Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

175 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Bewerkingen ✕

  1. WI.265 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Verdelen een geheel in twee delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
    
    Verdelen:
    op alle mogelijke manieren (splitsen, verdelen en samenvoegen)

    Te hanteren begrippen

    splitsen, verdelen, samenvoegen, samen(tellen)
  2. WI.266 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Veranderen een hoeveelheid met één.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheid:
    1 t.e.m. 10
    
    Veranderen:
    • 1 erbij
    • 1 eraf

    Te hanteren begrippen

    één meer, één minder, bijdoen, erbij, vermeerderen, hoeveel samen, wegnemen,
    verminderen, eraf, hoeveel over
  3. WI.267 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Verdelen een geheel in twee delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
    
    Verdelen:
    op alle mogelijke manieren (splitsen en verdelen)

    Te hanteren begrippen

    het deel, het geheel, de helft
  4. WI.268 Gebruiken L1 L4 2.1.1

    Verdelen een geheel in drie delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
  5. WI.269 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Voegen twee of drie delen samen tot een geheel.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    het dubbel
  6. WI.270 Gebruiken L1 L4 2.1.1

    Vullen het ontbrekende deel van een getalfamilie aan.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilie:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    de getalfamilie

    Voorbeelden

    Imane zegt: "5 bestaat uit 3 en ? ... Dat is 2.”
  7. WI.271 Begrijpen K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Verwoorden rekenhandelingen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenhandelingen:
    met betrekking tot optellen en aftrekken
    met concrete materialen
    tot en met 10
    • oorzaak-verandering
    • combinatie
    • vergelijking

    Te hanteren begrippen

    bijdoen, weg(nemen), erbij, eraf, samen(tellen), samenvoegen, meer, minder

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Beni heeft 5 knikkers en wint er 2, hoeveel heeft hij er nu?
    Combinatie:
    Beni heeft 5 knikkers en Isabel heeft er 2, hoeveel hebben ze er samen?
    Vergelijking:
    Beni heeft 5 knikkers en Filip heeft er 2, hoeveel heeft Filip er minder?
  8. WI.272 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Voeren rekenhandelingen uit.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenhandelingen:
    met betrekking tot optellen en aftrekken
    met concrete materialen
    tot en met 10
    • oorzaak-verandering
    • combinatie
    • vergelijking

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Ik heb 5 knikkers en ik win er 2, hoeveel heb ik nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel samen?
    Vergelijking:
    Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel heb jij er minder?
  9. WI.273 Begrijpen L1 L4 2.2.1; L4 2.2.10

    Illustreren de optelling als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling:
    som ≤ 10
    
    Wiskundige notatie:
    +

    Te hanteren begrippen

    de term, de som, optellen, bijdoen, erbij, samenvoegen, meer, plus

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Rayan heeft 7 aardbeien. Hij krijgt er 3 bij. Hoeveel aardbeien heeft hij nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Soraya heeft 2 rode kleurpotloden en 6 blauwe kleurpotloden. Hoeveel kleurpotloden
    heeft ze samen?
    Vergelijking:
    Soetkin heeft 2 boeken. Sara heeft er 3 meer dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
  10. WI.274 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Tellen op door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10

    Voorbeelden

    Alexis weet dat 5 en 3 acht is omdat 5 en 3 behoren tot de getalfamilie 8.
  11. WI.275 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Lossen een puntoefening op door de parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oplossen:
    som ≤ 10
  12. WI.276 Begrijpen L1 L4 2.2.1; L4 2.2.10

    Illustreren de aftrekking als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekking:
    aftrektal ≤ 10
    
    Wiskundige notatie:
    -

    Te hanteren begrippen

    het verschil, aftrekken, weg(nemen), eraf, minder, min

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Rayan heeft 7 aardbeien. Hij eet er 3 op. Hoeveel aardbeien heeft hij nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Soraya heeft 9 kleurpotloden. 6 zijn blauwe kleurpotloden, de rest zijn rode
    kleurpotloden. Hoeveel rode kleurpotloden heeft ze?
    Vergelijking:
    Soetkin heeft 8 boeken. Sara heeft er 3 minder dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
  13. WI.277 Begrijpen L1 L4 2.2.1

    Verwoorden de aftrekking als het aanvullen van de tweede term om het verschil te vinden (indirect optellen).

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekking:
    aftrektal ≤ 10
  14. WI.278 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Trekken af door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10

    Voorbeelden

    Hozeer weet dat 7 – 4 = 3 omdat 4 en 3 samen tot de getalfamilie 7 behoren.
  15. WI.279 Begrijpen L1 L4 2.2.9; L4 2.2.10

    Verwoorden dat de aftrekking de omgekeerde bewerking van de optelling is en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de omgekeerde bewerking
  16. WI.280 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Geven de vier familieopgaven bij een getalfamilie.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilie:
    aftrektal of som ≤ 10

    Voorbeelden

    Ina werkt met de getalfamilie (5; 2, 3) en geeft de vier familieopgaven:
    "2 + 3 = 5, 5 – 3 = 2, 3 + 2 = 5, 5 – 2 = 3.”
  17. WI.281 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Geven van een willekeurig getal alle mogelijke getalfamilies.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilies:
    ≤ 10
    
    Geven:
    Door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken
  18. WI.282 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 20
    zonder overbrugging
  19. WI.283 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 20
    zonder overbrugging
  20. WI.284 Gebruiken L1 L4 2.2.16

    Lossen een optelling en aftrekking op door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling en aftrekking:
    som of aftrektal ≤ 20
    
    Oplossen:
    zonder overbrugging
  21. WI.285 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 20
    met overbrugging
  22. WI.286 Gebruiken L1 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal.*

