Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

13 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: FR ✕ Luisteren ✕

  1. FR.001 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.1

    Herkennen de uitspraak van woorden in het Frans.

    Frans Luisteren › Technisch luisteren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Uitspraak:
    • klanken en klankencombinaties
    • woordklemtoon
    • articulatie en intonatie
  2. FR.002 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.1

    Onderscheiden aangeleerde woorden en structuren in zinnen.

    Frans Luisteren › Technisch luisteren

  3. FR.003 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.2

    Begrijpen een beluisterde zin.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
  4. FR.004 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.2

    Vertellen de betekenis van een beluisterde zin in het Nederlands.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
    
    Vertellen:
    in eigen woorden
  5. FR.005 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.2; L6 10.1.6

    Vertalen een beluisterde zin naar het Nederlands.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden

    Voorbeelden

    Vertalen :
    Il y a du soleil. Er is zon./ De zon schijnt./ Het is zonnig.
  6. FR.006 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.2

    Begrijpen instructies van de leraar binnen de klascontext.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Instructie:
    • enkelvoudige instructie
    • eenvoudig samengestelde instructies

    Voorbeelden

    Eenvoudig samengestelde instructies:
    • Prenez votre livre et un stylo.
    • Lisez le texte et écrivez une phrase.
  7. FR.007 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.2

    Reageren op instructies van de leraar binnen de klascontext.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op zinsniveau

  8. FR.008 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.3; L6 10.1.4

    Herkennen informatie in een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp: waar de tekst over gaat
    • de hoofdgedachte: wat de schrijver over het onderwerp wil zeggen
    • de gedachtegang: hoe de ideeën van de schrijver in de tekst zijn opgebouwd
  9. FR.009 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.3; L6 10.1.4

    Geven informatie uit een beluisterde tekst weer.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp
    • de hoofdgedachte
    • de gedachtegang

    Te hanteren begrippen

    le sujet, l’idée principale, la question, la réponse
  10. FR.010 Begrijpen L5 L6 L6 10.1.5

    Herkennen specifieke informatie uit een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie :
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: qui, quoi, quand, où, combien,
    comment, quel(le)(s), qu’est-ce que, que
  11. FR.011 Begrijpen L6 L6 10.1.5

    Herkennen specifieke informatie uit een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: pourquoi
  12. FR.012 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.5

    Geven specifieke informatie uit een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • letterlijk in de tekst weergegeven
    • niet letterlijk in de tekst weergegeven
  13. FR.013 Gebruiken L5 L6 L6 10.1.5

    Leiden eenvoudige relaties en verbanden af in een beluisterde tekst.

    Frans Luisteren › Luisteren met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak-gevolg
    • vergelijking
    • tegenstelling
    • opeenvolging
    
    Afleiden:
    • aan de hand van structuuraanduiders: verwijs- en signaalwoorden

    Voorbeelden

    Oorzaak-gevolg:
    Het verhaal gaat over een meisje dat verdrietig is omdat ze de weg niet meer vindt.