Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

21 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Echte breuken ✕

  1. WI.171 Begrijpen L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16

    Herkennen een echte breuk als één of meer gelijke delen van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Herkennen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    de echte breuk
  2. WI.172 Gebruiken L3 L4 L4 2.1.18

    Lezen een echte breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    • met schuine (1/4) breukstreep
                    1
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    4
  3. WI.173 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)

    Voorbeelden

    3
    Jonathan kleurt van de tekening in het geel.
                5
              2
    Bavo neemt van een cake.
              6
  4. WI.174 Gebruiken L4 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)
    • is een aantal
    • is een getal

    Voorbeelden

    Aantal:
                  3
    Jonathan omcirkelt van 20 getekende boeken. En dus omcirkelt hij 12 delen.
                  5
    Getal:
              2
    Bavo neemt van 12 appels. Hij neemt dus 4 appels.
              6
  5. WI.175 Begrijpen L3 L4 2.1.12

    Drukken een6 geheel uit als een breuk of als 1.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

  6. WI.176 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie
    • ÷
    • >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Vergelijking:
        2 2
    • <
        5 3
        3 6
    • <
        10 10
  7. WI.177 Begrijpen L3 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Ordenen:
        2 2 2
    • < <
        4 3 2
        1 2 3
    • < <
        10 10 10
  8. WI.178 Begrijpen L3 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20

    Te hanteren begrippen

    de (on)gelijknamig(e) breuk
  9. WI.179 Gebruiken L3 L4 2.1.13; L4 2.1.18

    Plaatsen gelijknamige breuken ≤ 1 op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Getallenas:
    voorgestructureerd
    ≤ 1
  10. WI.180 Begrijpen L4 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken

    Te hanteren begrippen

    de gelijkwaardige breuk

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 5
    • =
        20 100
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  11. WI.181 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuk:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 25
    • =
        2 50
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  12. WI.182 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L6 2.1.18

    Vergelijken gerelateerde breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gerelateerde breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
    door de breuken gelijknamig te maken
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    4 7
    Thomas vraagt zich af: " Is groter, kleiner of gelijk aan ?”
                        5 10
            4 7
    Hij zegt: " en zijn gerelateerde breuken want de noemers zijn veelvouden van elkaar.
            5 10
    Ik maak de breuken gelijknamig op noemer 10 door bij de eerste breuk teller en noemer
                            4 8 8 7 4 7
    met 2 te vermenigvuldigen, dus = en is groter dan dus > ”
                            5 10 10 10 5 10
  13. WI.183 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    6 3 6
    Anaël wil graag weten: “Is groter, kleiner of gelijk aan ?” Ze zegt: “ is iets meer dan
                        9 8 9
            3 6 3
    de helft en is iets minder dan de helft dus > "
            8 9 8
  14. WI.184 Begrijpen L4 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  15. WI.185 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Geven breuken weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Weergeven:
    • met een schematische voorstelling
                    9
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    81
  16. WI.186 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Lezen breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Lezen:
    • met schuine (4/48) breukstreep
                    4
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    48
  17. WI.187 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        2 4 6
    • = =
        9 18 27
  18. WI.188 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Zetten echte breuken om naar gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    met willekeurige noemers
    
    Omzetten:
    via de kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van beide noemers (noemer ≤ 100)
    
    Voorbeeld:
                      5 3
    Loena wil de breuken en gelijknamig maken.
                    12 8
    Ze zegt: "Ik zoek het kleinste gemeenschappelijke veelvoud van 12 en 8. Dat is 24.
              5 4 3 9
    Dan maak ik = en = . Nu hebben ze dezelfde noemer en zijn ze gelijknamig."
              12 24 8 24
  19. WI.189 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Vereenvoudigen een breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een breuk:
    noemer ≤ 100
    
    Vereenvoudigen:
    teller en noemer delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Te hanteren begrippen

    vereenvoudigen

    Voorbeelden

    9
    Yasmine zegt: "Ik wil vereenvoudigen. De grootste gemeenschappelijke deler van 9 en
                    12
                                    9 3
    12 is 3. Ik deel teller en noemer door 3. Dus = . Ik heb de breuk vereenvoudigd."
                                    12 4
  20. WI.190 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    met en zonder getallenas
  21. WI.191 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