MV.008
Gebruiken
K1
K2
K3
L1
L2
L3
L4
L5
L6
GO!-doel
Gebruiken gepast gedrag tijdens kunstbeleving.
Muzische vorming › Muzisch waarnemen - betekenis › Muzisch waarnemen - betekenis
- Leeftijd
- 2,5-4,4-5,5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Gebruiken
- Verwerkingsaspect
- Gebruiken — procedurele kennis — weten hoe
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 5,6
Leerlijn
Gebruiken gepast gedrag tijdens kunstbeleving.
MIA
Kunstbeleving:
bezoeken van voorstelling of tentoonstelling
Voorbeeld
• Tijdens een theaterbezoek zorgt Jochem ervoor dat hij stil is tijdens de voorstelling,
zijn telefoon uitzet en pas applaudisseert op de juiste momenten om respect te
tonen voor de acteurs.
• Romee bezoekt een kunsttentoonstelling en houdt gepaste afstand van de
schilderijen en beelden. Ze praat zachtjes met haar vrienden en raakt de
kunstwerken niet aan.
Hangt samen met
- Vlag BU.032 Passen eenvoudige afspraken en regels toe. K1,K2,K3
- Vlag BU.033 Volgen afspraken en regels. L1,L2,L3,L4,L5,L6
Gekoppelde minimumdoelen bij het onderwerp “Muzisch waarnemen - betekenis”
KO
L4
De leerlingen kunnen
6.1.1 het onderwerp, de bedoeling en hun eigen
interpretatie van een artistieke en een muzische creatie
verwoorden.
6.1.2 enkele kunststromingen en artistieke creaties
verkennen:
• muziek:
o artistieke creaties van componisten;
< bv. Vivaldi, Mozart, Beethoven, Louis
Armstrong, Nina Simone, The Beatles,
Hildegard van Bingen >
o muziekstijlen.
< bv. klassieke muziek, pop, rock >
• beeld:
o artistieke creaties van beeldende
kunstenaars;
< bv. Bosch, Van Gogh, Permeke, Kahlo,
Magritte, Picasso, Victor Horta, Hyungkoo
Lee >
o kunststromingen.
< bv. prehistorische kunst, kunst uit de
oudheid, Arabische kunst, Europese
schilderkunst en bouwkunst >
• drama:
o artistieke creaties;
< bv. de sprookjes van de gebroeders Grimm
en Hans C. Andersen, de Griekse mythen >
o genres.
< bv. rollenspel, situatiespel, hoorspel,
poppentheater, komedie, straattheater >
• dans:
o artistieke creaties van choreografen;
L6
De leerlingen kunnen
6.1.1 de geografische, historische en maatschappelijke
context van een artistieke creatie beschrijven.
6.1.2 enkele kunststromingen en artistieke creaties
verkennen:
• muziek:
o artistieke creaties van componisten;
< bv. Bach, Saint-Saëns, Clara Schumann,
Stravinsky, Bernstein, Queen, Stromae,
Buena Vista Social Club >
o muziekstijlen.
< bv. folk, country, blues, jazz >
• beeld:
o artistieke creaties van beeldende
kunstenaars;
< bv. Bruegel, Rubens, Delvoye, Berlinde De
Bruyckere, Rodin, Zaha Hadid, Banksy >
o kunststromingen.
< bv. Afrikaanse kunst, beeldhouwkunst,
hedendaagse kunst >
• drama:
o artistieke creaties;
< bv. volksverhalen, legendes en sagen >
o genres.
< bv. tragedie, pantomime, opera,
improvisatietheater, slam poetry >
• dans:
o artistieke creaties van choreografen;
< bv. Anna Teresa De Keersmaeker, Pina
Bausch, Ish Ait Hamou >
o dansstijlen.
< bv. breakdance, wals, tango, moderne dans
>
< bv. Sidi Larbi Cherkaoui, Evelien Maes, Igor
Vrebac, Isabelle Beernaert >
o dansstijlen.
< bv. hip hop, ballet, jazzdans, volksdans >
• media:
o artistieke creaties van audiovisuele
kunstenaars;
< bv. de gebroeders Lumière, Bill Viola,
Pipilotti Rist, Spielberg, Adil El Arbi en Bilall
Fallah >
o kunststromingen.
< bv. vroege fotografie, pop art, de stomme
film >
• media:
o artistieke creaties van audiovisuele
kunstenaars;
< bv. Henri Cartier Bresson, Marina
Abramovic, Hans Op de Beeck, Marie-Jo
Lafontaine >
o kunststromingen.
< bv. performance art, conceptuele kunst,
surrealisme >