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrektal:
    ≤ 20
    
    Aftrekken:
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Rijgen:
    12 – 7 = 12 – 2 – 5
        /\
      2 5
        = 10 – 5
        = 5
    Splitsen van het aftrektal:
    12 – 7 = 10 – 7 + 2
    /\
    10 2
        = 3 + 2
        = 5
    
    * De school kiest één van beide procedures.
  23. WI.287 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal.*

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrektal:
    ≤ 20
    
    Aftrekken:
    met overbrugging
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  24. WI.288 Gebruiken L2 L4 2.2.16

    Lossen een optelling en aftrekking op door de parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling en aftrekking:
    Som of aftrektal ≤ 20
    
    Oplossen:
    met overbrugging
  25. WI.289 Gebruiken L2 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  26. WI.290 Gebruiken L2 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  27. WI.291 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    zonder overbrugging
  28. WI.292 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging
  29. WI.293 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    zonder overbrugging
  30. WI.294 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal*.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Rijgen:
    52 – 18 = 52 – 10 – 8
          = 42 – 8
              /\
              2 6
          = 42 – 2 – 6
            = 40 – 6
            = 34
    Splitsen van het aftrektal:
    52 – 18 = 52 – 10 – 8
          = 42 – 8
            /\
            40 2
          = 40 – 8 + 2
          = 32 + 2
          = 34
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  31. WI.295 Gebruiken L2 L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Trekken af via aanvullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Te hanteren begrippen

    Aanvullen tot
  32. WI.296 Gebruiken L3 L4 2.2.22; L4 2.2.10

    Tellen op via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Te hanteren begrippen

    compenseren

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    33 + 18 = (33 + 20) - 2
          = 53 – 2
          = 51
    Dus 33 + 18 = 51
  33. WI.297 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    42 – 18 =(42 – 20) + 2
          = 22 + 2
          = 24
    Dus 42 – 18 = 24
  34. WI.298 Gebruiken L3 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    maximum 3 termen
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  35. WI.299 Gebruiken L3 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  36. WI.300 Gebruiken L3 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen
  37. WI.301 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Tellen op naar analogie van de bewerkingen tot 20.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Optellen:
    60 + 90 = 150 want 6T + 9T = 15T = 150
    400 + 300 = 700 want 4H + 3H = 7H = 700
  38. WI.302 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Tellen op via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    enkel bij overbrugging
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    165 + 297 = 165 + (300 – 3)
            = (165 + 300) – 3
            = 465 – 3
            = 462
  39. WI.303 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via analogie van de bewerkingen tot 20.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    120 - 70 = 50 want 12T – 7T = 5T = 50
    900 - 300 = 600 want 9H – 3H = 6H = 600
  40. WI.304 Gebruiken L3 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal*.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    met overbrugging
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  41. WI.305 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    enkel bij overbrugging
    aftrektal≤ 1 000
    hoofdrekenen
  42. WI.306 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via aanvullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    met overbrugging
  43. WI.307 Gebruiken L3 L4 2.2.18; L4 2.2.22; L4 2.2.14

    Tellen op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    160 + 589 = 160 + (600 – 11)
              = (160 + 600) - 11
              = 220 - 11
              = 209
  44. WI.308 Gebruiken L3 L4 2.2.18; L4 2.2.22; L4 2.2.14

    Trekken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    613 - 235 = (613 – 300) + 65
            = 313 + 65
            = 378
    Aftrekken door aanvullen:
    613 – 235 = 65 + 300 + 13
            = 378
  45. WI.309 Begrijpen L4 L6 2.2.2

    Illustreren dat de som van twee getallen niet verandert als we bij één term een getal optellen en dit getal van de andere term aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

  46. WI.310 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Tellen op via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    enkel bij overbrugging
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Optellen via direct compenseren:
    567 + 265 = (567 + 33) + (265 – 33)
            = 600 + 232
            = 832
  47. WI.311 Begrijpen L4 L6 2.2.2

    Illustreren dat het verschil van twee getallen niet verandert als we bij beide termen hetzelfde getal optellen of aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

  48. WI.312 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Trekken af via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    enkel bij overbrugging
    aftrektal≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    613 – 235 = (613 – 13) – (235 – 13)
            = 600 -222
            = 378
  49. WI.313 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10

    Tellen op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = (1 600 + 600) - 20
              = 2 200 - 20
              = 2 180
    Optellen door direct compenseren:
    1637 + 3 587= (1637 + 63) + (3 587 –63)
              = 1700 + 3 524
    = 5 224
  50. WI.314 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10

    Trekken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20
            = 3 200 + 20
            = 3 220
    Aftrekken door direct compenseren:
    4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100)
              = 4 700 – 2 000
              = 2 700
  51. WI.315 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.25; L4 2.2.27; L6 2.2.5

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    maximum 3 termen
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  52. WI.316 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.25; L4 2.2.27; L6 2.2.5

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  53. WI.317 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Tellen op met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = 1 600 + 600 – 20
              = 2 200 – 20
              = 2 180
  54. WI.318 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Trekken af met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 – 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200
              = 3 200 + 20
              = 3 220
  55. WI.319 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Tellen op met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100 000 (L5); som ≤ 10 000 000 (L6)
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = 1 600 + (600 -20)
              = (1600 + 600) - 20
              = 2 200 – 20
              = 2 180
  56. WI.320 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Trekken af met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100 000 (L5); aftrektal ≤ 10 000 000 (L6)
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200
              = 3 200 + 20
              = 3 220
    Aftrekken door direct compenseren:
    4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100)
              = 4 700 – 2 000
              = 2 700
  57. WI.321 Begrijpen L1 L2 L3 L4 2.2.8

    Duiden of er bij een bewerking moet worden ingewisseld.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    optellen, aftrekken, de optelling, de aftrekking, de som, de term, het verschil, het
    aftrektal, de aftrekker, inwisselen
  58. WI.322 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.22

    Gebruiken bij een optelling de verwisseleigenschap (commutativiteit).

