19 doelen
vak: AA ✕ Natuurlijke landschappen ✕
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg • helling • water: de zee, het strand • vegetatie: de boom, het gras • bodem: zand
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel • helling: omhoog, omlaag • water: de zee, het strand, de plas, de vijver • vegetatie: de boom, het gras, de weide, het gazon, het bos • bodem: zand
Te hanteren begrippen
de berg, de zee, het strand, de boom, het gras, het zand, de heuvel, omhoog, omlaag, de plas, de vijver, de weide, het gazon, het bos
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei • helling: omhoog, omlaag, steil, zacht • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het gazon • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderigTe hanteren begrippen
de vallei, steil, zacht, de oceaan, de rivier, de beek, het riet, het grasland, vruchtbaar, rotsachtig, zanderig
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek • vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het gazon, het loofbos, het naaldbos • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderigTe hanteren begrippen
het loofbos, het naaldbos
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: de berg, de heuvel, de vallei, de bergketen • water: de waterval • vegetatie: loofbos, naaldbos • bodem: het zand, de klei, de leem, steenachtig
Te hanteren begrippen
de waterval, de klei, de leem, steenachtig, de bergketen
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf: het zeeniveau, de horizonlijn, de hoogte, het hoogteverschil • water: de zee, het strand, de plas, de vijver, de oceaan, de rivier, de beek, de waterval • vegetatie: loofbos, naaldbos • bodem: vruchtbaar, rotsachtig, zanderig, het zand, de klei, de leem, steenachtigTe hanteren begrippen
het zeeniveau, de horizonlijn, het hoogteverschil, het reliëf, de helling, de vegetatie, de bodem
-
Beschrijven de loop van de rivier.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Loop van de rivier: typische kenmerken van beneden-, midden- en bovenloop van rivieren: de bovenloop: Dit is het eerste stuk van de rivier en wordt ‘bovenloop’ genoemd omdat veel rivieren in de bergen ontspringen. Sommige ontstaan ook in meren, moerassen of uit bronnen in de grond. kenmerken: stroomt meestal snel en krachtig kan diepe kloven en valleien vormen in de bergen de middenloop: Het water stroomt hier minder snel en begint bochten (meanders) te maken. kenmerken: rivier wordt breder en langzamer vlakker landschap langs de rivier liggen vaak dorpen, steden en landbouwgebieden de benedenloop: Dit is het laatste deel, waar de rivier heel breed wordt. kenmerken: langzame stroom, soms met moerassen of plassen kan grote delta's vormen voordat het de zee bereikt soms zie je een getijdenrivier, waarbij eb en vloed invloed hebben op de stromingTe hanteren begrippen
de bron, de bovenloop, de middenloop, de benedenloop, de monding, de delta
-
Beschrijven het proces van riviervorming.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Riviervorming: Een rivier begint bij een bron. Dit kan zijn: smeltend ijs van een gletsjer hoog in de bergen regenwater dat zich verzamelt in kleine stroompjes ondergrondse bronnen waar water uit de aarde omhoogkomt Er ontstaan ook nieuwe rivieren door het smelten van de ijskap, bv. in Groenland (als gevolg van de klimaatverandering) Kleine stroompjes komen samen en worden steeds breder en krachtiger. Dit water snijdt een pad door de bergen en valleien. Op hun pad meanderen (kronkelen) ze doorheen het landschap waarbij ze de ene oever eroderen (uitslijten) en op de andere oever wordt materie (slib, gesteenten) afgezet. Uiteindelijk mondt een rivier uit in een estuarium. Een estuarium is een overgangsgebied tussen een rivier en de zee, waar zoet rivierwater en zout zeewater zich mengen. Dit zorgt voor unieke natuurgebieden met bijzondere planten en dieren.Te hanteren begrippen
het eroderen, het afzetten, de waterval, de meander, het estuarium, de smeltende ijskap, de smeltende gletsjer
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: reliëf: de hellingsgraad (vertelt ons hoe steil een helling of een berg is. Het wordt gemeten in procent of graden)
Te hanteren begrippen
de hellingsgraad, het reliëf
Voorbeelden
• Steven maakt een fietstocht en beklimt een helling met hellingsgraad 10%. Hij voelt dit stevig in zijn kuiten. • Boerin Mieke voorkomt erosie en vangt het regenwater van steile hellingen op door haar gewassen in terrassen aan te leggen. -
Beschrijven kustprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kustprocessen: Het kustproces is hoe de kustlijn verandert en verschillende landvormen en kusthabitats ontstaan door water (golfslag, eb en vloed, stromingen), wind en andere natuurlijke krachten. We onderscheiden volgende landvormen: landtong, klif, zandbank en (zand)duin en volgende kusthabitats: de duinen, het strand (kiezel- of zandstrand) en het koraalrif.
