Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

43 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Bewerkingen met positieve rationale getallen ✕

  1. WI.381 Begrijpen L3 L4 2.2.23

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het optellen en aftrekken van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    met een schematische voorstelling
  2. WI.382 Gebruiken L3 L4 2.2.24

    Tellen gelijknamige breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    som ≤ 1

    Voorbeelden

    Optellen:
    5 3 8
      + =
    10 10 10
  3. WI.383 Gebruiken L3 L4 2.2.24

    Trekken gelijknamige breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    5 3 2
      - =
    10 10 10
  4. WI.384 Gebruiken L4 L4 2.2.24; L6 2.1.18

    Tellen gerelateerde breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    som ≤ 1
    eerst de breuken gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Optellen:
    1 7 2 7
      + = +
    5 10 10 10
          9
        =
          10
  5. WI.385 Gebruiken L4 L4 2.2.24; L6 2.1.18

    Trekken1 0gerelateerde breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    gerelateerde breuken
    noemer ≤ 20
    
    Aftrekken:
    aftrektal ≤ 1
    eerst de breuken gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    3 1 6 1
      - = -
    4 8 8 8
        5
        =
        8
  6. WI.386 Gebruiken L4 L4 2.2.24

    Tellen gerelateerde breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Optellen:
    eerst de breuk gelijknamig maken en de som (onechte breuk) omzetten naar een
    gemengd getal

    Voorbeelden

    Optellen:
    3 7 6 7
      + = +
    5 10 10 10
          13
        =
          10
              3
        = 1 en
              10
  7. WI.387 Gebruiken L4 L4 2.2.24

    Trekken echte breuken af van één.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤20

    Voorbeelden

    Aftrekken:
        1 10 1
    1 – = -
      10 10 10
            9
          =
            10
  8. WI.388 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.2.15

    Trekken echte breuken af van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.

    Voorbeelden

    Aftrekken:
      4 10 4
    2 – = -
      5 5 5
            6
          =
            5
            5 1
          = +
            5 5
              1
          = 1 +
              5
    
      1 12 1
    4 – = -
      3 3 3
            11
          =
            3
            9 2
          = +
            3 3
              2
          = 3 +
              3
  9. WI.389 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; L6 2.1.18

    Vereenvoudig3en de termen en de uitkomst van een bewerking met breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vereenvoudigen:
    GGD
    eenvoudigste vorm

    Te hanteren begrippen

    vereenvoudigen

    Voorbeelden

    Vereenvoudigen:
    3/12 + 2/8 = 1/4 + 1/4
            = 2/4
            = 1/2
    
    8/10 - 10/25 = 4/5 - 2/5
            = 2/5
  10. WI.390 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; l6; L6 2.1.18

    Tellen echte breuken op.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
    
    Optellen:
    KGV
    breuken eerst gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Optellen:
    16/24 + 25/30 = 4/6 + 5/6
                = 9/6
                = 3/2
                = 1 + 1/2
    
    14/42 + 7/21 = 1/3 + 1/3
              = 2/3
  11. WI.391 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.15; L6 2.1.18

    Trekken echte breuken af.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuken optellen en aftrekken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken.
    
    Aftrekken:
    KGV
    breuken eerst gelijknamig maken

    Voorbeelden

    Aftrekken:
    25/30 - 16/24 = 5/6 - 4/6
                = 1/6
    7/21 - 14/42 = 1/3 - 1/3
              = 0
  12. WI.392 Gebruiken L4 L4 2.1.17; L4 2.2.24

    Nemen een breuk van een hoeveelheid.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 20

    Voorbeelden

    Yolina zegt: “Er zijn 12 rozen. 3/4 van de rozen zijn wit. Hoeveel rozen zijn er wit? Dus
    3/4 van 12?” Ze rekent nadien uit: “Het geheel is 12 rozen. Ik verdeel de rozen in 4
    delen. 1 deel bevat 3 rozen. 3 delen bevatten 9 rozen. Dus 3/4 van 12 ofwel 9 rozen zijn
    wit.”
  13. WI.393 Begrijpen L5 L6 2.2.1

    Verwoorden dat een breuk nemen van een getal hetzelfde is als een breuk vermenigvuldigen met een getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Abraham zegt: "3/4 nemen van 8 is hetzelfde als 3/4 x 8” Hij legt verder uit: “4
    breukdelen is 8, 1 breukdeel is 2 (want 8 : 4 = 2), ik neem 3 breukdelen dus 3 x 2 = 6. Dus
    3/4 x 8 = 6”
  14. WI.394 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.14

