Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

263 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Meten en metend rekenen ✕

  1. WI.440 Begrijpen K2 K3 L1 GO!-doel

    Herkennen de relativiteit van lengte, inhoud, massa en oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Laura vertelt: “Ik ben klein, mijn mama is groot. Ik ben groot, mijn zusje is klein.”
    • Hannes weet: “De aardbei is licht en de sinaasappel zwaar. De sinaasappel is licht en
        de meloen zwaar.”
  2. WI.441 Begrijpen K3 L1 GO!-doel

    Illustreren de relativiteit van volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Janneke vertelt: “De knuffel neemt veel plaats in in mijn schooltas. De knuffel neemt
    niet veel plaats in in de klas.”
  3. WI.442 Begrijpen K3 L1 KO 2.3.1; KO 2.3.3; L4 2.3.1

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • We meten geen objecten maar grootheden van objecten.
    • Bij een meting gaan we na hoe vaak de natuurlijke maateenheid in de te meten
        grootheid gaat.
    • principe van samenstellen

    Voorbeelden

    Grootheden meten:
    We meten geen aquarium, maar de lengte, de inhoud en de massa van een aquarium.
    Principe van samenstellen:
    De kinderen beseffen dat 2 (of meer) touwen samen even lang kunnen zijn als 1 lang
    touw of dat een emmer gevuld kan worden door de inhoud van verschillende
    waterflesjes en verschillende bekers samen te voegen.
  4. WI.443 Begrijpen L2 L3 L4 L4 2.3.1; L4 2.3.2

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • Bij een meting gaan we na hoe vaak de maateenheid in de te meten grootheid gaat
        (meten als een verhouding).
    • Elk meetresultaat is een benadering. Verfijning van maten leidt tot nauwkeuriger
        meten.
    • Om meetresultaten te vergelijken, is het nodig dat we ze in dezelfde maateenheid
        uitdrukken.
    • Standaardmaten zijn noodzakelijk voor het eenduidig uitvoeren en vergelijken van
        metingen.
  5. WI.444 Begrijpen L4 L5 L6 L4 2.3.1

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • De standaardmaateenheden berusten op afspraken en staan in een vaste
        verhouding tot elkaar. Ze vormen een systeem: het metriek stelsel.
  6. WI.445 Begrijpen L6 L6 2.3.2

    Illustreren meetinzichten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetinzichten:
    • Onderscheid tussen een verhoudingsmeting (lengte, massa, tijdsduur) en een
        intervalmeting (temperatuur en tijdstip).

    Voorbeelden

    Emilia vertelt: “Een lengte van 20 cm is dubbel zo groot als een lengte van 10 cm. Een
    temperatuur van 20°C is niet dubbel zo warm als een temperatuur van 10°C.”
  7. WI.446 Begrijpen K3 L1 L2 KO 2.3.2

    Beschrijven dat lengte, massa en oppervlakte bij manipulatie en inhoud bij overgieten in een reservoir met andere vorm gelijk blijven.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijk blijven:
    conservatieprincipe
  8. WI.447 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.1; L4 2.3.3

    Beschrijven het verband tussen de maateenheid en het maatgetal.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verband:
    maat = maatgetal + maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de maat, de maateenheid, het maatgetal

    Voorbeelden

    Verband maateenheid en maatgetal:
    • Hoe groter de vellen papier waarmee we de oppervlakte van de tafel meten, hoe
        minder we er nodig hebben.
    • Als de maateenheid honderd keer groter wordt, wordt het maatgetal honderd keer
        kleiner
  9. WI.448 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.16; L4 2.3.24; L6 2.3.6

    Schatten een grootheid

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde
    maateenheid
    met behulp van een referentiemaat/referentiepunt
    
    Grootheid:
    lengte, inhoud, massa en oppervlakte

    Voorbeelden

    Samengestelde maateenheid:
    Kas schat de hoogte van de boekenkast: “Die lijkt me ongeveer 1 m 80 cm want net iets
    kleiner dan de deur van 2 m (mijn referentiepunt)”
  10. WI.449 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.16; L4 2.3.24; L6 2.3.6

    Vergelijken het meetresultaat met de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meetresultaat:
    met een reeds verkende gestandaardiseerde enkelvoudige of samengestelde
    maateenheid
    
    Grootheid:
    lengte, inhoud, massa en oppervlakte

    Voorbeelden

    Samengestelde maateenheid:
    Kas meet de hoogte van de boekenkast, nl. 1 m 86 cm en vergelijkt dit met zijn
    schatting, nl. 1 m 80 cm.
  11. WI.450 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.5

    Gebruiken een verhoudingstabel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    voor berekening met recht evenredige grootheden en vaste verhoudingen
  12. WI.451 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.3

    Meten indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Indirect:
    • door een andere grootheid te meten.
    • door berekeningen te maken.
    • door een verhoudingstabel of een formule te gebruiken voor samengestelde
        grootheden.

    Voorbeelden

    Een andere grootheid meten:
    1 uur lopen komt overeen met een afstand van 8 km.
    Berekeningen maken:
    Ik wil weten hoeveel dit koekje weegt maar het is te licht om nauwkeurig te kunnen
    wegen. Ik weeg 20 koekjes en deel het resultaat door 20.
    Verhoudingstabel gebruiken:
    Ik wil weten hoeveel afstand ik afgelegd heb op 3 uur wandelen, zonder de afstand
    rechtstreeks te meten. Ik weet dat ik aan een gemiddelde snelheid van 5 km/u wandel,
    dus kan ik de afstand indirect meten, nl. 15 km.
  13. WI.452 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.4; L6 2.3.1

    Tonen een juiste meethouding.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Meetinzichten en -vaardigheden.

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Juiste meethouding:
    • gebruik van gepaste meetinstrumenten en geschikte maateenheden
    • nauwkeurige meting
    • meetresultaten in functie van de gewenste nauwkeurigheid (inclusief afronding)
    • weergave van het resultaat met de juiste eenheden
    • ordening van meetresultaten
  14. WI.453 Begrijpen K1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven de lengte van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    kort, lang, klein, groot
  15. WI.454 Gebruiken K1 KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    op het zicht
    objecten die veel van elkaar verschillen qua lengte
  16. WI.455 Gebruiken K2 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door uit te lijnen

    Te hanteren begrippen

    even …, hoog, laag, ver(af), dicht(bij), dun, dik, langer, korter, hoger, lager, dunner,
    dikker, langste, kortste, hoogste, laagste, dunste, dikste, kleiner, groter, kleinste,
    grootste
  17. WI.456 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door uit te lijnen

    Te hanteren begrippen

    verder(af), dichter(bij), verste (bij), dichtste (bij), breed, smal, breder, smaller, breedste,
    smalste
  18. WI.457 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.5

    Veranderen de lengte van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 lengtes (on)gelijk maken
  19. WI.458 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren objecten volgens lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door uit te lijnen

    Te hanteren begrippen

    van... naar...
  20. WI.459 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.5

    Vergelijken de lengte van twee objecten indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met een hulpmiddel (dezelfde natuurlijke maateenheid)

    Voorbeelden

    Tim en Danny vergelijken de hoogte van 2 blokkentorens die ver van elkaar staan door
    een touw te gebruiken.
  21. WI.460 Begrijpen K1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven de inhoud van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    vol, leeg, veel, weinig
  22. WI.461 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de inhoud van twee identieke reservoirs.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    op het zicht

    Te hanteren begrippen

    even…, meer, minder, meest(e), minst(e), bijna (vol/leeg)
  23. WI.462 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.5

    Veranderen de inhoud van een reservoir.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 inhouden (on)gelijk maken
  24. WI.463 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren identieke reservoirs volgens inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    op het zicht

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  25. WI.464 Gebruiken K3 KO 2.3.5

    Vergelijken de inhoud van twee verschillende reservoirs indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met behulp van twee identieke reservoirs
  26. WI.465 Gebruiken L1 KO 2.3.5

    Vergelijken de inhoud van twee verschillende reservoirs indirect.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met behulp van één reservoir
  27. WI.466 Begrijpen K1 KO 2.3.7; KO 2.3.8

    Beschrijven de massa van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    licht, zwaar
  28. WI.467 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.7; KO 2.3.8

    Vergelijken de massa van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    door te voelen

    Te hanteren begrippen

    even…, lichter, zwaarder, lichtste, zwaarste
  29. WI.468 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.8

    Vergelijken de massa van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met een balans
  30. WI.469 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.8

    Veranderen de massa van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 massa’s (on)gelijk maken
  31. WI.470 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.7; KO 2.3.8