Te hanteren begrippen
het kustproces, de kustlijn, de golfslag, de zandduin, de kiezel, de landvorm, de landtong, de klif, de zandbank, de kusthabitat, het koraalrif
Voorbeelden
• Odin vertelt: “Een landtong is ontstaan uit het kustproces waar golven en stromingen zand en stenen verplaatsten en er een smalle uitloper van land is ontstaan.” • Friedl loopt na een hevige storm op het strand en ziet een hoge klif die ontstaan is door de erosie van het strand. -
Geven voorbeelden van landvormen en kusthabitats ontstaan door kustprocessen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Landvormen: • landtong • klif • zandbank • duin Kusthabitats: • de duinen • het (kiezel- of zand-)strand • het koraalrif
Voorbeelden
Landvormen: Fjorden, zeegrotten, rotspilaren Kusthabitats: Estuariua, slikken, schorren, wadden, delta’s, mangrovebossen
-
Geven voorbeelden van het overleven van dieren in kusthabitats.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Overleven van dieren: • Zeevogels zoals meeuwen, alken en sternen nestelen op stranden en kliffen. • Krabben en schelpdieren zoals kokkels, mosselen en zeepokken leven op rotsen en in zand. • Zeehonden en walvissen jagen en rusten in koudere kustwateren. -
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: vegetatie bodem klimaat ligging Herkennen: • de steppe • de savanne
Te hanteren begrippen
de savanne, de steppe
-
Herkennen natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: vegetatie bodem klimaat ligging Herkennen: • de woestijn • het regenwoud
Te hanteren begrippen
de woestijn, het regenwoud
-
Beschrijven het proces van woestijnvorming.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Proces van woestijnvorming: gebeurt wanneer een gebied langzaam verandert in een droge, onvruchtbare woestijn. Dit kan gebeuren door natuurlijke en menselijke invloeden. Woestijnvorming: natuurlijke oorzaken: weinig neerslag: Sommige gebieden krijgen nauwelijks regen, waardoor de bodem uitdroogt. extreme temperaturen: Sterke zon zorgt voor verdamping van water en droogte. wind en erosie: Wind blaast zand en stof weg, waardoor vruchtbare grond verdwijnt. gebergten die regen tegenhouden: Sommige woestijnen ontstaan doordat bergen vochtige lucht blokkeren.Te hanteren begrippen
de woestijnvorming
-
Determineren een landschap op basis van natuurlijke landschapselementen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijke landschapselementen: • reliëf(vorm) • helling • vegetatie • bodem • water
-
Ontwerpen een schets van een landschap.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schets: een schematische voorstelling van natuurlijke aspecten
-
Geven weer hoe een landschap verandert door natuurlijke interactie.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Veranderingen door natuurlijke interactie: • Rivieren slijten het landschap uit • De zee verandert de kust • Gletsjers schuren U-vormige dalen uit • Wind vormt duinen aan de kust • Planten op een helling houden erosie tegen
-
Beargumenteren het belang van het behoud en herstel van natuurlijke landschappen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten › Landschappen, landschapselementen en relaties › Natuurlijke landschappen