller af is.
  54. BU.085 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen een verantwoordelijke houding in een groep.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verantwoordelijke houding:
    • opnemen van taken en verantwoordelijkheden
    • in functie van het leer- en leefklimaat
    • op klas- en schoolniveau

    Voorbeelden

    Verantwoordelijke houding op niveau van de klas:
    klastaken, een taak bij een groepswerk.
    Verantwoordelijke houding op niveau van de school:
    zorg voor dieren, onderhouden van de moestuin, het ‘milieuteam’, de redactie van de
    schoolkrant, het klasdoorbrekend lezen, een buddysysteem voor nieuwe leerlingen, DJ’s
    tijdens de middagspeeltijd, het opruimteam
  55. BU.086 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Geven voorstellen om het samenleven op school en in de buurt te bevorderen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

  56. BU.087 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Dragen bij aan initiatieven die het samenleven op school en in de buurt willen bevorderen.

    Burgerschap Democratische samenleving › Maatschappelijke participatie: actief burgerschap › Sociaal bewogen burgerschap

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Initiatieven:
    het schoolfeest, voorlezen in een kinderdagverblijf, zingen in het rust- en
    verzorgingstehuis, een opruimactie in het park, een klas- of schoolactie voor een goed
    doel