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal x breuk
    • breuk x natuurlijk getal
    • breuk x breuk
    • breuk : natuurlijk getal
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    breuk x breuk: vermenigvuldig de tellers en vermenigvuldig de noemers (eventueel
    vereenvoudigen)
  15. WI.395 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    • breuk : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    natuurlijk getal : breuk > vermenigvuldig het natuurlijk getal met de omgekeerde breuk
    breuk : breuk > vermenigvuldig de eerste breuk met de omgekeerde tweede breuk
  16. WI.396 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een natuurlijk getal of omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijk getal:
    vermenigvuldiger
    
    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    8 x 3/4 = 3/4 x 8
          = 8 ÷ 4 x 3
          = 2 x 3
          = 6
    
    8 x 3/4 = 24/4
          = 6
    
    2/3 x 5 = 10/3
          = 9/3 + 1/3
          = 3 + 1/3
    
    4 x 2/3 = 8/3
          = 6/3 + 2/3
          = 2 + 2/3
    
    24 x 1/12 = 24/12
            = 2
  17. WI.397 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    In de klas van Josephine komt de helft van de kinderen met de fiets naar school. 1/3 van
    deze fietsers draagt een fietshelm. Welk deel van de kinderen draagt een helm?
    Josephine rekent uit:
    “1/3 van ½= 1/3 x ½=
            = 1/6
    Dus 1/6 van de kinderen van de klas draagt een fietshelm bij het naar school fietsen.
    
    5/6 x 2/3= 10/18
          = 5/9”
  18. WI.398 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.10

    Verwoorden de relatie tussen een deling en een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de deling, de breuk

    Voorbeelden

    Als Alexander twee pizza’s eerlijk verdeelt over 3 kinderen, dan krijgt elk kind 2/3 van een
    pizza. Dus 2 ÷ 3 = 2/3
  19. WI.399 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.10; L6 2.1.18

    Schrijven een deling als een (on)echte breuk en een decimaal getal en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    Deling als decimaal getal:
    6 ÷ 5 = 6/5
        = 1 + 1/5
        = 1 + 0,2
        = 1,2
  20. WI.400 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Delen een breuk door een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    • 4/5 ÷ 2 = .
        Er is nog 4/5 van de cake over. Die verdeel ik over 2 personen. Elk krijgt 2/5.
        4/5 ÷ 2 = 2/5
    • 2/3 ÷ 3 = .
        Er is nog 2/3 van de cake over. Die verdeel ik over 3 personen. 2 stukken in 3 delen is
        niet zo eenvoudig. Ik zoek een gelijkwaardige breuk waar het beter mee lukt. 2/3 = 6/9.
        6 van de negen delen verdelen over 3 is voor elk 2/9.
        2/3 ÷ 3 = 6/9 ÷ 3
            = 2/9
  21. WI.401 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Delen een natuurlijk getal door een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    Ik heb ¼l potgrond nodig voor 1 narcis . Hoeveel narcissen kan ik verplanten met 6 liter
    potgrond?
    6 : ¼= 6 x 4/1= 24 /1 =24
    
    2: 2/3 = 2/1 x 3/2
        = 6/2
        = 6/2 of 3
  22. WI.402 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Delen een breuk door een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 100

    Voorbeelden

    Delen:
    Li trakteert zijn vrienden voor zijn verjaardag. Hij koopt ½ kg koekjes en verdeelt deze
    over zakjes van 1/8 kg. Hoeveel zakjes kan Li vullen?
    
    ½: 1/8 = ½ x 8/1= 8/2 = 4
    
    Li kan dus 4 zakjes met koekjes vullen.
    
    4/5 : 2/3= 4/5 x 3/2
          = 12/10
          = 1 en 2/10
  23. WI.403 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10)
    zonder overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000

    Te hanteren begrippen

    rijgen
  24. WI.404 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10)
    zonder overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o aanvullen

    Te hanteren begrippen

    aanvullen tot
  25. WI.405 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (som ≤ 10)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o optellen naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o optellen via indirect compenseren

    Te hanteren begrippen

    splitsen, compenseren
  26. WI.406 Gebruiken L4 L4 2.2.20

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een tiende en een honderdste (aftrektal ≤ 10)
    met overbrugging
    • strategieën - door een keuze uit:
          o rijgen of splitsen van het aftrektal
          o naar analogie van de bewerkingen tot 1 000
          o indirect compenseren
          o aanvullen
  27. WI.407 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.7

    Tellen op met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Optellen:
    hoofdrekenen
    tot op een duizendste (som ≤ 100)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen
          o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000
          o via indirect compenseren
          o via direct compenseren
  28. WI.408 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.7

    Trekken af met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aftrekken:
    hoofdrekenen
    tot op een duizendste (aftrektal ≤ 100)
    met overbrugging
    • strategieën – door een keuze uit:
          o rijgen of splitsen van het aftrektal
          o naar analogie van de bewerkingen tot 10 000
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o aanvullen
  29. WI.409 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.21

