175 doelen
-
Verdelen een geheel in twee delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10 Verdelen: op alle mogelijke manieren (splitsen, verdelen en samenvoegen)
Te hanteren begrippen
splitsen, verdelen, samenvoegen, samen(tellen)
-
Veranderen een hoeveelheid met één.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheid: 1 t.e.m. 10 Veranderen: • 1 erbij • 1 eraf
Te hanteren begrippen
één meer, één minder, bijdoen, erbij, vermeerderen, hoeveel samen, wegnemen, verminderen, eraf, hoeveel over
-
Verdelen een geheel in twee delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10 Verdelen: op alle mogelijke manieren (splitsen en verdelen)
Te hanteren begrippen
het deel, het geheel, de helft
-
Verdelen een geheel in drie delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10
-
Voegen twee of drie delen samen tot een geheel.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Geheel: tot en met 10
Te hanteren begrippen
het dubbel
-
Vullen het ontbrekende deel van een getalfamilie aan.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalfamilie: tot en met 10
Te hanteren begrippen
de getalfamilie
Voorbeelden
Imane zegt: "5 bestaat uit 3 en ? ... Dat is 2.”
-
Verwoorden rekenhandelingen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenhandelingen: met betrekking tot optellen en aftrekken met concrete materialen tot en met 10 • oorzaak-verandering • combinatie • vergelijking
Te hanteren begrippen
bijdoen, weg(nemen), erbij, eraf, samen(tellen), samenvoegen, meer, minder
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Beni heeft 5 knikkers en wint er 2, hoeveel heeft hij er nu? Combinatie: Beni heeft 5 knikkers en Isabel heeft er 2, hoeveel hebben ze er samen? Vergelijking: Beni heeft 5 knikkers en Filip heeft er 2, hoeveel heeft Filip er minder?
-
Voeren rekenhandelingen uit.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenhandelingen: met betrekking tot optellen en aftrekken met concrete materialen tot en met 10 • oorzaak-verandering • combinatie • vergelijking
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Ik heb 5 knikkers en ik win er 2, hoeveel heb ik nu? Combinatie (deel-geheel): Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel samen? Vergelijking: Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel heb jij er minder?
-
Illustreren de optelling als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optelling: som ≤ 10 Wiskundige notatie: +
Te hanteren begrippen
de term, de som, optellen, bijdoen, erbij, samenvoegen, meer, plus
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Rayan heeft 7 aardbeien. Hij krijgt er 3 bij. Hoeveel aardbeien heeft hij nu? Combinatie (deel-geheel): Soraya heeft 2 rode kleurpotloden en 6 blauwe kleurpotloden. Hoeveel kleurpotloden heeft ze samen? Vergelijking: Soetkin heeft 2 boeken. Sara heeft er 3 meer dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
-
Tellen op door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10
Voorbeelden
Alexis weet dat 5 en 3 acht is omdat 5 en 3 behoren tot de getalfamilie 8.
-
Lossen een puntoefening op door de parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oplossen: som ≤ 10
-
Illustreren de aftrekking als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekking: aftrektal ≤ 10 Wiskundige notatie: -
Te hanteren begrippen
het verschil, aftrekken, weg(nemen), eraf, minder, min
Voorbeelden
Oorzaak-verandering: Rayan heeft 7 aardbeien. Hij eet er 3 op. Hoeveel aardbeien heeft hij nu? Combinatie (deel-geheel): Soraya heeft 9 kleurpotloden. 6 zijn blauwe kleurpotloden, de rest zijn rode kleurpotloden. Hoeveel rode kleurpotloden heeft ze? Vergelijking: Soetkin heeft 8 boeken. Sara heeft er 3 minder dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
-
Verwoorden de aftrekking als het aanvullen van de tweede term om het verschil te vinden (indirect optellen).
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekking: aftrektal ≤ 10
-
Trekken af door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10
Voorbeelden
Hozeer weet dat 7 – 4 = 3 omdat 4 en 3 samen tot de getalfamilie 7 behoren.
-
Verwoorden dat de aftrekking de omgekeerde bewerking van de optelling is en omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de omgekeerde bewerking
-
Geven de vier familieopgaven bij een getalfamilie.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalfamilie: aftrektal of som ≤ 10
Voorbeelden
Ina werkt met de getalfamilie (5; 2, 3) en geeft de vier familieopgaven: "2 + 3 = 5, 5 – 3 = 2, 3 + 2 = 5, 5 – 2 = 3.”
-
Geven van een willekeurig getal alle mogelijke getalfamilies.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalfamilies: ≤ 10 Geven: Door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 20 zonder overbrugging
-
Trekken af via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 20 zonder overbrugging
-
Lossen een optelling en aftrekking op door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optelling en aftrekking: som of aftrektal ≤ 20 Oplossen: zonder overbrugging
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 20 met overbrugging
-
Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal.*
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrektal: ≤ 20 Aftrekken: met overbrugging
Voorbeelden
Rijgen: 12 – 7 = 12 – 2 – 5 /\ 2 5 = 10 – 5 = 5 Splitsen van het aftrektal: 12 – 7 = 10 – 7 + 2 /\ 10 2 = 3 + 2 = 5 * De school kiest één van beide procedures. -
Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal.*
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrektal: ≤ 20 Aftrekken: met overbrugging * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de andere procedure.
