Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

264 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Getallenkennis ✕

  1. WI.001 Begrijpen K1 KO 2.1.1; KO 2.1.8

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    de hoofdtelwoorden 1 tot minstens 4

    Te hanteren begrippen

    één, twee, drie, vier
  2. WI.002 Begrijpen K2 KO 2.1.1; KO 2.1.8

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    • de hoofdtelwoorden 1 tot minstens 6
    • de rangtelwoorden: eerste, tweede, laatste

    Te hanteren begrippen

    één, twee, drie, vier, vijf, zes, eerste, tweede, laatste
  3. WI.003 Gebruiken K2 KO 2.1.1; KO 2.1.4; KO 2.1.8

    Tellen synchroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 1 tot en met 6
  4. WI.004 Begrijpen K3 KO 2.1.1; KO 2.1.8

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    • de hoofdtelwoorden 0 tot minstens 20
    • de rangtelwoorden tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    de hoofdtelwoorden van 0 tot en met 20, de rangtelwoorden tot en met 10
  5. WI.005 Gebruiken K3 KO 2.1.10

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 10
  6. WI.006 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 20
  7. WI.007 Gebruiken K3 KO 2.1.1; KO 2.1.4; KO 2.1.8

    Tellen synchroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 20
  8. WI.008 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.1; KO 2.1.7; KO 2.1.8

    Tellen resultatief.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 20 met nulbegrip

    Te hanteren begrippen

    hoeveel, geen enkel, niets, nul
  9. WI.009 Begrijpen L2 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Zeggen de telrij op.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De telrij:
    de hoofdtelwoorden 0 tot minstens 100
  10. WI.010 Gebruiken L2 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    0 tot en met 100
  11. WI.011 Gebruiken L3 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 1 000
  12. WI.012 Gebruiken L4 L4 2.1.3; L4 2.1.7

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10 000
  13. WI.013 Gebruiken L5 GO!-doel

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 100 000
  14. WI.014 Gebruiken L6 GO!-doel

    Tellen door en terug vanaf een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10 000 000
  15. WI.015 Engageren K3 L1 L2 GO!-doel

    Zetten de meest geschikte telstrategie in.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Tellen

  16. WI.016 Begrijpen K1 KO 2.1.9

    Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 3
  17. WI.017 Begrijpen K2 KO 2.1.9

    Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 4
  18. WI.018 Gebruiken K2 KO 2.4.18

    Classificeren volgens één kwantitatief kenmerk.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    1 tot en met 4

    Voorbeelden

    Emma deelt de voertuigen op in groepjes: voertuigen met één, twee, drie of vier
    wielen.
  19. WI.019 Gebruiken K2 KO 2.1.8

    Vormen getalnotaties.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    1 tot en met 4
    Vormen:
    met materiaal

    Voorbeelden

    Saar vormt het cijfer 3 met plasticine.
  20. WI.020 Gebruiken K2 KO 2.1.12

    Lezen getalnotaties.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    1 tot en met 4
  21. WI.021 Gebruiken K3 KO 2.4.17; KO 2.4.18

    Classificeren volgens twee kwantitatieve kenmerken.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    1 tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    en, of, niet

    Voorbeelden

    Daan deelt de voertuigen op in groepjes: voertuigen met een, twee, drie, vier, zes of
    acht wielen en met twee of vier deuren.
  22. WI.022 Begrijpen K3 L1 KO 2.1.9

    Herkennen (on)gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (perceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 5
  23. WI.023 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.5; KO 2.1.6

    Bepalen een hoeveelheid ondanks het uiterlijk, de plaatsing, de telvolgorde van de telvoorwerpen (conservatiebegrip).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een hoeveelheid:
    1 tot en met 10

    Voorbeelden

    Conservatiebegrip:
    • 3 is ***, maar ook **
    *
  24. WI.024 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8

    Vormen getalnotaties*.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    0 tot en met 10

    Voorbeelden

    • Tis zit in de derde kleuterklas en vormt het cijfer 8 in het zand op de lichtbak.
    • Vardan zit in het eerste leerjaar en schrijft het cijfer 8.
    
    *In KO met materiaal (niet schriftelijk).
  25. WI.025 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8; KO 2.1.12

    Lezen getalnotaties.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lezen:
    de hoofdtelwoorden 0 tot en met 10
  26. WI.026 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8; KO 2.1.12

    Zetten een (on)gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoorden naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalnotaties:
    0 tot en met 10

    Voorbeelden

    Hoeveelheid, getalnotatie, telwoord:
    • ** - 3 - drie
        *
  27. WI.027 Begrijpen K3 L1 KO 2.1.8

    Ordenen een ongestructureerde hoeveelheid naar een vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    (on)gestructureerde hoeveelheid:
    1 tot en met 10
  28. WI.028 Gebruiken K3 L1 KO 2.1.8

    Tellen verkort via doortellen vanaf de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    5 tot en met 10
  29. WI.029 Begrijpen K3 KO 2.1.8

    Herkennen een gestructureerde hoeveelheid vanuit de vijf- of tienstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    1 tot en met 10
  30. WI.030 Begrijpen L1 KO 2.1.8

    Herkennen een gestructureerde hoeveelheid vanuit de vijf- of tienstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    1 tot en met 10
    
    Herkennen:
    • binnen de 3 seconden
  31. WI.031 Begrijpen L1 KO 2.1.8; L4 2.1.6

    Beschrijven getalbeelden vanuit de vijfstructuur en de tienstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbeelden:
    1 tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    de eenheid (E), het tiental (T)

    Voorbeelden

    • Avery kijkt naar een rekenrek met vijf rode en twee witte kralen. Hij zegt: "Dat is 7,
        want ik zie 5 en nog 2."
    • Saartje wijst naar een dobbelsteenpatroon met 8 stippen en zegt: "Dat is 2 minder
        dan 10."
  32. WI.032 Gebruiken L1 KO 2.1.8

    Wisselen groepjes van vijf eenheden in voor een vijftal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Inwisselen:
    1 tot en met 10

    Voorbeelden

    Sophie en Geert wisselen vijf muntstukken in voor een biljet van 5 euro.
  33. WI.033 Begrijpen L1 KO 2.1.9

    Herkennen gestructureerde hoeveelheden in één oogopslag zonder te tellen (conceptueel subiteren).

