Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

19 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: AA ✕ Natuurlijke landschappen ✕

  1. AA.101 Begrijpen K1 KO 4.2.2

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg
    • helling
    • water: de zee, het strand
    • vegetatie: de boom, het gras
    • bodem: zand
  2. AA.102 Begrijpen K2 KO 4.2.2

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel
    • helling: omhoog, omlaag
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver
    • vegetatie: de boom, het gras, de weide, het gazon, het bos
    • bodem: zand

    Te hanteren begrippen

    de berg, de zee, het strand, de boom, het gras, het zand, de heuvel, omhoog,
    omlaag, de plas, de vijver, de weide, het gazon, het bos
  3. AA.103 Begrijpen K3 KO 4.2.2

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei
    • helling: omhoog, omlaag, steil, zacht
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek
    • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het
        gazon
    • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig

    Te hanteren begrippen

    de vallei, steil, zacht, de oceaan, de rivier, de beek, het riet, het grasland,
    vruchtbaar, rotsachtig, zanderig
  4. AA.104 Begrijpen L1 L4 4.2.4

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek
    • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het
        gazon, het loofbos, het naaldbos
    • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig

    Te hanteren begrippen

    het loofbos, het naaldbos
  5. AA.105 Begrijpen L2 L4 4.2.4

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei, de bergketen
    • water: de waterval
    • vegetatie: loofbos, naaldbos
    • bodem: het zand, de klei, de leem, steenachtig

    Te hanteren begrippen

    de waterval, de klei, de leem, steenachtig, de bergketen
  6. AA.106 Begrijpen L3 L4 4.2.4

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf: het zeeniveau, de horizonlijn, de hoogte, het hoogteverschil
    • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek, de
        waterval
    • vegetatie: loofbos, naaldbos
    • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig, het zand, de klei, de leem,
        steenachtig

    Te hanteren begrippen

    het zeeniveau, de horizonlijn, het hoogteverschil, het reliëf, de helling, de
    vegetatie, de bodem
  7. AA.107 Begrijpen L3 L4 4.2.4

    Beschrijven de loop van de rivier.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Loop van de rivier:
    typische kenmerken van beneden-, midden- en bovenloop van rivieren:
        de bovenloop: Dit is het eerste stuk van de rivier en wordt ‘bovenloop’
        genoemd omdat veel rivieren in de bergen ontspringen. Sommige ontstaan
        ook in meren, moerassen of uit bronnen in de grond.
        kenmerken:
                  stroomt meestal snel en krachtig
                  kan diepe kloven en valleien vormen in de bergen
        de middenloop: Het water stroomt hier minder snel en begint bochten
        (meanders) te maken.
        kenmerken:
                  rivier wordt breder en langzamer
                  vlakker landschap
                  langs de rivier liggen vaak dorpen, steden en
                  landbouwgebieden
        de benedenloop: Dit is het laatste deel, waar de rivier heel breed wordt.
        kenmerken:
                  langzame stroom, soms met moerassen of plassen
                  kan grote delta's vormen voordat het de zee bereikt
                  soms zie je een getijdenrivier, waarbij eb en vloed invloed
                  hebben op de stroming

    Te hanteren begrippen

    de bron, de bovenloop, de middenloop, de benedenloop, de monding, de delta
  8. AA.108 Begrijpen L4 L4 4.2.4

    Beschrijven het proces van riviervorming.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Riviervorming:
    Een rivier begint bij een bron. Dit kan zijn:
        smeltend ijs van een gletsjer hoog in de bergen
        regenwater dat zich verzamelt in kleine stroompjes
        ondergrondse bronnen waar water uit de aarde omhoogkomt
    Er ontstaan ook nieuwe rivieren door het smelten van de ijskap, bv. in Groenland
    (als gevolg van de klimaatverandering)
    Kleine stroompjes komen samen en worden steeds breder en krachtiger. Dit
    water snijdt een pad door de bergen en valleien. Op hun pad meanderen
    (kronkelen) ze doorheen het landschap waarbij ze de ene oever eroderen
    (uitslijten) en op de andere oever wordt materie (slib, gesteenten) afgezet.
    Uiteindelijk mondt een rivier uit in een estuarium. Een estuarium is een
    overgangsgebied tussen een rivier en de zee, waar zoet rivierwater en zout
    zeewater zich mengen. Dit zorgt voor unieke natuurgebieden met bijzondere
    planten en dieren.