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Commutativiteit:
    In een optelling mag je de termen van plaats wisselen zonder dat hierdoor de som
    verandert.

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Commutativiteit:
    2 + 35 = 35 + 2
        = 37
    18 + 13 + 2 = 18 + 2 + 13
            = 20 + 13
            = 33
  59. WI.323 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8

    Gebruiken de nul-eigenschap (neutraal element) bij een optelling.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Neutraal element:
    Als je bij een getal 0 optelt, is de som gelijk aan het oorspronkelijke getal.

    Voorbeelden

    Neutraal element:
    1 236 + 0 = 1 236
  60. WI.324 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Gebruiken bij een optelling de associatieve eigenschap.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Associativiteit:
    Je mag bij een optelling met meer dan 2 termen kiezen welke termen je eerst optelt,
    zonder dat de som wijzigt.
    
    Wiskundige notatie:
    ()

    Te hanteren begrippen

    schakelen, het haakje, (aaneen)schakelen

    Voorbeelden

    Associativiteit:
    (27 + 19) + 31 = 27 + (19 + 31)
              = 27 + 50
              = 77
  61. WI.325 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.7; L6 2.2.3

    Berekenen eerst de deelopgave tussen haakjes.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

  62. WI.326 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.29; L6 2.2.23

    Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij optellen en aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

  63. WI.327 Gebruiken K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.2

    Nemen een hoeveelheid een aantal keer.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    keer nemen, het dubbel
  64. WI.328 Begrijpen K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.3

    Verwoorden hoeveel keer ze gelijke groepjes hebben.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    verdelen, (gelijke) groepjes maken, evenveel, de helft

    Voorbeelden

    Er zijn 6 knikkers. In elk zakje gaan 2 knikkers.
    Ibrahim maakt groepjes van telkens 2 knikkers en telt hoeveel groepjes hij kan maken:
    “2 knikkers in het eerste zakje, 2 in het tweede zakje, 2 in het derde zakje. Ik heb 3
    groepjes van 2. Dus 6 knikkers kan ik verdelen in 3 groepjes van 2.”
  65. WI.329 Begrijpen K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.3

    Verwoorden hoeveel elk groepje krijgt bij een gelijke verdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    eerlijk verdelen

    Voorbeelden

    Jasper zegt: “Ik heb 8 knikkers en verdeel ze over 2 vrienden. Elke vriend krijgt 4
    knikkers.”
  66. WI.330 Gebruiken L2 L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het product.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Product:
    ≤ 20
    
    Bepalen:
    via de herhaalde optelling
    
    Wiskundige notatie:
    x

    Te hanteren begrippen

    maal, keer
  67. WI.331 Gebruiken L2 L4 2.2.3; L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt van een verhoudingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltal:
    ≤ 20
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking
    
    Wiskundige notatie:
    :

    Te hanteren begrippen

    gedeeld door
  68. WI.332 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.2

    Herkennen het vermenigvuldigen als keerhandeling en als rooster.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Keerhandeling (groepjesmodel):
    Ik neem 6 zakjes met in elk zakje 3 stickers. Hoeveel stickers heb ik? Dus 6 x 3 = 18
    Rooster (rechthoekmodel):
    Een moestuin heeft 4 rijen met 9 planten in elke rij. Hoeveel planten zijn er? Dus 4 x 9 =
    36
  69. WI.333 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.9; L4 2.2.10

    Verwoorden dat de vermenigvuldiging de omgekeerde bewerking van de deling is en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de omgekeerde bewerking
  70. WI.334 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.12

    Verwoorden dat een opgaande deling geen rest heeft en een niet-opgaande wel.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

  71. WI.335 Begrijpen L2 L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.10

    Verwoorden dat bij een verhoudingsdeling de deler het aantal per groep en het quotiënt het aantal groepjes aangeeft.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    delen, de deler, het deeltal, het quotiënt

    Voorbeelden

    Verhoudingsdeling:
    Fien heeft 24 speelkaarten. Elke deelnemer krijgt 4 kaarten. Hoeveel deelnemers
    kunnen er dan maximaal deelnemen?
  72. WI.336 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het product.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Product:
    ≤ 100
    
    Bepalen:
    via de herhaalde optelling

    Te hanteren begrippen

    vermenigvuldigen, de factor, de vermenigvuldiger, het vermenigvuldigtal, het product
  73. WI.337 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.9; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt en de rest van een verhoudingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Quotiënt:
    deeltal ≤ 100
    
    Verhoudingsdeling:
    • opgaande
    • niet-opgaande
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking

    Te hanteren begrippen

    de rest, de (niet-) opgaande deling
  74. WI.338 Begrijpen L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4

    Verwoorden dat bij de verdelingsdeling dat de deler het aantal groepjes is en het quotiënt het aantal per groep.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Verdelingsdeling (met link naar verhoudingsdeling):
    Fien verdeelt 24 speelkaarten eerlijk onder 6 leerlingen en kijkt hoeveel ieder er krijgt
    (=4). (Ze kan ook tellen hoe vaak ze 4 speelkaarten kan uitdelen (=6))
  75. WI.339 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.9; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt en de rest van een verdelingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Quotiënt:
    deeltal ≤ 100
    