-
Lossen een optelling en aftrekking op door de parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optelling en aftrekking: Som of aftrektal ≤ 20 Oplossen: met overbrugging
-
Tellen cijferend op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 • zonder inwisselen • met inwisselen
-
Trekken cijferend af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 • zonder inwisselen • met inwisselen
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 hoofdrekenen zonder overbrugging
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
-
Trekken af via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen zonder overbrugging
-
Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal*.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Voorbeelden
Rijgen: 52 – 18 = 52 – 10 – 8 = 42 – 8 /\ 2 6 = 42 – 2 – 6 = 40 – 6 = 34 Splitsen van het aftrektal: 52 – 18 = 52 – 10 – 8 = 42 – 8 /\ 40 2 = 40 – 8 + 2 = 32 + 2 = 34 * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de andere procedure. -
Trekken af via aanvullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Te hanteren begrippen
Aanvullen tot
-
Tellen op via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Te hanteren begrippen
compenseren
Voorbeelden
Indirect compenseren: 33 + 18 = (33 + 20) - 2 = 53 – 2 = 51 Dus 33 + 18 = 51 -
Trekken af via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 hoofdrekenen met overbrugging
Voorbeelden
Indirect compenseren: 42 – 18 =(42 – 20) + 2 = 22 + 2 = 24 Dus 42 – 18 = 24 -
Tellen cijferend op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 maximum 3 termen • zonder inwisselen • met inwisselen • meermaals inwisselen
-
Trekken cijferend af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 • zonder inwisselen • met inwisselen • meermaals inwisselen
-
Tellen op via rijgen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 hoofdrekenen
-
Tellen op naar analogie van de bewerkingen tot 20.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Optellen: 60 + 90 = 150 want 6T + 9T = 15T = 150 400 + 300 = 700 want 4H + 3H = 7H = 700
-
Tellen op via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: enkel bij overbrugging som ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Indirect compenseren: 165 + 297 = 165 + (300 – 3) = (165 + 300) – 3 = 465 – 3 = 462 -
Trekken af via analogie van de bewerkingen tot 20.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Aftrekken: 120 - 70 = 50 want 12T – 7T = 5T = 50 900 - 300 = 600 want 9H – 3H = 6H = 600
-
Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal*.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen met overbrugging * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de andere procedure.
-
Trekken af via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: enkel bij overbrugging aftrektal≤ 1 000 hoofdrekenen
-
Trekken af via aanvullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen met overbrugging
-
Tellen op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 1 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 160 + 589 = 160 + (600 – 11) = (160 + 600) - 11 = 220 - 11 = 209 -
Trekken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 1 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 613 - 235 = (613 – 300) + 65 = 313 + 65 = 378 Aftrekken door aanvullen: 613 – 235 = 65 + 300 + 13 = 378 -
Illustreren dat de som van twee getallen niet verandert als we bij één term een getal optellen en dit getal van de andere term aftrekken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
-
Tellen op via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: enkel bij overbrugging som ≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Optellen via direct compenseren: 567 + 265 = (567 + 33) + (265 – 33) = 600 + 232 = 832 -
Illustreren dat het verschil van twee getallen niet verandert als we bij beide termen hetzelfde getal optellen of aftrekken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
-
Trekken af via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: enkel bij overbrugging aftrektal≤ 1 000 hoofdrekenen
Voorbeelden
Aftrekken: 613 – 235 = (613 – 13) – (235 – 13) = 600 -222 = 378 -
Tellen op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenseren o direct compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 1 600 + 580 = (1 600 + 600) - 20 = 2 200 - 20 = 2 180 Optellen door direct compenseren: 1637 + 3 587= (1637 + 63) + (3 587 –63) = 1700 + 3 524 = 5 224 -
Trekken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o direct compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200 + 20 = 3 220 Aftrekken door direct compenseren: 4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100) = 4 700 – 2 000 = 2 700 -
Tellen cijferend op.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10 000 maximum 3 termen • zonder inwisselen • met inwisselen
-
Trekken cijferend af.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10 000 • zonder inwisselen • met inwisselen • meermaals inwisselen
-
Tellen op met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenseren o direct compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 1 600 + 580 = 1 600 + 600 – 20 = 2 200 – 20 = 2 180 -
Trekken af met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o direct compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 4 200 – 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200 = 3 200 + 20 = 3 220 -
Tellen op met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: som ≤ 100 000 (L5); som ≤ 10 000 000 (L6) hoofdrekenen • door een keuze uit: o rijgen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o indirect compenseren o direct compenserenVoorbeelden
Optellen door indirect compenseren: 1 600 + 580 = 1 600 + (600 -20) = (1600 + 600) - 20 = 2 200 – 20 = 2 180 -
Trekken af met eindnullen.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: aftrektal ≤ 100 000 (L5); aftrektal ≤ 10 000 000 (L6) hoofdrekenen • door een keuze uit: o aanvullen o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20 o rijgen of/en splitsen van het aftrektal o indirect compenseren o direct compenseren o rijgen zonder overbruggingVoorbeelden
Aftrekken door indirect compenseren: 4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200 = 3 200 + 20 = 3 220 Aftrekken door direct compenseren: 4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100) = 4 700 – 2 000 = 2 700 -
Duiden of er bij een bewerking moet worden ingewisseld.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
optellen, aftrekken, de optelling, de aftrekking, de som, de term, het verschil, het aftrektal, de aftrekker, inwisselen
-
Gebruiken bij een optelling de verwisseleigenschap (commutativiteit).