    Seriëren objecten volgens massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    met een balans

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  32. WI.471 Begrijpen K1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven de oppervlakte van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    groot, klein
  33. WI.472 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken de oppervlakte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • objecten die veel van elkaar verschillen qua oppervlakte

    Te hanteren begrippen

    groter, grootste, kleiner, kleinste
  34. WI.473 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.5

    Vergelijken de oppervlakte van objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • op het zicht
    • door ze naast of op elkaar te leggen
  35. WI.474 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.5

    Veranderen een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • wegnemen of toevoegen (samenstellen).
    • 2 oppervlaktes (on)gelijk maken
  36. WI.475 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren objecten volgens oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    op het zicht

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  37. WI.476 Gebruiken L1 KO 2.3.5

    Vergelijken indirect de oppervlakte van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    met een hulpmiddel (dezelfde natuurlijke maateenheid)

    Voorbeelden

    Greet vergelijkt de oppervlakte van 2 affiches van verschillende grootte die aan de muur
    hangen door een stuk inpakpapier te gebruiken.
  38. WI.477 Begrijpen K3 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Beschrijven het volume van een object.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    (niet) diep, breed, smal, groot, klein
  39. WI.478 Gebruiken K3 L1 L2 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Vergelijken het volume van twee objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    door ze naast elkaar, op elkaar of in elkaar te passen

    Te hanteren begrippen

    even…, dieper, diepste, breder, breedste, smaller, smalste, groter, kleiner, grootste,
    kleinste
  40. WI.479 Gebruiken K3 L1 L2 KO 2.3.5

    Veranderen een volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Veranderen:
    • door wegnemen of toevoegen (samenstellen)
    • 2 volumes (on)gelijk maken

    Voorbeelden

    Mogane boetseert een hond. Ze heeft niet genoeg klei. Ze moet het ‘volume’ van de klei
    vermeerderen om ook nog de staart te kunnen maken.
  41. WI.480 Gebruiken K3 L1 L2 KO 2.3.4; KO 2.3.5

    Seriëren objecten volgens volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Seriëren natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    • op het zicht
    • door ze naast elkaar, op elkaar of in elkaar te passen

    Te hanteren begrippen

    van … naar …
  42. WI.481 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Schatten een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  43. WI.482 Gebruiken K3 KO 2.3.6

    Meten een lengte met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    schematische notatie (metingen tot en met 10)

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    Beginnen bij de startstreep, meten in een rechte lijn.
  44. WI.483 Gebruiken L1 KO 2.3.6; L4 2.3.14

    Meten een lengte met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    met de meest geschikte natuurlijke maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de lengte
  45. WI.484 Begrijpen L1 KO 2.3.6

    Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Het potlood van Anouk is even lang als twee grote paperclips en één kleine.
  46. WI.485 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Lengte

  47. WI.486 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Schatten een inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  48. WI.487 Gebruiken K3 KO 2.3.6

    Meten een inhoud met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    schematische notatie (metingen tot en met 10)

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    overgieten zonder morsen, de kleine bekers altijd even vol doen, ...
  49. WI.488 Gebruiken L1 KO 2.3.6; L4 2.3.14

    Meten een inhoud met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    met de meest geschikte natuurlijke maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de inhoud
  50. WI.489 Begrijpen L1 KO 2.3.6

    Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Viviane vertelt: “De fles bevat 3 grote bekers en 1 kleine beker water.”
  51. WI.490 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.6

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Inhoud

  52. WI.491 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.9

    Schatten een massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  53. WI.492 Gebruiken K3 KO 2.3.9

    Meten een massa met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    schematische notatie (metingen tot en met 10)

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    Ik controleer of de schaaltjes leeg zijn vooraleer ik met de balans begin te wegen. Ik zorg
    ervoor dat de weegschaal perfect in balans staat.
  54. WI.493 Gebruiken L1 KO 2.3.9; L4 2.3.22

    Meten een massa met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie
    met de meest geschikte natuurlijke maateenheid

    Te hanteren begrippen

    de massa, de balans, de weegschaal
  55. WI.494 Begrijpen L1 KO 2.3.9

    Drukken een meetresultaat uit in een samengestelde, natuurlijke maat.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Amanda zegt: “De tros druiven is even zwaar als 1 groot en 1 klein blok.”
  56. WI.495 Gebruiken K3 L1 KO 2.3.9

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Massa

  57. WI.496 Gebruiken K3 L1 GO!-doel

    Schatten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden
  58. WI.497 Gebruiken K3 L1 GO!-doel

    Meten een oppervlakte met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een correcte meetstrategie

    Voorbeelden

    Correcte meetstrategie:
    Ik gebruik maten van gelijke grootte (bv. Post-its). Ik zorg dat er geen overlap is.
  59. WI.498 Gebruiken L2 GO!-doel

    Schatten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    • een vierkant
    • een rechthoek
    Schatten:
    • met natuurlijke maateenheden
  60. WI.499 Gebruiken L2 L4 2.3.15

    Meten de oppervlakte van objecten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    • een vierkant
    • een rechthoek
    Meten:
    • met natuurlijke maateenheden
    • met een doorschijnend roosterpatroon
  61. WI.500 Begrijpen L2 L3 L4 2.3.8; L4 2.3.14

    Verwoorden wat bedoeld wordt met oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    geeft aan hoe groot een vlak is

    Te hanteren begrippen

    de oppervlakte
  62. WI.501 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.15

    Schatten de oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    • een veelhoek
    • grillige figuren
    
    Schatten:
    op roosterpapier
  63. WI.502 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.15

    Meten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met roosterpapier
    met een correcte meetstrategie
    
    Oppervlakte:
    inclusief grillige figuren
  64. WI.503 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.15

    Tekenen een vlakke figuur met een gegeven oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gegeven oppervlakte:
    in aantal ‘hokjes’ op een roosterpapier
  65. WI.504 Gebruiken L3 L4 2.3.15

    Vergelijken de oppervlakte van vlakke figuren met elkaar.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    in aantal ‘hokjes’ op een roosterpapier
    
    Vlakke figuren:
    met gelijke oppervlakte maar verschillende vorm
  66. WI.505 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.9

    Verwoorden dat figuren met dezelfde oppervlakte niet altijd dezelfde vorm hebben.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

  67. WI.506 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.9

    Verwoorden dat de oppervlakte van een figuur niet verandert door omstructureren.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

  68. WI.507 Gebruiken L2 L3 L4 L4 2.3.15

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Oppervlakte

  69. WI.508 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.15

    Schatten een volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met natuurlijke maateenheden.
  70. WI.509 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.15

    Meten een volume met natuurlijke maateenheden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met kubussen
    met de meest geschikte, natuurlijke maateenheid
    met een correcte meetstrategie

    Voorbeelden

    Jona zegt: “Ik gebruik kubussen om het volume van twee dozen te meten. Ik tel de
    kubussen.”
  71. WI.510 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.15

    Vergelijken het meetresultaat met het resultaat van de schatting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Volume

  72. WI.511 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.11; L6 2.3.13

    Verwoorden wat bedoeld wordt met volume.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Volume:
    is de plaats die iets inneemt in een ruimte

    Te hanteren begrippen

    het volume
  73. WI.512 Gebruiken L5 L6 L4 2.3.15

    Beschrijven het volume van een balk.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Meten natuurlijke maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    in termen van het aantal kubussen in het grondvlak en van het aantal lagen
  74. WI.513 Begrijpen L2 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een centimeter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de centimeter
  75. WI.514 Gebruiken L2 L4 2.3.13; L4 2.3.15

    Meten een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in centimeter (< 100 cm)
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Lengte:
    • inclusief ronde voorwerpen, gebroken lijnstukken of gebogen lijnen
    • inclusief omtrek
    
    Wiskundige notatie:
    cm

    Te hanteren begrippen

    de lengte, de omtrek, meten
  76. WI.515 Gebruiken L2 L4 2.3.15

    Tekenen een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    in centimeter

    Voorbeelden

    Annabelle kreeg de opdracht om een lijn(stuk) van 8 cm te tekenen.
  77. WI.516 Begrijpen L2 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een meter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de meter
  78. WI.517 Gebruiken L2 L4 2.3.13; L4 2.3.14; L4 2.3.15

    Meten een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in meter, cm, m en cm (< 100 m)
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Lengte:
    • inclusief omtrek
    • inclusief afstand
    • inclusief hoogte
    • inclusief diepte
    
