31 doelen
vak: WI ✕ Tijdstip en tijdsduur ✕
-
Verwoorden tijdstip bij gebeurtenissen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebeurtenissen: chronologisch geordend wat eerst, dan en nu gebeurt
Te hanteren begrippen
eerst, dan, nu
-
Verwoorden tijdstip en tijdsduur bij gebeurtenissen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gebeurtenissen: chronologisch geordend
Te hanteren begrippen
daarna, daarvoor, vroeger, later, eerder, straks, (nog) even, tijdens, (even) lang, (even) kort, langer, korter, kortst, langst, vandaag, gisteren, morgen, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag
-
Meten de duur van een activiteit.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met een meetinstrument
Voorbeelden
• Amy zegt tegen Dean: “Je mag één zandloper lang op de tablet en dan is het mijn beurt.” • Benthe zegt: “Als de kookwekker afloopt moet ik naar een andere hoek.” -
Verwoorden tijdstip en tijdsduur bij gebeurtenissen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Verwoorden: • Gebeurtenissen tijdens de dag chronologisch ordenen. • Aftellen tussen nu en speciale gebeurtenissen binnen de periode van een week. • Zeggen welke dag van de week het vandaag is, welke dag het gisteren was en welke dag het morgen zal zijn.Te hanteren begrippen
dadelijk, meteen, onmiddellijk, binnenkort, te laat, te vroeg, op tijd, laatst, (nog) een tijd(je), de dag, de week, het jaar
Voorbeelden
• Jean zegt: “Nog 3 nachten slapen en dan komt de Sint!” • Bavo benoemt de volgorde van de dagen en zegt: "Vandaag is het maandag, gisteren was het zondag en morgen is het dinsdag.” -
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 12-urenindeling absoluut • de analoge klok • de digitale klok Lezen: • het volledige uur • het half uur
Te hanteren begrippen
de analoge klok, de digitale klok, het uur, de kleine wijzer, de grote wijzer
Voorbeelden
Kloklezen: • 8 uur. • 3 uur 30 (minuten).
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 12-urenindeling absoluut • de analoge klok • de digitale klok Lezen: tot op 5 minuten nauwkeurig
Voorbeelden
Kloklezen: 9 uur 5 (minuten), 7 uur 10 (minuten), 10 uur 15 (minuten), 5 uur 40 (minuten).
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 24-urenindeling absoluut • de analoge klok • de digitale klok Lezen: het volledige uur
Voorbeelden
Rozie kijkt op de digitale klok en zegt: "Het is 18:00. Dat is 18 uur of 6 uur ’s avonds.”
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 24-urenindeling absoluut • de analoge klok • de digitale klok Lezen: tot op 5 minuten nauwkeurig
Voorbeelden
Kloklezen: 13 uur 10 (minuten), 14 uur 25 (minuten).
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 24-urenindeling absoluut • de analoge klok • de digitale klok Lezen: tot op 1 minuut nauwkeurig
Voorbeelden
Kloklezen: 7 uur 46 (minuten), 21 uur 36 (minuten)
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 24-urenindeling relatief • de analoge klok Lezen: tot op 5 minuten nauwkeurig
Te hanteren begrippen
het kwartier, het halfuur
Voorbeelden
Kloklezen: 5 over 4, 10 over 8, kwart over 3, 20 over 4, 5 voor 12, half 3
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 24-urenindeling relatief • de analoge klok Lezen: tot op 1 minuut nauwkeurig
Voorbeelden
Kloklezen: 18 over 8.
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 24-urenindeling relatief • de digitale klok Lezen: tot op 1 minuut nauwkeurig
Voorbeelden
Liam kijkt op de digitale klok en ziet 5:40. Hij zegt: "Het is 20 voor 6.”
-
Lezen de klok.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klok: de 24-urenindeling absoluut • digitale klok Lezen: tot op 1 honderdste van een seconde nauwkeurig
Voorbeelden
Kloklezen: 4:09:42
-
Schrijven het tijdstip correct.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het tijdstip
Voorbeelden
Yasmine schrijft het tijdstip van de film als 17:30. Ze zegt: "Dat is hetzelfde als 17u30 of half zes 's avonds. Het zijn drie manieren om hetzelfde tijdstip te noteren."
-
Lezen de datum correct.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
-
Schrijven de datum correct.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schrijven: op verschillende wijzen
Voorbeelden
Verschillende wijzen: 16 maart 2025 of 16/03/25 of 16/03/2025.