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Commutativiteit: In een optelling mag je de termen van plaats wisselen zonder dat hierdoor de som verandert.
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Commutativiteit: 2 + 35 = 35 + 2 = 37 18 + 13 + 2 = 18 + 2 + 13 = 20 + 13 = 33 -
Gebruiken de nul-eigenschap (neutraal element) bij een optelling.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Neutraal element: Als je bij een getal 0 optelt, is de som gelijk aan het oorspronkelijke getal.
Voorbeelden
Neutraal element: 1 236 + 0 = 1 236
-
Gebruiken bij een optelling de associatieve eigenschap.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Associativiteit: Je mag bij een optelling met meer dan 2 termen kiezen welke termen je eerst optelt, zonder dat de som wijzigt. Wiskundige notatie: ()
Te hanteren begrippen
schakelen, het haakje, (aaneen)schakelen
Voorbeelden
Associativiteit: (27 + 19) + 31 = 27 + (19 + 31) = 27 + 50 = 77 -
Berekenen eerst de deelopgave tussen haakjes.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
-
Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij optellen en aftrekken.
Wiskunde › Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken
-
Nemen een hoeveelheid een aantal keer.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: ≤ 10
Te hanteren begrippen
keer nemen, het dubbel
-
Verwoorden hoeveel keer ze gelijke groepjes hebben.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: ≤ 10
Te hanteren begrippen
verdelen, (gelijke) groepjes maken, evenveel, de helft
Voorbeelden
Er zijn 6 knikkers. In elk zakje gaan 2 knikkers. Ibrahim maakt groepjes van telkens 2 knikkers en telt hoeveel groepjes hij kan maken: “2 knikkers in het eerste zakje, 2 in het tweede zakje, 2 in het derde zakje. Ik heb 3 groepjes van 2. Dus 6 knikkers kan ik verdelen in 3 groepjes van 2.”
-
Verwoorden hoeveel elk groepje krijgt bij een gelijke verdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Getalbereik: ≤ 10
Te hanteren begrippen
eerlijk verdelen
Voorbeelden
Jasper zegt: “Ik heb 8 knikkers en verdeel ze over 2 vrienden. Elke vriend krijgt 4 knikkers.”
-
Bepalen het product.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Product: ≤ 20 Bepalen: via de herhaalde optelling Wiskundige notatie: x
Te hanteren begrippen
maal, keer
-
Bepalen het quotiënt van een verhoudingsdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltal: ≤ 20 Bepalen: via de herhaalde aftrekking Wiskundige notatie: :
Te hanteren begrippen
gedeeld door
-
Herkennen het vermenigvuldigen als keerhandeling en als rooster.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Keerhandeling (groepjesmodel): Ik neem 6 zakjes met in elk zakje 3 stickers. Hoeveel stickers heb ik? Dus 6 x 3 = 18 Rooster (rechthoekmodel): Een moestuin heeft 4 rijen met 9 planten in elke rij. Hoeveel planten zijn er? Dus 4 x 9 = 36
-
Verwoorden dat de vermenigvuldiging de omgekeerde bewerking van de deling is en omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de omgekeerde bewerking
-
Verwoorden dat een opgaande deling geen rest heeft en een niet-opgaande wel.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
-
Verwoorden dat bij een verhoudingsdeling de deler het aantal per groep en het quotiënt het aantal groepjes aangeeft.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
delen, de deler, het deeltal, het quotiënt
Voorbeelden
Verhoudingsdeling: Fien heeft 24 speelkaarten. Elke deelnemer krijgt 4 kaarten. Hoeveel deelnemers kunnen er dan maximaal deelnemen?
