6 doelen
-
Herkennen een vertrouwde ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
op, onder, boven, ver, dicht, voor, achter
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • vertrouwde/ verkende ruimte • verkleinde ruimte
Te hanteren begrippen
in, erop, uit, naast, hoog, laag, tussen, binnen, buiten, tegen
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • verkende ruimte • verkleinde ruimte • afgebeelde ruimte
Te hanteren begrippen
erboven, eronder, ervoor, erachter, vooraan, achteraan, voorste, achterste, bovenaan, onderaan, bovenste, onderste, dicht(er)bij, ver(der)af, tegenover, opzij, midden, links, rechts
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • verkende ruimte • verkleinde ruimte • afgebeelde ruimte
Te hanteren begrippen
linkerkant, rechterkant, linkerzijde, rechterzijde
-
Herkennen een ruimte vanuit relatieve ligging.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Ruimte: • verkende ruimte • verkleinde ruimte • afgebeelde ruimte
Te hanteren begrippen
linksboven, rechtsboven, linksonder, rechtsonder
-
Gebruiken de relatieve ligging om een bepaalde locatie, persoon of voorwerp te beschrijven.
Aardrijkskunde › Topografie › Relatieve en absolute ligging › Relatieve ligging › Ruimtebegrippen