26 doelen
-
Herkennen de zon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Illustreren dat de zon overdag voor licht zorgt.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de dag, de nacht, licht, donker, de zon
-
Illustreren de beweging van de aarde rond haar as.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De beweging: de richting: in tegenwijzerzin (van west naar oost, gezien vanaf de noordpool) Illustreren: door gebruik van een globe (wereldbol)
Te hanteren begrippen
de aarde, de wereldbol, de aarde draait
-
Herkennen de zon, de maan en de sterren.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Herkennen: De zon is rond en geeft licht en warmte. De sterren zien we als lichtjes aan de hemel. De maan zien we niet altijd in dezelfde vorm. De zon en maan zien we niet altijd op dezelfde plaats.
Te hanteren begrippen
de ster, de maan
-
Herkennen het ritme van seizoenen in hun directe omgeving.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• In de herfst verzamelt Georges kleurrijke blaadjes uit de schooltuin. • De kerselaar staat volop in bloei. “Dat komt omdat het lente is”, meent Jetje.
-
Bepalen welke dagelijkse gebeurtenissen bij dag en welke bij nacht horen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Beschrijven kenmerken van seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken van seizoenen: de lente: De dagen worden langer. Het wordt warmer. Bomen en bloemen beginnen te groeien. Veel dieren krijgen jongen. de zomer: De dagen zijn het langst. Het is vaak warm of heet. Veel mensen gaan vaak op vakantie. Planten groeien snel. de herfst: De dagen worden korter. Het wordt kouder. Bladeren vallen van de bomen. Er is vaak wind en regen. de winter: De dagen zijn het kortst. Het is vaak koud, soms is er sneeuw of ijs. Veel bomen zijn kaal. Sommige dieren houden een winterslaap.Te hanteren begrippen
de lente, de zomer, de herfst, de winter, het seizoen
-
Beschrijven hoe dag en nacht ontstaan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ontstaan dag en nacht: Een dag duurt 24u omdat de aarde in 24u rond haar as draait. Ritme van dag en nacht: De kant van de aarde die naar de zon is gekeerd ontvangt het licht, daar is het dus dag. De andere kant ontvangt geen licht, daar is het nacht.
-
Herkennen het ritme van seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ritme van seizoenen: De aarde draait om de zon. Daardoor verandert het weer in de loop van het jaar. Dat noemen we seizoenen. Elk (meteorologisch) seizoen begint op een vaste datum. Na drie maanden begint het volgende seizoen weer. Lente: begint op 21 maart Zomer: begint op 21 juni Herfst: begint 21 september Winter: begint op 21 december
Te hanteren begrippen
De lente: begint op 21 maart, de zomer: begint op 21 juni, de herfst: begint op 21 september, de winter: begint op 21 december
-
Beschrijven de omwenteling van de aarde rond de zon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Omwenteling: De aarde draait in ongeveer 365 dagen (een jaar) rond de zon.
-
Geven weer hoe omwentelingen van de aarde verband houden met tijdsindelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsindeling: Van een dag: De aarde draait in één dag rond haar as van west naar oost (gezien vanaf de noordpool), waardoor we de zon zien opgaan in het oosten en ondergaan in het westen) Van een jaar: De beweging van de aarde rond de zon duurt een jaar.
-
Herkennen de tijdzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdzones: De aarde is verdeeld in 24 tijdzones (stroken op de globe waar het overal hetzelfde tijdstip is). In elke tijdzone is het 1 uur vroeger of later dan in de volgende. Hoe westelijker we ons verplaatsen ten opzichte van de nulmeridiaan hoe vroeger het wordt. Hoe oostelijker we ons verplaatsen ten opzichte van de nulmeridiaan hoe later het wordt.
Te hanteren begrippen
de tijdzone, de nulmeridiaan
Voorbeelden
Tijdzones: • Als het in de winter in België 12 uur 's middags is, is het in Japan al avond, namelijk het is er 20.00 uur. • Mia gaat naar New York. Als het bij ons 12.00 uur is, dan is het in New York nog maar 06.00 uur. -
Vergelijken de tijdzones van verschillende landen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
-
Duiden de seizoenen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De seizoenen: Worden bepaald door de baan die de aarde volgt rond de zon (in 1 jaar tijd) en de schuine stand van de as van de aarde. Als de noordelijke helft van de aarde (het noordelijk halfrond) meer naar de zon helt, ontvangt die helft meer zonlicht en is het bij ons warmer (vanaf de lente tot en met de zomer). Vanaf de herfst tot en met de winter helt het noordelijk halfrond weg van de zon en ontvangt zo minder zonlicht en is het bij ons kouder.
-
Duiden een schrikkeljaar.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een schrikkeljaar: Om de vier jaar wordt er één dag toegevoegd omdat de aarde iets meer dan 365 dagen nodig heeft om rond de zon te draaien.
Te hanteren begrippen
het schrikkeljaar
-
Beschrijven de omwenteling van de maan rond de aarde.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De omwenteling: De maan heeft ongeveer een maand nodig om één keer rond de aarde te draaien. De maan draait om de aarde en doordat we de maan steeds vanuit een andere hoek zien, lijken haar vormen te veranderen, dit noemen we de maanfases: soms zien we de hele maan (volle maan) en soms helemaal niet (nieuwe maan).
