Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

8 doelen

CSV downloaden filters wissen

De eeuwenband ✕

  1. GE.214 Begrijpen L3 GO!-doel

    Begrijpen hoe historische feiten, personen en ontwikkelingen worden gesitueerd op een eeuwenband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eeuwenband:
    • met onderscheid tussen tijdsperiodes
    • met volgende periodes: ‘eerder’ of ‘lang geleden’, ‘19de eeuw’, ‘20ste eeuw’, ‘21ste
        eeuw’, ‘later’

    Te hanteren begrippen

    de eeuwenband
  2. GE.215 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Situeren historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, bronnen, ontwikkelingen uit de omgeving op een eeuwenband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

  3. GE.216 Begrijpen L4 L6 5.2.7

    Benoemen de zes historische periodes op een gevisualiseerd historisch referentiekader.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de periode, de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen, de vroegmoderne tijd, de
    moderne tijd, de hedendaagse tijd
  4. GE.217 Begrijpen L4 L5 L6 L6 5.2.7

    Ordenen de zes historische periodes chronologisch.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Historische periodes:
    • de prehistorie (tot ca. 3500 v.o.t.)
    • de oudheid (ca. 3500 v.o.t. – ca. 500 o.t.)
    • de middeleeuwen (ca. 500 o.t. – ca. 1500 o.t.)
    • de vroegmoderne tijd (ca. 1500 o.t. – ca. 1800 o.t.)
    • de moderne tijd (ca. 1800 o.t. – 1945 o.t.)
    • de hedendaagse tijd (1945 o.t. – nu)
  5. GE.218 Gebruiken L4 L5 L6 L6 5.2.7

    Plaatsen gebeurtenissen, fenomenen en bronnen chronologisch op het historisch referentiekader.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

  6. GE.219 Begrijpen L4 GO!-doel

    Illustreren de relativiteit van historische periodisering.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Relativiteit:
    • Het begin en een einde van een historische periode wordt gekenmerkt door grote
        historische gebeurtenissen.
    • De periodisering hangt af van de plaats in de wereld, maar ook van het belang dat
        een historicus hecht aan bepaalde gebeurtenissen.
  7. GE.220 Begrijpen L5 L6 5.2.7

    Illustreren de scharniermomenten van de historische periodes op de tijdsband.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Scharniermomenten:
    • prehistorie (ca. 3500 v.o.t.): ‘uitvinding’ van het schrift. Dit is een fundamentele
        breuklijn in de geschiedenis, omdat het schrift het mogelijk maakte om informatie
        systematisch vast te leggen en zo op grotere schaal een samenleving te organiseren
    • oudheid (tot ca 500 o.t.): val van het West Romeinse rijk. Eind van de eeuwenlange
        overheersing van West-Europa door Rome.
    • middeleeuwen (tot ca 1500 o.t.): de start van de ontdekkingsreizen en de
        boekdrukkunst
    • vroegmoderne tijd (tot ca. 1800 o.t.): de Franse revolutie (1789) markeert de breuk
        met het ‘ancien régime’. Rond 1800 start ook de industriële revolutie
    • moderne tijd (tot 1945 o.t.): Einde van de tweede wereldoorlog: einde van koloniale
        grootmachten, oprichting van de VN, start van technologische revoluties
    • hedendaagse tijd (tot nu).
  8. GE.221 Engageren K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 5.2.3; L4 5.2.11; L6 5.2.7

    Tonen hun kennis over historische tijdsbegrippen in verschillende contexten.

    Geschiedenis Historisch strategisch: perspectief en chronologie › Chronologisch bewustzijn › Historische tijd › De eeuwenband

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jadran vergelijkt een hedendaagse klas met een klas uit de jaren 1950 en gebruikt
        begrippen als vroeger, nu en toen om verschillen en gelijkenissen aan te duiden.
    • Yarah bekijkt oude familiefoto’s van haar grootouders en plaatst ze op een tijdlijn.
        Ze zegt dat haar opa als kind in de 20ste eeuw leefde en zij nu in de 21ste eeuw
        opgroeit.