Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

62 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Optellen en aftrekken ✕

  1. WI.265 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Verdelen een geheel in twee delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
    
    Verdelen:
    op alle mogelijke manieren (splitsen, verdelen en samenvoegen)

    Te hanteren begrippen

    splitsen, verdelen, samenvoegen, samen(tellen)
  2. WI.266 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Veranderen een hoeveelheid met één.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Hoeveelheid:
    1 t.e.m. 10
    
    Veranderen:
    • 1 erbij
    • 1 eraf

    Te hanteren begrippen

    één meer, één minder, bijdoen, erbij, vermeerderen, hoeveel samen, wegnemen,
    verminderen, eraf, hoeveel over
  3. WI.267 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Verdelen een geheel in twee delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
    
    Verdelen:
    op alle mogelijke manieren (splitsen en verdelen)

    Te hanteren begrippen

    het deel, het geheel, de helft
  4. WI.268 Gebruiken L1 L4 2.1.1

    Verdelen een geheel in drie delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10
  5. WI.269 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Voegen twee of drie delen samen tot een geheel.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geheel:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    het dubbel
  6. WI.270 Gebruiken L1 L4 2.1.1

    Vullen het ontbrekende deel van een getalfamilie aan.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Getalfamilies

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilie:
    tot en met 10

    Te hanteren begrippen

    de getalfamilie

    Voorbeelden

    Imane zegt: "5 bestaat uit 3 en ? ... Dat is 2.”
  7. WI.271 Begrijpen K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Verwoorden rekenhandelingen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenhandelingen:
    met betrekking tot optellen en aftrekken
    met concrete materialen
    tot en met 10
    • oorzaak-verandering
    • combinatie
    • vergelijking

    Te hanteren begrippen

    bijdoen, weg(nemen), erbij, eraf, samen(tellen), samenvoegen, meer, minder

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Beni heeft 5 knikkers en wint er 2, hoeveel heeft hij er nu?
    Combinatie:
    Beni heeft 5 knikkers en Isabel heeft er 2, hoeveel hebben ze er samen?
    Vergelijking:
    Beni heeft 5 knikkers en Filip heeft er 2, hoeveel heeft Filip er minder?
  8. WI.272 Gebruiken K3 KO 2.2.1; KO 2.2.2

    Voeren rekenhandelingen uit.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rekenhandelingen:
    met betrekking tot optellen en aftrekken
    met concrete materialen
    tot en met 10
    • oorzaak-verandering
    • combinatie
    • vergelijking

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Ik heb 5 knikkers en ik win er 2, hoeveel heb ik nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel samen?
    Vergelijking:
    Ik heb 5 knikkers en jij hebt er 2, hoeveel heb jij er minder?
  9. WI.273 Begrijpen L1 L4 2.2.1; L4 2.2.10

    Illustreren de optelling als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling:
    som ≤ 10
    
    Wiskundige notatie:
    +

    Te hanteren begrippen

    de term, de som, optellen, bijdoen, erbij, samenvoegen, meer, plus

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Rayan heeft 7 aardbeien. Hij krijgt er 3 bij. Hoeveel aardbeien heeft hij nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Soraya heeft 2 rode kleurpotloden en 6 blauwe kleurpotloden. Hoeveel kleurpotloden
    heeft ze samen?
    Vergelijking:
    Soetkin heeft 2 boeken. Sara heeft er 3 meer dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
  10. WI.274 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Tellen op door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10

    Voorbeelden

    Alexis weet dat 5 en 3 acht is omdat 5 en 3 behoren tot de getalfamilie 8.
  11. WI.275 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Lossen een puntoefening op door de parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oplossen:
    som ≤ 10
  12. WI.276 Begrijpen L1 L4 2.2.1; L4 2.2.10

    Illustreren de aftrekking als oorzaak-verandering, combinatie of vergelijking

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekking:
    aftrektal ≤ 10
    
    Wiskundige notatie:
    -

    Te hanteren begrippen

    het verschil, aftrekken, weg(nemen), eraf, minder, min

    Voorbeelden

    Oorzaak-verandering:
    Rayan heeft 7 aardbeien. Hij eet er 3 op. Hoeveel aardbeien heeft hij nu?
    Combinatie (deel-geheel):
    Soraya heeft 9 kleurpotloden. 6 zijn blauwe kleurpotloden, de rest zijn rode
    kleurpotloden. Hoeveel rode kleurpotloden heeft ze?
    Vergelijking:
    Soetkin heeft 8 boeken. Sara heeft er 3 minder dan Soetkin. Hoeveel boeken heeft Sara?
  13. WI.277 Begrijpen L1 L4 2.2.1

    Verwoorden de aftrekking als het aanvullen van de tweede term om het verschil te vinden (indirect optellen).

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekking:
    aftrektal ≤ 10
  14. WI.278 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Trekken af door parate kennis van de getalfamilies te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10

    Voorbeelden

    Hozeer weet dat 7 – 4 = 3 omdat 4 en 3 samen tot de getalfamilie 7 behoren.
  15. WI.279 Begrijpen L1 L4 2.2.9; L4 2.2.10

    Verwoorden dat de aftrekking de omgekeerde bewerking van de optelling is en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de omgekeerde bewerking
  16. WI.280 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Geven de vier familieopgaven bij een getalfamilie.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilie:
    aftrektal of som ≤ 10

    Voorbeelden

    Ina werkt met de getalfamilie (5; 2, 3) en geeft de vier familieopgaven:
    "2 + 3 = 5, 5 – 3 = 2, 3 + 2 = 5, 5 – 2 = 3.”
  17. WI.281 Gebruiken L1 L4 2.1.1; L4 2.2.16

    Geven van een willekeurig getal alle mogelijke getalfamilies.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalfamilies:
    ≤ 10
    
    Geven:
    Door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken
  18. WI.282 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 20
    zonder overbrugging
  19. WI.283 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 20
    zonder overbrugging
  20. WI.284 Gebruiken L1 L4 2.2.16

    Lossen een optelling en aftrekking op door parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling en aftrekking:
    som of aftrektal ≤ 20
    
    Oplossen:
    zonder overbrugging
  21. WI.285 Gebruiken L1 L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 20
    met overbrugging
  22. WI.286 Gebruiken L1 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal.*

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrektal:
    ≤ 20
    
    Aftrekken:
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Rijgen:
    12 – 7 = 12 – 2 – 5
        /\
      2 5
        = 10 – 5
        = 5
    Splitsen van het aftrektal:
    12 – 7 = 10 – 7 + 2
    /\
    10 2
        = 3 + 2
        = 5
    
    * De school kiest één van beide procedures.
  23. WI.287 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal.*

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrektal:
    ≤ 20
    
    Aftrekken:
    met overbrugging
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  24. WI.288 Gebruiken L2 L4 2.2.16

    Lossen een optelling en aftrekking op door de parate kennis van de rekenfeiten te gebruiken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optelling en aftrekking:
    Som of aftrektal ≤ 20
    
    Oplossen:
    met overbrugging
  25. WI.289 Gebruiken L2 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  26. WI.290 Gebruiken L2 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  27. WI.291 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    zonder overbrugging
  28. WI.292 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging
  29. WI.293 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    zonder overbrugging
  30. WI.294 Gebruiken L2 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of/en splitsen van het aftrektal*.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Rijgen:
    52 – 18 = 52 – 10 – 8
          = 42 – 8
              /\
              2 6
          = 42 – 2 – 6
            = 40 – 6
            = 34
    Splitsen van het aftrektal:
    52 – 18 = 52 – 10 – 8
          = 42 – 8
            /\
            40 2
          = 40 – 8 + 2
          = 32 + 2
          = 34
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  31. WI.295 Gebruiken L2 L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Trekken af via aanvullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Te hanteren begrippen

    Aanvullen tot
  32. WI.296 Gebruiken L3 L4 2.2.22; L4 2.2.10

    Tellen op via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Te hanteren begrippen

    compenseren

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    33 + 18 = (33 + 20) - 2
          = 53 – 2
          = 51
    Dus 33 + 18 = 51
  33. WI.297 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100
    hoofdrekenen
    met overbrugging

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    42 – 18 =(42 – 20) + 2
          = 22 + 2
          = 24
    Dus 42 – 18 = 24
  34. WI.298 Gebruiken L3 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    maximum 3 termen
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  35. WI.299 Gebruiken L3 L4 2.2.25; L4 2.2.27

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  36. WI.300 Gebruiken L3 L4 2.2.18

    Tellen op via rijgen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen
  37. WI.301 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Tellen op naar analogie van de bewerkingen tot 20.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Optellen:
    60 + 90 = 150 want 6T + 9T = 15T = 150
    400 + 300 = 700 want 4H + 3H = 7H = 700
  38. WI.302 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Tellen op via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    enkel bij overbrugging
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    165 + 297 = 165 + (300 – 3)
            = (165 + 300) – 3
            = 465 – 3
            = 462
  39. WI.303 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via analogie van de bewerkingen tot 20.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    120 - 70 = 50 want 12T – 7T = 5T = 50
    900 - 300 = 600 want 9H – 3H = 6H = 600
  40. WI.304 Gebruiken L3 L4 2.2.18

    Trekken af via rijgen of splitsen van het aftrektal*.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    met overbrugging
    
    * De school kiest enkel de procedure die in L1 werd aangeleerd of vult deze aan met de
    andere procedure.
  41. WI.305 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    enkel bij overbrugging
    aftrektal≤ 1 000
    hoofdrekenen
  42. WI.306 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Trekken af via aanvullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    met overbrugging
  43. WI.307 Gebruiken L3 L4 2.2.18; L4 2.2.22; L4 2.2.14

    Tellen op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    160 + 589 = 160 + (600 – 11)
              = (160 + 600) - 11
              = 220 - 11
              = 209
  44. WI.308 Gebruiken L3 L4 2.2.18; L4 2.2.22; L4 2.2.14

