Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

40 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Luisterbegrip ✕

  1. NL.318 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.1

    Luisteren aandachtig.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  2. NL.319 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.1

    Gebruiken non-verbale communicatie bij het luisteren.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Non-verbale communicatie:
    • blik gericht houden
    • blik van de leraar volgen
    • oogcontact maken
    • aandacht voor lichaamstaal, mimiek en stemgebruik van de spreker
  3. NL.320 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.4

    Leiden de betekenis van mondelinge boodschappen af met behulp van de context.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Context:
    • visuele ondersteuning: boeken, prenten, concreet materiaal, presentatie,
        gebaren, mimiek
    • auditieve ondersteuning: stemgebruik, intonatie
  4. NL.321 Gebruiken K1 K0; 1.3.2

    Voeren enkelvoudige mondeling gegeven instructies uit.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  5. NL.322 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.2

    Voeren meervoudige mondeling gegeven instructies uit.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  6. NL.323 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.2

    Reageren op eenvoudige mondeling gestelde vragen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reageren:
    • verbaal
    • non-verbaal
    
    Vragen:
    • open vragen
    • gesloten vragen
    • denkstimulerende vragen
  7. NL.324 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.3

    Formuleren vragen in functie van de luisteropdracht.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Luisteropdracht:
    • om meer informatie te krijgen
    • om na te gaan of ze de boodschap goed begrepen hebben
  8. NL.325 Begrijpen K3 L1 L2 L3 L4 L4 1.3.1

    Begrijpen in concrete luistersituaties expliciete boodschappen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  9. NL.326 Gebruiken K3 L1 L2 L3 L4 L4 1.3.1

    Leiden in concrete luistersituaties expliciete boodschappen af.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  10. NL.327 Begrijpen L5 L6 L6 1.3.1

    Begrijpen in concrete luistersituaties expliciete en impliciete boodschappen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

  11. NL.328 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1

    Leiden in concrete luistersituaties expliciete en impliciete informatie af.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Impliciete boodschappen:
    • Bij ‘Ik heb het koud’ wordt niet gezegd: ‘Het zou fijn zijn als het raam
        gesloten werd.’
    • Bij ‘Je hebt je best gedaan’ wordt niet gezegd: ‘Het resultaat is niet goed
        genoeg.’
  12. NL.329 Gebruiken K2 K3 L1 L2 KO 1.3.4

    Leiden relaties en verbanden af bij een beluisterde tekst.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak en gevolg
    • probleem en oplossing
  13. NL.330 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.2

    Leiden relaties en verbanden af bij expliciete informatie uit een beluisterde tekst.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak en gevolg
    • probleem en oplossing
    • middel-doelrelatie
    • conclusie trekken: informatie uit de tekst combineren om tot een
        conclusie te komen
  14. NL.331 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1

    Leiden relaties en verbanden af bij expliciete en impliciete informatie uit een beluisterde tekst.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie selecteren en interpreteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    conclusie trekken: informatie uit de tekst combineren om tot een conclusie te
    komen
  15. NL.332 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.3.10; L4 1.3.14

    Herkennen feiten en meningen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    in beluisterde teksten

    Te hanteren begrippen

    de mening, het feit
  16. NL.333 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.3.10; L4 1.3.14

    Onderscheiden feiten en meningen.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderscheiden:
    in beluisterde teksten
  17. NL.334 Gebruiken K1 K2 K3 L1 KO 1.3.4

    Maken verbindingen tijdens het beluisteren van teksten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verbindingen:
    • tussen de tekst en eigen ervaringen
    • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
  18. NL.335 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.3; L6 1.3.2

    Maken verbindingen tijdens het beluisteren van teksten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verbindingen:
    • tussen de tekst en eigen ervaringen voorkennis
    • tussen de tekst en vakspecifieke (voor)kennis
    • tussen passages uit de tekst
  19. NL.336 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.3; L6 1.3.2

    Reflecteren over de kennis die de beluisterde tekst opleverde.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

  20. NL.337 Gebruiken L1 L2 L4 1.3.2

    Analyseren in luistersituaties factoren van het communicatiemodel.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    • relatie tussen zender en ontvanger
    • houding van de zender ten opzichte van de ontvanger en omgekeerd

    Te hanteren begrippen

    communicatie, de zender, de ontvanger
  21. NL.338 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.2

    Analyseren in luistersituaties factoren van het communicatiemodel.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    • relatie tussen boodschap en kanaal
    • mening, feit

    Te hanteren begrippen

    de boodschap, het kanaal
  22. NL.339 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.4

    Geven weer hoe een spreker over het onderwerp denkt.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

  23. NL.340 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.1

    Analyseren in concrete luistersituaties factoren van het communicatiemodel.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    • het medium herkennen als drager van de boodschap
    • het kanaal herkennen als de weg waarlangs de boodschap wordt
        verspreid

