Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

9 doelen

CSV downloaden filters wissen

Lezen met begrip ✕

  1. FR.018 Begrijpen L5 L6 L6 10.2.2

    Begrijpen een gelezen zin.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
  2. FR.019 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.2

    Vertellen de betekenis van een gelezen zin in het Nederlands.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden
    
    Vertellen:
    in eigen woorden
  3. FR.020 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.2; L6 10.2.6

    Vertalen een gelezen zin naar het Nederlands.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op zinsniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zin:
    van een 6 à 8 aangeleerde woorden

    Voorbeelden

    Vertalen :
    Il y a du soleil. => Er is zon./ De zon schijnt./ Het is zonnig.
  4. FR.021 Begrijpen L5 L6 L6 10.2.3; L6 10.2.4

    Herkennen informatie in een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp: Waar de tekst over gaat.
    • de hoofdgedachte: Wat de schrijver over het onderwerp wil zeggen.
    • de gedachtegang: Hoe de ideeën van de schrijver in de tekst zijn opgebouwd.
  5. FR.022 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.3; L6 10.2.4

    Geven informatie uit een gelezen tekst weer.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • het onderwerp
    • de hoofdgedachte
    • de gedachtegang
    
    Weergeven:
    met woorden uit de tekst

    Te hanteren begrippen

    le sujet, l’idée principale, la question, la réponse
  6. FR.023 Begrijpen L5 L6 L6 10.2.5

    Herkennen specifieke informatie uit een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: qui, quoi, quand, où, combien,
    comment, quel(le)(s), qu’est-ce que, que
  7. FR.024 Begrijpen L6 L6 10.2.5

    Herkennen specifieke informatie uit een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    die een antwoord geeft op verschillende soorten vragen: pourquoi
  8. FR.025 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.5

    Geven specifieke informatie uit een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Informatie:
    • letterlijk in de tekst weergegeven
    • niet letterlijk in de tekst weergegeven
  9. FR.026 Gebruiken L5 L6 L6 10.2.5

    Leiden eenvoudige relaties en verbanden af in een gelezen tekst.

    Frans Lezen › Lezen met begrip › Op tekstniveau

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relaties en verbanden:
    • oorzaak en gevolg
    • probleem en oplossing
    • middel-doel
    • deel-geheel
    
    Afleiden:
    • aan de hand van structuuraanduiders: verwijs- en signaalwoorden