    Wiskundige notatie:
    m

    Te hanteren begrippen

    de afstand, de hoogte, de diepte, de omtrek
  79. WI.518 Begrijpen L2 L4 2.3.6

    Verwoorden de onderlinge relatie tussen meter en centimeter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

  80. WI.519 Begrijpen L3 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een millimeter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de millimeter
  81. WI.520 Gebruiken L3 l4; 2.3.13; L4 2.3.15

    Meten een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in millimeter, cm, m, cm en mm, m en cm
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Lengte:
    inclusief omtrek, afstand, hoogte, diepte
    
    Wiskundige notatie:
    mm
  82. WI.521 Gebruiken L3 L4 2.3.15

    Tekenen een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    in mm, cm en mm
    met één of twee maateenheden

    Voorbeelden

    De meester vraagt aan Lina om een lijn(stuk) van 3cm en 4mm te tekenen.
  83. WI.522 Begrijpen L3 L4 2.3.6

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen millimeter, centimeter en meter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

  84. WI.523 Begrijpen L3 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een kilometer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de kilometer
  85. WI.524 Gebruiken L3 L4 2.3.13; L4 2.3.15

    Meten een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in kilometer, km en m
    met een gepast meetinstument
    met een correcte meetstrategie
    
    Lengte:
    • inclusief afstand
    
    Wiskundige notatie:
    km

    Te hanteren begrippen

    halve, kwart, anderhalve
  86. WI.525 Begrijpen L3 L4 2.3.6

    Verwoorden de onderlinge relatie tussen meter en kilometer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

  87. WI.526 Begrijpen L4 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een decimeter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de decimeter
  88. WI.527 Gebruiken L4 L4 2.3.13; L4 2.3.14; L4 2.3.15

    Meten een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in decimeter, m, cm, mm en combinaties
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Lengte:
    • inclusief omtrek, afstand, hoogte, diepte
    
    Wiskundige notatie:
    dm

    Te hanteren begrippen

    de afstand, de hoogte, de diepte
  89. WI.528 Gebruiken L4 L4 2.3.15

    Tekenen een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    in dm, cm, mm en combinaties

    Voorbeelden

    Hannelore tekent een lijn(stuk) van 2 cm en 5 mm.
  90. WI.529 Begrijpen L4 L4 2.3.6

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen millimeter, centimeter, decimeter en meter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

  91. WI.530 Begrijpen L4 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een lengte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lengte:
    • decameter
    • hectometer
    
    Wiskundige notatie:
    dam
    hm

    Te hanteren begrippen

    de decameter, de hectometer
  92. WI.531 Begrijpen L4 L4 2.3.6

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen meter, decameter, hectometer en kilometer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Lengte

  93. WI.532 Begrijpen L2 L4 2.3.10; L4 2.3.14

    Illustreren wat bedoeld wordt met inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inhoud:
    is de hoeveelheid (vloei)stof die een recipiënt kan bevatten

    Te hanteren begrippen

    de inhoud
  94. WI.533 Begrijpen L2 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een liter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de liter
  95. WI.534 Gebruiken L2 L4 2.3.13; L4 2.3.15

    Meten een inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in liter
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Wiskundige notatie:
    l
  96. WI.535 Begrijpen L3 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een centiliter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de centiliter
  97. WI.536 Gebruiken L3 L4 2.3.13; L4 2.3.15

    Meten een inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in centiliter
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Wiskundige notatie:
    cl
  98. WI.537 Gebruiken L3 L4 2.3.15

    Passen met een meetinstrument een hoeveelheid in centiliter af.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Johannes giet 5 cl in de maatbeker.
  99. WI.538 Begrijpen L3 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een milliliter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de milliliter
  100. WI.539 Gebruiken L3 L4 2.3.13; L4 2.3.15

    Meten een inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in milliliter, l, cl, l en cl, l en ml
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Wiskundige notatie:
    ml

    Te hanteren begrippen

    halve, kwart, anderhalve
  101. WI.540 Gebruiken L3 L4 2.3.15

    Passen met een meetinstrument een hoeveelheid in milliliter af.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Yamila giet 500 ml melk in de maatbeker.
  102. WI.541 Begrijpen L3 L4 2.3.6

    Verwoorden de onderlinge relatie tussen milliliter, centiliter en liter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

  103. WI.542 Begrijpen L4 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een deciliter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de deciliter
  104. WI.543 Gebruiken L4 L4 2.3.13; L4 2.3.14; L4 2.3.15

    Meten een inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    in deciliter, l, cl, ml en combinaties
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Wiskundige notatie:
    dl

    Te hanteren begrippen

    de inhoud
  105. WI.544 Gebruiken L4 L4 2.3.15

    Passen met een meetinstrument een hoeveelheid in deciliter af.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Molly giet 5 dl water in de maatbeker.
  106. WI.545 Begrijpen L5 L6 2.3.6; L6 2.3.12

    Beschrijven een referentiemaat voor een inhoud.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inhoud:
    • decaliter
    • hectoliter
    • kiloliter
    
    Wiskundige notatie:
    dal, hl, kl

    Te hanteren begrippen

    de decaliter, de hectoliter, de kiloliter
  107. WI.546 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.8; L6 2.3.13

    Duiden het volume als een driedimensionale grootheid.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Driedimensionaal:
    • 1cm3: volume van een kubus met een ribbe van 1 cm
    • 1dm3: volume van een kubus met een ribbe van 1 dm
    • 1 m3: volume van een kubus met een ribbe van 1 m
    
    Wiskundige notatie:
    cm3, dm3, m3

    Te hanteren begrippen

    het volume, de kubieke centimeter, de kubieke decimeter, de kubieke meter, de kuub
  108. WI.547 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.6; L6 2.3.12

    Beschrijven een referentiemaat voor een kubieke centimeter, kubieke decimeter en kubieke meter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Volume

  109. WI.548 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.4

    Verwoorden de onderlinge relatie tussen m³, dm³ en cm³

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • 1 dm³ = 1 000 cm³
    • 1m³ = 1 000 dm³ = 1 000 000 cm³
  110. WI.549 Begrijpen L6 L6 2.3.9; L6 2.3.19

    Verwoorden het verband tussen volumematen, inhoudsmaten en massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verband:
    bij water
    1dm³ = 1 kg = 1 l

    Voorbeelden

    Joyka vertelt dat 1 dm³ de ruimte is die door 1 l water wordt ingenomen.
  111. WI.550 Gebruiken L6 L6 2.3.15

    Zetten een inhoudsmaat naar een volumemaat om en omgekeerd.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    met inbegrip van kennis van de referentiematen voor inhoud

    Voorbeelden

    Omzetten:
    In ons zwembad kan 35 000 l water. We moeten 35 000 dm³ of 35 m³ of 35 kuub water
    betalen aan de watermaatschappij. Dat zijn 35 kubussen van 1m op 1m op 1m, gevuld
    met water.
  112. WI.551 Begrijpen L2 L4 2.3.20; L4 2.3.21

    Beschrijven een referentiemaat voor een kilogram.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de kilogram
  113. WI.552 Gebruiken L2 L4 2.3.21; L4 2.3.23; L4 2.3.22

    Wegen een massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wegen:
    in kilogram
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    Wiskundige notatie:
    kg

    Te hanteren begrippen

    de massa, wegen
  114. WI.553 Begrijpen L3 L4 2.3.20; L4 2.3.21

    Beschrijven een referentiemaat voor een gram.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de gram
  115. WI.554 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.21; L4 2.3.22; L4 2.3.23

    Wegen een massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wegen:
    in gram, kg en g
    • tot 0,01 kg nauwkeurig
    met een gepast meetinstrument
    met een correcte meetstrategie
    
    Wiskundige notatie:
    g

    Te hanteren begrippen

    halve, kwart, anderhalve, de balans, de weegschaal
  116. WI.555 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.19

    Verwoorden de onderlinge relatie tussen kilogram en gram.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

  117. WI.556 Begrijpen L4 L4 2.3.20; L4 2.3.21

    Beschrijven een referentiemaat voor een massa.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Massa:
    • decagram
    • hectogram
    
    Wiskundige notatie:
    dag, hg

    Te hanteren begrippen

    de decagram, de hectogram
  118. WI.557 Begrijpen L4 L4 2.3.19

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen gram, decagram, hectogram en kilogram.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

  119. WI.558 Begrijpen L5 L6 2.3.20

    Beschrijven een referentiemaat voor een ton.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wiskundige notatie:
    t

    Te hanteren begrippen

    de ton
  120. WI.559 Begrijpen L5 L4 2.3.19

    Verwoorden de onderlinge relatie tussen kilogram en ton.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

  121. WI.560 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.20; L6 2.3.22

    Berekenen bruto, netto of tarra.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    als twee van de drie massa’s gegeven zijn

    Te hanteren begrippen

    bruto, netto, tarra
  122. WI.561 Begrijpen L4 L4 2.3.8; L4 2.3.14

    Duiden de oppervlakte als een tweedimensionale grootheid.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tweedimensionaal:
    1cm2: oppervlakte van een vierkant met een zijde van 1 cm
    
    Wiskundige notatie:
    cm²

    Te hanteren begrippen

    de oppervlakte
  123. WI.562 Begrijpen L4 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een vierkante centimeter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de vierkante centimeter
  124. WI.563 Begrijpen L4 L4 2.3.9

    Illustreren dat één vierkante centimeter niet vierkant van vorm moet zijn.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

  125. WI.564 Gebruiken L4 L4 2.3.15

    Meten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    aan de hand van een roosterpapier met hokjes van 1 cm²
    met een correcte meetstrategie
  126. WI.565 Gebruiken L4 L4 2.3.15

    Tekenen figuren aan de hand van een gegeven oppervlakte in cm² .