-
Bepalen het product.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Product: ≤ 100 Bepalen: via de herhaalde optelling
Te hanteren begrippen
vermenigvuldigen, de factor, de vermenigvuldiger, het vermenigvuldigtal, het product
-
Bepalen het quotiënt en de rest van een verhoudingsdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Quotiënt: deeltal ≤ 100 Verhoudingsdeling: • opgaande • niet-opgaande Bepalen: via de herhaalde aftrekking
Te hanteren begrippen
de rest, de (niet-) opgaande deling
-
Verwoorden dat bij de verdelingsdeling dat de deler het aantal groepjes is en het quotiënt het aantal per groep.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Verdelingsdeling (met link naar verhoudingsdeling): Fien verdeelt 24 speelkaarten eerlijk onder 6 leerlingen en kijkt hoeveel ieder er krijgt (=4). (Ze kan ook tellen hoe vaak ze 4 speelkaarten kan uitdelen (=6))
-
Bepalen het quotiënt en de rest van een verdelingsdeling.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Quotiënt: deeltal ≤ 100 Verdelingsdeling: • opgaande • niet-opgaande Bepalen: via de herhaalde aftrekking
-
Herkennen het vermenigvuldigen als vergelijking en combinatie.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Vergelijking: • Ruben heeft 3 keer zoveel stripboeken als Ercan. Ercan heeft er 18. Hoeveel stripboeken heeft Ruben? Combinatie: • Je hebt 4 soorten soep en 5 verschillende broodjes, hoeveel verschillende maaltijden kun je samenstellen? -
Lossen de maaltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maaltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de maaltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maaltafels: • van 3 • van 4 • van 6 • van 7 • van 8 • van 9 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via de herhaalde aftrekking
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 3 • van 4 • van 6 • van 7 • van 8 • van 9 Oplossen: via de herhaalde aftrekking
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deeltafels: • van 3 • van 4 • van 6 • van 7 • van 8 • van 9 Oplossen: via de herhaalde optelling
-
Lossen de maal- en deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Maal- en deeltafels: • van 2 • van 5 • van 10 Oplossen: via parate kennis van de rekenfeiten • inclusief verwisseleigenschap
-
Lossen maaltafels op met steunpunten en strategieën.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Strategieën: • één keer meer/minder • twee keer meer/minder • verdubbelen/halveren
-
Lossen de maaltafels op door gebruik te maken van de inverse relatie tussen vermenigvuldigen en delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Inverse relatie: 3 x 7 = 21 7 x 3 = 21 21 ÷ 7 = 3 21 ÷ 3 =
-
Lossen alle maal- en deeltafels op.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Oplossen: door elkaar via parate kennis van de rekenfeiten (maal- en deeltafels 1, 2, ..., 10) inclusief verwisseleigenschap
-
Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen • E x TE
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 12 = (3 x 10) + (3 x 2) = 30 + 6 = 36 -
Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • E x HTE
Te hanteren begrippen
Splitsen, verdelen
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 224 = (3 x 200) + (3 x 20) + (3 x 4) = 600 + 60 + 12 = 672 -
Delen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • zonder rest • met rest • TE ÷ E • HTE ÷ E
Voorbeelden
Delen: 676 ÷ 3 = (600 ÷ 3) + (60 ÷ 3) + (15 ÷ 3) + R1 = 200 + 20 + 5 R1 = 225 R1 -
Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen TE x TE
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 23 x 46 = (20 x 46) + (3 x 46) = 920 + 138 = 1 058 -
Delen via splitsen en verdelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen TE ÷ TE
Voorbeelden
Delen: 92 ÷ 12 = (60 ÷ 12) + (32 ÷ 12) = 5 + 2 R8 = 7 R8 -
Vermenigvuldigen met overbrugging via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • (T)E x HTE • x 5 = x 10 ÷ 2 = ÷ 2 x 10 • x 50 = x 100 ÷ 2 = ÷ 2 x 100 • x 25 = x 100 ÷ 4 = ÷ 4 x 100
Te hanteren begrippen
compenseren
Voorbeelden
Indirect compenseren: 9 X 237 = (10 x 237) - (1x 237) = 2 370 – 237 = 2 133 32 x 5 = (32 x 10) : 2 = 320 : 2 = 160 -
Delen met overbrugging via indirect compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • HTE ÷ (T)E • ÷ 5 = ÷ 10 x 2 = x 2 ÷ 10 • ÷ 50 = ÷ 100 x 2 = x 2 ÷ 100 • ÷ 25 = ÷ 100 x 4 = x 4 ÷ 100
Voorbeelden
Indirect compenseren: 585 ÷ 3 = (600 ÷ 3) – (15 ÷ 3) = 200 – 5 = 195 395 ÷ 5 = (400 ÷ 5) - (5 ÷ 5) = (800 ÷ 10) – (5 ÷ 5) = 80 - 1 = 79 3600 ÷ 50= (3600: 100) x 2 = 36 x 2 = 72 -
Vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald optellen (tellen met sprongen) o splitsen en verdelen (distributiviteit) o naar analogie van de tafels o één keer meer, één keer minder, verdubbelen o indirect compenserenVoorbeelden
Verdubbelen (x 2; x 4; x8): 825 x 8 = . 825 x 2 = 1 650 1 650 x 2 = 3 300 3 300 x 2 = 6 600 825 x 8 = 6 600
-
Delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald aftrekken (tellen met sprongen) o naar analogie van de tafels o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling o één keer meer, één keer minder, halveren o indirect compenserenVoorbeelden
Halveren (÷ 2, ÷ 4, ÷ 8): 3 240 ÷ 8 = . 3 240 ÷ 2 = 1 620 1 620 ÷ 2 = 810 810 ÷ 2 = 405 3 240 ÷ 8 = 405
-
Illustreren dat het product van twee getallen gelijk blijft bij vermenigvuldigen van de ene factor en delen van de andere met hetzelfde getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
-
Illustreren dat het quotiënt van twee getallen gelijk blijft als deeltal en deler met hetzelfde getal worden gedeeld of vermenigvuldigd (rest verandert wel).