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheden:
    1 tot en met 10

    Voorbeelden

    Conceptueel subiteren:
    • ***** * / ***** ** Waar zie je 7 sterren?
  34. WI.034 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Tellen verkort vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Tellen:
    5 tot en met 20
  35. WI.035 Begrijpen L1 L4 2.1.3

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    Tot en met 20
    
    Ordenen:
    • Groepjes van tien en losse eenheden
    • Groepje van tien eenheden als 1 tiental
  36. WI.036 Gebruiken L1 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 20
  37. WI.037 Begrijpen L1 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 20
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T

    Te hanteren begrippen

    het cijfer, het getal
  38. WI.038 Gebruiken L1 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getalen:
    0 tot en met 20

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    14 = 1T en 4E = 14E
  39. WI.039 Gebruiken L1 L4 2.1.3

    Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 20

    Voorbeelden

    • Milan legt eerst een staaf van 10 blokjes neer en pakt er dan 3 losse blokjes bij. Hij
        zegt: "10 en 3 vormen samen 13.
    • Emma telt op haar vingers: “5 vingers en nog eens 3 vingers erbij, dat vormt samen
        8.”
  40. WI.040 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 20

    Voorbeelden

    Sam vult 18 aan met 2 om zo 20 te krijgen.
  41. WI.041 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Tellen verkort vanuit de tienstructuur en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    5 tot en met 100
  42. WI.042 Begrijpen L2 L4 2.1.2

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 100
    Ordenen:
    • groepjes van tien en losse eenheden
    • groepje van tien eenheden als 1 tiental
    • 1 groepje van tien tientallen als 1 honderdtal

    Te hanteren begrippen

    het honderdtal (H), hoofdtelwoorden tot en met 100
  43. WI.043 Gebruiken L2 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 100
  44. WI.044 Begrijpen L2 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H
  45. WI.045 Gebruiken L2 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    34 = 34 E = 3T en 4E
  46. WI.046 Gebruiken L2 L4 2.1.3

    Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de tienstructuur, de vijfstructuur en de vijftigstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100
  47. WI.047 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100

    Voorbeelden

    Yara vult 28 aan met 2 om zo 30 te bekomen.
  48. WI.048 Begrijpen L3 L4 2.1.2

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 1 000
    
    Ordenen:
    • groepjes van tien tientallen, losse tientallen en losse eenheden
    • groepje van tien tientallen als 1 honderdtal
    • 1 groepje van tien honderdtallen als 1 duizendtal

    Te hanteren begrippen

    het duizendtal (D), hoofdtelwoorden tot en met 1 000
  49. WI.049 Gebruiken L3 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 1 000
  50. WI.050 Begrijpen L3 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D
  51. WI.051 Gebruiken L3 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    120 = 1H en 2T = 12 T = 120 E
  52. WI.052 Gebruiken L3 L4 2.1.3

    Stellen natuurlijke getallen samen vanuit de vijfhonderd-, honderd-, vijftig-, tien- en de vijfstructuur.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 1 000
  53. WI.053 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental of honderdtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    Tot en met 1 000

    Voorbeelden

    • Sem vult 288 aan met 2 om zo 290 te bekomen.
    • Dani vult 280 aan met 20 om zo 300 te bekomen.
  54. WI.054 Begrijpen L4 L4 2.1.2

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 10 000
    
    Ordenen:
    • groepjes van tien duizendtallen, tien honderdtallen, losse honderdtallen, losse
        tientallen en losse eenheden
    • groepje van tien honderdtallen als 1 duizendtal
    • 1 groepje van tien duizendtallen als 1 tienduizendtal

    Te hanteren begrippen

    het tienduizendtal (TD), hoofdtelwoorden tot en met 10 000
  55. WI.055 Gebruiken L4 L4 2.1.3

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 10 000
  56. WI.056 Begrijpen L4 L4 2.1.2; L4 2.1.6

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD
  57. WI.057 Gebruiken L4 L4 2.1.2; L4 2.1.7

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    1 200 = 1D en 2H = 12H = 120T = 1200E
  58. WI.058 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000

    Voorbeelden

    Noor wil 2 340 delen door 3. Ze zegt: "Ik maak er eerst 2 100 en 240 van, want dat is
    eenvoudiger om de deling uit te voeren.”
  59. WI.059 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tiental, honderdtal of duizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000
  60. WI.060 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Schatten aantallen in betekenisvolle contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aantallen:
    tot en met 10 000

    Voorbeelden

    Zeinab kijkt naar de refter en zegt: "Er staan ongeveer 10 tafels en aan elke tafel passen
    zo'n 6 kinderen. Dus ik denk dat er ongeveer 60 kinderen kunnen eten."
  61. WI.061 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.6

    Schatten grootteordes in.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Grootteordes:
    tot en met 100 000 (L5); tot en met 10 000 000 000 (L6)
    in betekenisvolle contexten

    Voorbeelden

    Lars zegt: "België had in 2025 ongeveer 11 miljoen inwoners. China veel meer,
    ongeveer 1,4 miljard.”
  62. WI.062 Begrijpen L5 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    Tot en met 100 000
    
    Ordenen:
    • groepje van tien duizendtallen als 1 tienduizendtal
    • 1 groepje van tien tienduizendtallen als 1 honderdduizendtal

    Te hanteren begrippen

    het honderdduizendtal (HD), hoofdtelwoorden tot en met 100 000
  63. WI.063 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 100 000
  64. WI.064 Begrijpen L5 L6 2.1.1; L6 2.1.4

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD, HD
  65. WI.065 Gebruiken L5 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    12 000 = 1TD en 2D = 12D = 120H = 1 200T = 12 000E
  66. WI.066 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100 000

    Voorbeelden

    Leandro moet 96 000 delen door 8. Hij zegt: "Ik splits 96 000 in 80 000 en 16 000 om de
    deling makkelijker te kunnen uitvoeren.”
  67. WI.067 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen duizendtal of tienduizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100 000
  68. WI.068 Begrijpen L6 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Ordenen een gestructureerde hoeveelheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    tot en met 10 000 000
    
    Ordenen:
    • groepje van tien honderdduizendtallen als 1 miljoen

    Te hanteren begrippen

    het miljoental (M), het tien miljoental (TM)
  69. WI.069 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, getalnotatie en telwoord naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    tot en met 10 000 000
  70. WI.070 Begrijpen L6 L6 2.1.1; L6 2.1.4

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD, HD, M, TM
  71. WI.071 Gebruiken L6 L6 2.1.1; L6 2.1.6

    Interpreteren een natuurlijk getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    1 230 400 = 1M en 2HD en 3TD en 4H = 12HD en 30D en 4H = ...
  72. WI.072 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Herstructureren een natuurlijk getal in functie van bewerkingen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 000