    Verdelingsdeling:
    • opgaande
    • niet-opgaande
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking
  76. WI.340 Begrijpen L4 L4 2.2.2

    Herkennen het vermenigvuldigen als vergelijking en combinatie.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Vergelijking:
    • Ruben heeft 3 keer zoveel stripboeken als Ercan. Ercan heeft er 18. Hoeveel
        stripboeken heeft Ruben?
    Combinatie:
    • Je hebt 4 soorten soep en 5 verschillende broodjes, hoeveel verschillende
        maaltijden kun je samenstellen?
  77. WI.341 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de maaltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maaltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  78. WI.342 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de maaltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maaltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  79. WI.343 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde aftrekking
  80. WI.344 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde aftrekking
  81. WI.345 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  82. WI.346 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  83. WI.347 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de maal- en deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maal- en deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via parate kennis van de rekenfeiten
    • inclusief verwisseleigenschap
  84. WI.348 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Lossen maaltafels op met steunpunten en strategieën.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Strategieën:
    • één keer meer/minder
    • twee keer meer/minder
    • verdubbelen/halveren
  85. WI.349 Gebruiken L3 L4 2.2.9

    Lossen de maaltafels op door gebruik te maken van de inverse relatie tussen vermenigvuldigen en delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Inverse relatie:
    3 x 7 = 21 7 x 3 = 21
    21 ÷ 7 = 3 21 ÷ 3 =
  86. WI.350 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 2.2.17

    Lossen alle maal- en deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oplossen:
    door elkaar
    via parate kennis van de rekenfeiten (maal- en deeltafels 1, 2, ..., 10)
    inclusief verwisseleigenschap
  87. WI.351 Gebruiken L3 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • E x TE

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 12 = (3 x 10) + (3 x 2)
        = 30 + 6
        = 36
  88. WI.352 Gebruiken L4 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • E x HTE

    Te hanteren begrippen

    Splitsen, verdelen

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 224 = (3 x 200) + (3 x 20) + (3 x 4)
          = 600 + 60 + 12
          = 672
  89. WI.353 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Delen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • zonder rest
    • met rest
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E

    Voorbeelden

    Delen:
    676 ÷ 3 = (600 ÷ 3) + (60 ÷ 3) + (15 ÷ 3) + R1
        = 200 + 20 + 5 R1
        = 225 R1
  90. WI.354 Gebruiken L4 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    TE x TE

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    23 x 46 = (20 x 46) + (3 x 46)
          = 920 + 138
          = 1 058
  91. WI.355 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Delen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    TE ÷ TE

    Voorbeelden

    Delen:
    92 ÷ 12 = (60 ÷ 12) + (32 ÷ 12)
          = 5 + 2 R8
          = 7 R8
  92. WI.356 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Vermenigvuldigen met overbrugging via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • (T)E x HTE
    • x 5 = x 10 ÷ 2 = ÷ 2 x 10
    • x 50 = x 100 ÷ 2 = ÷ 2 x 100
    • x 25 = x 100 ÷ 4 = ÷ 4 x 100

    Te hanteren begrippen

    compenseren

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    9 X 237 = (10 x 237) - (1x 237)
          = 2 370 – 237
          = 2 133
    32 x 5 = (32 x 10) : 2
        = 320 : 2
        = 160
  93. WI.357 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Delen met overbrugging via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • HTE ÷ (T)E
    • ÷ 5 = ÷ 10 x 2 = x 2 ÷ 10
    • ÷ 50 = ÷ 100 x 2 = x 2 ÷ 100
    • ÷ 25 = ÷ 100 x 4 = x 4 ÷ 100

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    585 ÷ 3 = (600 ÷ 3) – (15 ÷ 3)
          = 200 – 5
          = 195
    395 ÷ 5 = (400 ÷ 5) - (5 ÷ 5)
          = (800 ÷ 10) – (5 ÷ 5)
          = 80 - 1
          = 79
    3600 ÷ 50= (3600: 100) x 2
            = 36 x 2
            = 72
  94. WI.358 Gebruiken L4 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.19; L4 2.2.22; L6 2.2.9

    Vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald optellen (tellen met sprongen)
          o splitsen en verdelen (distributiviteit)
          o naar analogie van de tafels
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Verdubbelen (x 2; x 4; x8):
    825 x 8 = .
    825 x 2 = 1 650
    1 650 x 2 = 3 300
    3 300 x 2 = 6 600
    825 x 8 = 6 600
  95. WI.359 Gebruiken L4 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.9

    Delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald aftrekken (tellen met sprongen)
          o naar analogie van de tafels
          o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling
          o één keer meer, één keer minder, halveren
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Halveren (÷ 2, ÷ 4, ÷ 8):
    3 240 ÷ 8 = .
    3 240 ÷ 2 = 1 620
    1 620 ÷ 2 = 810
    810 ÷ 2 = 405
    3 240 ÷ 8 = 405
  96. WI.360 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.2

    Illustreren dat het product van twee getallen gelijk blijft bij vermenigvuldigen van de ene factor en delen van de andere met hetzelfde getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

  97. WI.361 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.2

    Illustreren dat het quotiënt van twee getallen gelijk blijft als deeltal en deler met hetzelfde getal worden gedeeld of vermenigvuldigd (rest verandert wel).