Te hanteren begrippen
de omwenteling, de volle maan, de nieuwe maan
-
Geven weer hoe omwentelingen van de aarde en maan verband houden met tijdsindelingen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsindelingen: • De aarde draait om haar as in 24 uren van west naar oost, gezien vanaf de noordpool (tegenwijzerzin): een dag. • De maan draait rond de aarde in 27,3 dagen. • De aarde draait in tegenwijzerzin rond de zon in 365 dagen en 6 uur: een jaar. • De schuine stand van de aarde in combinatie met de omwenteling om de zon veroorzaakt de seizoenen. -
Beschrijven maanfasen en eclipsen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maanfasen: • 4 maanfasen: nieuwe maan (je ziet de maan bijna niet), eerste kwartier (je ziet de “rechterhelft” van de verlichte kant), volle maan (je ziet de hele verlichte maan), laatste kwartier (je ziet de “linkerhelft” van de verlichte kant) Ontstaan: De maan draait rond de aarde, de zon verlicht altijd één kant van de maan, afhankelijk van waar de maan staat ten opzichte van de aarde en de zon zien we een ander stukje van het verlichte deel. Duur: De volledige maancyclus duurt ongeveer 29,5 dagen, elke fase duurt ongeveer een week. Eclipsen: • Maansverduistering/maaneclips: Als de aarde tussen de zon en de maan staat, de aarde blokkeert het zonlicht, waardoor de maan donker wordt of roodachtig kleurt. Je ziet dit alleen als het volle maan is. Zonsverduistering/zoneclips: Als de maan tussen de zon en de aarde staat, de maan blokkeert het zonlicht, waardoor het donkerder wordt overdag. Je ziet dit alleen als het nieuwe maan is.Te hanteren begrippen
de maanfase, de nieuwe maan, het eerste kwartier, de volle maan, het laatste kwartier, de maancyclus, de zonsverduistering, de maansverduistering
-
Duiden de getijden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De getijden: • De zwaartekracht van de maan trekt aan het water op aarde. Daardoor stijgt en daalt het water aan de kust, wat we de getijden noemen, met eb en vloed. • springtij: Bij volle maan en nieuwe maan staan de zon, de aarde en de maan ongeveer op één lijn. Hierdoor versterken de zwaartekracht van de maan en de zon elkaar, wat leidt tot springtij.Te hanteren begrippen
eb, vloed, laagwater, hoogwater, de getijden, het springtij
-
Geven invloeden van maanstanden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Invloeden: • Getijden (eb en vloed) worden beïnvloed door de maanstand. • Andere invloeden
Voorbeelden
Andere invloeden: • Dieren en planten reageren soms op het licht van de maan. • Tijd en kalenders in sommige culturen zijn gebaseerd op de maan. • Sommige mensen geloven dat de maan invloed heeft op slaap of gedrag, maar dat is niet wetenschappelijk bewezen. -
Beschrijven een ster.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een ster: Is een grote, hete bol van gas die licht en warmte uitstraalt. Onze zon is een ster. ’s Nachts zie je veel sterren aan de hemel.
-
Beschrijven het zonnestelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zonnestelsel: De zon: als middelpunt van het zonnestelsel, een ster die licht en warmte afgeeft De planeten: die rond de zon draaien Andere hemellichamen die rond de zon draaien (kometen, asteroïden)
Te hanteren begrippen
het zonnestelsel, de komeet, de asteroïde
-
Beschrijven de planeten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De planeten: De 8 planeten in ons zonnestelsel draaien om de zon. Elke planeet is anders. Sommige zijn klein en rotsachtig (zoals Aarde en Mars), andere zijn groot en gasachtig (zoals Jupiter en Saturnus). De aarde is de enige planeet waar er leven is.
Te hanteren begrippen
de planeet, Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus
-
Beschrijven het planetenstelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het planetenstelsel: Een planetenstelsel is een groep planeten die rond een ster draaien. Ons zonnestelsel is dus één voorbeeld van een planetenstelsel. In het heelal zijn er miljarden andere sterren en veel daarvan hebben ook hun eigen planetenstelsel.
Te hanteren begrippen
de ster, het planetenstelsel, het zonnestelsel
-
Geven de relatie tussen ster, zonnestelsel, planetenstelsel.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
De relatie: • Een ster is een lichtgevende gasbol. Er zijn miljarden sterren in het heelal. • Een planetenstelsel is een ster met planeten eromheen. Veel sterren hebben een planetenstelsel. • Het zonnestelsel is ons eigen planetenstelsel, met de zon in het midden.Te hanteren begrippen
het planetenstelsel, het zonnestelsel, het heelal
-
Tonen hun kennis over kosmografie in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kosmografie
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Laya koppelt het trekgedrag van vogels aan de kennis van de seizoenen. • Tijdens een kringgesprek over de dagelijkse routine gebruikt Linus de zon om zijn dag te beschrijven: "Als de zon opkomt, sta ik op. Als de zon ondergaat, ga ik slapen."