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    op roosterpapier met hokjes van 1 cm²
  127. WI.566 Begrijpen L4 L4 2.3.8

    Duiden de oppervlakte als een tweedimensionale grootheid.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tweedimensionaal:
    1 m²: de oppervlakte van een vierkant met een zijde van 1 meter
    
    Wiskundige notatie:
    m²
  128. WI.567 Begrijpen L4 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een vierkante meter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de vierkante meter
  129. WI.568 Begrijpen L4 L4 2.3.9

    Illustreren dat één vierkante meter niet vierkant van vorm moet zijn.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

  130. WI.569 Gebruiken L4 L4 2.3.16

    Meten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    aan de hand van een zelf ontwikkelde pasvorm van 1 m²
    met een correcte meetstrategie
  131. WI.570 Begrijpen L4 L4 2.3.8

    Duiden de oppervlakte als een tweedimensionale grootheid.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tweedimensionaal:
    1 dm²: de oppervlakte van een vierkant met een zijde van 1 decimeter
    
    Wiskundige notatie:
    dm²
  132. WI.571 Begrijpen L4 L4 2.3.7; L4 2.3.13

    Beschrijven een referentiemaat voor een vierkante decimeter.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de vierkante decimeter
  133. WI.572 Begrijpen L4 L4 2.3.9

    Illustreren dat één vierkante decimeter niet vierkant van vorm moet zijn.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

  134. WI.573 Gebruiken L4 L4 2.3.15

    Meten een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    aan de hand van een zelf ontwikkelde pasvorm van 1 dm²
    met een correcte meetstrategie
  135. WI.574 Gebruiken L4 L4 2.3.15

    Tekenen figuren aan de hand van een gegeven oppervlakte in dm².

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

  136. WI.575 Begrijpen L4 L4 2.3.6

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen m², dm² en cm².

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

  137. WI.576 Begrijpen L5 L6 2.3.6; L6 2.3.12

    Beschrijven een referentiemaat voor een oppervlakte.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakte:
    • vierkante decameter
    • vierkante hectometer
    
    Wiskundige notatie:
    dam², hm²

    Te hanteren begrippen

    de vierkante decameter, de vierkante hectometer
  138. WI.577 Begrijpen L6 GO!-doel

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen landmaten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relatie:
    • 1 ca = 1 m²
    • 1 a = 1 dam²
    • 1 ha = 1 hm²
    
    Wiskundige notatie:
    a, ha, ca

    Te hanteren begrippen

    de are, de hectare, de centiare
  139. WI.578 Begrijpen L6 L6 2.3.7

    Beschrijven een referentiemaat voor 1 are en voor 1 hectare.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

  140. WI.579 Gebruiken L6 GO!-doel

    Gebruiken de best passende landmaat.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Gestandaardiseerde maateenheden › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    in een betekenisvolle context

    Voorbeelden

    Guilaume vertelt dat zijn terras 12 ca groot is en het park 3 ha groot is.
  141. WI.580 Gebruiken L4 L4 2.3.6; L4 2.3.17

    Voeren zinvolle herleidingen uit met lengtematen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lengtematen:
    enkelvoudige maten
    binnen de natuurlijke getallen tot en met 10 000
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal

    Voorbeelden

    Zinvolle herleidingen:
    3 cm = 30 mm
  142. WI.581 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.6; L6 2.3.4

    Geven het metriek stelsel van lengtematen weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    km – hm – dam – m – dm – cm – mm

    Te hanteren begrippen

    kilo-, hecto-, deca-, deci-, centi-, milli-
  143. WI.582 Begrijpen L4 L5 L6 L4 2.3.6; L6 2.3.4

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen de lengtematen aan de hand van het metriek stelsel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Lengte

  144. WI.583 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.14

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit met lengtematen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Lengte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lengtematen:
    • enkelvoudige maten
    • samengestelde maten
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal

    Voorbeelden

    Zinvolle en betekenisvolle herleidingen:
    • Het haar van een mens groeit ongeveer 0,3 mm per dag. Hoeveel centimeter is dat
        ongeveer per jaar?
    • We stappen van de school naar de bibliotheek en trekken om de 20 meter een
        streep op de grond. De bibliotheek ligt op anderhalve kilometer van de school.
        Hoeveel strepen hebben we getrokken bij aankomst in de bibliotheek?
  145. WI.584 Gebruiken L4 L4 2.3.6; L4 2.3.17

    Voeren zinvolle herleidingen uit met inhoudsmaten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inhoudsmaten:
    binnen de natuurlijke getallen tot en met 10 000
    enkelvoudige maten
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal

    Voorbeelden

    Zinvolle herleidingen:
    5 l = 500 cl
  146. WI.585 Gebruiken L4 L4 2.3.6; L4 2.3.17

    Geven het metriek stelsel van inhoudsmaten weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    l – dl – cl – ml
  147. WI.586 Gebruiken L5 L6 L4 2.3.6; L6 2.3.5; L6 2.3.12

    Geven het metriek stelsel van inhoudsmaten weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    kl – hl – dal – l – dl – cl – ml

    Te hanteren begrippen

    kilo-, hecto-, deca-, deci-, centi-, milli-
  148. WI.587 Begrijpen L5 L6 L4 2.3.6; L6 2.3.5

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen de inhoudsmaten aan de hand van het metriek stelsel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Inhoud

  149. WI.588 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.14

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit met inhoudsmaten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Inhoud

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inhoudsmaten:
    • enkelvoudige maten
    • samengestelde maten
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal

    Voorbeelden

    Zinvolle en betekenisvolle herleidingen:
    • Hoeveel glazen van 150 ml kan ik vullen met een fles fruitsap van 0,7 l?
    • Ik giet 1/12 van een fles grenadine van 60 cl samen met 25 cl water. Hoeveel ml is
        er in mijn glas?
  150. WI.589 Gebruiken L6 L6 2.3.4; L6 2.3.12

    Geven het metriek stelsel van volumematen weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    km³ - hm³ - dam³ - m³ - dm³ - cm³ - mm³
    
    Wiskundige notatie:
    km³, hm³, dm³, mm³

    Te hanteren begrippen

    de kuub, kubieke, kilo-, hecto-, deca-, deci-, centi-, milli-
  151. WI.590 Begrijpen L6 L6 2.3.4

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen de volumematen aan de hand van het metriek stelsel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Volume

  152. WI.591 Gebruiken L6 L6 2.3.14

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit met volumematen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Volume

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal
    
    Volumematen:
    • enkelvoudige maten
    • samengestelde maten

    Voorbeelden

    Zinvolle en betekenisvolle herleidingen:
    Een aquarium is 1 meter lang, 0,5 meter breed en 0,6 meter hoog. Wat is de inhoud in
    m³ en in liter?
  153. WI.592 Gebruiken L4 L4 2.3.19; L4 2.3.25

    Voeren zinvolle herleidingen uit met massamaten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Massamaten:
    binnen de natuurlijke getallen tot en met 10 000
    enkelvoudige maten
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal

    Voorbeelden

    Zinvolle herleidingen:
    6 kg = 6000 g
  154. WI.593 Gebruiken L4 L4 2.3.19

    Geven het metriek stelsel van massamaten weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    kg – hg – dag - g
  155. WI.594 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.18; L6 2.3.20

    Geven het metriek stelsel van massamaten weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    t- kg – hg- dag – g – dg – cg – mg
    
    Wiskundige notatie:
    dg, cg, mg

    Te hanteren begrippen

    kilo-, hecto-, deca-, deci-, centi-, milli-
  156. WI.595 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.18

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen de massamaten aan de hand van het metriek stelsel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Massa

  157. WI.596 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.21

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit met massamaten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Massa

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Massamaten:
    • enkelvoudige maten
    • samengestelde maten
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal.