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

  98. WI.362 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Vermenigvuldigen via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • ook grote getallen met eindnullen
    • (T)E x HTE

    Voorbeelden

    Direct compenseren:
    12 x 45 = 6 x 90
          = 540
  99. WI.363 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Delen via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • ook grote getallen met eindnullen
    • HTE ÷ (T)E

    Voorbeelden

    Direct compenseren:
    450 ÷ 15 = 150 ÷ 5
            = 30
  100. WI.364 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Vermenigvuldigen door een factor te ontbinden in factoren en te schakelen of van plaats te wisselen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 200 = 3 x (2 x 100)
          = (3 x 2) x 100
          = 6 x 100
          = 600
    32 x 125 = (4 x 8) x 125
          = 4 x (8 x 125)
          = 4 x 1 000
          = 4 000
    32 x 125 = 8 x 4 x 125
          = 8 x 125 x 4
          = 1 000 x 4
          = 4 000
  101. WI.365 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Delen door de deler te ontbinden in factoren en te schakelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Delen:
    6 000 ÷ 3 000 = (6 000 ÷ 1 000) ÷ 3
              = 6 ÷ 3
              = 2
    1 424 ÷ 4 = (1 424 ÷ 2) ÷ 2
          = 712 ÷ 2
          = 356
  102. WI.366 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald optellen (tellen met sprongen)
          o splitsen en verdelen (distributiviteit)
          o naar analogie van de tafels
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren.
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o een factor ontbinden in factoren
  103. WI.367 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald aftrekken (tellen met sprongen)
          o naar analogie van de tafels
          o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren.
    o indirect compenseren
    o direct compenseren
    o een factor te ontbinden in factoren
  104. WI.368 Gebruiken L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Vermenigvuldigen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 1 000
    • TE x E
    • HTE x E
  105. WI.369 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Vermenigvuldigen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    • x E
    • x TE
  106. WI.370 Begrijpen L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Herkennen bij het cijferen of een deling een opgaande deling of een niet-opgaande deling is.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deling:
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E
  107. WI.371 Gebruiken L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Delen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 1 000
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E
    • zonder rest
    • met rest
  108. WI.372 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Delen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    • ÷ (T)E
    • zonder rest
    • met rest
  109. WI.373 Gebruiken L2 L3 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Passen de verwisseleigenschap (commutativiteit) toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Commutativiteit:
    In een vermenigvuldiging mag je de factoren van plaats wisselen zonder dat hierdoor
    het product verandert.

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Commutativiteit:
    • 22 x 3 = 3 x 22
  110. WI.374 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.17

    Passen bij de vermenigvuldiging de eigenschappen toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigenschappen:
    • de nul-eigenschap of opslorpend element: Als je een getal vermenigvuldigt met nul
        is het product gelijk aan nul.
    • de één-eigenschap of neutraal element: Als je een getal vermenigvuldigt met één is
        het product gelijk aan het getal zelf.
  111. WI.375 Gebruiken L4 L4 2.2.21; L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • x 10
    • x 100
    • x 1 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 2 000 = 3 x 2D en dus 3 nullen toevoegen = 6 000.
  112. WI.376 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • x 10 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    • Dylan van het vijfde leerjaar lost volgende bewerking op: 5 x 10 000 = 5 x 1TD en
        dus nullen toevoegen = 50 000
    • Bilitis van het zesde leerjaar lost volgende bewerking op: 300 x 20 000 = 3H x 2TD en
        dus zes nullen toevoegen = 6 000 000.
  113. WI.377 Gebruiken L4 L4 2.2.21

    Passen de nulregel toe bij het delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen
    • ÷ 10
    • ÷ 100
    • ÷ 1 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Delen:
    9 000 ÷ 3 = 9D ÷ 3
            = 3D
            = 3 000
  114. WI.378 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen
    • ÷ 10 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Delen:
    90 000 ÷ 3 = 9TD ÷ 3
            = 3TD
            = 30 000
  115. WI.379 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L6 2.2.2

    Passen bij de vermenigvuldiging en de deling de eigenschappen toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    
    Eigenschappen vermenigvuldiging:
    • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een vermenigvuldiging de factoren
        in een som of een verschil splitsen zonder dat het product wijzigt.
    • schakelen (associativiteit): Je mag bij een vermenigvuldiging met meer dan 2
        factoren kiezen welke factoren je eerst vermenigvuldigt, zonder dat het product
        wijzigt.
    • verwisseleigenschap (commutativiteit)
    
    Eigenschappen deling:
    • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een deling enkel het deeltal splitsen
        in een som of een verschil zonder dat het quotiënt wijzigt.

    Te hanteren begrippen

    splitsen, verdelen, schakelen, (aaneen)schakelen

    Voorbeelden

    Splitsen en verdelen:
    3 x 42 = 3 x (40 + 2)
        = (3 x 40) + (2 x 40)
        = 120 +6
        = 126
    720 ÷ 6 = (600 + 120) ÷ 6
          = (600 ÷ 6) + (120 ÷ 6)
          = 100 + 20
          = 120
    Van plaats wisselen en schakelen:
    5 x 16 x 2 = 5 x 2 x 16
            = (5 x 2) x 16
            = 10 x 16
            = 160
  116. WI.380 Engageren L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.29; L6 2.2.23

    Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij vermenigvuldigen en delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

  117. WI.381 Begrijpen L3 L4 2.2.23

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het optellen en aftrekken van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    met een schematische voorstelling
  118. WI.382 Gebruiken L3 L4 2.2.24

    Tellen gelijknamige breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    som ≤ 1

    Voorbeelden

    Optellen:
    5 3 8
      + =
    10 10 10
  119. WI.383 Gebruiken L3 L4 2.2.24

    Trekken gelijknamige breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    5 3 2
      - =
    10 10 10
  120. WI.384 Gebruiken L4 L4 2.2.24; L6 2.1.18