    Trekken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    613 - 235 = (613 – 300) + 65
            = 313 + 65
            = 378
    Aftrekken door aanvullen:
    613 – 235 = 65 + 300 + 13
            = 378
  45. WI.309 Begrijpen L4 L6 2.2.2

    Illustreren dat de som van twee getallen niet verandert als we bij één term een getal optellen en dit getal van de andere term aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

  46. WI.310 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Tellen op via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    enkel bij overbrugging
    som ≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Optellen via direct compenseren:
    567 + 265 = (567 + 33) + (265 – 33)
            = 600 + 232
            = 832
  47. WI.311 Begrijpen L4 L6 2.2.2

    Illustreren dat het verschil van twee getallen niet verandert als we bij beide termen hetzelfde getal optellen of aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

  48. WI.312 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Trekken af via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    enkel bij overbrugging
    aftrektal≤ 1 000
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    613 – 235 = (613 – 13) – (235 – 13)
            = 600 -222
            = 378
  49. WI.313 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10

    Tellen op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = (1 600 + 600) - 20
              = 2 200 - 20
              = 2 180
    Optellen door direct compenseren:
    1637 + 3 587= (1637 + 63) + (3 587 –63)
              = 1700 + 3 524
    = 5 224
  50. WI.314 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10

    Trekken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20
            = 3 200 + 20
            = 3 220
    Aftrekken door direct compenseren:
    4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100)
              = 4 700 – 2 000
              = 2 700
  51. WI.315 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.25; L4 2.2.27; L6 2.2.5

    Tellen cijferend op.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    maximum 3 termen
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
  52. WI.316 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.25; L4 2.2.27; L6 2.2.5

    Trekken cijferend af.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    • zonder inwisselen
    • met inwisselen
    • meermaals inwisselen
  53. WI.317 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Tellen op met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = 1 600 + 600 – 20
              = 2 200 – 20
              = 2 180
  54. WI.318 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Trekken af met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 – 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200
              = 3 200 + 20
              = 3 220
  55. WI.319 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Tellen op met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    som ≤ 100 000 (L5); som ≤ 10 000 000 (L6)
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o rijgen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o indirect compenseren
          o direct compenseren

    Voorbeelden

    Optellen door indirect compenseren:
    1 600 + 580 = 1 600 + (600 -20)
              = (1600 + 600) - 20
              = 2 200 – 20
              = 2 180
  56. WI.320 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Trekken af met eindnullen.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Optellen en aftrekken natuurlijke getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 100 000 (L5); aftrektal ≤ 10 000 000 (L6)
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o aanvullen
          o werken naar analogie van de bewerkingen tot 20
          o rijgen of/en splitsen van het aftrektal
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o rijgen zonder overbrugging

    Voorbeelden

    Aftrekken door indirect compenseren:
    4 200 - 980 = (4 200 – 1 000) + 20 = 3 200
              = 3 200 + 20
              = 3 220
    Aftrekken door direct compenseren:
    4 600 – 1 900 = (4 600 + 100) – (1 900 + 100)
              = 4 700 – 2 000
              = 2 700
  57. WI.321 Begrijpen L1 L2 L3 L4 2.2.8

    Duiden of er bij een bewerking moet worden ingewisseld.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    optellen, aftrekken, de optelling, de aftrekking, de som, de term, het verschil, het
    aftrektal, de aftrekker, inwisselen
  58. WI.322 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.22

    Gebruiken bij een optelling de verwisseleigenschap (commutativiteit).

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Commutativiteit:
    In een optelling mag je de termen van plaats wisselen zonder dat hierdoor de som
    verandert.

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Commutativiteit:
    2 + 35 = 35 + 2
        = 37
    18 + 13 + 2 = 18 + 2 + 13
            = 20 + 13
            = 33
  59. WI.323 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8

    Gebruiken de nul-eigenschap (neutraal element) bij een optelling.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Neutraal element:
    Als je bij een getal 0 optelt, is de som gelijk aan het oorspronkelijke getal.

    Voorbeelden

    Neutraal element:
    1 236 + 0 = 1 236
  60. WI.324 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Gebruiken bij een optelling de associatieve eigenschap.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Associativiteit:
    Je mag bij een optelling met meer dan 2 termen kiezen welke termen je eerst optelt,
    zonder dat de som wijzigt.
    
    Wiskundige notatie:
    ()

    Te hanteren begrippen

    schakelen, het haakje, (aaneen)schakelen

    Voorbeelden

    Associativiteit:
    (27 + 19) + 31 = 27 + (19 + 31)
              = 27 + 50
              = 77
  61. WI.325 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.7; L6 2.2.3

    Berekenen eerst de deelopgave tussen haakjes.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken

  62. WI.326 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.29; L6 2.2.23

    Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij optellen en aftrekken.

    Wiskunde Bewerkingen › Optellen en aftrekken › Eigenschappen optellen aftrekken