    Voorbeelden

    Amina wil 720 000 delen door 6. Ze zegt: "Ik splits het op in 600 000 en 120 000, want
    dat is makkelijker om de deling uit te voeren.”
  73. WI.073 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Vullen natuurlijke getallen aan tot het dichtst bijgelegen tienduizendtal, honderdduizendtal of miljoen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 000
  74. WI.074 Begrijpen L6 L6 2.1.1; L6 2.1.4

    Benoemen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Wiskundige notatie:
    • E, T, H, D, TD, HD, M, TM, HM, Md
  75. WI.075 Gebruiken L6 L6 2.1.2; L6 2.1.6

    Schrijven natuurlijke getallen in betekenisvolle contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Schrijven:
    • miljoen en miljard als eenheid

    Voorbeelden

    • Lotte schrijft: "In 2023 telde China 1 412 164 992 inwoners."
    • Omar schrijft: "YouTube had in 2025 meer dan 2,7 miljard actieve gebruikers."
  76. WI.076 Gebruiken L6 L6 2.1.2; L6 2.1.6

    Lezen natuurlijke getallen in betekenisvolle contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Lezen:
    • miljoen en miljard als eenheid

    Voorbeelden

    • Noah leest in een krant: "In 2025 had India 1 463 865 525 inwoners." Hij zegt: "Dat
        is één miljard vierhonderddrieënzestig miljoen achthonderdvijfenzestigduizend
        vijfhonderdvijfentwintig mensen."
    • Lina leest op het bord: "De wereldbevolking was in 2025 ongeveer 8,2 miljard." Ze
        zegt: "Dat is acht komma twee miljard mensen."
  77. WI.077 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van hoeveelheidsbegrip in verschillende contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jonas telt het aantal boeken in de boekenkast per tien.
    • Noor hoort op het nieuws dat er 5 000 mensen op een festival waren en zegt: "Dat
        zijn heel veel mensen samen, veel meer dan op onze school."
  78. WI.078 Gebruiken K1 KO 2.1.8

    Vergelijken hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 3
  79. WI.079 Gebruiken K2 KO 2.1.4; KO 2.1.6; KO 2.1.7

    Passen de één-éénrelatie toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Één-éénrelatie:
    tot en met 4
    
    Toepassen:
    • met aandacht voor conservatiebegrip

    Te hanteren begrippen

    (is) meer dan, (is) minder dan, (is) (niet) evenveel als

    Voorbeelden

    • Emma zet 3 bekers en 2 glazen op tafel: "Er zijn meer bekers op de tafel dan
        glazen.”
    • Finn wijst naar een rijtje van 4 koekjes en 4 appels. Hij zegt: "Ook al liggen de
        appels verder uit elkaar, het zijn er toch evenveel als de koekjes."
  80. WI.080 Gebruiken K2 KO 2.1.7; KO 2.1.8

    Vergelijken hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 4

    Te hanteren begrippen

    meest(e), minst(e)
  81. WI.081 Gebruiken K3 KO 2.1.4; KO 2.1.6; KO 2.1.7

    Passen de één-éénrelatie toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Één-éénrelatie:
    tot en met 10
    
    Toepassen:
    • met aandacht voor conservatiebegrip

    Voorbeelden

    Milan zet 8 stoelen op een rij en zet op elke stoel een knuffel. Hij zegt: "Er zijn evenveel
    knuffels als stoelen."
  82. WI.082 Gebruiken K3 KO 2.1.7; KO 2.1.8

    Vergelijken hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    (te) veel/(te) weinig, geen enkel, niets, hoeveel meer, hoeveel minder, een(tje) meer,
    een(tje) minder, gelijk, niet gelijk
  83. WI.083 Gebruiken K3 KO 2.1.3; KO 2.1.8

    Seriëren oplopend en aflopend.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    hoeveelheden en getalnotaties tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    vorige/volgende, juist (er)voor/ juist (er)na, middelste, tussen, van minder naar meer,
    van weinig naar veel
  84. WI.084 Gebruiken K3 KO 2.1.11

    Vormen de getallenrij.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenrij:
    1 tot en met 10
  85. WI.085 Gebruiken K3 KO 2.1.11

    Geven een ontbrekend natuurlijk getal in de getallenrij.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenrij:
    1 tot en met 10
  86. WI.086 Gebruiken K3 KO 2.1.7; KO 2.1.10

    Geven het vorige en volgende getal bij een willekeurig natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    één meer, één minder, juist ervoor, juist erna
  87. WI.087 Gebruiken L1 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Vergelijken hoeveelheden door ze in eenzelfde structuur te leggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 10
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠,

    Te hanteren begrippen

    meer dan, minder dan, (niet) evenveel als, groter dan (>), kleiner dan (<), is gelijk aan
    (=), is niet gelijk aan (≠)
  88. WI.088 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Seriëren oplopend en aflopend.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Seriëren:
    0 tot en met 10
  89. WI.089 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Vormen de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 10
  90. WI.090 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 10
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  91. WI.091 Gebruiken L1 KO 2.1.10; L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10
  92. WI.092 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10
    
    Geven:
    • met sprongen van 1 en 2
  93. WI.093 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10
    
    Geven:
    • met sprongen van 1 en 2
  94. WI.094 Begrijpen L1 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 20
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  95. WI.095 Gebruiken L1 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Vormen de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 20

    Te hanteren begrippen

    de getallenas
  96. WI.096 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 20
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  97. WI.097 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 20
  98. WI.098 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 20
    
    Geven:
    • met sprongen van 2 en 5
  99. WI.099 Gebruiken L1 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 20
    
    Geven:
    • met sprongen van 2 en 5
  100. WI.100 Begrijpen L2 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheden:
    tot en met 100
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  101. WI.101 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Vormen de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De getallenas:
    0 tot en met 100
  102. WI.102 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  103. WI.103 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal of tiental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
  104. WI.104 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100
    
    Geven:
    met sprongen van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 (in functie van maal- en deeltafels)

    Voorbeelden

    Arne maakt een aflopend patroon van 90 tot 60 met sprongen van 10: "90, 80, 70, 60."
  105. WI.105 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100
    
    Geven:
    met sprongen van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 (in functie van maal- en deeltafels)
  106. WI.106 Begrijpen L2 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100

    Te hanteren begrippen

    (on)even
  107. WI.107 Begrijpen L2 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  108. WI.108 Begrijpen L3 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig gestructureerde hoeveelheden.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheden:
    0 tot en met 1 000
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  109. WI.109 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  110. WI.110 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, tiental of honderdtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
  111. WI.111 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 1 000
    