-
Schatten de tijdsduur tussen twee tijdstippen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Schatten: met behulp van een referentiemaat
Te hanteren begrippen
de tijdsduur, eergisteren, overmorgen
-
Meten de tijd.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meten: met de geschikte maateenheid met gepaste meetinstrument met de beoogde nauwkeurigheid
Te hanteren begrippen
het uur (u.), de minuut (min.)
-
Meten de tijd.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijd: uur (u.), minuut (min./m), seconde (sec./s) Meten: met de geschikte maateenheid met gepaste meetinstrument met de beoogde nauwkeurigheid
Te hanteren begrippen
de seconde (sec.)
-
Meten de tijd.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijd: uur (u./h), minuut (min./m) en seconde (sec./s), tiende seconde, honderdste seconde Meten: met de geschikte maateenheid met gepaste meetinstrument met de beoogde nauwkeurigheid
Te hanteren begrippen
de tiende seconde, de honderdste seconde
-
Interpreteren tijdsaanduidingen correct.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Meten
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpreteren: op uitnodigingen en openings- en sluitingstijden
-
Tellen af tussen vandaag en een speciale gebeurtenis.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Aftellen: aan de hand van een weekkalender binnen de periode van een week
-
Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsduur gebeurtenissen: het aantal dagen binnen een week (een week telt 7 dagen) Berekenen tijdsduur gebeurtenissen: met een kalender Tijdsduur tijdstippen: de volledige uren binnen de 12 uur
-
Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhang: • 1 dag = 24 uur • 1 uur = 60 minuten • 1 half uur= 30 minuten • 2 halve uren=1 uur • 1 dag = 24 uur
-
Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsduur gebeurtenissen: het aantal dagen/weken binnen een maand (een maand telt 30 of 31 dagen, februari telt 28 of 29 dagen, een maand telt ongeveer 4 weken) Berekenen tijdsduur gebeurtenissen: met een kalender Tijdsduur tijdstippen: tot op 5 minuten nauwkeurig binnen de 24 uur zonder overschrijding van het uur
-
Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhang: 1 1 kwartier = uur = de helft van een half uur 4Te hanteren begrippen
het kwartier, het halfuur
-
Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsduur gebeurtenissen: het aantal dagen/weken/maanden binnen een jaar (een jaar telt 365 dagen, een schrikkeljaar 366) Berekenen tijdsduur gebeurtenissen: met een kalender Tijdsduur tijdstippen: tot op 1 minuut nauwkeurig binnen de 24 uur zonder overschrijding van het uur
Te hanteren begrippen
het jaar, het schrikkeljaar, januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december
-
Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhang: • 1 minuut = 60 seconden • 1 uur = 3600 seconden
-
Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsduur gebeurtenissen: het aantal dagen/weken/trimesters/semesters/maanden/jaren Berekenen tijdsduur gebeurtenissen: met een kalender aan de hand van de meest geschikte maateenheid Tijdsduur tijdstippen: tot op 1 minuut nauwkeurig binnen de 24 uur zonder en met overschrijding van het uur
Te hanteren begrippen
het trimester, het semester, eergisteren, overmorgen
-
Berekenen de tijdsduur tussen twee gebeurtenissen/tijdstippen.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Tijdsduur gebeurtenissen: het aantal dagen/weken/maanden/jaren/decennia/eeuwen/millennia situering van een jaartal in een bepaalde eeuw Berekenen tijdsduur gebeurtenissen: met een kalender aan de hand van de meest geschikte maateenheid Tijdsduur tijdstippen: tot op de seconde nauwkeurig binnen de 24 uur zonder en met overschrijding van het uur en/of de minuut
Te hanteren begrippen
Het decennium, de eeuw, het millennium
Voorbeelden
• Chris vertelt: “De componist Johannes Brahms is geboren op 3 april 1897, dat is op het einde van de 19e eeuw. Hij is dus 128 jaar en 10 dagen geleden geboren.” • Werner vertelt: “De honderdjarige oorlog vond plaats in de 14e en 15e eeuw en duurde van 1337 tot 1453. Dat is dus eigenlijk een 116-jarige oorlog in plaats van een honderdjarige.” -
Verwoorden de samenhang tussen maateenheden van tijdsduur.
Wiskunde › Meten en metend rekenen › Tijdstip en tijdsduur › Berekenen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Samenhang: 1 seconde =10 tiende seconde= 100 honderdste seconde