    Tellen gerelateerde breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    som ≤ 1
    eerst de breuken gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Optellen:
    1 7 2 7
      + = +
    5 10 10 10
          9
        =
          10
  121. WI.385 Gebruiken L4 L4 2.2.24; L6 2.1.18

    Trekken1 0gerelateerde breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    gerelateerde breuken
    noemer ≤ 20
    
    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1
    eerst de breuken gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    3 1 6 1
      - = -
    4 8 8 8
        5
        =
        8
  122. WI.386 Gebruiken L4 L4 2.2.24

    Tellen gerelateerde breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    eerst de breuk gelijknamig maken en de som (onechte breuk) omzetten naar een
    gemengd getal

    Voorbeelden

    Optellen:
    3 7 6 7
      + = +
    5 10 10 10
          13
        =
          10
              3
        = 1 en
              10
  123. WI.387 Gebruiken L4 L4 2.2.24

    Trekken echte breuken af van één.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤20

    Voorbeelden

    Aftrekken:
        1 10 1
    1 – = -
      10 10 10
            9
          =
            10
  124. WI.388 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.2.15

    Trekken echte breuken af van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.

    Voorbeelden

    Aftrekken:
      4 10 4
    2 – = -
      5 5 5
            6
          =
            5
            5 1
          = +
            5 5
              1
          = 1 +
              5
    
      1 12 1
    4 – = -
      3 3 3
            11
          =
            3
            9 2
          = +
            3 3
              2
          = 3 +
              3
  125. WI.389 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; L6 2.1.18

    Vereenvoudig3en de termen en de uitkomst van een bewerking met breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vereenvoudigen:
    GGD
    eenvoudigste vorm

    Te hanteren begrippen

    vereenvoudigen

    Voorbeelden

    Vereenvoudigen:
    3/12 + 2/8 = 1/4 + 1/4
            = 2/4
            = 1/2
    
    8/10 - 10/25 = 4/5 - 2/5
            = 2/5
  126. WI.390 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; l6; L6 2.1.18

    Tellen echte breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
    
    Optellen:
    KGV
    breuken eerst gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Optellen:
    16/24 + 25/30 = 4/6 + 5/6
                = 9/6
                = 3/2
                = 1 + 1/2
    
    14/42 + 7/21 = 1/3 + 1/3
              = 2/3
  127. WI.391 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; L6 2.1.18

    Trekken echte breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
    
    Aftrekken:
    KGV
    breuken eerst gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    25/30 - 16/24 = 5/6 - 4/6
                = 1/6
    7/21 - 14/42 = 1/3 - 1/3
              = 0
  128. WI.392 Gebruiken L4 L4 2.1.17; L4 2.2.24

    Nemen een breuk van een hoeveelheid.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 20

    Voorbeelden

    Yolina zegt: “Er zijn 12 rozen. 3/4 van de rozen zijn wit. Hoeveel rozen zijn er wit? Dus
    3/4 van 12?” Ze rekent nadien uit: “Het geheel is 12 rozen. Ik verdeel de rozen in 4
    delen. 1 deel bevat 3 rozen. 3 delen bevatten 9 rozen. Dus 3/4 van 12 ofwel 9 rozen zijn
    wit.”
  129. WI.393 Begrijpen L5 L6 2.2.1

    Verwoorden dat een breuk nemen van een getal hetzelfde is als een breuk vermenigvuldigen met een getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Abraham zegt: "3/4 nemen van 8 is hetzelfde als 3/4 x 8” Hij legt verder uit: “4
    breukdelen is 8, 1 breukdeel is 2 (want 8 : 4 = 2), ik neem 3 breukdelen dus 3 x 2 = 6. Dus
    3/4 x 8 = 6”
  130. WI.394 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.14

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal x breuk
    • breuk x natuurlijk getal
    • breuk x breuk
    • breuk : natuurlijk getal
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    breuk x breuk: vermenigvuldig de tellers en vermenigvuldig de noemers (eventueel
    vereenvoudigen)
  131. WI.395 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    • breuk : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    natuurlijk getal : breuk > vermenigvuldig het natuurlijk getal met de omgekeerde breuk
    breuk : breuk > vermenigvuldig de eerste breuk met de omgekeerde tweede breuk
  132. WI.396 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een natuurlijk getal of omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijk getal:
    vermenigvuldiger
    
    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    8 x 3/4 = 3/4 x 8
          = 8 ÷ 4 x 3
          = 2 x 3
          = 6
    
    8 x 3/4 = 24/4
          = 6
    
    2/3 x 5 = 10/3
          = 9/3 + 1/3
          = 3 + 1/3
    
    4 x 2/3 = 8/3
          = 6/3 + 2/3
          = 2 + 2/3
    
    24 x 1/12 = 24/12
            = 2
  133. WI.397 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    In de klas van Josephine komt de helft van de kinderen met de fiets naar school. 1/3 van
    deze fietsers draagt een fietshelm. Welk deel van de kinderen draagt een helm?
    Josephine rekent uit:
    “1/3 van ½= 1/3 x ½=
            = 1/6
    Dus 1/6 van de kinderen van de klas draagt een fietshelm bij het naar school fietsen.
    