    Geven:
    met sprongen van 10, 20, 25, 50 en 100

    Voorbeelden

    Leen maakt een oplopend patroon van 750 tot 830 met sprongen van 20: “750, 770,
    790, 810, 830”.
  112. WI.112 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot met 1 000
    
    Geven:
    met sprongen van 10, 20, 25, 50 en 100
  113. WI.113 Begrijpen L3 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot 1 000
  114. WI.114 Begrijpen L3 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 1 000
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠
  115. WI.115 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Plaatsen natuurlijke getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
    
    Plaatsen:
    • een willekeurig natuurlijk getal
    • een ontbrekend natuurlijk getal
  116. WI.116 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, tiental, honderdtal of duizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
  117. WI.117 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000
    
    Geven:
    met sprongen van 100, 125, 200, 250, 500 en 1 000

    Voorbeelden

    Lori geeft een aflopend patroon van 9 500 tot 8 750 met sprongen van 250:
    “9 500, 9 250, 9 000, 8 750”.
  118. WI.118 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000
    
    Geven:
    met sprongen van 100, 125, 200, 250, 500 en 1 000
  119. WI.119 Begrijpen L4 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
  120. WI.120 Begrijpen L4 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Te hanteren begrippen

    groter dan of gelijk aan (≥), kleiner dan of gelijk aan (≤), de getallenas
  121. WI.121 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, honderdtal, duizendtal of tienduizendtal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
  122. WI.122 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100 000
    
    Geven:
    met sprongen van 1 000, 2 000, 2 500, 5 000 en 10 000
  123. WI.123 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 100 000
    Geven:
    met sprongen van 1 000, 2 000, 2 500, 5 000 en 10 000
  124. WI.124 Begrijpen L5 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
  125. WI.125 Begrijpen L5 L6 2.1.6

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 100 000
    
    Ordenen:
    in betekenisvolle contexten
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  126. WI.126 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Geven van een willekeurig natuurlijk getal het vorige en het volgende getal, duizendtal, tienduizendtal, honderdduizendtal of miljoental.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000
  127. WI.127 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000 000
    
    Geven:
    met sprongen van 50 000, 100 000, 200 000, 250 000, 500 000 en 1 000 000
  128. WI.128 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Geven het ontbrekende natuurlijke getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patroon:
    0 tot en met 10 000 000
    
    Geven:
    met sprongen van 100 000, 200 000, 250 000, 500 000 en 1 000 000
  129. WI.129 Begrijpen L6 L4 2.1.6

    Benoemen een willekeurig natuurlijk getal als even of oneven.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000
  130. WI.130 Begrijpen L6 L6 2.1.6

    Ordenen stelselmatig natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    0 tot en met 10 000 000 000
    
    Ordenen:
    in betekenisvolle contexten
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  131. WI.131 Engageren K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Tonen hun kennis van ordinatie in verschillende contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Volgorde (ordinatie) natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Wout wil de bevolkingsaantallen van de landen van de Europese Unie kunnen
        vergelijken. Hij zoekt de juiste cijfers op en plaats de landen in een rangorde van
        weinig bevolking naar veel.
    • Bram plaatst de 10 nummers die uitgeloot werden in de tombola van klein naar
        groot.
  132. WI.132 Begrijpen L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.1.6; L4 2.1.7; L6 2.1.6

    Herkennen de afrondingsregels.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afrondingsregels:
    bij natuurlijke getallen

    Te hanteren begrippen

    afronden naar boven, afronden naar beneden
  133. WI.133 Gebruiken L2 L4 2.1.7

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen tiental
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 100
  134. WI.134 Gebruiken L3 L4 2.1.7

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen honderdtal of tiental
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 1 000
  135. WI.135 Gebruiken L4 L4 2.1.7

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen duizendtal, honderdtal of tiental
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 10 000
  136. WI.136 Gebruiken L5 L6 2.1.6

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen tienduizendtal, duizendtal of honderdtal
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 100 000
  137. WI.137 Gebruiken L6 L6 2.1.6

    Ronden een natuurlijk getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    naar beneden of boven
    naar het dichtst bijgelegen miljardtal, miljoental, honderdduizendtal of tienduizendtal
    
    Natuurlijk getal:
    ≤ 10 000 000 000
  138. WI.138 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 2.1.7; L6 2.1.6

    Zetten het afronden in bij schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Afronden natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    met natuurlijke getallen
    
    Wiskundige notatie:
    ≈
  139. WI.139 Gebruiken L4 L5 L4 2.1.7

    Geven alle delers van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100
  140. WI.140 Gebruiken L4 L5 L4 2.1.6; L4 2.1.7

    Geven de twaalf eerste veelvouden van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijk getallen:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    het veelvoud
  141. WI.141 Begrijpen L4 L4 2.1.5; L4 2.1.6

    Verwoorden de kenmerken van deelbaarheid door 2, 5, 10, 100 en 1 000.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000
    Kenmerken van deelbaarheid
    • Een getal is deelbaar door 2 als het even is.
    • Een getal is deelbaar door 5 als het eindigt op 0 of 5.
    • Een getal is deelbaar door 10 als het eindigt op 0.
    • Een getal is deelbaar door 100 als het eindigt op 00.
    • Een getal is deelbaar door 1 000 als het eindigt op 000.

    Te hanteren begrippen

    de deler, deelbaar
  142. WI.142 Gebruiken L4 L4 2.1.5

    Passen de kenmerken van deelbaarheid door 2, 5, 10, 100 en 1 000 toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000
  143. WI.143 Begrijpen L5 GO!-doel

    Verwoorden de kenmerken van deelbaarheid door 3, 4, 9, 25 en 50.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 en met eindnullen
    
    Kenmerken van deelbaarheid:
    • Een getal is deelbaar door 3 als de som van de cijfers deelbaar is door 3.
    • Een getal is deelbaar door 4 als de laatste twee cijfers samen een getal vormen dat
        deelbaar is door 4.
    • Een getal is deelbaar door 9 als de som van de cijfers deelbaar is door 9.
    • Een getal is deelbaar door 25 als het eindigt op 00, 25, 50 of 75.
    • Een getal is deelbaar door 50 als het eindigt op 00 of 50.
  144. WI.144 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Passen de kenmerken van deelbaarheid door 2, 3, 4, 5, 9, 10, 25, 50 en 100 toe.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 10 000 en met eindnullen
  145. WI.145 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.5

    Geven de grootste gemeenschappelijke deler (GGD) van twee natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100

    Te hanteren begrippen

    de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)
  146. WI.146 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.5