    Te hanteren begrippen

    het eroderen, het afzetten, de waterval, de meander, het estuarium, de
    smeltende ijskap, de smeltende gletsjer
  9. AA.109 Begrijpen L5 L6 4.2.6

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    reliëf: de hellingsgraad (vertelt ons hoe steil een helling of een berg is. Het wordt
    gemeten in procent of graden)

    Te hanteren begrippen

    de hellingsgraad, het reliëf

    Voorbeelden

    • Steven maakt een fietstocht en beklimt een helling met hellingsgraad 10%.
        Hij voelt dit stevig in zijn kuiten.
    • Boerin Mieke voorkomt erosie en vangt het regenwater van steile hellingen
        op door haar gewassen in terrassen aan te leggen.
  10. AA.110 Begrijpen L6 L6 4.2.6

    Beschrijven kustprocessen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kustprocessen:
    Het kustproces is hoe de kustlijn verandert en verschillende landvormen en
    kusthabitats ontstaan door water (golfslag, eb en vloed, stromingen), wind en
    andere natuurlijke krachten. We onderscheiden volgende landvormen: landtong,
    klif, zandbank en (zand)duin en volgende kusthabitats: de duinen, het strand
    (kiezel- of zandstrand) en het koraalrif.

    Te hanteren begrippen

    het kustproces, de kustlijn, de golfslag, de zandduin, de kiezel, de landvorm, de
    landtong, de klif, de zandbank, de kusthabitat, het koraalrif

    Voorbeelden

    • Odin vertelt: “Een landtong is ontstaan uit het kustproces waar golven en
        stromingen zand en stenen verplaatsten en er een smalle uitloper van land is
        ontstaan.”
    • Friedl loopt na een hevige storm op het strand en ziet een hoge klif die
        ontstaan is door de erosie van het strand.
  11. AA.111 Gebruiken L6 L6 4.2.6

    Geven voorbeelden van landvormen en kusthabitats ontstaan door kustprocessen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Landvormen:
    • landtong
    • klif
    • zandbank
    • duin
    Kusthabitats:
    • de duinen
    • het (kiezel- of zand-)strand
    • het koraalrif

    Voorbeelden

    Landvormen:
    Fjorden, zeegrotten, rotspilaren
    Kusthabitats:
    Estuariua, slikken, schorren, wadden, delta’s, mangrovebossen
  12. AA.112 Gebruiken L6 L6 4.2.6

    Geven voorbeelden van het overleven van dieren in kusthabitats.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Overleven van dieren:
    • Zeevogels zoals meeuwen, alken en sternen nestelen op stranden en kliffen.
    • Krabben en schelpdieren zoals kokkels, mosselen en zeepokken leven op
        rotsen en in zand.
    • Zeehonden en walvissen jagen en rusten in koudere kustwateren.
  13. AA.113 Begrijpen L5 L6 4.2.6

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    vegetatie
    bodem
    klimaat
    ligging
    
    Herkennen:
    • de steppe
    • de savanne

    Te hanteren begrippen

    de savanne, de steppe
  14. AA.114 Begrijpen L6 L6 4.2.6

    Herkennen natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    vegetatie
    bodem
    klimaat
    ligging
    
    Herkennen:
    • de woestijn
    • het regenwoud

    Te hanteren begrippen

    de woestijn, het regenwoud
  15. AA.115 Begrijpen L6 L6 4.2.6

    Beschrijven het proces van woestijnvorming.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Proces van woestijnvorming:
    gebeurt wanneer een gebied langzaam verandert in een droge, onvruchtbare
    woestijn. Dit kan gebeuren door natuurlijke en menselijke invloeden.
    
    Woestijnvorming:
    natuurlijke oorzaken:
        weinig neerslag: Sommige gebieden krijgen nauwelijks regen, waardoor de
        bodem uitdroogt.
        extreme temperaturen: Sterke zon zorgt voor verdamping van water en
        droogte.
        wind en erosie: Wind blaast zand en stof weg, waardoor vruchtbare grond
        verdwijnt.
        gebergten die regen tegenhouden: Sommige woestijnen ontstaan doordat
        bergen vochtige lucht blokkeren.

    Te hanteren begrippen

    de woestijnvorming
  16. AA.116 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 4.2.2; L4 4.2.4; L6 4.2.6

    Determineren een landschap op basis van natuurlijke landschapselementen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke landschapselementen:
    • reliëf(vorm)
    • helling
    • vegetatie
    • bodem
    • water
  17. AA.117 Gebruiken L3 L4 L4 4.3.1

    Ontwerpen een schets van een landschap.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schets:
    een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
  18. AA.118 Gebruiken L5 L6 L6 4.2.6

    Geven weer hoe een landschap verandert door natuurlijke interactie.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Veranderingen door natuurlijke interactie:
    • Rivieren slijten het landschap uit
    • De zee verandert de kust
    • Gletsjers schuren U-vormige dalen uit
    • Wind vormt duinen aan de kust
    • Planten op een helling houden erosie tegen
  19. AA.119 Engageren L6 GO!-doel

    Beargumenteren het belang van het behoud en herstel van natuurlijke landschappen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen