Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

37 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: AA ✕ Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer ✕

  1. AA.064 Begrijpen K2 K3 KO 4.2.1

    Herkennen lucht als essentieel voor het leven op aarde.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de lucht
  2. AA.065 Begrijpen L1 L2 L4 4.2.1

    Herkennen de atmosfeer als essentieel voor het leven op aarde.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De atmosfeer:
    is een laag van lucht die de aarde omringt
  3. AA.066 Begrijpen L3 L4 L4 4.2.1; L6 4.2.2

    Verwoorden de functies van de atmosfeer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De functies:
    Zorgt voor zuurstof die de meeste organismen nodig hebben.
    Beschermt ons tegen gevaarlijke straling van de zon.
    Houdt de aarde voldoende warm zodat planten, dieren en mensen kunnen leven.
    Het weer ontstaat in de atmosfeer

    Te hanteren begrippen

    de atmosfeer
  4. AA.067 Begrijpen L5 L6 L6 4.2.1; L6 4.2.2

    Beschrijven de rol en samenstelling van de atmosfeer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De samenstelling van de atmosfeer:
    De atmosfeer bestaat uit:
    koolstofdioxide: Dit gas helpt planten groeien, omdat ze koolstofdioxide opnemen
    en zuurstof teruggeven. Het speelt ook een rol in de opwarming van de aarde.
    zuurstofgas: Dit is het gas dat we nodig hebben om te ademen. Zonder zuurstof
    kunnen mensen, dieren en planten niet leven.
    stikstofgas: Dit is het meest voorkomende gas. Planten gebruiken stikstof om te
    groeien (de meeste planten nemen het op uit de bodem via hun wortels), maar
    wij mensen ademen het gewoon in en weer uit.
    andere gassen: Naast stikstofgas, zuurstofgas en koolstofdioxide bevat de
    atmosfeer nog kleine hoeveelheden andere gassen.
    
    De rol van de atmosfeer (voor het leven op aarde):
    • Maakt door de samenstelling van de gassen leven op aarde mogelijk.
    • Beschermt tegen gevaarlijke straling van de zon, vooral dankzij de ‘ozonlaag’.
    • ‘Broeikaseffect’: het vasthouden van warmte in de atmosfeer zodat de aarde
        warm genoeg blijft om op te leven. Door extra CO₂ in de atmosfeer wordt het
        broeikaseffect sterker.
    • De atmosfeer bepaalt ons weer en ons klimaat omdat daarin lucht, wolken,
        wind en regen ontstaan en warmte wordt vastgehouden of afgevoerd.

    Te hanteren begrippen

    het zuurstofgas, de koolstofdioxide
  5. AA.068 Gebruiken L5 L6 L6 4.2.1

    Geven mogelijke maatregelen voor het in stand houden van de verhouding van het gasmengsel in de atmosfeer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Duurzame maatregelen:
    • bomen planten: Bossen absorberen koolstofdioxide en produceren zuurstof.
    • beperk luchtvervuiling: Strengere regels voor industrieën verminderen de
        uitstoot van schadelijke stoffen.
  6. AA.069 Engageren L5 L6 L6 4.2.1

    Tonen hun kennis over de atmosfeer in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de atmosfeer

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Elisabeth loopt door het park en zegt dat bomen helpen om de lucht schoon
        te houden. Ze weet dat planten koolstofdioxide uit de lucht nemen en er
        zuurstof voor in de plaats geven, zodat het evenwicht tussen gassen wordt
        behouden.
    • Basie kijkt naar een natuurdocumentaire en hoort dat dieren en mensen
        moeten ademen. Hij vertelt dat we zuurstof uit de lucht halen om te leven.
  7. AA.070 Begrijpen K3 KO 4.1.2; KO 4.2.1

    Benoemen water en land op de globe.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het water, het land
  8. AA.071 Gebruiken K3 KO 4.1.2

    Lokaliseren water en land op de globe.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht

  9. AA.072 Begrijpen L1 L2 L4 4.2.1

    Illustreren de ‘blauwe planeet’.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Blauwe planeet:
    Het aardoppervlak bestaat uit land en water in ongelijke verdeling (meer water
    dan land) en wordt omgeven door lucht.

    Te hanteren begrippen

    de planeet, de blauwe planeet
  10. AA.073 Begrijpen L3 L4 4.2.1

    Beschrijven de consequentie van de verhouding zout en zoet water op aarde.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verhouding:
    meer zout (97,5%) dan zoet (2,5%) water
    
    Zoet water:
    Enkel gezuiverd zoet water is voor mensen drinkbaar.
    
    Consequentie:
    Aangezien mensen en dieren vooral zoet water nodig hebben om te drinken en er
    veel minder zoet water is dan zout water, is het zoet water kostbaar en moet dus
    zuinig gebruikt worden.

    Te hanteren begrippen

    het zoet water, het zout water
  11. AA.074 Gebruiken L3 L4 L4 4.2.1

    Lokaliseren gebieden met zoet water.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebieden:
    • rivieren
    • meren
    • ondergrondse voorraden
    • de zoetwatergebieden van de Amazone
    • de polen (70% van zoet water is opgeslagen in de ijslagen van de polen)
  12. AA.075 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren de aanwezigheid van ondergrondse voorraden van zoet water.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Ondergrondse voorraden:
    • het Maasbekken en het Henegouws bekken
    • Onder de Noordzee en voor de kust van Noorwegen liggen
        zoetwatervoorraden die honderden jaren mee kunnen gaan.
  13. AA.076 Engageren L3 L4 L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren over eigen watergebruik en de gevolgen hiervan.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Land, water en lucht

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen watergebruik:
    zoet water
    regenwater
    
    Gevolgen:
    waterschaarste
  14. AA.077 Begrijpen K1 K2 K3 KO 4.2.1

    Herkennen dat water van hoog naar laag stroomt.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop

  15. AA.078 Begrijpen L1 L2 L4 4.2.4

    Herkennen watervlaktes en waterlopen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de beek, de rivier, het meer, de zee
  16. AA.079 Begrijpen L3 L4 4.2.4

    Verwoorden het onderscheid tussen rivier en kanaal.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het kanaal
  17. AA.080 Gebruiken L3 L4 4.2.4

    Geven de loop van een rivier in een eenvoudige voorstelling weer.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voorstelling:
    de richting van het stromende water (de stroom: hoog naar laag)
    het begin (de bron) en einde van een waterloop (de monding)

    Te hanteren begrippen

    de bron, de monding, de stroom, stroomopwaarts, stroomafwaarts
  18. AA.081 Begrijpen L4 L4 4.2.2

    Beschrijven de waterkringloop.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waterkringloop:
    De kringloop van het water begint waar water door de “zonnewarmte” verdampt.
    Deze verdamping vormt waterdamp, die opstijgt en afkoelt. Hierdoor ontstaat
    condensatie, waarbij waterdruppels samenkomen en wolken vormen. Wanneer
    de druppels in de wolken te zwaar worden, valt het water als neerslag naar
    beneden. Een deel van deze neerslag stroomt via rivieren terug naar de zee,
    terwijl een ander deel in de bodem zakt en onderdeel wordt van het grondwater.
    Dit grondwater kan weer naar boven komen en als oppervlaktewater verder
    stromen, waarna het proces opnieuw begint. Zo blijft water voortdurend in
    beweging in een natuurlijke kringloop.

    Te hanteren begrippen

    de waterkringloop, verdampen, de verdamping, de condensatie, de neerslag, de
    wolk, de zee, de rivier, de bodem, het grondwater, het oppervlaktewater
  19. AA.082 Gebruiken L4 L4 4.2.2

    Tekenen de waterkringloop.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop

  20. AA.083 Engageren L4 L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren over het belang van wateropname in de bodem.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › De waterkringloop

  21. AA.084 Begrijpen K2 K3 KO 4.2.1

    Herkennen kenmerken van de aarde.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    de rots: grote, harde stukken steen. Ze liggen op de grond of in bergen. Sommige
    rotsen zijn glad, andere zijn ruw.
    de grot: Een grote opening in een berg of onder de grond.
    het zand: Kleine, zachte korreltjes die je vindt op het strand of in de zandbak.

    Te hanteren begrippen

    de aarde, de rots, de grot, het zand
  22. AA.085 Gebruiken K2 K3 KO 4.2.1

    Classificeren volgens kenmerken van de aarde.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kenmerken:
    steen
    zand
    aarde
  23. AA.086 Begrijpen L1 L2 L4 4.2.1

    Herkennen de verschillende lagen van de aarde.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De aarde:
    is bolvormig. De buitenkant van de aarde noemen we de aardkorst. Daaronder zit
    een laag heet gesteente met sommige vloeibare delen.