    Geven het kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van twee natuurlijke getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijke getallen:
    tot en met 100

    Te hanteren begrippen

    het kleinste gemeenschappelijk veelvoud (KGV)
  147. WI.147 Engageren L4 L5 L6 L4 2.1.5; L4 2.1.7; L6 2.1.5

    Tonen hun kennis van delers en veelvouden in verschillende contexten

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Delers en veelvouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • In een zelfgemaakt spel zegt Fien: “Iedere keer als je op een vakje landt dat een
        veelvoud van 4 is, moet je een opdracht doen.”
    • Om te weten per hoeveel Eli 36 drankjes in dozen kan verpakken zoekt hij de
        delers van 36: (1), 2, 3, 4, 6, 9, 12 en 18 (en 36).
  148. WI.148 Begrijpen K1 K2 K3 KO 2.1.2

    Herkennen de betekenis en het nut van natuurlijke getallen in reële contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Betekenis:
    • een getal als aantal
    • een getal als rangorde

    Voorbeelden

    Aantal:
    Jana vraagt hoeveel stoelen er rond de tafel staan. Ze telt ze en zegt: “Er zijn er 6!”
    Rangorde:
    Zeyneb zegt: “Straks is ’t aan mij, ik sta als tweede in de rij.”
  149. WI.149 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.1.4

    Verwoorden de betekenis en het nut van getallen in reële contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen

  150. WI.150 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.1.4; L4 2.1.6

    Gebruiken een getal als hoeveelheid, rangorde, maatgetal of code.

    Wiskunde Getallenkennis › Natuurlijke getallen › Functie van getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de hoeveelheid, het aantal, de rangorde, het maatgetal, de code
  151. WI.151 Begrijpen L3 L4 L4 2.1.9; L4 2.1.11

    Herkennen negatieve getallen in herkenbare contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    0 tot -10
    
    Wiskundige notatie:
    -

    Te hanteren begrippen

    het positief getal, het negatief getal, het minteken (-)

    Voorbeelden

    • Sam kijkt naar het weerbericht en zegt: "In Juneau (Alaska) is het momenteel -10°C.
        Dat is een negatief getal, want het heeft een minteken vooraan."
    • Lotte staat in de lift van een parkeergarage en zegt: "Onze auto staat op verdieping
        -3. Dat is lager dan 0, dus een negatief getal."
  152. WI.152 Gebruiken L3 L4 L4 2.1.9; L4 2.1.11

    Interpreteren negatieve getallen in herkenbare contexten

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    0 tot -10
  153. WI.153 Begrijpen L3 L4 L4 2.1.9; L4 2.1.11

    Ordenen gehele getallen in herkenbare contexten

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -10 tot 30
    
    Ordenen:
    zonder getallenas

    Voorbeelden

    Vorige week vroor het enkele dagen. Casper ordent de dagtemperaturen van de
    voorbije week van warm naar koud.
  154. WI.154 Begrijpen L3 L4 L4 2.1.8

    Illustreren de uitbreiding van de getallenas met negatieve getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -10 tot 30
  155. WI.155 Gebruiken L4 L4 2.1.10

    Tellen terug vanaf 0 met eenheden tot en met -10.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

  156. WI.156 Begrijpen L5 L4 2.1.8; L6 2.1.8

    Illustreren de uitbreiding van de getallenas met negatieve getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
  157. WI.157 Gebruiken L5 L6 2.1.8

    Tellen verder met eenheden vanaf een willekeurig getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
    
    Tellen:
    aan de hand van een getallenas
  158. WI.158 Gebruiken L5 L6 2.1.8

    Plaatsen gehele getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
    
    Plaatsen:
    • een ontbrekend getal
    • een willekeurig getal
    • het vorig en volgend getal bij een willekeurig getal
  159. WI.159 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.8

    Ordenen gehele getallen in herkenbare contexten.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30
    
    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas

    Voorbeelden

    Mila ordent temperaturen om te weten welke stad een temperatuur heeft het dichtst
    bij het vriespunt. Reykjavik: -12 °C, Amsterdam: 8 °C, Oslo: -4 °C, Madrid: 21 °C,
    Warschau: -1 °C. Door te ordenen vindt ze de oplossing: Warschau.
  160. WI.160 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.9

    Bepalen de afstand tussen twee gehele getallen met behulp van een schematische voorstelling.

    Wiskunde Getallenkennis › Gehele getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gehele getallen:
    -20 tot 30

    Voorbeelden

    Jasper gaat in een flatgebouw van verdieping 4 naar verdieping -2, hij daalt dus 6
    verdiepingen.
  161. WI.161 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16

    Verdelen een geheel op verschillende manieren in vier gelijke delen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verdelen:
    dezelfde vorm en oppervlakte of verschillende vorm en dezelfde oppervlakte

    Te hanteren begrippen

    het (on)gelijke deel, het geheel, de (ver)deling
  162. WI.162 Begrijpen L3 L4 2.1.16

    Verwoorden de samenhang tussen helft, kwart en dubbel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De samenhang:
    • twee helften/vier kwarten vormen samen het geheel
    • een kwart is de helft van de helft
    • de helft is het dubbel van een kwart

    Te hanteren begrippen

    het kwart, de helft, het dubbel
  163. WI.163 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16; L4 2.1.17

    Bepalen het verband tussen geheel, deel en breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het verband:
    met behulp van een schematische voorstelling
    • bij een gegeven geheel en deel, de breuk vinden
    • bij een gegeven geheel en breuk, het deel zoeken
    • bij een gegeven deel en breuk, het geheel zoeken
  164. WI.164 Begrijpen L3 L4 2.1.12

    Herkennen een stambreuk als één gelijk deel van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuk:
    noemer ≤ 20
    
    Herkennen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    het gelijke deel
  165. WI.165 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Lezen een stambreuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuk:
    noemer ≤ 20
    • met schuine (1/4) breukstreep
                    1
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    4
  166. WI.166 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een stambreuk (noemer ≤ 20) van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nemen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    de breuk, de stambreuk, het breukdeel, de teller, de noemer, breukstreep (÷, /), een
    derde, een vijfde, een zesde

    Voorbeelden

    1
    • Jolien kleurt van de tekening in het groen.
                3
                  1
    • Baziel neemt van de taart.
                  4
  167. WI.167 Begrijpen L3 L4 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van een breukdeel relatief is tot de grootte van het geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lieve eet de helft van taart A, Bas de helft van taart B, ook al eten ze allebei een halve
    taart (relatief), toch hangt de hoeveelheid af van de grootte van de taart (absoluut).
  168. WI.168 Begrijpen L3 L4 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van de breukdelen relatief is tot het aantal breukdelen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    In hoe meer stukken Jowan de reep chocolade verdeelt, hoe kleiner de stukken zijn.
  169. WI.169 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Vergelijken stambreuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuken:
    noemer ≤ 20
    
