41 doelen
vak: NL ✕ Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) ✕
-
Illustreren rijm in verschillende contexten.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
In verschillende contexten: • rijmpje, raadsel, liederen
Te hanteren begrippen
het rijm, rijmen
-
Illustreren de woordopbouw van klank tot woord.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordopbouw: de klank, de letter, de klankgroep, het woord, het woorddeel
Te hanteren begrippen
de klank, de letter, de klankgroep, het woord, het woorddeel
-
Illustreren de uitspraak van klanken in het Standaardnederlands.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Klanken: korte klanken, lange klanken, tweetekenklanken en medeklinkers
Te hanteren begrippen
de korte klank, de lange klank, de tweetekenklinker, de klinker, de medeklinker, de uitspraak
-
Passen basiselementen van taalsysteem toe in spelsituaties.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Basiselementen van taalsysteem: klanken, klankgroepen, rijm, letter- en cijfersymbolen, klanktekenkoppeling, woorden
-
Reflecteren op het alfabetisch principe en de klanktekenkoppeling.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Het alfabetisch principe Het alfabetisch principe is het inzicht dat gesproken woorden zijn opgebouwd uit afzonderlijke klanken en dat die klanken in geschreven taal worden weergegeven door letters of lettercombinaties. Klanktekenkoppeling De klanktekenkoppeling is het kunnen koppelen van een gesproken klank aan het bijbehorende letterteken en omgekeerd (een letterteken herkennen en de bijbehorende klank uitspreken).
Te hanteren begrippen
het alfabetisch principe, de klanktekenkoppeling
-
Herkennen interpunctietekens en hoofdletters in een gelezen tekst.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Interpunctietekens en hoofdletters: • de kleine letter • de hoofdletter • het punt
-
Benoemen hoofdletters in een gelezen tekst.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de kleine letter, de hoofdletter
-
Benoemen interpunctietekens in een tekst.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: inclusief functie Interpunctietekens: het punt
Te hanteren begrippen
het leesteken, het punt
-
Benoemen interpunctietekens in een tekst.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: inclusief functie Interpunctietekens: het uitroepteken, het vraagteken
Te hanteren begrippen
het uitroepteken, het vraagteken
-
Benoemen interpunctietekens in een tekst.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: inclusief functie Interpunctietekens: het dubbele punt, de komma
Te hanteren begrippen
het dubbele punt, de komma
-
Benoemen interpunctietekens in een tekst.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: inclusief functie Interpunctietekens: de dubbele aanhalingstekens, de haakjes
Te hanteren begrippen
de dubbele aanhalingstekens, de haakjes
-
Benoemen de witruimte tussen woorden als spatie.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: Inclusief functie
Te hanteren begrippen
de spatie
-
Benoemen de kantlijn op gelijnd papier.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Benoemen: inclusief functie
Te hanteren begrippen
de kantlijn
-
Benoemen woordtekens.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordtekens: het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent, soorten afkortingen
Te hanteren begrippen
het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent, de afkorting
-
Benoemen woordsoorten.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordsoorten: • eigennamen • lidwoorden • telwoorden
Te hanteren begrippen
de eigennaam, het lidwoord, het telwoord
-
Begrijpen in leessituaties de taalverrijkende functie van bijvoeglijke naamwoorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
-
Benoemen woordsoorten en woordvormen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordsoorten: • zelfstandige naamwoorden • bijvoeglijke naamwoorden • voorzetsels Woordvormen: • verkleinwoorden
Te hanteren begrippen
het bijvoeglijk naamwoord, het zelfstandig naamwoord, het voorzetsel, het verkleinwoord
-
Benoemen woordsoorten en woordvormen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordsoorten: • voegwoorden • werkwoorden Woordvormen: • verkleinwoorden
Te hanteren begrippen
het voegwoord, het werkwoord
-
Benoemen woordsoorten.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woordsoorten: voornaamwoorden
Te hanteren begrippen
het voornaamwoord
-
Herkennen een werkwoord met een vast voorzetsel.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Werkwoord met een vast voorzetsel: • zich bemoeien met • genieten van
-
