Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

12 doelen

CSV downloaden filters wissen

Historisch redeneren ✕

  1. GE.126 Begrijpen K2 K3 KO 5.2.2

    Herkennen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

  2. GE.127 Begrijpen K3 KO 5.2.2

    Benoemen veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    hetzelfde, anders, de verandering
  3. GE.128 Gebruiken K2 K3 KO 5.2.2

    Vergelijken historische fenomenen op continuïteit versus verandering.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Jasmine vergelijkt een foto van een mes van vroeger met een mes van nu.
  4. GE.129 Begrijpen K3 KO 5.2.2

    Bedenken historische vragen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    continuïteit versus verandering

    Voorbeelden

    Historische vragen:
    Wat is hetzelfde? Wat is er anders?
  5. GE.130 Gebruiken K3 KO 5.2.2

    Beantwoorden historische vragen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    continuïteit versus verandering
  6. GE.131 Begrijpen L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Illustreren continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bestudeerde samenlevingen:
    continuïteit versus verandering

    Te hanteren begrippen

    de verandering, voortdurend/ constant
  7. GE.132 Gebruiken L1 L2 L4 5.2.5; L4 5.2.6

    Vergelijken continuïteit versus verandering tussen bestudeerde samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

  8. GE.133 Begrijpen L3 L4 5.2.7

    Bedenken historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    oorzaak-gevolg

    Te hanteren begrippen

    de reden, het resultaat, het gevolg

    Voorbeelden

    Historische vragen:
    • Waarom bouwen mensen wegen en bruggen?
    • Hoe kon deze uitvinding de wereld veranderen?
  9. GE.134 Gebruiken L3 L4 5.2.7

    Beantwoorden historische vragen bij gebeurtenissen of ontwikkelingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    oorzaak - gevolg
  10. GE.135 Begrijpen L4 L5 L6 L4 5.2.7; L6 5.2.3

    Bedenken historische vragen over de bestudeerde samenlevingen .

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • continuïteit versus verandering
    • oorzaak – gevolg

    Voorbeelden

    Historische vragen:
    Hoe beïnvloedden migratie en handel de samenlevingen?
  11. GE.136 Gebruiken L4 L5 L6 L4 5.2.7; L6 5.2.4

    Beantwoorden historische vragen over de bestudeerde samenlevingen.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische vragen:
    • continuïteit versus verandering
    • oorzaak – gevolg
  12. GE.137 Engageren K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.2.2; L4 5.2.7; L6 5.2.4

    Tonen hun historisch redeneervermogen in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Historisch redeneren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische redeneervermogen:
    • continuïteit versus verandering
    • oorzaak – gevolg

    Voorbeelden

    • Esmée bezoekt een openluchtmuseum met oude boerderijen. Ze merkt op dat
        mensen vroeger ook zelf brood bakten en groenten kweekten (continuïteit), maar
        dat ze nu elektriciteit en machines gebruiken (verandering).
    • Pol leest over de uitvinding van de stoommachine. Hij legt uit dat dit een
        belangrijke oorzaak was van de industriële revolutie en dat dit als gevolg had dat
        veel mensen naar de stad verhuisden om te werken.