    Wiskundige notatie
    • ÷
    • >, <, =, ≠
  170. WI.170 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Seriëren stambreuken oplopend en aflopend.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuken:
    noemer ≤ 20
    Wiskundige notatie
    ÷
  171. WI.171 Begrijpen L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16

    Herkennen een echte breuk als één of meer gelijke delen van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Herkennen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    de echte breuk
  172. WI.172 Gebruiken L3 L4 L4 2.1.18

    Lezen een echte breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    • met schuine (1/4) breukstreep
                    1
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    4
  173. WI.173 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)

    Voorbeelden

    3
    Jonathan kleurt van de tekening in het geel.
                5
              2
    Bavo neemt van een cake.
              6
  174. WI.174 Gebruiken L4 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)
    • is een aantal
    • is een getal

    Voorbeelden

    Aantal:
                  3
    Jonathan omcirkelt van 20 getekende boeken. En dus omcirkelt hij 12 delen.
                  5
    Getal:
              2
    Bavo neemt van 12 appels. Hij neemt dus 4 appels.
              6
  175. WI.175 Begrijpen L3 L4 2.1.12

    Drukken een6 geheel uit als een breuk of als 1.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

  176. WI.176 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie
    • ÷
    • >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Vergelijking:
        2 2
    • <
        5 3
        3 6
    • <
        10 10
  177. WI.177 Begrijpen L3 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Ordenen:
        2 2 2
    • < <
        4 3 2
        1 2 3
    • < <
        10 10 10
  178. WI.178 Begrijpen L3 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20

    Te hanteren begrippen

    de (on)gelijknamig(e) breuk
  179. WI.179 Gebruiken L3 L4 2.1.13; L4 2.1.18

    Plaatsen gelijknamige breuken ≤ 1 op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Getallenas:
    voorgestructureerd
    ≤ 1
  180. WI.180 Begrijpen L4 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken

    Te hanteren begrippen

    de gelijkwaardige breuk

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 5
    • =
        20 100
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  181. WI.181 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuk:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 25
    • =
        2 50
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  182. WI.182 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L6 2.1.18

    Vergelijken gerelateerde breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gerelateerde breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
    door de breuken gelijknamig te maken
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    4 7
    Thomas vraagt zich af: " Is groter, kleiner of gelijk aan ?”
                        5 10
            4 7
    Hij zegt: " en zijn gerelateerde breuken want de noemers zijn veelvouden van elkaar.
            5 10
    Ik maak de breuken gelijknamig op noemer 10 door bij de eerste breuk teller en noemer
                            4 8 8 7 4 7
    met 2 te vermenigvuldigen, dus = en is groter dan dus > ”
                            5 10 10 10 5 10
  183. WI.183 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    6 3 6
    Anaël wil graag weten: “Is groter, kleiner of gelijk aan ?” Ze zegt: “ is iets meer dan
                        9 8 9
            3 6 3
    de helft en is iets minder dan de helft dus > "
            8 9 8
  184. WI.184 Begrijpen L4 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  185. WI.185 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Geven breuken weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Weergeven:
    • met een schematische voorstelling
                    9
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    81
  186. WI.186 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Lezen breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Lezen:
    • met schuine (4/48) breukstreep
                    4
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    48
  187. WI.187 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        2 4 6
    • = =
        9 18 27
  188. WI.188 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Zetten echte breuken om naar gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    met willekeurige noemers
    
    Omzetten:
    via de kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van beide noemers (noemer ≤ 100)
    
    Voorbeeld:
                      5 3
    Loena wil de breuken en gelijknamig maken.
                    12 8
    Ze zegt: "Ik zoek het kleinste gemeenschappelijke veelvoud van 12 en 8. Dat is 24.
              5 4 3 9
    Dan maak ik = en = . Nu hebben ze dezelfde noemer en zijn ze gelijknamig."
              12 24 8 24
  189. WI.189 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Vereenvoudigen een breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een breuk:
    noemer ≤ 100
    
    Vereenvoudigen:
    teller en noemer delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Te hanteren begrippen

    vereenvoudigen

    Voorbeelden

    9
    Yasmine zegt: "Ik wil vereenvoudigen. De grootste gemeenschappelijke deler van 9 en
                    12
                                    9 3
    12 is 3. Ik deel teller en noemer door 3. Dus = . Ik heb de breuk vereenvoudigd."
                                    12 4
  190. WI.190 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    met en zonder getallenas
  191. WI.191 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  192. WI.192 Begrijpen L4 L5 L6 2.1.11

    Herkennen een oneigenlijke breuk als een natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    9 6 3
      , ,
    3 6 1
                                                                9
    • De leraar vraagt om de oneigenlijke breuken te omcirkelen. Noor omcirkelt: " want
                                                                3
        deze breuk is gelijk aan 3."
                    6
    • Omar omcirkelt en zegt: "Deze breuk is gelijk aan 1.”
                    6
                3
    • Ava zegt: " is gelijk aan 3.”
                1
  193. WI.193 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Wisselen gelijke delen van een onechte breuk in voor één of meer gehelen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tibo zegt: "Ik heb 9 gelijke delen van een pizza. Met 4 delen kan ik 1 pizza vormen. Als ik
                          9 1
    alle delen samenleg bekom ik pizza of 2 pizza’s en deel.”
                          4 4
  194. WI.194 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Zetten een onechte breuk en een gemengd getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    door ze te benoemen in termen van gehelen en breukdelen (noemer ≤ 20)

    Te hanteren begrippen

    het gemengd getal, de onechte breuk
  195. WI.195 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Plaatsen onechte breuken met dezelfde noemer en gemengde getallen met dezelfde noemer op een getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Getallenas:
    voorgestructureerd
  196. WI.196 Begrijpen L4 L4 2.1.18

    Ordenen onechte breuken en gemengde getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  197. WI.197 Gebruiken L4 L4 2.1.13; L4 2.1.18

    Geven gemengde getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

  198. WI.198 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Geven een tiende van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 10
  199. WI.199 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Wisselen een groepje van tien tienden in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  200. WI.200 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Wiskundige notatie:
    .,. t

    Te hanteren begrippen

    het decimaal getal, de komma, … komma …, de eenheid (E), het tiende (t)