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
-
Vermenigvuldigen via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 hoofdrekenen • ook grote getallen met eindnullen • (T)E x HTE
Voorbeelden
Direct compenseren: 12 x 45 = 6 x 90 = 540 -
Delen via direct compenseren.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 hoofdrekenen • ook grote getallen met eindnullen • HTE ÷ (T)E
Voorbeelden
Direct compenseren: 450 ÷ 15 = 150 ÷ 5 = 30 -
Vermenigvuldigen door een factor te ontbinden in factoren en te schakelen of van plaats te wisselen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 200 = 3 x (2 x 100) = (3 x 2) x 100 = 6 x 100 = 600 32 x 125 = (4 x 8) x 125 = 4 x (8 x 125) = 4 x 1 000 = 4 000 32 x 125 = 8 x 4 x 125 = 8 x 125 x 4 = 1 000 x 4 = 4 000 -
Delen door de deler te ontbinden in factoren en te schakelen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: hoofdrekenen
Voorbeelden
Delen: 6 000 ÷ 3 000 = (6 000 ÷ 1 000) ÷ 3 = 6 ÷ 3 = 2 1 424 ÷ 4 = (1 424 ÷ 2) ÷ 2 = 712 ÷ 2 = 356 -
Vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald optellen (tellen met sprongen) o splitsen en verdelen (distributiviteit) o naar analogie van de tafels o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren. o indirect compenseren o direct compenseren o een factor ontbinden in factoren -
Delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen hoofdrekenen • door een keuze uit: o herhaald aftrekken (tellen met sprongen) o naar analogie van de tafels o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren. o indirect compenseren o direct compenseren o een factor te ontbinden in factoren -
Vermenigvuldigen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 1 000 • TE x E • HTE x E
-
Vermenigvuldigen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: product ≤ 10 000 • x E • x TE
-
Herkennen bij het cijferen of een deling een opgaande deling of een niet-opgaande deling is.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Deling: • TE ÷ E • HTE ÷ E
-
Delen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 1 000 • TE ÷ E • HTE ÷ E • zonder rest • met rest
-
Delen cijferend.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: quotiënt ≤ 10 000 • ÷ (T)E • zonder rest • met rest
-
Passen de verwisseleigenschap (commutativiteit) toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Commutativiteit: In een vermenigvuldiging mag je de factoren van plaats wisselen zonder dat hierdoor het product verandert.
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Commutativiteit: • 22 x 3 = 3 x 22
-
Passen bij de vermenigvuldiging de eigenschappen toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Eigenschappen: • de nul-eigenschap of opslorpend element: Als je een getal vermenigvuldigt met nul is het product gelijk aan nul. • de één-eigenschap of neutraal element: Als je een getal vermenigvuldigt met één is het product gelijk aan het getal zelf. -
Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen • x 10 • x 100 • x 1 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 2 000 = 3 x 2D en dus 3 nullen toevoegen = 6 000.
-
Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen • x 10 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: • Dylan van het vijfde leerjaar lost volgende bewerking op: 5 x 10 000 = 5 x 1TD en dus nullen toevoegen = 50 000 • Bilitis van het zesde leerjaar lost volgende bewerking op: 300 x 20 000 = 3H x 2TD en dus zes nullen toevoegen = 6 000 000. -
Passen de nulregel toe bij het delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: hoofdrekenen • ÷ 10 • ÷ 100 • ÷ 1 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Delen: 9 000 ÷ 3 = 9D ÷ 3 = 3D = 3 000 -
Passen de nulregel toe bij het delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: hoofdrekenen • ÷ 10 000 Toepassen: via inzicht in plaatswaarde
Voorbeelden
Delen: 90 000 ÷ 3 = 9TD ÷ 3 = 3TD = 30 000 -
Passen bij de vermenigvuldiging en de deling de eigenschappen toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen Eigenschappen vermenigvuldiging: • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een vermenigvuldiging de factoren in een som of een verschil splitsen zonder dat het product wijzigt. • schakelen (associativiteit): Je mag bij een vermenigvuldiging met meer dan 2 factoren kiezen welke factoren je eerst vermenigvuldigt, zonder dat het product wijzigt. • verwisseleigenschap (commutativiteit) Eigenschappen deling: • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een deling enkel het deeltal splitsen in een som of een verschil zonder dat het quotiënt wijzigt.Te hanteren begrippen
splitsen, verdelen, schakelen, (aaneen)schakelen
Voorbeelden
Splitsen en verdelen: 3 x 42 = 3 x (40 + 2) = (3 x 40) + (2 x 40) = 120 +6 = 126 720 ÷ 6 = (600 + 120) ÷ 6 = (600 ÷ 6) + (120 ÷ 6) = 100 + 20 = 120 Van plaats wisselen en schakelen: 5 x 16 x 2 = 5 x 2 x 16 = (5 x 2) x 16 = 10 x 16 = 160 -
Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij vermenigvuldigen en delen.
