31 doelen
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag • wind • bewolking
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag: regen, sneeuw • wind • bewolking
Te hanteren begrippen
het is koud, het is warm, het vriest, het regent, het sneeuwt, de regen, de sneeuw, er is wind, er zijn wolken, het waait, er is veel/weinig wind, het is bewolkt, de zon schijnt
-
Herkennen weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur • neerslag: hagel, mist • wind • bewolking
Te hanteren begrippen
de temperatuur, de neerslag, de wind, de bewolking, de hagel, het hagelt, de mist
-
Beschrijven de relatie tussen bewolking en neerslag.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie bewolking-neerslag: dunne, witte wolken: uitleg: Deze wolken zijn hoog in de lucht en lijken op veertjes. relatie met neerslag: geen regen grote, witte wolken: uitleg: Deze wolken lijken op watjes of bergen. relatie met neerslag: Meestal droog, maar als ze donker worden, kan er regen komen. grijze, dikke wolken: uitleg: Deze wolken bedekken de hele lucht als een grijze deken. relatie met neerslag: vaak lichte regen donkere, hoge wolken: uitleg: Deze wolken zijn groot, donker en kunnen onweer brengen. relatie met neerslag: hevige regen, soms met donder en bliksemTe hanteren begrippen
de witte wolken, de hoge wolken, de grijze wolken, de dikke wolken, de lage wolken, de dunne wolken, de lichte regen, de hevige regen, de bliksem, de donder, het onweer
-
Analyseren weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: bewolking
-
Geven dagelijks weersverschijnselen weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weersverschijnselen: • temperatuur: koud en warm • neerslag: sneeuw, hagel, mist, regen • wind • bewolking Weergeven: door middel van symbolen registratie in weerkalender vergelijking
-
Interpreteren weergegevens van een week.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking • registratie in weerkalender • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een week en een maand.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: • observatie van temperatuur, neerslag, wind, bewolking • registratie in weerkalender • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: een seizoen Interpreteren: • observatie van neerslag, wind • meten van bewolking, temperatuur • registratie (temperatuur in lijngrafiek) • vergelijking • presentatie
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: één of meerdere seizoenen Interpreteren: • meten van bewolking, temperatuur, neerslag, wind • registratie (temperatuur in lijngrafiek en neerslag in staafdiagram) • vergelijking
-
Interpreteren weergegevens van een bepaalde periode.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Bepaalde periode: één of meerdere seizoenen Interpreteren: • meten van bewolking temperatuur, neerslag, wind, luchtdruk • registreren in weerkalender • vergelijking met klimatogram
-
Beschrijven luchtdruk in relatie tot het weer.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Luchtdruk: hoge luchtdruk (H): Wat gebeurt er? De lucht daalt naar beneden. gevolg: Het weer is meestal droog en zonnig. ezelsbruggetje: H van helder weer lage luchtdruk (L) Wat gebeurt er? De lucht stijgt omhoog. gevolg: Er ontstaan wolken en regen. ezelsbruggetje: L van lelijk weer (regenachtig)
Te hanteren begrippen
de luchtdruk, de hoge luchtdruk, de lage luchtdruk
-
Illustreren hoe reliëf en seizoensgebonden oceaantemperaturen het weer beïnvloeden.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de oceaantemperatuur, de landmassa
Voorbeelden
Het weer beïnvloeden: • bergen (reliëf): Bergen “duwen” lucht omhoog, zoals bv. de Alpen in Oostenrijk. De lucht koelt af waardoor er regen of sneeuw ontstaat. Achter de berg is het vaak droger. • warme of koude zeeën (seizoensgebonden oceaantemperaturen): Boven een warme zee stijgt warme, vochtige lucht op, waardoor de kans op regen groter wordt. Boven een koude zee ontstaat koude lucht, wat zorgt voor droger en kouder weer. • landmassa (grote stukken land): Land warmt sneller op dan zee. In de zomer (in België): warme lucht stijgt boven land → lage luchtdruk → wolken en regen In de winter (in België): land koelt snel af → koude lucht daalt → hoge luchtdruk → droog en koud weer • luchtdruk: Lage luchtdruk = stijgende lucht → vaak regen of storm Hoge luchtdruk = dalende lucht → vaak droog en zonnig weer -
Tonen hun kennis over het weer in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Weer
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Als het koud is, doet Jeppe zijn jas aan tijdens de speeltijd. • Nils vertrekt op zeeklassen. Hij vertelt aan zijn mama dat het daar in de winter warmer is dan in Brussel. -
Herkennen een weerpatroon.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Weerpatroon: weersverschijnselen: temperatuur, neerslag, wind, bewolking een terugkerende weeromstandigheid in een bepaald gebied over een bepaalde periode
Te hanteren begrippen
het weerpatroon
-
Vergelijken weerpatronen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op basis van weersverschijnselen registratie gedurende minstens twee verschillende perioden (in verschillende seizoenen)
Voorbeelden
Weerpatronen: • In de winter zijn de temperaturen lager dan in de zomer. • De windrichting is niet elke dag hetzelfde.