    Voorbeelden

    Zinvolle en betekenisvolle herleidingen:
    Onze auto stoot gemiddeld 104 g CO2 uit per km. We rijden 260 km. Hoeveel kg CO2
    heeft onze auto uitgestoten?
  158. WI.597 Gebruiken L4 L4 2.3.6; L4 2.3.17

    Voeren zinvolle herleidingen uit met oppervlaktematen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlaktematen:
    binnen de natuurlijke getallen tot en met 10 000
    enkelvoudige maten
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal

    Voorbeelden

    Zinvolle herleidingen:
    7 m² = 700 dm²
  159. WI.598 Gebruiken L4

    Geven het metriek stelsel van oppervlaktematen weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    m² – dm² – cm²
  160. WI.599 Gebruiken L5 L6 L4 2.3.6; L6 2.3.5; L6 2.3.12

    Geven het metriek stelsel van oppervlaktematen weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Metriek stelsel:
    km² - hm² - dam² - m² - dm² - cm² - mm²
    
    Wiskundige notatie:
    km², hm², dam², mm²

    Te hanteren begrippen

    kilo-, hecto-, deca-, deci-, centi-, milli-
  161. WI.600 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.5

    Verwoorden de onderlinge relaties tussen de oppervlaktematen aan de hand van het metriek stelsel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Oppervlakte

  162. WI.601 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.14

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit met oppervlaktematen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Herleidingen › Oppervlakte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlaktematen:
    • enkelvoudige maten
    • samengestelde maten
    
    Uitvoeren:
    met inzicht in de relatie tussen maateenheid en maatgetal

    Voorbeelden

    Zinvolle en betekenisvolle herleidingen:
    Een wandtegel meet 20 cm x 25 cm. Voor een pakket met 30 van deze tegels betaal je
    15 euro. Hoeveel kosten deze tegels per vierkante meter?
  163. WI.602 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.12; L4 2.3.18

    Verwoorden de omtrekformule van een veelhoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omtrekformule veelhoek:
    de som van de lengtes van de zijden
  164. WI.603 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.12; L4 2.3.18

    Berekenen de omtrek van een veelhoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

  165. WI.604 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.9; L4 2.3.12; L4 2.3.18

    Berekenen de omtrek van een grillige figuur..

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    op basis van de totale lengte van de rand
  166. WI.605 Begrijpen L4 L4 2.3.12; L4 2.3.14; L4 2.3.18; L4 2.4.2

    Verwoorden de omtrekformule van een rechthoek en een vierkant.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omtrekformule rechthoek:
    2 x (lengte + breedte)
    
    Omtrekformule vierkant:
    4 x zijde

    Te hanteren begrippen

    de lengte, de breedte, de zijde
  167. WI.606 Gebruiken L4 L4 2.3.12; L4 2.3.18

    Berekenen de omtrek van een rechthoek en vierkant.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    op basis van de omtrekformule
    • inclusief samengestelde figuren bestaande uit rechthoeken en vierkanten via
        omstructureren
  168. WI.607 Begrijpen L4 L4 2.3.12; L4 2.3.14; L4 2.3.18; L4 2.4.2

    Verwoorden de oppervlakteformule van een rechthoek en een vierkant.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformule rechthoek:
    basis x hoogte
    Oppervlakteformule vierkant:
    z x z

    Te hanteren begrippen

    de basis, de hoogte
  169. WI.608 Gebruiken L4 L4 2.3.12; L4 2.3.18

    Berekenen de oppervlakte van een rechthoek en een vierkant.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    op basis van de oppervlakteformule
    • inclusief samengestelde figuren bestaande uit rechthoeken en vierkanten via
        omstructureren
  170. WI.609 Begrijpen L4 L4 2.3.12; L4 2.3.18

    Illustreren dat rechthoeken met dezelfde omtrek een andere oppervlakte kunnen hebben en omgekeerd.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

  171. WI.610 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Illustreren de oppervlakteformules door omstructureren.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformules:
    parallellogram, driehoek, ruit, trapezium, regelmatige veelhoek en cirkel
  172. WI.611 Gebruiken L5 L6 L4 2.3.14; L6 2.3.10; L6 2.3.16; L6 2.4.2

    Tekenen de hoogte(lijn).

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tekenen:
    met een geodriehoek
    • van een parallellogram
    • van een driehoek
    • van een trapezium

    Te hanteren begrippen

    de hoogte, de basis, de schuine zijde
  173. WI.612 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Verwoorden de oppervlakteformule van een parallellogram.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformule parallellogram:
    basis x hoogte
  174. WI.613 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Illustreren dat parallellogrammen met dezelfde basis en hoogte dezelfde oppervlakte hebben.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

  175. WI.614 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Verwoorden de oppervlakteformule van een driehoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformule driehoek:
    (basis x hoogte) : 2
  176. WI.615 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Illustreren dat driehoeken met dezelfde basis en hoogte dezelfde oppervlakte hebben.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

  177. WI.616 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Verwoorden de oppervlakteformule van een ruit.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformule ruit:
    (grote diagonaal x kleine diagonaal) : 2

    Te hanteren begrippen

    de grote diagonaal, de kleine diagonaal
  178. WI.617 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16; L6 2.4.2

    Verwoorden de oppervlakteformule van een trapezium.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformule trapezium:
    ((grote basis + kleine basis) x hoogte) : 2

    Te hanteren begrippen

    de grote basis, de kleine basis, de schuine zijde, de hoogte
  179. WI.618 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Verwoorden de oppervlakteformule van een regelmatige veelhoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformule regelmatige veelhoek:
    (omtrek regelmatige n-hoek x apothema) : 2 met n = aantal hoekpunten
  180. WI.619 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.13; L6 2.3.16

    Verwoorden de omtrekformule van een cirkel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omtrekformule cirkel:
    • 2 x straal x π = diameter x π
    • π als de verhouding tussen de omtrek en de diameter
    • π ≈ 3,14

    Te hanteren begrippen

    de straal, de diameter, 𝜋 (pi)
  181. WI.620 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Verwoorden de oppervlakteformule van een cirkel.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oppervlakteformule cirkel:
    straal x straal x π
  182. WI.621 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.13; L6 2.3.16

    Berekenen de omtrek van vlakke figuren.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vlakke figuren:
    • driehoek
    • rechthoek
    • vierkant
    • parallellogram
    • ruit
    • trapezium
    • regelmatige veelhoek
    • cirkel
    
    Berekenen:
    • rechthoek, vierkant en cirkel: op basis van de omtrekformule
    • driehoek, parallellogram, regelmatige veelhoek, ruit en trapezium: op basis van de
        som van de zijden
  183. WI.622 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Berekenen de oppervlakte van vlakke figuren.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vlakke figuren:
    • driehoek
    • rechthoek
    • vierkant
    • parallellogram
    • ruit
    • trapezium
    • regelmatige veelhoek
    • cirkel
    
    Berekenen:
    op basis van de oppervlakteformule
  184. WI.623 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Berekenen de oppervlakte van de ontvouwing van een kubus, balk en cilinder.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    via de som van de oppervlakten van de grensvlakken
  185. WI.624 Begrijpen L5 L6 L4 2.3.14; L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Verwoorden de volumeformule van ruimtefiguren.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Volumeformule balk:
    • oppervlakte grondvlak x hoogte (diepte) = lengte x breedte x hoogte (diepte)
    Volumeformule kubus:
    • oppervlakte grondvlak x hoogte = zijde x zijde x zijde
    Volumeformule cilinder:
    • oppervlakte grondvlak x hoogte

    Te hanteren begrippen

    de lengte, de diepte
  186. WI.625 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Berekenen het volume van ruimtefiguren.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ruimtefiguren:
    balk, kubus, cilinder
    
    Berekenen:
    op basis van de volumeformule
    breedte, hoogte, lengte, diepte (via het beeld van gelijke lagen)
  187. WI.626 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.10; L6 2.3.16

    Berekenen het volume van een samengestelde ruimtefiguur.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume › Formules

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    door de ruimtefiguur te demonteren in balken en/of kubussen
  188. WI.627 Begrijpen K1 K2 KO 2.3.10

    Herkennen muntstukken en bankbiljetten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