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen en delen met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nulregel:
    inzicht in het patroon (de komma opschuiven)
    • x 10
    • x 100
    • x 1 000
    • ÷ 10
    • ÷ 100
    • ÷ 1 000
    
    Toepassen:
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Nulregel:
    • 0,14 x 1 000 = 140
    • 16 ÷ 1 000 = 0,016
  30. WI.410 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.2.10

    Gebruiken de verwisseleigenschap bij het vermenigvuldigen met decimale getallen.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Verwisseleigenschap:
    3,66 x 0,5 = 0,5 x 3,66
  31. WI.411 Gebruiken L4 L6 2.2.17

    Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    • door herhaalde optelling

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 0,6 = 0,6 + 0,6 + 0,6
          = 1,8
  32. WI.412 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen een decimaal getal met een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    • op basis van de keerhandeling.

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    0,6 x 3= 3 x 0,6
          = 3 x 6t
          = 18t
          = 1,8
  33. WI.413 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.8; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Handig vermenigvuldigen:
    • x 0,1 = : 10
    • x 0,01 = : 100
    • x 0,001 = : 1 000
    • x 0,2 = : 5
    • x 0,5 = : 2

    Voorbeelden

    Handig vermenigvuldigen:
    35 x 0,2= 35 : 5
          = 7
    want
                2
    35 x 0,2 = 35 x
              10
          70
          =
          10
          = 7
    
    35 x 0,01 = 35 : 100
            = 0,35
    want
                1
    35 x 0,01 = 35 x
                100
              35
            =
            100
            = 0,35
  34. WI.414 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.8; L6 2.2.12

    Delen handig met 0,1; 0,01; 0,001; 0,2 en 0,5.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Handig delen:
    • ÷ 0,1 = x 10
    • ÷ 0,01 = x 100
    • ÷ 0,001 = x 1 000
    • : 0,2 = x 5
    • : 0,5 = x 2

    Voorbeelden

    Handig delen:
    140 : 0,001 = 140 x 1 000
            = 140 000
    want
                    1
    140 : 0,001 = 140 :
                  1000
                  1000
              = 140 x
                    1
              = 140 x 1 000
              = 140 000
  35. WI.415 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Delen een decimaal getal door een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    op basis van de verdelingsdeling

    Voorbeelden

    Delen:
    0,08 : 2= 8h:2
          = 4h
          = 0,04
  36. WI.416 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Vermenigvuldigen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    • 7 28
        4 x 0,7 = 4 x = = 2,8
                10 10
    • 4 28
        0,4 x 7 = x 7 = = 2,8
              10 10
    • 18 72
        0,18 x 4 = x 4 = = 0,72
              100 100
    • 4 7 28
        0,4 x 0,7 = x = = 0,28
                10 10 100
  37. WI.417 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.17; L6 2.2.12

    Delen met decimale getallen door deze om te zetten naar een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Hoofdrekenen met decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Delen:
    • 54 6
        5,4 : 9 = : 9 = = 0,6
              10 10
    • 72 8 72 10 720 9
        0,72 : 0,8 = : = x = = = 0,9
                100 10 100 8 800 10
    • 35 10 700
        70 : 3,5 = 70 : = 70 x = = 20
                  10 35 35
    • 54 12 54 10 540 9
        5,4 : 1,2 = : = x = = = 4,5
                10 10 10 12 120 2
  38. WI.418 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%

    Voorbeelden

    Mirabelle vertelt: “Tijdens een boekenactie stelt de bibliotheek 250 boeken ter
    beschikken. Onze school kan 20% van deze boeken ontlenen.” Ze rekent uit hoeveel
    boeken dit zijn: 20% van 250 boeken dat zijn 50 boeken!”
  39. WI.419 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%

    Voorbeelden

    Geheel berekenen:
    Ines verdeelt een som geld. Ze krijg 80 euro en dat is gelijk aan 20% van de som geld.
    Hoeveel bedraagt de som geld die Ines verdeelt? 80 euro is 20% of 1/5 van het geheel.
    Het geheel is 400. De som geld bedraagt 400%
  40. WI.420 Gebruiken L5 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Percentage:
    ≤ 100%
  41. WI.421 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen een percentage van een natuurlijk getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

  42. WI.422 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het geheel als percentage en absoluut deel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Geheel berekenen:
    Een school organiseert een sponsorloop. Alle leerlingen nemen deel. Van alle leerlingen
    loopt 30%, dat zijn 150 leerlingen. Hoeveel leerlingen telt de school in totaal?
  43. WI.423 Gebruiken L6 L6 2.2.13; L6 2.2.18

    Berekenen het percentage als het absoluut deel en geheel gegeven zijn.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Percentages

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Percentage berekenen:
    Tijdens een boekenbeurs kochten 45 leerlingen een boek. In totaal waren er 180
    leerlingen aanwezig. Welk percentage van de leerlingen kocht een boek?