    Te hanteren begrippen

    communicatie, het medium, het kanaal

    Voorbeelden

    Communicatiemodel:
    • via een persoonlijke gesprek (medium) een presentatie (kanaal) over een
        onderzoek geven
    • via een radiozender (medium) een reclameboodschap in een radiospot
        (kanaal) verspreiden
  24. NL.341 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.3

    Vergelijken hoe verschillende sprekers over eenzelfde onderwerp denken.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

  25. NL.342 Engageren L5 L6 L6 1.3.4

    Reflecteren over hoe de spreker hun standpunt beïnvloedt.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Informatie kritisch verwerken

  26. NL.343 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.3.3

    Herkennen sturingsstrategieën in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sturingsstrategieën:
    • actualiseren van kennis en woordenschat
    • actief luisteren met behulp van luisterstrategieën
  27. NL.344 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.3.3

    Gebruiken sturingsstrategieën in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

  28. NL.345 Begrijpen K2 K3 L1 L2 L3 L4 KO 1.3.3

    Herkennen herstelstrategieën bij het luisteren.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herstelstrategieën:
    controle van begrip door:
    • vragen om herhaling
    • vragen om verduidelijking
    • vragen om tempo of volume aan te passen
  29. NL.346 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.3.3

    Passen herstelstrategieën functioneel toe.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

  30. NL.347 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.3.3

    Tonen hun kennis van herstelstrategieën in verschillende contexten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Caleb leest een moeilijk woord voor tijdens het hoekenwerk, maar hapert
        halverwege het woord. Hij stopt even, kijkt naar het woord, spreekt het
        opnieuw maar trager uit en probeert het opnieuw.
    • Asher legt een spel uit aan haar groepje, maar merkt dat de anderen het
        niet begrijpen. Ze herformuleert haar uitleg, gebruikt voorbeelden en
        controleert of iedereen het nu wel begrijpt.
  31. NL.348 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.3.5

    Beschrijven sturingsstrategieën in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Sturingsstrategieën:
    • luisterdoel bepalen
    • toepassen van herstelstrategieën
    • controle bereiken luisterdoel
    • actief luisteren door toepassen van luisterstrategieën
    • actualiseren van kennis en woordenschat
  32. NL.349 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.5; L6 1.3.2

    Passen sturingsstrategieën toe in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

  33. NL.350 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.5; L6 1.3.2

    Stemmen hun manier van luisteren af op het luisterdoel.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    • Een variatie aan manieren van luisteren: globaal luisteren, intensief
        luisteren, kritisch luisteren, empatisch luisteren
  34. NL.351 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 1.3.3; L4 1.3.5; L6 1.3.2

    Tonen hun kennis van sturingsstrategieën in verschillende contexten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Sturings- en herstelstrategieën (metacognitief) bij luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Norah hoort de juf iets zeggen maar begrijpt het niet goed. Ze steekt haar
        hand op en vraagt: “Wil je het nog eens zeggen, maar trager alsjeblieft?”
    • Isaac zit naast een klasgenoot die iets uitlegt over een spel, maar hij
        verstaat het niet goed. Hij vraagt: “Wat bedoel je precies met ‘kaart
        omdraaien’?”
  35. NL.352 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.3.4

    Herkennen luisterstrategieën in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Luisterstrategieën:
    • voorspellen
    • vragen stellen
    • visualiseren
    • verbinden
  36. NL.353 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.3.4

    Gebruiken luisterstrategieën in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)

  37. NL.354 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.3.3

    Beschrijven luisterstrategieën in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Luisterstrategieën:
    • voorspellen
    • vragen stellen
    • visualiseren
    • verbinden
    • samenvatten
    • afleiden

    Te hanteren begrippen

    voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten, afleiden
  38. NL.355 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.3; L4 1.3.5; L6 1.3.2

    Passen luisterstrategieën toe in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)

  39. NL.356 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.2

    Selecteren luisterstrategieën in luistersituaties.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Selecteren:
    • Wanneer de luisterstrategie inzetten?
    • Waarom de luisterstrategie inzetten?
    • Welke luisterstrategie inzetten?
  40. NL.357 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.3.3; L4 1.3.5; L6 1.3.2

    Tonen hun kennis van luisterstrategieën in verschillende contexten.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Luisterbegrip › Het luisterproces sturen met behulp van strategieën › Luisterstrategieën (cognitief)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Juf Linde toont de kleuters de kaft van het nieuwe boek dat ze gaat
        voorlezen. Daarop staat een grote vogel met zijn vleugel in een verband.
        Juf Linde vraagt de kleuters wat zij denken dat er zou kunnen gebeurd zijn
        met de vogel. De kleuters geven voorspellingen. Tijdens het lezen van het
        verhaal gaat juf Linde samen met de kleuters na of de voorspellingen
        overeenkomen met het verhaal. De kleuters sturen hun voorspellingen
        bij.
    • Er is een man met een blindengeleidehond naar de klas van Mika
        gekomen om uitleg te geven over hoe zo’n hond een blinde kan helpen.
        De kinderen stellen vragen om verduidelijking, of om nog meer te weten
        te komen.