Wiskunde › Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen
-
Illustreren de oplossingsstrategie bij het optellen en aftrekken van breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Illustreren: met een schematische voorstelling
-
Tellen gelijknamige breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Optellen: som ≤ 1
Voorbeelden
Optellen: 5 3 8 + = 10 10 10
-
Trekken gelijknamige breuken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Aftrekken: aftrektal ≤ 1
Voorbeelden
Aftrekken: 5 3 2 - = 10 10 10
-
Tellen gerelateerde breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Optellen: som ≤ 1 eerst de breuken gelijknamig maken
Voorbeelden
Optellen: 1 7 2 7 + = + 5 10 10 10 9 = 10 -
Trekken1 0gerelateerde breuken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: gerelateerde breuken noemer ≤ 20 Aftrekken: aftrektal ≤ 1 eerst de breuken gelijknamig maken
Voorbeelden
Aftrekken: 3 1 6 1 - = - 4 8 8 8 5 = 8 -
Tellen gerelateerde breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 Optellen: eerst de breuk gelijknamig maken en de som (onechte breuk) omzetten naar een gemengd getal
Voorbeelden
Optellen: 3 7 6 7 + = + 5 10 10 10 13 = 10 3 = 1 en 10 -
Trekken echte breuken af van één.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤20
Voorbeelden
Aftrekken: 1 10 1 1 – = - 10 10 10 9 = 10 -
Trekken echte breuken af van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
Voorbeelden
Aftrekken: 4 10 4 2 – = - 5 5 5 6 = 5 5 1 = + 5 5 1 = 1 + 5 1 12 1 4 – = - 3 3 3 11 = 3 9 2 = + 3 3 2 = 3 + 3 -
Vereenvoudig3en de termen en de uitkomst van een bewerking met breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 100 Vereenvoudigen: GGD eenvoudigste vorm
Te hanteren begrippen
vereenvoudigen
Voorbeelden
Vereenvoudigen: 3/12 + 2/8 = 1/4 + 1/4 = 2/4 = 1/2 8/10 - 10/25 = 4/5 - 2/5 = 2/5 -
Tellen echte breuken op.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken. Optellen: KGV breuken eerst gelijknamig maken
Voorbeelden
Optellen: 16/24 + 25/30 = 4/6 + 5/6 = 9/6 = 3/2 = 1 + 1/2 14/42 + 7/21 = 1/3 + 1/3 = 2/3 -
Trekken echte breuken af.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken. Aftrekken: KGV breuken eerst gelijknamig maken
Voorbeelden
Aftrekken: 25/30 - 16/24 = 5/6 - 4/6 = 1/6 7/21 - 14/42 = 1/3 - 1/3 = 0 -
Nemen een breuk van een hoeveelheid.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 20
Voorbeelden
Yolina zegt: “Er zijn 12 rozen. 3/4 van de rozen zijn wit. Hoeveel rozen zijn er wit? Dus 3/4 van 12?” Ze rekent nadien uit: “Het geheel is 12 rozen. Ik verdeel de rozen in 4 delen. 1 deel bevat 3 rozen. 3 delen bevatten 9 rozen. Dus 3/4 van 12 ofwel 9 rozen zijn wit.”
-
Verwoorden dat een breuk nemen van een getal hetzelfde is als een breuk vermenigvuldigen met een getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Abraham zegt: "3/4 nemen van 8 is hetzelfde als 3/4 x 8” Hij legt verder uit: “4 breukdelen is 8, 1 breukdeel is 2 (want 8 : 4 = 2), ik neem 3 breukdelen dus 3 x 2 = 6. Dus 3/4 x 8 = 6”
-
Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: • natuurlijk getal x breuk • breuk x natuurlijk getal • breuk x breuk • breuk : natuurlijk getal Illustreren: • met een schematische voorstelling • samenvatting van de basisregel Oplossingsstrategie: breuk x breuk: vermenigvuldig de tellers en vermenigvuldig de noemers (eventueel vereenvoudigen)
-
Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuken: • natuurlijk getal : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt) • breuk : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt) Illustreren: • met een schematische voorstelling • samenvatting van de basisregel Oplossingsstrategie: natuurlijk getal : breuk > vermenigvuldig het natuurlijk getal met de omgekeerde breuk breuk : breuk > vermenigvuldig de eerste breuk met de omgekeerde tweede breuk
-
Vermenigvuldigen een breuk met een natuurlijk getal of omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Natuurlijk getal: vermenigvuldiger Breuk: vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100 Product: (on)echte breuk
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 8 x 3/4 = 3/4 x 8 = 8 ÷ 4 x 3 = 2 x 3 = 6 8 x 3/4 = 24/4 = 6 2/3 x 5 = 10/3 = 9/3 + 1/3 = 3 + 1/3 4 x 2/3 = 8/3 = 6/3 + 2/3 = 2 + 2/3 24 x 1/12 = 24/12 = 2 -
Vermenigvuldigen een breuk met een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100 Product: (on)echte breuk
Voorbeelden
In de klas van Josephine komt de helft van de kinderen met de fiets naar school. 1/3 van deze fietsers draagt een fietshelm. Welk deel van de kinderen draagt een helm? Josephine rekent uit: “1/3 van ½= 1/3 x ½= = 1/6 Dus 1/6 van de kinderen van de klas draagt een fietshelm bij het naar school fietsen. 5/6 x 2/3= 10/18 = 5/9” -
Verwoorden de relatie tussen een deling en een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de deling, de breuk
Voorbeelden
Als Alexander twee pizza’s eerlijk verdeelt over 3 kinderen, dan krijgt elk kind 2/3 van een pizza. Dus 2 ÷ 3 = 2/3
-
Schrijven een deling als een (on)echte breuk en een decimaal getal en omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
(on)echte breuk
Voorbeelden
Deling als decimaal getal: 6 ÷ 5 = 6/5 = 1 + 1/5 = 1 + 0,2 = 1,2 -