  189. WI.628 Gebruiken K2 KO 2.3.11; KO 2.3.14; KO 2.3.15

    Betalen met muntstukken van €1.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Muntstukken:
    tot en met 5 euro

    Te hanteren begrippen

    kosten, betalen, kopen, verkopen

    Voorbeelden

    In de speelgoedwinkel koopt Lisa een bal, een speelgoedauto en een pop. Ze betaalt
    met 3 munten van €1.
  190. WI.629 Gebruiken K2 K3 KO 2.3.11; KO 2.3.12

    Geven bij een object een prijs weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • schematisch noteren

    Te hanteren begrippen

    de prijs, de euro, het geld

    Voorbeelden

    Victor maakt een prijslijst voor zijn ijsjeskraam. Hij noteert 1 streep bij 1 bol ijs, 2
    strepen bij 2 bollen ijs en 3 strepen bij 3 bollen ijs.
  191. WI.630 Gebruiken K3 KO 2.3.12; KO 2.3.13

    Geven bij een object een prijs weer.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met een getal
  192. WI.631 Begrijpen K3 KO 2.3.11

    Illustreren de betekenis van geven, krijgen, kopen, verkopen, ruilen, sparen, geld, kosten en betalen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    • met concreet materiaal
    • met speelgoedgeld

    Te hanteren begrippen

    geven, krijgen, ruilen, sparen, goedkoop, duur, goedkoper, duurder, kost meer, kost
    minder, goedkoopst, duurst
  193. WI.632 Gebruiken K3 KO 2.3.13; KO 2.3.14; KO 2.3.15

    Betalen met muntstukken van €1..

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Betalen:
    totale som van de aankoop ≤ 10
    • inclusief vergelijken van prijzen
    • 1 of meer objecten

    Voorbeelden

    Bij de groentenboer koopt Yoni een appel, een banaan en een peer. De appel kost €1, de
    banaan kost €2 en de peer €3. Ze legt de muntstukken en ziet dat het samen €6 is. De
    peer is duurder dan de appel. De banaan is goedkoper dan de peer.
  194. WI.633 Begrijpen L1 L4 2.3.26; L4 2.3.27

    Herkennen muntstukken en bankbiljetten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Muntstukken:
    • 1 euro en 2 euro
    
    Bankbiljetten:
    • 5, 10 en 20 euro
    
    Wiskundige notatie:
    €

    Te hanteren begrippen

    het bankbiljet, het muntstuk
  195. WI.634 Gebruiken L1 L4 2.3.29

    Tellen verkort een bedrag.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedrag:
    ≤ € 20
    
    Verkort:
    eerst de muntstukken/bankbiljetten met de grootste waarde, dan die met de kleinste
  196. WI.635 Gebruiken L1 L4 2.3.29

    Betalen een bedrag.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedrag:
    ≤ € 20
    
    Betalen:
    gepast
    op verschillende manieren

    Voorbeelden

    Harald moet €16 betalen. Dit doet hij met €10, €5 en €1 of met 3 maal €5 en één
    muntstuk van €1.
  197. WI.636 Gebruiken L1 L4 2.3.30

    Bepalen de totale prijs van verschillende artikelen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Totale prijs:
    som ≤ € 20
    • inclusief notatie
  198. WI.637 Gebruiken L1 L4 2.3.29

    Bepalen welk bedrag je moet teruggeven/terugkrijgen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedrag:
    aftrektal ≤ € 20
    
    Bepalen:
    door indirect op te tellen of door af te trekken (aftrektal ≤ € 20)
  199. WI.638 Begrijpen L2 L4 2.3.26; L4 2.3.27

    Herkennen muntstukken en bankbiljetten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Muntstukken:
    • 1 euro en 2 euro
    • (1, 2)*, 5, 10, 20 en 50 eurocent
    
    Bankbiljetten:
    • 5, 10, 20, 50 en 100 euro
    
    Wiskundige notatie:
    €

    Te hanteren begrippen

    de eurocent, de euro
    
    *indien deze muntstukken nog gebruikt worden
  200. WI.639 Gebruiken L2 L4 2.3.29

    Tellen verkort een bedrag.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedrag:
    • ≤ 100 euro
    • ≤ 100 eurocent
    
    Verkort:
    eerst de muntstukken/bankbiljetten met de grootste waarde, dan die met de kleinste
  201. WI.640 Begrijpen L2 L3 L4 2.3.28

    Verwoorden dat één euro gelijk is aan honderd eurocent.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

  202. WI.641 Gebruiken L2 L3 L4 2.3.29

    Betalen een bedrag.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedrag:
    • ≤ 100 euro
    • ≤ 100 eurocent
    
    Betalen:
    gepast
    op verschillende manieren

    Voorbeelden

    • Paulus betaalt 58 euro met €50, €5, €2 en €1 of met 2 maal €20, €10, €5 en drie
        maal €1.
    • Liam betaalt 62 eurocent met 50 eurocent, 10 eurocent en 2 eurocent of met 3
        maal 20 eurocent en 2 maal 1 eurocent.
  203. WI.642 Gebruiken L2 L3 L4 2.3.30

    Bepalen de totale prijs van verschillende artikelen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Totale prijs:
    natuurlijke getallen
    • som ≤ 100 euro
    • som ≤ 100 eurocent
    • inclusief notatie
  204. WI.643 Gebruiken L2 L3 L4 2.3.29

    Bepalen welk bedrag je moet teruggeven/terugkrijgen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bedrag:
    geen samengesteld bedrag
    • aftrektal ≤ 100 euro
    • aftrektal ≤ 100 eurocent
    
    Bepalen:
    door indirect op te tellen of door af te trekken
  205. WI.644 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.26; L4 2.3.27

    Benoemen alle muntstukken en bankbiljetten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wiskundige notatie:
    EUR, €

    Te hanteren begrippen

    de euro, de eurocent
  206. WI.645 Gebruiken L4 L4 2.3.29

    Betalen een bedrag.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Betalen:
    gepast
    op verschillende manieren

    Voorbeelden

    Vicky betaalt €10,45 met 2 maal €5, 2 maal 20 eurocent en 5 eurocent of met 1 maal
    €10, 4 maal 10 eurocent en 5 eurocent.
  207. WI.646 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Schatten het te betalen bedrag.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    functioneel afronden

    Voorbeelden

    Ulricke koopt 3 producten die elk €4,95 €2,9 en €3,55 kosten. Ze heeft enkel een
    bankbiljet van €10. Ze kan de aankoop niet betalen want het kost ongeveer €11,5.
  208. WI.647 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.30

    Bepalen de totale prijs van verschillende artikelen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Totale prijs:
    inclusief notatie

    Voorbeelden

    Baziel koopt een zak aardappelen voor €5,5 en een groene kool voor €0,7. Hij betaalt
    €6,2.
  209. WI.648 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.29

    Bepalen welk bedrag je moet teruggeven/terugkrijgen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

  210. WI.649 Gebruiken L4 L5 GO!-doel

    Geven referentiematen voor geldwaarden.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

  211. WI.650 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Schatten aan de hand van de referentiematen de waarde van enkele producten in.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

  212. WI.651 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.3

    Berekenen het prijsverschil.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    door om te zetten naar prijs per stuk

    Voorbeelden

    Prijsverschil:
    In winkel X betaal je voor 4 appels €2,40. In winkel Y betaal je voor 6 appels €3,60. In
    welke winkel zijn de appels het goedkoopst?
  213. WI.652 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.23; L6 2.3.24

    Berekenen een prijs (inkoopprijs, verkoopprijs, winst, verlies) of percentage als twee van de drie prijzen gegeven zijn.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de inkoopprijs, de verkoopprijs, de winst, het verlies

    Voorbeelden

    • De mama van Ayla heeft een modezaak. Ze koopt 30 jassen aan €42 per jas
        (inkoopprijs). Ze verkoopt 12 jassen aan €95 per stuk (verkoopprijs) en 15 jassen
        aan €45 per stuk (verkoopprijs). Ayla rekent uit: de opbrengst is (12 × €95) + (15 ×
        €45) = €1 140 + €675 = €1 815. De totale inkoopprijs is 30 × €42 = €1 260. Dus de
        winst is €1 815 – €1 260 = €555.
    • Hans koopt een fiets voor € 800 (inkoopprijs) en verkoopt die voor €600
        (verkoopprijs). Hij maakt 25% verlies.
  214. WI.653 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.23; L6 2.3.24

    Berekenen een eenvoudige korting.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Korting:
    uitgedrukt in procent