    Voorbeelden

    Omzetting:
                      2
    2 delen van het geheel = = 2 tienden = 0,2.
                      10
  201. WI.201 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                    2
    Één geheel (tien tienden) en 2 delen = 1 + = 1E 2t = 1,2.
                                    10
  202. WI.202 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een tiende
  203. WI.203 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.19

    Interpreteren een decimaal getal met één cijfer na de komma op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden en tienden splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    1,2 = 1E en 2t = 12t = 1 geheel en 2 tienden.
  204. WI.204 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Geven een honderdste van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 100
  205. WI.205 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Wisselen een groep van honderd honderdsten in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  206. WI.206 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer tien of honderd
    
    Wiskundige notatie:
    .,.
    t
    .,..
    h

    Te hanteren begrippen

    het honderdste (h)
  207. WI.207 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer tien of honderd
    
    Wiskundige notatie:
    .,.
    t
    .,..
    h

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                            12
    Één geheel (honderd honderdsten) en 12 delen = 1 + = 1E 12h = 1,12.
                                            100
  208. WI.208 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een honderdste
  209. WI.209 Begrijpen L4 L5 L4 2.1.14

    Verwoorden dat de waarde van een decimaal getal niet verandert als er een nul achteraan toegevoegd wordt.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lotte zegt: "1,4 is hetzelfde als 1,40. De nul achteraan verandert niets aan de waarde."
    Jules vult aan: "Net zoals 0,7 en 0,70 evenveel zijn."
  210. WI.210 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.19

    Interpreteren een decimaal getal met één en twee cijfers na de komma op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden, tienden en honderdsten splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    • 1,12 = 1E en 12h = 1E, 1t en 2h = 112h = 1 geheel en 12 honderdsten = 11 tienden
        en 2 honderdsten.
    • 1,2 = 1E en 2t = 12t = 1,20 = 1E en 20h = 1 geheel en 2 tienden = 1 geheel en 20
        honderdsten = 120h.
  211. WI.211 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Geven een duizendste van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 1 000
  212. WI.212 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Wisselen een groepje van duizend duizendsten in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  213. WI.213 Gebruiken L5 L6 2.1.14; L6 2.1.17

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer duizend
    
    Wiskundige notatie:
    .,…
    d

    Te hanteren begrippen

    het duizendste (d)
  214. WI.214 Gebruiken L5 L6 2.1.14; L6 2.1.17

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer duizend
    
    Wiskundige notatie:
    .,…
    d

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                                202
    • Één geheel (duizend duizendsten) en 202 delen = 1 + = 1E 202d = 1,202.
                                              1 000
  215. WI.215 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een duizendste
  216. WI.216 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Interpreteren een decimaal getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Decimaal getal:
    met één, twee en drie cijfers na de komma
    
    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden, tienden, honderdsten en duizendsten splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    • 1,234 = 1E en 234 d = 1E 23h en 4d = 1E 2t 3h en 4d = 1 geheel en 234 duizendsten
        = 1 234 d = …
    • 1,45 = 1E en 45h = 1E, 4t en 5h = 1,450 = 1E en 450d = 1 geheel en 450 duizendsten
        = 1E en 450d = 1450d = 14t en 5h = 14t en 50d = …
  217. WI.217 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.1.15

    Geven paraat de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
              1 1 1
    • 0; 0,1 en ;0,2 en ;0,5 en ;1
              10 5 2
                1 1 1 3
    • 0; 0,01 en ;0,25 en ;0,50 en ;0,75 en ; 1
                100 4 2 4
  218. WI.218 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    • met sprongen van 0,1; 0,2 en 0,5
    • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
  219. WI.219 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven het ontbrekende getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    • met sprongen van 0,1, 0,2 en 0,5
    • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
  220. WI.220 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    tot op een honderdste
  221. WI.221 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    tot op een honderdste
    eerst de gehelen en dan de breukdelen
    • door kennis van de referentiepunten
    • door omzetting
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  222. WI.222 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
    
    Plaatsen:
    tot op een honderdste
  223. WI.223 Begrijpen L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    tot op een honderdste
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  224. WI.224 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
  225. WI.225 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven het ontbrekende getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
  226. WI.226 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    tot op een duizendste
  227. WI.227 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            2 3 4 1 2 1 3
    • 0,4 en ;0,6 en ;0,8 en ;1,2 en 1 en ;1,4 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,6 en 1 en ;1,8
            5 5 5 5 5 2 5
              4
        en 1 en
              5
    • 1 1 3
        1,25 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,75 en 1 en
                4 2 4
  228. WI.228 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven de referen4tiepunten voo2r decimale get4allen (≤ 1) en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            1 1 3 1 5 3 7
    0; 0,125 en ;0,250 en ;0,375 en ;0,5 en ;0,625 en ;0,750 en ;0,875 en ; 1
            8 4 8 2 8 4 8
  229. WI.229 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    tot op een duizendste
    eerst de gehelen en dan de breukdelen
    • door kennis van de referentiepunten
    • door omzetting
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  230. WI.230 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
    
    Plaatsen:
    tot op een duizendste
  231. WI.231 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.18

    Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    tot op een duizendste
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  232. WI.232 Gebruiken L4 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • tot op een eenheid naar boven of beneden
    • tot op een tiende naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden tot op een eenheid:
    • 24,8 afronden naar 25.
    • 23,23 afronden naar 23.
    Afronden tot op een tiende:
    • 3,46 afronden naar 3,5.
    • 7,34 afronden naar 7,3.
  233. WI.233 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • tot op een eenheid naar boven of beneden
    • tot op een honderdste naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden tot op een eenheid:
    • 54,17 afronden naar 54.
    • 24,98 afronden naar 25.
    Afronden tot op een honderdste:
    • 5,678 afronden naar 5,68.
    • 19,323 afronden naar 19,32
  234. WI.234 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    tot op een duizendste naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden:
    • 6,423 afronden naar 6,425
    • 19,997 afronden naar 20,000
  235. WI.235 Engageren L4 L5 L6 L6 2.1.18

    Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schattend rekenen:
    met decimale getallen
    
    Wiskundige notatie:
    ≈

    Voorbeelden

    • Linda ziet op het tankstation dat de benzine €1,837 per liter kost en zegt: "Ik reken
        met €1,85, dus voor 20 liter is dat ongeveer €37."
    • Yassin staat in de bioscoop en zegt: "De tickets kosten €8,75 per persoon. We zijn
        met 3, dus ongeveer 3 x €9 ≈ €27."
  236. WI.236 Begrijpen L5 L6 2.1.13; L6 2.1.17

