Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

3 doelen

CSV downloaden filters wissen

Figuurlijk taalgebruik ✕

  1. NL.498 Begrijpen K3 L1 L2 L4 1.4.3

    Herkennen in lees- en luistersituaties de figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Figuurlijk taalgebruik

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Figuurlijke betekenis:
    uitdrukkingen

    Voorbeelden

    figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen:
    • Het hoofdpersonage in het luisterverhaal wordt ‘een brave Hendrik’ genoemd. De
        meester legt uit dat dit een uitdrukking is voor een gehoorzaam iemand die zich
        netjes aan de regels houdt.
    • De juf leest een verhaal voor waarin wordt verteld dat een personage ‘met hart en
        ziel’ haar werk deed. Ze legt uit dat dit een gezegde is en dat het betekent dat het
        personage haar werk heel graag doet.
    • De juf leest een verhaal voor over ‘een buitenbeentje’. Ze legt uit dat het een
        uitdrukking is voor iemand die een beetje anders dan anderen is.
    • In de tekst lezen de kinderen dat prinses Elisabeth ‘blauw bloed’ heeft. De
        leerkracht legt uit dat prinses Elisabeth haar bloed niet blauw van kleur is, maar dat
        het een gezegde is dat betekent dat zij van adel is en dus geboren is in een
        voorname familie.
  2. NL.499 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.4.3; L6 1.4.3

    Begrijpen in lees- en luistersituaties de letterlijke en figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Figuurlijk taalgebruik

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Figuurlijke betekenis:
    uitdrukkingen

    Te hanteren begrippen

    letterlijk, figuurlijk, de uitdrukking, het figuurlijk taalgebruik

    Voorbeelden

    Figuurlijke betekenis:
    • In het beluisterde nieuwsbericht horen de kinderen een geïnterviewd persoon
        zeggen: ‘Genoeg is genoeg!’. Ze denken samen na over de betekenis van deze
        uitdrukking en komen tot de conclusie dat het betekent dat die persoon het beu is.
    • De kinderen beluisteren een interview met een bekend persoon. Als antwoord op
        een vraag van de interviewer antwoordt de persoon: ‘Dat is de hamvraag.’ De
        leerkracht verduidelijkt dat de ‘hamvraag’ de vraag is waar het allemaal om draait.
    • In een aflevering van het jeugdjournaal zegt de sportjournalist dat de atleet ‘de
        handdoek in de ring gooit’. De meester legt uit dat dit spreekwoord betekent dat de
        atleet het opgeeft en niet verder deelneemt aan de wedstrijd.
    • In de tekst lezen de kinderen dat het hoofdpersonage ‘groen’ is. De leerkracht legt
        uit dat ‘groen’ meerdere betekenissen kan hebben. Groen is letterlijk een kleur.
        Maar het kan figuurlijk als betekenis jong of milieubewust hebben.
    • Aan het einde van het verhaal leest Timon: ‘na regen komt zonneschijn’. Hij zoekt
        het spreekwoord op in het online spreekwoordenboek en komt te weten dat het
        betekent dat na alle tegenslag alles weer goed komt.
  3. NL.500 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.4.3; L6 1.4.3

    Reflecteren over de figuurlijke betekenis van woorden en woordgroepen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Woordenschat › Betekenissen van woorden › Figuurlijk taalgebruik

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren:
    • met elkaar
    • in verschillende lees- en luistercontexten