    Te hanteren begrippen

    de korting, het kortingspercentage, de oude prijs, de nieuwe prijs

    Voorbeelden

    Lina rekent: "Ik krijg 20% korting op een paar schoenen van €90 (oude prijs).
    20% van €90 is €18 (de korting). De nieuwe prijs is €90 – €18 = €72. Dus ik betaal €72
    voor de schoenen (nieuwe prijs)."
  215. WI.654 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.3

    Berekenen de prijs van producten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Geld

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Prijs:
    in combinatie met een andere grootheid

    Voorbeelden

    Prijs in combinatie met andere grootheid:
                              3
    • Zalm kost €18/kg. Hoeveel kost kg?
                              4
    • Mijn living meet 7m op 5m. De tegels kosten 22€/m². Hoeveel betaal ik?
  216. WI.655 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.44; L4 2.3.45

    Bepalen het soort hoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Hoekgrootte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soort hoek:
    scherpe, stompe, rechte en gestrekte hoek
    
    Bepalen:
    • door onderling te vergelijken (hoeken op elkaar leggen)
    • door te vergelijken met een rechte hoek
    • door te seriëren
    • door samen te stellen

    Te hanteren begrippen

    de scherpe hoek, de stompe hoek, de rechte hoek, de gestrekte hoek

    Voorbeelden

    Ria legt een hoek op een rechte hoek en ziet dat deze groter is en niet gestrekt, dus dat
    het een stompe hoek is.
  217. WI.656 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.34; L6 2.3.35; L6 2.3.36

    Meten een hoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Hoekgrootte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een geodriehoek (binnenste en buitenste schaal)
    tot op 1° nauwkeurig
    • inclusief notatie
    • inclusief soort hoek: Scherpe, stompe, rechte of gestrekte hoek
    
    Wiskundige notatie:
    °

    Te hanteren begrippen

    de graad, de hoekgrootte
  218. WI.657 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.34; L6 2.3.35; L6 2.3.36

    Tekenen een hoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Hoekgrootte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoek:
    met een gegeven hoekgrootte
    ≤ 180°
    
    Tekenen:
    met een geodriehoek (binnenste en buitenste schaal)
    tot op 1° nauwkeurig
  219. WI.658 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.33

    Verwoorden de eigenschappen van hoeksoorten.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Hoekgrootte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigenschappen van hoeksoorten:
    • een rechte hoek is 90°: Je kan een graad dus ook benoemen als de hoek die
        negentig keer in een rechte hoek past.
    • een scherpe hoek is tussen 0° en 90°
    • een stompe hoek is tussen 90° en 180°
    • een gestrekte hoek is 180°
  220. WI.659 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Berekenen de grootte van een ongekende hoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Hoekgrootte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    door hoeken bij elkaar op te tellen of af te trekken
  221. WI.660 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Berekenen de grootte van een ongekende hoek.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Hoekgrootte

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    door de kennis over de eigenschappen van de hoeken toe te passen

    Voorbeelden

    Milan ziet een gestrekte hoek die in twee delen is verdeeld. Eén deel is 40°. Hij vraagt
    zich af: Hoe groot is het andere deel? Milan weet: Een gestrekte hoek is 180°. Dus: 180°
    − 40° = 140°
  222. WI.661 Begrijpen L3 L4 L4 2.3.41

    Verwoorden dat 0°C het vriespunt/smeltpunt van water is en dat 100°C het kookpunt van water is.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Temperatuur

  223. WI.662 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.42; L4 2.3.43

    Meten de temperatuur.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Temperatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    tot op 1°C nauwkeurig
    met inbegrip van notatie
    
    Temperatuur:
    • positieve temperaturen
    • negatieve temperaturen
    
    Wiskundige notatie:
    °C

    Te hanteren begrippen

    de graden Celsius
  224. WI.663 Gebruiken L4 L6 2.3.32

    Bepalen temperatuurintervallen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Temperatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Temperatuurintervallen:
    positieve temperaturen
  225. WI.664 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.32

    Bepalen temperatuurintervallen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Temperatuur

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Temperatuurintervallen:
    positieve temperaturen en/of negatieve temperaturen
    
    Bepalen:
    met behulp van een schematische voorstelling

    Voorbeelden

    Milan zegt: “Het was gisteren –4 °C en vandaag is het 3 °C. Dat is een verschil van 7 °C”
  226. WI.665 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Berekenen de gemiddelde temperatuur.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Temperatuur

  227. WI.666 Begrijpen K1 KO 2.3.17; KO 2.3.19

    Verwoorden tijdstip bij gebeurtenissen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebeurtenissen:
    chronologisch geordend
    wat eerst, dan en nu gebeurt

    Te hanteren begrippen

    eerst, dan, nu
  228. WI.667 Begrijpen K2 KO 2.3.16; KO 2.3.17; KO 2.3.19

    Verwoorden tijdstip en tijdsduur bij gebeurtenissen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebeurtenissen:
    chronologisch geordend

    Te hanteren begrippen

    daarna, daarvoor, vroeger, later, eerder, straks, (nog) even, tijdens, (even) lang, (even)
    kort, langer, korter, kortst, langst, vandaag, gisteren, morgen, maandag, dinsdag,
    woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag
  229. WI.668 Gebruiken K2 K3 KO 2.3.21

    Meten de duur van een activiteit.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met een meetinstrument

    Voorbeelden

    • Amy zegt tegen Dean: “Je mag één zandloper lang op de tablet en dan is het mijn
        beurt.”
    • Benthe zegt: “Als de kookwekker afloopt moet ik naar een andere hoek.”
  230. WI.669 Begrijpen K3 KO 2.3.16; KO 2.3.17; KO 2.3.18; KO 2.3.19; KO 2.3.20

    Verwoorden tijdstip en tijdsduur bij gebeurtenissen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verwoorden:
    • Gebeurtenissen tijdens de dag chronologisch ordenen.
    • Aftellen tussen nu en speciale gebeurtenissen binnen de periode van een week.
    • Zeggen welke dag van de week het vandaag is, welke dag het gisteren was en welke
        dag het morgen zal zijn.

    Te hanteren begrippen

    dadelijk, meteen, onmiddellijk, binnenkort, te laat, te vroeg, op tijd, laatst, (nog) een
    tijd(je), de dag, de week, het jaar

    Voorbeelden

    • Jean zegt: “Nog 3 nachten slapen en dan komt de Sint!”
    • Bavo benoemt de volgorde van de dagen en zegt: "Vandaag is het maandag,
        gisteren was het zondag en morgen is het dinsdag.”
  231. WI.670 Gebruiken L1 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.36; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 12-urenindeling
    absoluut
    • de analoge klok
    • de digitale klok
    
    Lezen:
    • het volledige uur
    • het half uur

    Te hanteren begrippen

    de analoge klok, de digitale klok, het uur, de kleine wijzer, de grote wijzer

    Voorbeelden

    Kloklezen:
    • 8 uur.
    • 3 uur 30 (minuten).
  232. WI.671 Gebruiken L2 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.36; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 12-urenindeling
    absoluut
    • de analoge klok
    • de digitale klok
    
    Lezen:
    tot op 5 minuten nauwkeurig

    Voorbeelden

    Kloklezen:
    9 uur 5 (minuten), 7 uur 10 (minuten), 10 uur 15 (minuten), 5 uur 40 (minuten).
  233. WI.672 Gebruiken L2 L3 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 24-urenindeling
    absoluut
    • de analoge klok
    • de digitale klok
    
    Lezen:
    het volledige uur

    Voorbeelden

    Rozie kijkt op de digitale klok en zegt: "Het is 18:00. Dat is 18 uur of 6 uur ’s avonds.”
  234. WI.673 Gebruiken L3 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 24-urenindeling
    absoluut
    • de analoge klok
    • de digitale klok
    
    Lezen:
    tot op 5 minuten nauwkeurig

    Voorbeelden

    Kloklezen:
    13 uur 10 (minuten), 14 uur 25 (minuten).
  235. WI.674 Gebruiken L3 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 24-urenindeling
    absoluut
    • de analoge klok
    • de digitale klok
    
    Lezen:
    tot op 1 minuut nauwkeurig

    Voorbeelden

    Kloklezen:
    7 uur 46 (minuten), 21 uur 36 (minuten)
  236. WI.675 Gebruiken L3 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.36; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 24-urenindeling
    relatief
    • de analoge klok
    
    Lezen:
    tot op 5 minuten nauwkeurig

    Te hanteren begrippen

    het kwartier, het halfuur

    Voorbeelden

    Kloklezen:
    5 over 4, 10 over 8, kwart over 3, 20 over 4, 5 voor 12, half 3
  237. WI.676 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 24-urenindeling
    relatief
    • de analoge klok
    