    Herkennen dat een procent hetzelfde is als een honderdste.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    met een schematische voorstelling en in de vorm van een breuk met noemer 100
    
    Wiskundige notatie:
    %

    Te hanteren begrippen

    het procent (%)
  237. WI.237 Begrijpen L5 L6 2.1.14

    Drukken een percentage uit in eenheden, tienden en honderdsten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  238. WI.238 Begrijpen L5 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van een percentage relatief is tot de grootte van het geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Ahmir zegt: "In het vijfde leerjaar zitten 20 leerlingen en 50% daarvan zijn meisjes. In het
    zesde leerjaar zitten 26 leerlingen, 50% daarvan zijn meisjes. Dat is hetzelfde percentage
    (50%) maar kan toch meer of minder betekenen. Want in het vijfde leerjaar zitten 10
    meisjes en in het zesde 13.”
  239. WI.239 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Breuk:
    met noemer honderd
  240. WI.240 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Interpreteren een procent op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Procent:
    ≤ 100
    • als breuk
    • als decimaal getal
    • volgens plaatswaarde

    Voorbeelden

    Interpreteren:
                      12
    12% = 1t en 2h = 12h = = 0,12
                      100
  241. WI.241 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Zetten een breuk om naar een procent en omgekeerd.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
  242. WI.242 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Zetten een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
    
    Decimaal getal
    tot op een duizendste
  243. WI.243 Gebruiken L6 L6 2.1.14

    Interpreteren een procent op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een procent:
    • als breuk
    • als decimaal getal
    • volgens plaatswaarde

    Voorbeelden

    Interpreteren:
                                112 12
    112% = 1E en 12h = 1E en 1t en 2h = = 1,12 = 1 geheel en 12 honderdsten = 1 en
                                100 100
  244. WI.244 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.15

    Geven paraat de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            1 1 1 1 2 1 3 3
    0%, 1% en ; 10% en ; 20% en ; 25% en ; 40% en ;50% en ;60% en ;75% en
            100 10 5 4 5 2 5 4
          4
    ;80% en ; 100% en 1
          5
  245. WI.245 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Plaatsen 5procenten op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
  246. WI.246 Begrijpen L5 L6 2.1.18

    Ordenen procenten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  247. WI.247 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven procenten die tussen nul en één liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

  248. WI.248 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, decimale getallen en procenten met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
    
    Vergelijken:
    • door omzetting
    • door kennis van referentiepunten
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  249. WI.249 Gebruiken L6 GO!-doel

    Geven de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken en gemengde getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
              1 1 1 3
    120% en 1 en ; 125% en 1 en ; 150% en 1 en ;175% en 1 en ; 200% en 2
              5 4 2 4
  250. WI.250 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • door omzetting
    • door kennis van referentiepunten
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  251. WI.251 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Plaatsen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
  252. WI.252 Begrijpen L6 L6 2.1.18

    Ordenen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  253. WI.253 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Geven rationale getallen die tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rationale getallen:
    breuken, decimale getallen en procenten
  254. WI.254 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Ronden een procent af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • naar boven of beneden
    • volgens de gewenste nauwkeurigheid

    Voorbeelden

    Afronden:
    • 41% afronden naar 40%
    • 63% afronden naar 65%
  255. WI.255 Engageren L5 L6 L6 2.1.18

    Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schattend rekenen:
    met procenten
    
    Wiskundige notatie
    .
    ≈

    Voorbeelden

    Sofia bedenkt: "57% van de Belgische bevolking leeft in Vlaanderen. In België wonen
    ongeveer 12 miljoen mensen. In Vlaanderen wonen dus iets meer dan de helft (50 %)
    Belgen en dus iets meer dan 6 miljoen mensen.”
  256. WI.256 Begrijpen L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • de relatie tussen grootheden (. per .)
    • de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • een breuk

    Te hanteren begrippen

    . op ., . per . , . staat tot .

    Voorbeelden

    De relatie tussen een deel en het geheel:
    Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier.”
    De relatie tussen grootheden:
    Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje water
    nodig.”
    De relatie tussen twee delen:
    Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5 rode
    kralen. 4 staat tot 5.”
  257. WI.257 Gebruiken L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
  258. WI.258 Begrijpen L5 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • een percentage
    • een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Te hanteren begrippen

    de verhouding, het procent
  259. WI.259 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
    • als een percentage
    • als een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Voorbeelden

    • Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier. Ik kan dit
                3
        schrijven als ”
                5
    • Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje
        water nodig. Ik kan dit schrijven als 3 : 1”
    • Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5
        rode kralen. 4 staat tot 5. Ik kan dit schrijven als 4 : 5”
    • Myraim zegt: Een enuête bij 2 500 Vlamingen toont dat 1 750 mensen dagelijks
        internet gebruiken. Voor gans Vlaanderen kunnen we dus zeggen dat 7 op 10 van de
        Vlamingen dagelijks internet gebruikt. Ik kan dit schrijven als 70%”
  260. WI.260 Begrijpen L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  261. WI.261 Gebruiken L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  262. WI.262 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Zetten een gegeven verhouding om naar een gelijkwaardige verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    door beide termen te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    • Mira zegt: "Het menu voor één persoon is twee eitjes en vier sneetjes brood. Voor 4
        personen vermenigvuldig ik beide getallen met factor 4. Dan heb ik 8 eitjes en 16
        sneetjes nodig.”
    • Noor rekent: "1 glas limonade maak ik met 1 deel siroop en 5 delen water. Voor 3
        glazen neem ik 3 delen siroop en 15 delen water."
  263. WI.263 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Geven bij twee gelijkwaardige verhoudingen (twee termen) de ontbrekende term.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    In Sophia haar klas zijn drie op vijf kinderen meisjes. Er zitten 12 meisjes in de klas.
    Hoeveel jongens zitten er in de klas van Sophia? Sophia rekent uit: “Drie breukdelen op
    vijf staan voor 12 meisjes. Het aantal jongens staat voor 2 breukdelen op vijf. 3 op 5 =
    12, 1 op 5 = 4 en 2 op 5 = 8, dus er zijn 8 jongens in de klas.”
  264. WI.264 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Vereenvoudigen een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vereenvoudigen:
    door de termen te delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Voorbeelden

    • Pauline zegt: “In onze klas zitten 12 meisjes en 16 jongens. Dat is een verhouding
        van 12 op 16. Ik kan dit vereenvoudigen door beide termen te delen door GGD 4 en
        dus is de verhouding 3 meisjes op 4 jongens.”