    5/6 x 2/3= 10/18
          = 5/9”
  134. WI.398 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.10

    Verwoorden de relatie tussen een deling en een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de deling, de breuk

    Voorbeelden

    Als Alexander twee pizza’s eerlijk verdeelt over 3 kinderen, dan krijgt elk kind 2/3 van een
    pizza. Dus 2 ÷ 3 = 2/3
  135. WI.399 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.10; L6 2.1.18

    Schrijven een deling als een (on)echte breuk en een decimaal getal en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    Deling als decimaal getal:
    6 ÷ 5 = 6/5
        = 1 + 1/5
        = 1 + 0,2
        = 1,2
  136. WI.400 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Delen een breuk door een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    • 4/5 ÷ 2 = .
        Er is nog 4/5 van de cake over. Die verdeel ik over 2 personen. Elk krijgt 2/5.
        4/5 ÷ 2 = 2/5
    • 2/3 ÷ 3 = .
        Er is nog 2/3 van de cake over. Die verdeel ik over 3 personen. 2 stukken in 3 delen is
        niet zo eenvoudig. Ik zoek een gelijkwaardige breuk waar het beter mee lukt. 2/3 = 6/9.
        6 van de negen delen verdelen over 3 is voor elk 2/9.
        2/3 ÷ 3 = 6/9 ÷ 3
            = 2/9
  137. WI.401 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Delen een natuurlijk getal door een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    Ik heb ¼l potgrond nodig voor 1 narcis . Hoeveel narcissen kan ik verplanten met 6 liter
    potgrond?
    6 : ¼= 6 x 4/1= 24 /1 =24
    
    2: 2/3 = 2/1 x 3/2
        = 6/2
        = 6/2 of 3
  138. WI.402 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Delen een breuk door een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    Li trakteert zijn vrienden voor zijn verjaardag. Hij koopt ½ kg koekjes en verdeelt deze
    over zakjes van 1/8 kg. Hoeveel zakjes kan Li vullen?
    
    ½: 1/8 = ½ x 8/1= 8/2 = 4
    
    Li kan dus 4 zakjes met koekjes vullen.
    
    4/5 : 2/3= 4/5 x 3/2
          = 12/10
          = 1 en 2/10
  139. WI.403 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10)
    zonder overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000

    Te hanteren begrippen

    rijgen
  140. WI.404 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10)
    zonder overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o aanvullen

    Te hanteren begrippen

    aanvullen tot
  141. WI.405 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o optellen naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o optellen via indirect compenseren

    Te hanteren begrippen

    splitsen, compenseren
  142. WI.406 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10)
    met overbrugging
    • strategieën - door een keuze uit:
          o rijgen of splitsen van het aftrektal
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o indirect compenseren
          o aanvullen
  143. WI.407 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.7

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een duizendste (som ≤ 100)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000
          o via indirect compenseren
          o via direct compenseren
  144. WI.408 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.7

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een duizendste (aftrektal ≤ 100)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen of splitsen van het aftrektal
          o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o aanvullen
  145. WI.409 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.21

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen en delen met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nulregel:
    inzicht in het patroon (de komma opschuiven)
    • x 10
    • x 100
    • x 1 000
    • ÷ 10
    • ÷ 100
    • ÷ 1 000
    
    Toepassen:
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Nulregel:
    • 0,14 x 1 000 = 140
    • 16 ÷ 1 000 = 0,016
  146. WI.410 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.2.10

    Gebruiken de verwisseleigenschap bij het vermenigvuldigen met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Verwisseleigenschap:
    3,66 x 0,5 = 0,5 x 3,66
  147. WI.411 Gebruiken L4 L6 2.2.17

    Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    • door herhaalde optelling

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 0,6 = 0,6 + 0,6 + 0,6
          = 1,8
  148. WI.412 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    • op basis van de keerhandeling.

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    0,6 x 3= 3 x 0,6
          = 3 x 6t
          = 18t
          = 1,8
  149. WI.413 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.8; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Handig vermenigvuldigen:
    • x 0,1 = : 10
    • x 0,01 = : 100
    • x 0,001 = : 1 000
    • x 0,2 = : 5
    • x 0,5 = : 2

    Voorbeelden

    Handig vermenigvuldigen:
    35 x 0,2= 35 : 5
          = 7
    want
                2
    35 x 0,2 = 35 x
              10
          70
          =
          10
          = 7
    
    35 x 0,01 = 35 : 100
            = 0,35
    want
                1
    35 x 0,01 = 35 x
                100
              35
            =
            100
            = 0,35
  150. WI.414 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.8; L6 2.2.12

    Delen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Handig delen:
    • ÷ 0,1 = x 10
    • ÷ 0,01 = x 100
    • ÷ 0,001 = x 1 000
    • : 0,2 = x 5
    • : 0,5 = x 2

    Voorbeelden

    Handig delen:
    140 : 0,001 = 140 x 1 000
            = 140 000
    want
                    1
    140 : 0,001 = 140 :
                  1000
                  1000
              = 140 x
                    1
              = 140 x 1 000
              = 140 000
  151. WI.415 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Delen een decimaal getal door een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    op basis van de verdelingsdeling

    Voorbeelden

    Delen:
    0,08 : 2= 8h:2
          = 4h
          = 0,04
  152. WI.416 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    • 7 28
        4 x 0,7 = 4 x = = 2,8
                10 10
    • 4 28
        0,4 x 7 = x 7 = = 2,8
              10 10
    • 18 72
        0,18 x 4 = x 4 = = 0,72
              100 100
    • 4 7 28
        0,4 x 0,7 = x = = 0,28
                10 10 100
  153. WI.417 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Delen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Delen:
    • 54 6
        5,4 : 9 = : 9 = = 0,6
              10 10
    • 72 8 72 10 720 9
        0,72 : 0,8 = : = x = = = 0,9
                100 10 100 8 800 10
    • 35 10 700
        70 : 3,5 = 70 : = 70 x = = 20
                  10 35 35
    • 54 12 54 10 540 9
        5,4 : 1,2 = : = x = = = 4,5
                10 10 10 12 120 2
  154. WI.418 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%

    Voorbeelden

    Mirabelle vertelt: “Tijdens een boekenactie stelt de bibliotheek 250 boeken ter
    beschikken. Onze school kan 20% van deze boeken ontlenen.” Ze rekent uit hoeveel
    boeken dit zijn: 20% van 250 boeken dat zijn 50 boeken!”
  155. WI.419 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%

    Voorbeelden

    Geheel berekenen:
    Ines verdeelt een som geld. Ze krijg 80 euro en dat is gelijk aan 20% van de som geld.
    Hoeveel bedraagt de som geld die Ines verdeelt? 80 euro is 20% of 1/5 van het geheel.
    Het geheel is 400. De som geld bedraagt 400%
  156. WI.420 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%
  157. WI.421 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

  158. WI.422 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Geheel berekenen:
    Een school organiseert een sponsorloop. Alle leerlingen nemen deel. Van alle leerlingen
    loopt 30%, dat zijn 150 leerlingen. Hoeveel leerlingen telt de school in totaal?
  159. WI.423 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Percentage berekenen:
    Tijdens een boekenbeurs kochten 45 leerlingen een boek. In totaal waren er 180
    leerlingen aanwezig. Welk percentage van de leerlingen kocht een boek?
  160. WI.424 Gebruiken K2 KO 2.2.1; L4 2.2.5

    Maken handelend hoeveelheden gelijk.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 4

    Te hanteren begrippen

    evenveel maken, gelijk maken, (gelijke) groepjes maken
  161. WI.425 Gebruiken K3 L1 KO 2.2.1; L4 2.2.5

    Maken handelend hoeveelheden gelijk.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheden:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    gelijk, niet gelijk
  162. WI.426 Begrijpen L1 L4 2.2.5

    Herkennen het gelijkheidsteken als aanduiding voor een wiskundige gelijkheid.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tibo zegt: "7 + 2 = 9 maar ook 7 + 2 = 6 + 3. Beide kanten van het gelijkheidsteken zijn
    evenveel waard. Dus het =-teken betekent: links en rechts zijn gelijk."
  163. WI.427 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.5; L4 2.2.13

    Gebruiken het gelijkheidsteken in functie van gelijkheid bij bewerkingen.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Wiskundige notatie:
    = ≠

    Te hanteren begrippen

    evenveel maken, verschillend

    Voorbeelden

    Gelijkheidsteken:
    76 + 23 = 76 + 20 + 3 = 96 + 3 = 99 en dus niet 76 + 23 = 76 + 20 = 96 + 3 = 99
  164. WI.428 Gebruiken L4 L4 2.2.11; L6 2.2.22

    Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsen:
    • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ =, komma
    
    Gebruiken:
    • om natuurlijke getallen in te tikken
    • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen (tot op een
        honderdste) uit te voeren
  165. WI.429 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.2.23

    Gebruiken de digitale rekentool als controlemiddel bij bewerkingen.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

  166. WI.430 Gebruiken L5 L6 L4 2.2.11; L6 2.2.4; L6 2.2.22

    Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Toetsen:
    • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ = komma %
    
    Gebruiken:
    • om natuurlijk getallen, breuken en decimale getallen in te tikken
    • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen uit te voeren
    • om procenten te berekenen met de procenttoets
    • om grootheden zoals winst, verlies, korting te berekenen in betekenisvolle situaties
    • om de rest te bepalen bij een deling
  167. WI.431 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.22

    Gebruiken de combinatie van de digitale rekentool met het overzichtelijk noteren en/of rekenen op papier.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruiken:
    bij complexere situaties of samengestelde bewerkingen
  168. WI.432 Engageren L1 L4 2.2.11; L4 2.2.14

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situatie naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen
  169. WI.433 Engageren L2 L3 L4 2.2.11; L4 2.2.17; L4 2.2.15

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen
    • schattend rekenen
    
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen
  170. WI.434 Engageren L4 L4 2.2.11; L4 2.2.17; L4 2.2.15

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen
    • digitale rekentool
    • schattend rekenen
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen en decimale getallen
  171. WI.435 Engageren L5 L6 L6 2.2.4; L6 2.2.5

    Zetten een gepaste rekenmethode in.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenmethode:
    • parate kennis
    • hoofdrekenen
    • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen
    • digitale rekentool
    • schattend rekenen
    Inzetten:
    • afhankelijk van de context
    • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke
        getallen, decimale getallen, breuken en procenten
  172. WI.436 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 2.2.26; L4 2.2.28; L6 2.2.21

    Schatten de uitkomst.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    als controlestrategie
    Wiskundige notatie:
    ≈
  173. WI.437 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 2.2.26; L4 2.2.28; L6 2.2.21

    Vergelijken de geschatte en berekende uitkomst.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schatten:
    als controlestrategie
    
    Wiskundige notatie:
    ≈

    Voorbeelden

    Bij een vraagstuk over snelheid met de fiets bekomt Hailey als uitkomst 125 km/u. Zij
    bedenkt dat ze een fout moet gemaakt hebben want 125 km/u fietsen is niet mogelijk.
    Ze schat dat zij gemiddeld 15 km/u rijdt.
  174. WI.438 Gebruiken L1 L2 L3 L4 2.2.6

    Gebruiken de rekenvolgorde van links naar rechts.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen

  175. WI.439 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.6; L4 2.2.7; L6 2.2.3

    Passen de voorrangsregels voor bewerkingen met deelopgaven toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voorrangsregels:
    • additieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde rang
        behoren
    • multiplicatieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde
        rang behoren
    • eerst de deelopgaven tussen haakjes, dan de multiplicatieve opgaven en ten slotte
        de additieve opgaven