5 doelen
vak: WI ✕ De (onechte) breuk als deling ✕
-
Verwoorden de relatie tussen een deling en een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
de deling, de breuk
Voorbeelden
Als Alexander twee pizza’s eerlijk verdeelt over 3 kinderen, dan krijgt elk kind 2/3 van een pizza. Dus 2 ÷ 3 = 2/3
-
Schrijven een deling als een (on)echte breuk en een decimaal getal en omgekeerd.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Te hanteren begrippen
(on)echte breuk
Voorbeelden
Deling als decimaal getal: 6 ÷ 5 = 6/5 = 1 + 1/5 = 1 + 0,2 = 1,2 -
Delen een breuk door een natuurlijk getal.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: • 4/5 ÷ 2 = . Er is nog 4/5 van de cake over. Die verdeel ik over 2 personen. Elk krijgt 2/5. 4/5 ÷ 2 = 2/5 • 2/3 ÷ 3 = . Er is nog 2/3 van de cake over. Die verdeel ik over 3 personen. 2 stukken in 3 delen is niet zo eenvoudig. Ik zoek een gelijkwaardige breuk waar het beter mee lukt. 2/3 = 6/9. 6 van de negen delen verdelen over 3 is voor elk 2/9. 2/3 ÷ 3 = 6/9 ÷ 3 = 2/9 -
Delen een natuurlijk getal door een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: Ik heb ¼l potgrond nodig voor 1 narcis . Hoeveel narcissen kan ik verplanten met 6 liter potgrond? 6 : ¼= 6 x 4/1= 24 /1 =24 2: 2/3 = 2/1 x 3/2 = 6/2 = 6/2 of 3 -
Delen een breuk door een breuk.
Wiskunde › Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › De (onechte) breuk als deling
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Breuk: noemer ≤ 100
Voorbeelden
Delen: Li trakteert zijn vrienden voor zijn verjaardag. Hij koopt ½ kg koekjes en verdeelt deze over zakjes van 1/8 kg. Hoeveel zakjes kan Li vullen? ½: 1/8 = ½ x 8/1= 8/2 = 4 Li kan dus 4 zakjes met koekjes vullen. 4/5 : 2/3= 4/5 x 3/2 = 12/10 = 1 en 2/10