Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

11 doelen

CSV downloaden filters wissen

Aardrijkskundig denken ✕

  1. AA.266 Begrijpen K1 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Illustreren oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oplossingen:
    Probleem: We vallen over de auto’s die op de grond liggen. Oplossing: we leggen de
    auto’s in een opbergdoos.
    Probleem: Er is geen plaats in de klas om in een lange rij rond te stappen. Oplossing: we
    schuiven enkele tafels en stoelen opzij.
    Probleem: Er zijn twee plaatsen tekort aan tafel. Oplossing: we plaatsen er een tafel bij.
    Probleem: De deur kan niet open. Oplossing: we verplaatsen de doos die ervoor stond.
  2. AA.267 Gebruiken K1 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Geven ideeën om actuele ruimtelijke problemen op te lossen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

  3. AA.268 Begrijpen K2 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Illustreren oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Illustreren:
    gebruik van ruimtelijke begrippen
    oorzaak – gevolg redeneringen
  4. AA.269 Begrijpen K3 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Beschrijven oplossingen voor actuele ruimtelijke problemen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Actuele ruimtelijke problemen:
    relatieve meting
    • afstanden vergelijken
    • richtingen aangeven
    • hoogte vergelijken
    • plaatsbepaling
    
    Beschrijven:
    gebruik van ruimtelijke begrippen

    Te hanteren begrippen

    de plaats, vergelijken, de afstand, de richting, de hoogte, bedenken, de oplossing

    Voorbeelden

    Afstanden vergelijken:
    Is de zandbak dichterbij dan de glijbaan?
    Richtingen aangeven:
    De boom staat achter het schoolgebouw.
    Hoogte vergelijken:
    Welke toren is hoger, die van jou of die van je vriend?
    Plaatsbepaling:
    Waar is de zon als we buiten spelen? Boven ons of achter de bomen?
  5. AA.270 Gebruiken K2 K3 KO 4.3.4; KO 4.3.5

    Geven ideeën om actuele ruimtelijke problemen op te lossen met behulp van relatieve ruimtelijke begrippen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke problemen oplossen

  6. AA.271 Begrijpen L1 L2 L4 4.3.3

    Herkennen aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Vragen in verband met:
    • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?)
    • relaties (Waarom ligt het daar?)
    • Contrasten

    Voorbeelden

    Aardrijkskundige vragen:
    • ruimtelijke positie: "Waar ligt het station?"
    • relaties: "Waarom ligt het station in het midden van de stad?”
    • contrast: "Waarom zijn de huizen in de stad hoger dan in het dorp?"
  7. AA.272 Begrijpen L3 L4 4.3.3

    Herkennen aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Vragen in verband met:
    • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?)
    • relaties (Waarom ligt het daar?)
    • contrasten
    • interactie op verschillende schalen: Wat ergens gebeurt, kan invloed hebben op
        andere plaatsen (lokaal, regionaal, wereldwijd).

    Voorbeelden

    Interactie op verschillende schalen:
    • Waarom eten wij bananen die uit een ander land komen?
    • Wat gebeurt er als er in een ander land oorlog is?
  8. AA.273 Begrijpen L4 L5 L6 L4 4.3.3; L6 4.3.2

    Bedenken aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Vragen in verband met:
    • ruimtelijke posities (Wat is het? Waar ligt het?)
    • relaties (Waarom ligt het daar?)
    • contrasten
    • interactie op verschillende schalen
    • verandering in de tijd, inclusief de toekomst (Hoe verandert dat?)

    Voorbeelden

    Aardrijkskundige vragen:
    • verandering in de tijd: een foto van het dorpsplein van vroeger en een foto van nu:
        Waarom zijn er nu verkeerslichten en vroeger niet?
    • verandering in de tijd, inclusief de toekomst: De leerlingen bekijken drie beelden of
        tekeningen van de schoolstraat van vroeger (50 jaar geleden), de schoolstraat van
        nu, fantasierijke voorstelling van de schoolstraat in de toekomst: Wat zou er in de
        toekomst kunnen bijkomen of verdwijnen? Hoe zal ons vervoer er in de toekomst
        uitzien?
  9. AA.274 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 4.3.3; L6 4.3.2

    Beantwoorden aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Ruimtelijke vragen beantwoorden

  10. AA.275 Begrijpen L5 L6 4.3.2

    Herkennen het redeneren vanuit perspectieven bij aardrijkskundige vragen.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Aardrijkskundig redeneren vanuit multi perspectief

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Aardrijkskundige vragen:
    Wat zijn de voor- en nadelen?
    Wat zijn de gevolgen?
    Wat zie je als je in- en uitzoomt?
    Wat zijn de behoeften van de verschillende participanten?
    Hoe beïnvloedt dit de duurzaamheid?

    Te hanteren begrippen

    het voordeel, het nadeel, het gevolg, de behoefte, de duurzaamheid, het perspectief

    Voorbeelden

    Aardrijskundige vragen:
    stel je voor: Er komt een nieuwe koekjesfabriek aan de rand van de stad. Waarom daar?
    de fabriekseigenaar: “Aan de rand van de stad is de grond goedkoper en er is veel
    plaats. Dat is goed voor mijn bedrijf.”
    de buurtbewoners: “We willen geen lawaai of vrachtwagens in onze straat. Maar
    misschien brengt het wel werkgelegenheid.”
    de stad: “We willen de stad leefbaar houden. Industrie hoort niet in het centrum.”
    de milieuorganisatie: “Is er gedacht aan duurzame energie en afvalverwerking? Wat met
    de natuur in de buurt?”
  11. AA.276 Gebruiken L5 L6 L6 4.3.2

    Beantwoorden aardrijkskundige vragen vanuit verschillende perspectieven.

    Aardrijkskunde Aardrijkskundig strategisch › Aardrijkskundig denken › Aardrijkskundig redeneren vanuit multi perspectief

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Aardrijkskundige vragen:
    • thema: toerisme aan de kust
        Wat vinden bewoners, toeristen en winkeliers belangrijk aan de Belgische kust?
        Sociaal (rust), economisch (inkomsten), cultureel (tradities).
    • thema: verkeer en mobiliteit
        Waarom willen sommige mensen meer fietspaden en anderen meer
        parkeerplaatsen? Sociaal (veiligheid), economisch (winkels bereikbaar), ecologisch
        (minder auto's)