-
Illustreren het verschil tussen weer en klimaat.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het verschil: Weer is de toestand van de atmosfeer op een specifieke plaats en moment. Klimaat is het gemiddelde weer over een lange periode, meestal 30 jaar, in een bepaald gebied.
Te hanteren begrippen
het weer, het klimaat
-
Beschrijven klimaatkenmerken.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatkenmerken: (gemiddelde) temperatuur: koud, gematigd, warm (gemiddelde) neerslag: nat, droog
Te hanteren begrippen
de droogte, de regenval, de warmte, de koude
Voorbeelden
Hannes vertelt dat we in België een gematigd nat klimaat hebben.
-
Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: • de hittegolf: Een periode van meerdere dagen met heel warm weer. Het is vaak droog en zonnig, en het kan moeilijk zijn om af te koelen. • de waterbom: Een plotselinge, heel hevige regenbui op één plaats. Er valt in korte tijd heel veel water, wat kan zorgen voor overstromingen.Te hanteren begrippen
de hittegolf, de waterbom
-
Vergelijken de verzamelde weersverschijnselen met de kenmerken van het klimaat in België.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Kenmerken van het klimaat: zachte winters en relatief koele zomers (dankzij de nabijheid van de zee), de neerslag is gelijkmatig verspreid over het ganse jaar, wisselvallig weer, het is vaak bewolkt
-
Illustreren de klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatzones: De aarde is verdeeld in verschillende klimaatzones met vergelijkbare klimaatkenmerken. tropisch klimaat: Het is altijd warm en er valt veel regen. Je vindt dit klimaat in landen rond de evenaar. polair klimaat: Het is er heel koud, bijna het hele jaar door. Er groeien bijna geen planten. Dit klimaat komt voor rond de Noordpool en Zuidpool. gematigd klimaat: Hier zijn de vier seizoenen goed te merken: lente, zomer, herfst en winter. Het is meestal niet te warm en niet te koud. België heeft een gematigd zeeklimaat.
Te hanteren begrippen
de klimaatzone, het tropisch klimaat, het polair klimaat, het gematigd klimaat
-
Vergelijken het klimaat in verschillende gebieden van de wereld.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vergelijken: op basis van een wereldkaart met gemiddelde jaartemperatuur en totale jaarneerslag
-
Beschrijven klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: • de orkaan: Een enorme storm met harde wind en veel regen, die ontstaat boven warme zeeën. Orkanen kunnen veel schade veroorzaken. De term ‘orkaan’ wordt gebruikt voor de Atlantische Oceaan en het oostelijke deel van de Grote Oceaan. • de tyfoon: De naam voor een orkaan in het westelijke deel van de Grote Oceaan, vooral rond landen zoals de Filipijnen, Japan en China. • de sneeuwstorm: Een hevige storm met veel sneeuw en wind. Het zicht is slecht en het wordt erg koud.Te hanteren begrippen
de orkaan, de tyfoon, de sneeuwstorm
-
Illustreren klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatverandering: • temperatuursverandering op aarde • neerslagverandering op aarde • frequentere extreme weersverschijnselen
-
Geven acties om klimaatverandering tegen te gaan.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
-
Illustreren de klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klimaatverandering: Veranderingen in het klimaat zijn niet nieuw. Er zijn altijd al periodes van afkoeling en opwarming geweest die gevolgen hadden voor het leven op aarde. Sinds de industriële revolutie (rond 1850) is de gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak met 1,1 à 1,3°C gestegen. Het verschil met vorige klimaatveranderingen is dat deze klimaatverandering sneller gaat dan de voorgaande, de verandering mondiaal is en niet regionaal. De invloed van de mens was nog nooit zo groot door het verbruik van fossiele brandstoffen (uitstoot broeikasgas CO₂), consumeren van (veel) vlees en melk (uitstoot broeikasgas methaan door veeteelt) en het kappen van regenwouden (verdwijnen van de ‘groene longen’ van onze aarde). Door menselijke activiteiten verandert dus de samenstelling van de atmosfeer. De concentratie broeikasgassen in de atmosfeer wordt hoger en versterkt daarmee het broeikaseffect, waardoor de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de aarde stijgt.