Delen een breuk door een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: • 4/5 ÷ 2 = . Er is nog 4/5 van de cake over. Die verdeel ik over 2 personen. Elk krijgt 2/5. 4/5 ÷ 2 = 2/5 • 2/3 ÷ 3 = . Er is nog 2/3 van de cake over. Die verdeel ik over 3 personen. 2 stukken in 3 delen is niet zo eenvoudig. Ik zoek een gelijkwaardige breuk waar het beter mee lukt. 2/3 = 6/9. 6 van de negen delen verdelen over 3 is voor elk 2/9. 2/3 ÷ 3 = 6/9 ÷ 3 = 2/9 -
Delen een natuurlijk getal door een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: Ik heb ¼l potgrond nodig voor 1 narcis . Hoeveel narcissen kan ik verplanten met 6 liter potgrond? 6 : ¼= 6 x 4/1= 24 /1 =24 2: 2/3 = 2/1 x 3/2 = 6/2 = 6/2 of 3 -
Delen een breuk door een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: Li trakteert zijn vrienden voor zijn verjaardag. Hij koopt ½ kg koekjes en verdeelt deze over zakjes van 1/8 kg. Hoeveel zakjes kan Li vullen? ½: 1/8 = ½ x 8/1= 8/2 = 4 Li kan dus 4 zakjes met koekjes vullen. 4/5 : 2/3= 4/5 x 3/2 = 12/10 = 1 en 2/10 -
Tellen op met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10) zonder overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000Te hanteren begrippen
rijgen
-
Trekken af met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10) zonder overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000 o aanvullenTe hanteren begrippen
aanvullen tot
-
Tellen op met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10) met overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o optellen naar analogie van de bewerkingen tot 1 000 o optellen via indirect compenserenTe hanteren begrippen
splitsen, compenseren
-
Trekken af met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: hoofdrekenen tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10) met overbrugging • strategieën - door een keuze uit: o rijgen of splitsen van het aftrektal o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000 o indirect compenseren o aanvullen -
Tellen op met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Optellen: hoofdrekenen tot op een duizendste (som ≤ 100) met overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000 o via indirect compenseren o via direct compenseren -
Trekken af met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftrekken: hoofdrekenen tot op een duizendste (aftrektal ≤ 100) met overbrugging • strategieën – door een keuze uit: o rijgen of splitsen van het aftrektal o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000 o indirect compenseren o direct compenseren o aanvullen -
Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen en delen met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Nulregel: inzicht in het patroon (de komma opschuiven) • x 10 • x 100 • x 1 000 • ÷ 10 • ÷ 100 • ÷ 1 000 Toepassen: hoofdrekenen
Voorbeelden
Nulregel: • 0,14 x 1 000 = 140 • 16 ÷ 1 000 = 0,016
-
Gebruiken de verwisseleigenschap bij het vermenigvuldigen met decimale getallen.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: hoofdrekenen
Te hanteren begrippen
van plaats wisselen
Voorbeelden
Verwisseleigenschap: 3,66 x 0,5 = 0,5 x 3,66
-
Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: • door herhaalde optelling
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 3 x 0,6 = 0,6 + 0,6 + 0,6 = 1,8 -
Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vermenigvuldigen: • op basis van de keerhandeling.
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: 0,6 x 3= 3 x 0,6 = 3 x 6t = 18t = 1,8 -
Vermenigvuldigen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Handig vermenigvuldigen: • x 0,1 = : 10 • x 0,01 = : 100 • x 0,001 = : 1 000 • x 0,2 = : 5 • x 0,5 = : 2
Voorbeelden
Handig vermenigvuldigen: 35 x 0,2= 35 : 5 = 7 want 2 35 x 0,2 = 35 x 10 70 = 10 = 7 35 x 0,01 = 35 : 100 = 0,35 want 1 35 x 0,01 = 35 x 100 35 = 100 = 0,35 -
Delen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Handig delen: • ÷ 0,1 = x 10 • ÷ 0,01 = x 100 • ÷ 0,001 = x 1 000 • : 0,2 = x 5 • : 0,5 = x 2
Voorbeelden
Handig delen: 140 : 0,001 = 140 x 1 000 = 140 000 want 1 140 : 0,001 = 140 : 1000 1000 = 140 x 1 = 140 x 1 000 = 140 000 -
Delen een decimaal getal door een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Delen: op basis van de verdelingsdeling
Voorbeelden
Delen: 0,08 : 2= 8h:2 = 4h = 0,04 -
Vermenigvuldigen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Vermenigvuldigen: • 7 28 4 x 0,7 = 4 x = = 2,8 10 10 • 4 28 0,4 x 7 = x 7 = = 2,8 10 10 • 18 72 0,18 x 4 = x 4 = = 0,72 100 100 • 4 7 28 0,4 x 0,7 = x = = 0,28 10 10 100 -
Delen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Delen: • 54 6 5,4 : 9 = : 9 = = 0,6 10 10 • 72 8 72 10 720 9 0,72 : 0,8 = : = x = = = 0,9 100 10 100 8 800 10 • 35 10 700 70 : 3,5 = 70 : = 70 x = = 20 10 35 35 • 54 12 54 10 540 9 5,4 : 1,2 = : = x = = = 4,5 10 10 10 12 120 2 -
Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Percentage: ≤ 100%
Voorbeelden
Mirabelle vertelt: “Tijdens een boekenactie stelt de bibliotheek 250 boeken ter beschikken. Onze school kan 20% van deze boeken ontlenen.” Ze rekent uit hoeveel boeken dit zijn: 20% van 250 boeken dat zijn 50 boeken!”