    Te hanteren begrippen

    de aarde, bolvormig, vloeibaar, de aardkorst
  24. AA.087 Begrijpen L3 L4 L4 4.2.1

    Benoemen de verschillende lagen van de aarde met hun relatieve temperatuur.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De lagen van de aarde met hun temperaturen:
    aardkorst: de rotsachtige buitenlaag (0°C tot 1000°C)
        De buitenste laag waar wij op leven.
        Onder de oceanen is hij dunner, onder continenten dikker.
    mantel: de halfvaste middenlaag (1000°C tot 3700°C)
        Dikste laag van de aarde, gemaakt van langzaam bewegend heet gesteente en
        ook gesmolten gesteente of magma.
        Zorgt voor vulkanen en aardbevingen.
    buitenkern (3700°C tot 4500°C)
        Vloeibaar en gemaakt van gesmolten ijzer en nikkel.
        Beweging in deze laag zorgt voor het magnetisch veld van de aarde.
    binnenkern (4500°C tot 6000°C)
        Gemaakt van vast ijzer en nikkel, ondanks de enorme hitte.
        Blijft vast door de gigantische druk van de bovenliggende lagen.

    Te hanteren begrippen

    de aardkorst, de mantel, de buitenkern, de binnenkern, de verschillende lagen van
    de aarde, de relatieve temperatuur
  25. AA.088 Gebruiken L3 L4 L4 4.2.1

    Tekenen de lagen van de aarde.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

  26. AA.089 Begrijpen L3 L4 4.2.3

    Beschrijven vulkanen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    invloed op het landschap: ontstaan van nieuwe bergen en eilanden,
    warmwaterbronnen en geisers
    menselijke activiteiten: ontstaan van landbouw (door mineralen in de lava en as:
    voedingsstoffen voor planten), toerisme (vulkanische eilanden, spectaculaire
    fenomenen) en ontginning van delfstoffen

    Te hanteren begrippen

    de warmwaterbron, de geiser, de aswolk
  27. AA.090 Begrijpen L4 L4 4.2.3

    Beschrijven vulkanen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vulkanen:
    kenmerken: magma, lava, vulkaanpijp, krater
    
    Beschrijven:
    • oorzaken: Onder de aardkorst, in ‘de mantel’ zit o.a. heel heet gesmolten
        gesteente (magma). Dat magma wil omhoog omdat er veel druk op staat. Als
        er een opening in de aarde is, komt het naar buiten via de vulkaanpijp van de
        vulkaan. Dan noemen we dat een uitbarsting. Dan stroomt er lava van de
        krater naar beneden.

    Te hanteren begrippen

    de vulkaan, het magma, de lava, de vulkaanpijp, de krater, de vulkaanuitbarsting
  28. AA.091 Begrijpen L5 L6 4.2.5

    Illustreren patronen van vulkanen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Patronen:
    Vulkanen vormen vaak ketens of bogen langs de randen van tektonische platen,
    waar ze ontstaan door bewegingen in de aardkorst.
    Twee van die patronen van vulkanen zijn: de vulkanen in de Middellandse zee
    (waaronder de Etna) en de vulkanen rond de rand van de Grote Oceaan: ‘de Ring
    van Vuur’

    Te hanteren begrippen

    de Ring van Vuur, de Etna
  29. AA.092 Gebruiken L4 L5 L6 4.2.5

    Lokaliseren vulkanen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lokaliseren:
    • in het Middellandse Zeegebied waaronder de Etna
    • de Ring van Vuur
  30. AA.093 Begrijpen L5 L6 4.2.4

    Beschrijven aardbevingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardbevingen:
    epicentrum: Het punt aan het aardoppervlak recht boven de plaats waar de
    aardbeving begint.
    seismische golven: Trillingen die zich door de aardkorst verplaatsen en de
    schokken veroorzaken.
    De magnitude of de kracht van de aardbeving wordt afgeleid uit een seismogram.
    naschokken: Kleinere schokken die volgen na de hoofdbeving en nog schade
    kunnen veroorzaken.

    Te hanteren begrippen

    de aardbeving, het epicentrum, de seismische golven, de beving, de magnitude,
    het seismogram, de kracht van de beving
  31. AA.094 Begrijpen L6 L6 4.2.4

    Beschrijven de platentektoniek.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Platentektoniek:
    De aardkorst is verdeeld in grote stukken, tektonische platen. Bij de randen van
    deze platen, de plaatgrenzen, gebeurt heel wat:
        Platen bewegen zeer langzaam uit elkaar.
        Platen botsen en de ene schuift zeer langzaam onder de andere, wat bergen
        of vulkanen kan vormen.
        Platen schuiven langs elkaar, wat aardbevingen veroorzaakt.