Te hanteren begrippen
de klimaatverandering, de opwarming van de aarde, de fossiele brandstof, consumeren, de ontbossing, het broeikasgas, het broeikaseffect
-
Illustreren de gevolgen van de huidige klimaatverandering.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gevolgen klimaatverandering: Het versneld smelten van gletsjers en poolijs zorgt voor een stijging van de zeespiegel. Door de opwarming van de aarde zet zeewater uit, wat ook leidt tot een stijging van de zeespiegel. Er komen vaker extreme weersomstandigheden voor, zoals hevige (hagel)buien, onweer, hittegolven, droogtes en soms krachtigere of langere orkaanseizoenen. Er ontstaan grotere verschillen tussen droge periodes en periodes met veel neerslag. Klimaat- en landschapszones verschuiven. Al deze gevolgen dragen andere gevolgen met zich mee: overstromingen, klimaatvluchtelingen, veranderingen in landbouw, verspreiding van ziekten en insecten
Voorbeelden
Verschuiving klimaat- en landschapszones: • Gebieden die nu al vrij droog zijn, verwoestijnen. • In koude gebieden verdwijnt sneeuw en ijs sneller, waardoor de toendra verandert en sommige planten en dieren verdwijnen. • Sommige boeren in het zuiden van Frankrijk schakelen over van wijnteelt naar olijventeelt (beter tegen hitte en droogte bestand). In België komen er jaarlijks wijntelers bij. -
Geven weer hoe we de klimaatverandering duurzaam kunnen aanpakken.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Duurzame aanpak: nationale en internationale samenwerking energietransitie: van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen energiebesparing klimaatadaptatie natuurherstel en -bescherming
-
Herkennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en de klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Relatie: Tropisch klimaat: gebied tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. Hier staat de zon het hele jaar hoog aan de hemel. Kenmerken: warm, vaak vochtig, met kleine temperatuurverschillen gedurende het jaar Gematigd klimaat: gebied tussen de keerkringen en de poolcirkels. De zon staat hier lager aan de hemel dan in de tropen en er zijn duidelijke seizoenen. Kenmerken: milde tot koude winters, warme tot zachte zomers, neerslag verspreid over het jaar. Polair klimaat: gebied binnen de poolcirkels. De zon komt in de winter soms helemaal niet op (poolnacht) en gaat in de zomer niet onder (middernachtzon). Kenmerken: zeer koud, weinig neerslag, vaak sneeuw of ijs
Voorbeelden
Tropisch klimaat: regenwouden in het Amazonegebied, Congo, Zuidoost-Azië Gematigd klimaat: België (gematigd zeeklimaat), Nederland, Verenigde Staten, delen van China Polair klimaat: Antarctica, Noordpoolgebied, delen van Siberië en Groenland
-
Beschrijven het concept vegetatietype in relatie tot klimaatzones.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Een vegetatietype: Een indeling van natuurlijke plantengroei op basis van de soorten planten die er voorkomen, hun structuur en hoe ze aangepast zijn aan hun omgeving. Relatie: Klimaat bepaalt welke planten kunnen groeien. Vegetatie weerspiegelt het klimaat van een gebied. Veranderingen in klimaat kunnen leiden tot verschuivingen in vegetatietypes.
Te hanteren begrippen
het vegetatietype, de toendra, het tropisch regenwoud, de savanne, het loofbos, het gemengd bos, het mos, het korstmos
-
Tonen hun kennis over het klimaat en klimaatverandering in verschillende contexten.
Aardrijkskunde › Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Weer en klimaat › Klimaat
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
• Leo ontwerpt en presenteert een model van een duurzame stad waarin de zon en de wind worden gebruikt om energie op te wekken. Hij legt uit hoe deze technologieën van zonne- en windenergie bijdragen aan het verminderen van broeikasgassen en klimaatverandering. • Ellen maakt grafieken en tabellen waarin ze het energieverbruik van fossiele brandstoffen vergelijkt met dat van hernieuwbare energiebronnen. Ze berekent hoeveel CO₂-uitstoot bespaard kan worden door zonnepanelen of windmolens te gebruiken. Tijdens de presentatie legt ze uit hoe deze reductie helpt om de opwarming van de aarde tegen te gaan.