Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

10 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Fonemisch bewustzijn ✕

  1. NL.009 Gebruiken K1 KO 1.1.2

    Onderscheiden klanken.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klanken:
    sterk contrasterende klanken

    Voorbeelden

    Sterk contrasterende klanken onderscheiden:
    
    • De leraar laat twee sterk contrasterende klanken horen: “ssss” (slang) en “rrrr”
        (motor). Als de slang sist (“sss”) bewegen de kinderen als een slang. Als de
        motor rijdt (“rrr”) bewegen ze als een motor.
    
    • De leraar vertelt een kort verhaaltje met veel “aaah” en “oooh”-uitroepen. Bij
        “aaah” doet de leraar samen met de kinderen de mond wijd open, bij “oooh”
        vormt iedereen met de handen een “toeter” rond de mond.
  2. NL.010 Begrijpen K2 KO 1.1.2; KO 1.1.3

    Herkennen verschillen en overeenkomsten tussen twee gesproken klanken in woorden.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de klank
  3. NL.011 Begrijpen K2 K3 KO 1.1.2; KO 1.1.3

    Herkennen klanken in woorden.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    aangeven of een klank wel of niet voorkomt in een woord
    
    Woorden:
    • MK-woorden
    • KM-woorden
    • MKM-woorden
  4. NL.012 Gebruiken K2 KO 1.1.2; KO 1.1.3

    Onderscheiden de beginklank in woorden.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderscheiden:
    De beginklank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken (auditieve
    discriminatie).
    
    Woorden:
    • MK-woorden
    • KM-woorden
    • MKM-woorden

    Voorbeelden

    Beginklank onderscheiden:
    • Sorteren op beginklank (M – mand, muts, mama)
    • “Wat klinkt hetzelfde, wat klinkt anders?” (maan-maan, mees-lees)
  5. NL.013 Gebruiken K2 KO 1.1.2; KO 1.1.3

    Onderscheiden de eindklank in woorden.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderscheiden:
    De eindklank in het woord horen en onderscheiden van andere klanken (auditieve
    discriminatie).
    Woorden:
    • MK-woorden
    • KM-woorden
    • MKM-woorden

    Voorbeelden

    Eindklank onderscheiden:
    • Sorteren op eindklank (M – oom, bloem, lam)
    • “Wat klinkt hetzelfde, wat klinkt anders?” (boom-boos, lam-lam)
  6. NL.014 Gebruiken K3 L1 KO 1.1.2; KO 1.1.3

    Onderscheiden klanken in woorden.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Onderscheiden:
    auditieve discriminatie: De klank in het woord horen en onderscheiden van andere
    klanken.
    
    Woorden:
    • MK-woorden
    • KM-woorden
    • MKM-woorden
    
    Klanken in woorden:
    • beginklank
    • middenklank
    • eindklank
    
    Klanken:
    Een variatie aan klanken

    Te hanteren begrippen

    vooraan, achteraan, in het midden

    Voorbeelden

    Klanken in woorden:
    • Wat hoor je vooraan in /vuur/?
    • Wat hoor je achteraan in /kaas/?
    • Wat hoor je in het midden in /kat/?
    • Wat hoor je vooraan in /ook/?
    • Wat hoor je in het midden in /reus/?
    • Wat hoor je vooraan in /ijs/?
  7. NL.015 Gebruiken K3 L1 KO 1.1.3

    Verdelen een woord in afzonderlijke klanken.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

  8. NL.016 Gebruiken K3 L1 KO 1.1.3

    Voegen afzonderlijke klanken samen tot een woord.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

  9. NL.017 Gebruiken K3 L1 KO 1.1.2

    Voeren klankbewerkingen uit in woorden.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klankbewerkingen:
    • toevoeging van een klank
    • weglating van een klank
    • vervanging van een klank

    Voorbeelden

    Toevoeging van een klank:
    Ik voeg vooraan een /b/ toe aan /oom/ en bekom /boom/.
    Weglating van een klank:
    /raap/ zonder /r/ is /aap/.
    Vervanging van een klank:
    Bij het woord /mat/ wissel ik de /m/ in voor een /l/. Zo vorm ik het woord /lat/.
  10. NL.018 Engageren K2 K3 L1 KO 1.1.1; KO 1.1.2; KO 1.1.3

    Tonen hun kennis van klanken in verschillende contexten.

    Nederlands Lezen › Vlot en vloeiend lezen › Fonologisch en fonemisch bewustzijn › Fonemisch bewustzijn

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Daniel luistert naar een versje en klapt telkens als hij een woord hoort dat met
        de klank /s/ begint, zoals slang, stoel en sok.
    • Abigail rijmt boom op room en legt uit dat ze dezelfde klankgroep achteraan
        hoort.