    Lezen:
    tot op 1 minuut nauwkeurig

    Voorbeelden

    Kloklezen:
    18 over 8.
  238. WI.677 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 24-urenindeling
    relatief
    • de digitale klok
    
    Lezen:
    tot op 1 minuut nauwkeurig

    Voorbeelden

    Liam kijkt op de digitale klok en ziet 5:40. Hij zegt: "Het is 20 voor 6.”
  239. WI.678 Gebruiken L5 L6 L4 2.3.31; L4 2.3.32; L4 2.3.37

    Lezen de klok.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klok:
    de 24-urenindeling
    absoluut
    • digitale klok
    
    Lezen:
    tot op 1 honderdste van een seconde nauwkeurig

    Voorbeelden

    Kloklezen:
    4:09:42
  240. WI.679 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Schrijven het tijdstip correct.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het tijdstip

    Voorbeelden

    Yasmine schrijft het tijdstip van de film als 17:30. Ze zegt: "Dat is hetzelfde als 17u30 of
    half zes 's avonds. Het zijn drie manieren om hetzelfde tijdstip te noteren."
  241. WI.680 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.38

    Lezen de datum correct.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

  242. WI.681 Gebruiken L3 L4 L4 2.3.38

    Schrijven de datum correct.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    op verschillende wijzen

    Voorbeelden

    Verschillende wijzen:
    16 maart 2025 of 16/03/25 of 16/03/2025.
  243. WI.682 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.3.36; L6 2.3.28

    Schatten de tijdsduur tussen twee tijdstippen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    met behulp van een referentiemaat

    Te hanteren begrippen

    de tijdsduur, eergisteren, overmorgen
  244. WI.683 Gebruiken L2 L3 L4 2.3.36; L6 2.3.28

    Meten de tijd.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meten:
    met de geschikte maateenheid
    met gepaste meetinstrument
    met de beoogde nauwkeurigheid

    Te hanteren begrippen

    het uur (u.), de minuut (min.)
  245. WI.684 Gebruiken L4 L5 L4 2.3.36; L6 2.3.28

    Meten de tijd.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tijd:
    uur (u.), minuut (min./m), seconde (sec./s)
    
    Meten:
    met de geschikte maateenheid
    met gepaste meetinstrument
    met de beoogde nauwkeurigheid

    Te hanteren begrippen

    de seconde (sec.)
  246. WI.685 Gebruiken L6 L6 2.3.28

    Meten de tijd.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tijd:
    uur (u./h), minuut (min./m) en seconde (sec./s), tiende seconde, honderdste seconde
    
    Meten:
    met de geschikte maateenheid
    met gepaste meetinstrument
    met de beoogde nauwkeurigheid

    Te hanteren begrippen

    de tiende seconde, de honderdste seconde
  247. WI.686 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Interpreteren tijdsaanduidingen correct.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    op uitnodigingen en openings- en sluitingstijden
  248. WI.687 Gebruiken K2 K3 KO 2.3.20

    Tellen af tussen vandaag en een speciale gebeurtenis.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftellen:
    aan de hand van een weekkalender
    binnen de periode van een week
  249. WI.688 Gebruiken L1 L4 2.3.39; L4 2.3.40

    Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tijdsduur gebeurtenissen:
    het aantal dagen binnen een week (een week telt 7 dagen)
    
    Berekenen tijdsduur gebeurtenissen:
    met een kalender
    Tijdsduur tijdstippen:
    de volledige uren
    binnen de 12 uur
  250. WI.689 Begrijpen L2 L4 2.3.33; L4 2.3.36

    Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenhang:
    • 1 dag = 24 uur
    • 1 uur = 60 minuten
    • 1 half uur= 30 minuten
    • 2 halve uren=1 uur
    • 1 dag = 24 uur
  251. WI.690 Gebruiken L2 L4 2.3.35; L4 2.3.39; L4 2.3.40

    Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tijdsduur gebeurtenissen:
    het aantal dagen/weken binnen een maand (een maand telt 30 of 31 dagen, februari
    telt 28 of 29 dagen, een maand telt ongeveer 4 weken)
    
    Berekenen tijdsduur gebeurtenissen:
    met een kalender
    
    Tijdsduur tijdstippen:
    tot op 5 minuten nauwkeurig
    binnen de 24 uur
    zonder overschrijding van het uur
  252. WI.691 Begrijpen L3 L4 2.3.36

    Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenhang:
              1
    1 kwartier = uur = de helft van een half uur
              4

    Te hanteren begrippen

    het kwartier, het halfuur
  253. WI.692 Gebruiken L3 L4 2.3.34; L4 2.3.36; L4 2.3.39; L4 2.3.40

    Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tijdsduur gebeurtenissen:
    het aantal dagen/weken/maanden binnen een jaar (een jaar telt 365 dagen, een
    schrikkeljaar 366)
    
    Berekenen tijdsduur gebeurtenissen:
    met een kalender
    
    Tijdsduur tijdstippen:
    tot op 1 minuut nauwkeurig
    binnen de 24 uur
    zonder overschrijding van het uur

    Te hanteren begrippen

    het jaar, het schrikkeljaar, januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus,
    september, oktober, november, december
  254. WI.693 Begrijpen L4 L5 L4 2.3.33; L4 2.3.36

    Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenhang:
    • 1 minuut = 60 seconden
    • 1 uur = 3600 seconden
  255. WI.694 Gebruiken L4 L4 2.3.36; L4 2.3.39; L4 2.3.40; L6 2.3.27

    Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tijdsduur gebeurtenissen:
    het aantal dagen/weken/trimesters/semesters/maanden/jaren
    
    Berekenen tijdsduur gebeurtenissen:
    met een kalender
    aan de hand van de meest geschikte maateenheid
    
    Tijdsduur tijdstippen:
    tot op 1 minuut nauwkeurig
    binnen de 24 uur
    zonder en met overschrijding van het uur

    Te hanteren begrippen

    het trimester, het semester, eergisteren, overmorgen
  256. WI.695 Gebruiken L5 L6 L4 2.3.39; L6 2.3.27; L6 2.3.29; L6 2.3.30

    Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tijdsduur gebeurtenissen:
    het aantal dagen/weken/maanden/jaren/decennia/eeuwen/millennia
    situering van een jaartal in een bepaalde eeuw
    
    Berekenen tijdsduur gebeurtenissen:
    met een kalender
    aan de hand van de meest geschikte maateenheid
    
    Tijdsduur tijdstippen:
    tot op de seconde nauwkeurig
    binnen de 24 uur
    zonder en met overschrijding van het uur en/of de minuut

    Te hanteren begrippen

    Het decennium, de eeuw, het millennium

    Voorbeelden

    • Chris vertelt: “De componist Johannes Brahms is geboren op 3 april 1897, dat is op
        het einde van de 19e eeuw. Hij is dus 128 jaar en 10 dagen geleden geboren.”
    • Werner vertelt: “De honderdjarige oorlog vond plaats in de 14e en 15e eeuw en
        duurde van 1337 tot 1453. Dat is dus eigenlijk een 116-jarige oorlog in plaats van
        een honderdjarige.”
  257. WI.696 Begrijpen L6 GO!-doel

    Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Samenhang:
    1 seconde =10 tiende seconde= 100 honderdste seconde
  258. WI.697 Begrijpen L5 L6 L6 2.3.25; L6 2.3.26

    Verwoorden de betekenis en gebruik van km/u en m/s.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wiskundige notatie:
    km/u , m/s
  259. WI.698 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Beschrijven een referentiemaat voor km/u.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Snelheid

  260. WI.699 Gebruiken L5 L6 L6 2.3.27; L6 2.3.31

    Berekenen de gemiddelde snelheid, afstand of tijd.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Snelheid

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Berekenen:
    op basis van 2 gegeven grootheden

    Te hanteren begrippen

    de afstand, de (gemiddelde) snelheid, de tijd
  261. WI.700 Gebruiken L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Herleidingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinvolle herleidingen:
    tussen eeuwen en jaren
  262. WI.701 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Herleidingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinvolle herleidingen:
    tussen jaren, maanden, weken en dagen
  263. WI.702 Gebruiken L4 L5 L6 GO!-doel

    Voeren zinvolle en betekenisvolle herleidingen uit.

    Wiskunde Meten en metend rekenen › Herleidingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinvolle herleidingen:
    tussen uren, minuten en seconden
    enkelvoudige en samengestelde maten