    Te hanteren begrippen

    de plaatgrens, verschuiven

    Voorbeelden

    Uit elkaar bewegen:
    bij de Midden-Atlantische Rug: door het langzaam uit elkaar bewegen van 2
    platen midden in de Atlantische oceaan stroomt magma uit de aardkorst en
    ontstaat nieuwe oceaanbodem en een lange onderzeese bergketen
    Botsen:
    de Himalaya, de Ring van Vuur.
    Langs elkaar:
    de San Andreasbreuk in Californië.
  32. AA.095 Begrijpen L5 L6 4.2.4

    Beschrijven de mogelijke effecten van aardbevingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Mogelijke effecten:
    naschok, verwoesting, aardverschuiving, tsunami
    (Een tsunami is een reusachtige golf die ontstaat door een aardbeving,
    vulkaanuitbarsting of onderwaterlandschuiving.)

    Te hanteren begrippen

    de naschok, de verwoesting, de tsunami, de aardverschuiving
  33. AA.096 Begrijpen L5 L6 4.2.4

    Illustreren de kracht/de magnitude van aardbevingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Kracht/de magnitude van aardbevingen:
    lichte aardbeving: Je voelt het meestal niet. Alles blijft veilig.
    zwakke tot matige aardbeving: Dingen kunnen licht schudden, maar er is weinig
    schade.
    sterke aardbeving: Gebouwen kunnen beschadigd worden en mensen voelen het
    duidelijk.
    zeer krachtige aardbeving: Veel schade, bruggen en huizen kunnen instorten.
    extreme aardbeving: Heel zeldzaam, maar kan hele gebieden verwoesten.

    Te hanteren begrippen

    de verwoesting
  34. AA.097 Gebruiken L6 L6 4.2.5

    Analyseren de ruimtelijke spreiding van aardbevingen, vulkanen en bergketens.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Situeren aardbevingen:
    plaats
    gevolgen voor natuur en mens
    
    Analyseren:
    relatie met de ligging van plaatgrenzen.

    Voorbeelden

    Housan vergelijkt op een wereldkaart de ligging van de Ring van Vuur met de
    Himalaya. Hij merkt op dat in de Ring van Vuur veel aardbevingen én vulkanen
    voorkomen, terwijl de Himalaya vooral uit een lange bergketen bestaat. Hij vraagt
    zich af wat de oorzaak hiervan is.
  35. AA.098 Begrijpen L6 L6 4.2.4

    Illustreren de anticipatie op aardbevingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Anticipatie:
    technieken bij constructie van gebouwen om schokken op te vangen
    opvolgen (monitoren) en preventief evacueren

    Te hanteren begrippen

    de schade, voorkomen, de evacuatie, de opvolging
  36. AA.099 Gebruiken L6 L6 4.2.4

    Geven voorbeelden van anticipatie op aardbevingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Technieken bij constructie:
    De “gestemde massademper” in het hoogste kantoorgebouw van Taipei (Taiwan).
    Monitoren en preventief evacueren:
    Na de zeer zware aardbeving bij het Russische Kamtsjatka-schiereiland in juli 2025
    werden in verschillende landen rond de Stille Oceaan miljoenen mensen
    gewaarschuwd en geëvacueerd uit kustgebieden uit voorzorg voor een mogelijke
    tsunami.
  37. AA.100 Engageren L3 L4 L5 L6 L4 4.2.1; L6 4.2.4

    Tonen hun kennis van de aardkorst in verschillende contexten.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundige (toegepaste) kennis › Kenmerken van de aarde en haar atmosfeer › De blauwe planeet › Kenmerken van de aardkorst, vulkanen, aardbevingen en platentektoniek

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Naar aanleiding van de berichtgeving over een aardbeving zoekt Kas op de
        wereldkaart waar de aardbeving plaats vond en of er een link is met de Ring
        van Vuur.
    • Ouissem leest een stripverhaal over een vulkaanuitbarsting. Hij zoekt op hoe
        magma naar boven komt en herkent dat dit gebeurt in breuken of zwakke
        zones van de aardkorst.