-
Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Percentage: ≤ 100%
Voorbeelden
Geheel berekenen: Ines verdeelt een som geld. Ze krijg 80 euro en dat is gelijk aan 20% van de som geld. Hoeveel bedraagt de som geld die Ines verdeelt? 80 euro is 20% of 1/5 van het geheel. Het geheel is 400. De som geld bedraagt 400%
-
Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Percentage: ≤ 100%
-
Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
-
Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Geheel berekenen: Een school organiseert een sponsorloop. Alle leerlingen nemen deel. Van alle leerlingen loopt 30%, dat zijn 150 leerlingen. Hoeveel leerlingen telt de school in totaal?
-
Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Percentage berekenen: Tijdens een boekenbeurs kochten 45 leerlingen een boek. In totaal waren er 180 leerlingen aanwezig. Welk percentage van de leerlingen kocht een boek?
-
Maken handelend hoeveelheden gelijk.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 4
Te hanteren begrippen
evenveel maken, gelijk maken, (gelijke) groepjes maken
-
Maken handelend hoeveelheden gelijk.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Hoeveelheden: tot en met 10
Te hanteren begrippen
gelijk, niet gelijk
-
Herkennen het gelijkheidsteken als aanduiding voor een wiskundige gelijkheid.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Tibo zegt: "7 + 2 = 9 maar ook 7 + 2 = 6 + 3. Beide kanten van het gelijkheidsteken zijn evenveel waard. Dus het =-teken betekent: links en rechts zijn gelijk."
-
Gebruiken het gelijkheidsteken in functie van gelijkheid bij bewerkingen.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Gelijkheidsteken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Wiskundige notatie: = ≠
Te hanteren begrippen
evenveel maken, verschillend
Voorbeelden
Gelijkheidsteken: 76 + 23 = 76 + 20 + 3 = 96 + 3 = 99 en dus niet 76 + 23 = 76 + 20 = 96 + 3 = 99
-
Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsen: • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ =, komma Gebruiken: • om natuurlijke getallen in te tikken • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen (tot op een honderdste) uit te voeren -
Gebruiken de digitale rekentool als controlemiddel bij bewerkingen.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
-
Gebruiken de toetsen van de digitale rekentool correct.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Toetsen: • aan/uit, cijfertoetsen, C, + - x ÷ = komma % Gebruiken: • om natuurlijk getallen, breuken en decimale getallen in te tikken • om bewerkingen met natuurlijk getallen en decimale getallen uit te voeren • om procenten te berekenen met de procenttoets • om grootheden zoals winst, verlies, korting te berekenen in betekenisvolle situaties • om de rest te bepalen bij een deling
-
Gebruiken de combinatie van de digitale rekentool met het overzichtelijk noteren en/of rekenen op papier.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Digitale rekentool
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebruiken: bij complexere situaties of samengestelde bewerkingen
-
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situatie naar bewerkingen met natuurlijke getallen -
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen • schattend rekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke getallen -
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen • digitale rekentool • schattend rekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke getallen en decimale getallen -
Zetten een gepaste rekenmethode in.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Flexibel rekenmethode kiezen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Rekenmethode: • parate kennis • hoofdrekenen • cijferalgoritmes bij de natuurlijke getallen • digitale rekentool • schattend rekenen Inzetten: • afhankelijk van de context • na het omzetten van betekenisvolle situaties naar bewerkingen met natuurlijke getallen, decimale getallen, breuken en procenten -
Schatten de uitkomst.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: als controlestrategie Wiskundige notatie: ≈
-
Vergelijken de geschatte en berekende uitkomst.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Schattend rekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: als controlestrategie Wiskundige notatie: ≈
Voorbeelden
Bij een vraagstuk over snelheid met de fiets bekomt Hailey als uitkomst 125 km/u. Zij bedenkt dat ze een fout moet gemaakt hebben want 125 km/u fietsen is niet mogelijk. Ze schat dat zij gemiddeld 15 km/u rijdt.
-
Gebruiken de rekenvolgorde van links naar rechts.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen
-
Passen de voorrangsregels voor bewerkingen met deelopgaven toe.
Wiskunde › Bewerkingen › Toepassingen bij bewerkingen › Rekenvaardigheden › Volgorde van bewerkingen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Voorrangsregels: • additieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde rang behoren • multiplicatieve opgaven van links naar rechts omdat de deelopgaven tot dezelfde rang behoren • eerst de deelopgaven tussen haakjes, dan de multiplicatieve opgaven en ten slotte de additieve opgaven