Beschrijven de onvoltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het werkwoord, de tegenwoordige tijd
-
Beschrijven de onvoltooid verleden tijd van het werkwoord.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de verleden tijd
-
Beschrijven de voltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
-
Beschrijven de voltooid verleden tijd van het werkwoord.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
-
Beschrijven de toekomende tijd van het werkwoord.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de toekomende tijd
-
Beschrijven het voltooid deelwoord.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
het voltooid deelwoord
-
Beschrijven de vorming van werkwoorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vorming van werkwoorden: • de tegenwoordige tijd • de verleden tijd
Te hanteren begrippen
de stam, de uitgang, de infinitief, de vervoeging
-
Beschrijven de vorming van werkwoordsvormen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werkwoordsvormen: • de toekomende tijd • de gebiedende wijs
-
Analyseren woorden.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Woorden: • woordvorming • woordsoorten • werkwoorden
-
Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • de mededelende zin, de vragende zin Structuur: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zinTe hanteren begrippen
de zin, de mededelende zin
-
Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin Structuur: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zinTe hanteren begrippen
de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin
-
Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Soorten zinnen: • ontkennende zin • enkelvoudige en samengestelde zinnen Structuur: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zinTe hanteren begrippen
de ontkennende zin, de enkelvoudige zin, de samengestelde zin
-
Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Zinnen: • Soorten zinnen: gebiedende wijs Structuur: • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort zinTe hanteren begrippen
de gebiedende wijs
-
Herkennen dat zinnen uit woorden bestaan.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Zinnen: • Iemand trekt de startkaart met een prent van een poes en zegt: ‘De poes’. De volgende trekt de kaart met een afbeelding van ‘zitten’ en zegt ‘zit’, de volgende trekt de kaart met een afbeelding van ‘op’, de laatste trekt de kaart met ‘de stoel.’ De leraar vraagt: Hoe is de volledige zin? “De poes zit op de stoel.” De leraar vraagt vervolgens: “Hoe kunnen we deze zin “De poes zit op de stoel.” nog langer maken?” • “Hoor het woord in de zin”: de leraar toont een prent van een hond en zegt: “Ik ga een paar zinnen zeggen. Als je het woord ‘hond’ in een zin hoort dan roep je ‘waf’. -
Benoemen het onderwerp en de persoonsvorm in een zin.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de zin, het onderwerp, de persoonsvorm
Voorbeelden
Onderwerp en persoonsvorm: • Hij speelt buiten. ‘Speelt’ is de persoonsvorm. ‘Hij’ is het onderwerp • Hugo kijkt zijn werk grondig na. ‘Kijkt ... na’ is de persoonsvorm. ‘Hugo’ is het onderwerp. -
Benoemen het gezegde in een zin.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Gezegde: • wat er gebeurt • wat iemand doet
Te hanteren begrippen
het gezegde, het zinsdeel
-
Benoemen het lijdend voorwerp in een zin.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Lijdend voorwerp: wat (of wie)? + gezegde + onderwerp
Te hanteren begrippen
het lijdend voorwerp
-
Benoemen het meewerkend voorwerp in een zin.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Meewerkend voorwerp: aan/voor wie? + gezegde + onderwerp?
Te hanteren begrippen
het meewerkend voorwerp
-
Benoemen het naamwoordelijk gezegde in een zin.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Naamwoordelijk gezegde: koppelwerkwoord + bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord dat iets over het onderwerp zegt
Te hanteren begrippen
het naamwoordelijk gezegde
Voorbeelden
Naamwoordelijk gezegde: • Tom is gelukkig. ‘Is gelukkig’ is het naamwoordelijk gezegde. • Die foto lijkt nep. ‘Lijkt nep’ is het naamwoordelijk gezegde
-
Benoemen het werkwoordelijk gezegde in een zin.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Werkwoordelijk gezegde: alle werkwoorden in de zin die samen aangeven wat er gebeurt of wordt gedaan
Te hanteren begrippen
het werkwoordelijk gezegde
Voorbeelden
Werkwoordelijk gezegde • Wij hebben een boek gelezen. ‘hebben gelezen’ is het werkwoordelijk gezegde. • Wat heb ik goed geslapen! ‘heb geslapen’ is het werkwoordelijk gezegde.
-
Analyseren zinnen en zinsdelen.
Nederlands › Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen