Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

21 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WT ✕ Energiebronnen en voedingsstoffen ✕

  1. WT.155 Begrijpen K1 KO 3.2.2

    Herkennen verschillende voedingsmiddelen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

  2. WT.156 Begrijpen K2 KO 3.2.2; KO 3.2.3

    Herkennen gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen voor de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Gezonde voedingsmiddelen (“eet regelmatig deze”):
    groenten, fruit, bruin brood, water
    Minder gezonde voedingsmiddelen (“eet niet te vaak deze”):
    snoep, chocolade, frisdrank
  3. WT.157 Begrijpen K3 L1 KO 3.2.2; L4 3.2.12

    Herkennen gezonde en minder gezonde voedingsmiddelen voor de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    gezond, minder gezond, het eten, de drank, de voeding, proeven

    Voorbeelden

    Gezonde voedingsmiddelen (“eet regelmatig deze”):
    groenten, fruit, melk en yoghurt, bruin brood, eieren, water
    Minder gezonde voedingsmiddelen (“eet niet te vaak deze”):
    snoep, chocolade, chips, frisdrank, hamburger
  4. WT.158 Begrijpen K2 K3 KO 3.2.3; KO 3.2.4; KO 3.3.1

    Beschrijven de noodzaak aan voedingsstoffen bij mensen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Noodzaak aan voedingsstoffen:
    Mensen hebben eten nodig om te groeien.
    Eten en drinken geven energie om te groeien, bewegen, nadenken, spelen.
    Als je honger hebt moet je eten.
    Als je dorst hebt moet je drinken.

    Te hanteren begrippen

    groeien, bewegen, denken, het water, eten, drinken, de honger, de dorst
  5. WT.159 Begrijpen L1 L2 L4 9.1.8

    Herkennen verschillende basisvoedingsmiddelen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basisvoedingsmiddelen:
    groenten en fruit
    brood en graanproducten
    zuivel en alternatieven
    eiwitrijke producten
    dranken

    Te hanteren begrippen

    de groente, het fruit, het brood, de melk, de kaas, de zuivel, het ei, de drank, het water
  6. WT.160 Begrijpen L3 L4 L4 3.2.11; L4 3.2.12; L4 9.1.8

    Illustreren de functies van voedingsmiddelen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functies:
    • bouwstof: Sommige (eiwitrijke) voedingsmiddelen zorgen voor groei: kaas, melk, ei,
        peulvruchten
    • brandstof: Sommige voedingsmiddelen (koolhydraten en gezonde vetten) geven
        energie: brood, pasta.
    • beschermende stof: Sommige (vitaminerijke) voedingsmiddelen houden je gezond:
        fruit, groenten.
    Gevarieerd:
    • Het eten van verschillende soorten voeding voor een sterk en gezond lichaam.
    • Focus ligt op groenten, fruit, graanproducten, eiwitten en zuivelproducten.

    Te hanteren begrippen

    de voedingsmiddelen, de bouwstof, de brandstof, de beschermende stof, de energie,
    het volkoren brood, de peulvrucht, de noten, de zaden
  7. WT.161 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 KO 3.2.3; KO 3.2.4; L4 3.2.12; L4 9.1.8

    Analyseren de eigen eet- en voedingsgewoonten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eet- en voedingsgewoonten:
    • frequentie van maaltijden
    • voedselkeuzes
    • mate van evenwichtige voeding
    
    Analyseren:
    reflectie op persoonlijke voorkeuren
  8. WT.162 Begrijpen L4 L4 9.1.8

    Herkennen het verschil tussen bewerkte en onbewerkte voeding.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschil (on)bewerkte voeding:
    gebruik van bewaarmiddelen, smaakstoffen en kleurstoffen, toevoegen van suikers en
    vetten

    Te hanteren begrippen

    de voeding, de voedingsstof, het bewaarmiddel, de kleurstof, de smaakstof, de
    toegevoegde suiker
  9. WT.163 Begrijpen L4 L4 9.1.8

    Illustreren hoe je gezond en duurzaam eet.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gezond:
    • gezonde, evenwichtige keuzes: in verhouding meer plantaardige dan dierlijke
        voeding eten, minder gesuikerde dranken en vooral water drinken, minder weinig
        tot niet-voedzame voeding eten
    
    Duurzaam:
    • duurzame keuzes: belang van seizoensgroenten en lokaal eten

    Te hanteren begrippen

    de seizoensgroente, het seizoensfruit, het lokaal eten, het biologisch eten, de variatie,
    het verse product, plantaardig, duurzaam, de gezonde voeding, lokaal
  10. WT.164 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren evenwichtige, gezonde voeding aan de hand van een voedingsmodel.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Voedingsmodel:
    de voedingsdriehoek (Vlaams Instituut Gezond Leven)
  11. WT.165 Gebruiken L4 L5 L6 KO 3.2.3; KO 3.2.4; L4 3.2.12; L4 9.1.8; L6 3.2.18

    Analyseren de eigen eet- en voedingsgewoonten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigen eet- en voedingsgewoonten:
    • keuze voor voldoende essentiële voedingsstoffen
    • gevarieerde voeding
    • gezonde en duurzame keuzes
  12. WT.166 Begrijpen L5 L6 L6 3.2.17; L6 3.2.18

    Illustreren de functie van de verschillende voedingsstoffen.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingsstoffen:
    suikers: energie
    vetten: energie, celstructuur en gezondheid
    eiwitten: spieropbouw en gezondheid
    vitaminen en mineralen: gezondheid en groei
    vezels: gezondheid
    water: niet uitdrogen, afvaltransport uit het lichaam

    Te hanteren begrippen

    de energiebron, de voedingsstof, het eiwit, de suiker, het vet, het mineraal, de
    vitamine, de vezel, het water
  13. WT.167 Begrijpen L6 GO!-doel

    Illustreren voedingsgewoonten bij de mens.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Voedingsgewoonten:
    culturele of persoonlijke eetgewoonten

    Te hanteren begrippen

    de vegetariër, de veganist, de flexitariër, halal, koosjer, glutenvrij, lactosevrij, suikervrij,
    de allergie, de intolerantie
  14. WT.168 Gebruiken L5 L6 L6 3.2.17; L6 3.2.18

    Analyseren voedingsetiketten.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Analyseren:
    ingrediëntenlijst
    tabel voedingswaarde
    nutriscore

    Te hanteren begrippen

    de nutriscore, de voedingswaarde
  15. WT.169 Engageren L4 L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren op het maken van eigen gezonde en duurzame voedingskeuzes.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van voedingsstoffen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Reflecteren:
    • milieu-impact
    • dierenwelzijn
    • gezondheidsimpact
    • voedselverspilling

    Voorbeelden

    • Jan vertelt dat hij naar een verpakkingsvrije winkel geweest is omdat hij wil
        bijdragen aan het milieu.
    • Kimberly maakte een slaatje met de restjes van het avondmaal.
  16. WT.170 Gebruiken L1 L2 L4 3.2.13

    Voeren een groei-onderzoek uit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderzoek:
    plant met water en zon versus zonder water en/of zonder zon
  17. WT.171 Gebruiken L3 L4 L4 3.2.13

    Voeren een groei-onderzoek uit.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderzoek:
    impact van de variabelen warmte, water en zon
  18. WT.172 Begrijpen L5 L6 3.2.17; L6 3.2.19

    Beschrijven het proces van fotosynthese.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Fotosynthese:
    Zonlicht valt op het blad en wordt dankzij bladgroen (chlorofyl) opgevangen.
    De plant neemt koolstofdioxide op uit de lucht via de huidmondjes in de bladeren.
    De wortels nemen water uit de bodem op, waarna het via de vaatbundels naar de
    bladeren wordt vervoerd.
    In het bladgroen vindt vervolgens de omzetting plaats: koolstofdioxide en water
    worden omgezet in glucose (suiker) en zuurstofgas. De plant heeft hiervoor zonlicht
    nodig als energiebron. De suiker gebruikt de plant als bouwstof (voeding), het water en
    zuurstofgas (afvalstoffen) worden uitgestoten in de lucht.
    De plant gebruikt de glucose (suiker) om te groeien. Het zuurstof wordt door dieren
    (waaronder mensen) en planten zelf gebruikt om te ademen.

    Te hanteren begrippen

    de koolstofdioxide, het bladgroen, de energie, de suiker, het zuurstofgas, de
    fotosynthese
  19. WT.173 Gebruiken L5 L6 3.2.19

    Geven het principe van fotosynthese weer.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

  20. WT.174 Begrijpen L6 L6 3.2.20; L6 3.2.21

    Begrijpen dat de zon de primaire energiebron is voor het leven op aarde.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Primaire energiebron:
    De zon geeft licht en warmte.
    Planten gebruiken energie van de zon om hun eigen voedsel te maken (fotosynthese).
    Dieren krijgen die zonne-energie via voedsel: dieren eten planten of eten andere dieren
    die planten gegeten hebben. De energie uit voedsel komt dus oorspronkelijk van de
    zon, dus de zon staat eigenlijk aan de start van bijna elke voedselketen. (Uitzondering is
    het diepzee-ecosysteem waar geen zonlicht is)
    De zon beïnvloedt de omgeving: het weer, het klimaat en de waterkringloop.

    Te hanteren begrippen

    de energiebron, de fossiele brandstof
  21. WT.175 Gebruiken L6 L6 3.2.21

    Geven weer hoe bijna elke voedselketen start onder invloed van de energie van de zon.

    Wetenschap en techniek Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen › Energiebronnen en voedingsstoffen › Functie van energiebronnen (fotosynthese- zon)