Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

6 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: WI ✕ Breuk als operator ✕

  1. WI.392 Gebruiken L4 L4 2.1.17; L4 2.2.24

    Nemen een breuk van een hoeveelheid.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    noemer ≤ 20

    Voorbeelden

    Yolina zegt: “Er zijn 12 rozen. 3/4 van de rozen zijn wit. Hoeveel rozen zijn er wit? Dus
    3/4 van 12?” Ze rekent nadien uit: “Het geheel is 12 rozen. Ik verdeel de rozen in 4
    delen. 1 deel bevat 3 rozen. 3 delen bevatten 9 rozen. Dus 3/4 van 12 ofwel 9 rozen zijn
    wit.”
  2. WI.393 Begrijpen L5 L6 2.2.1

    Verwoorden dat een breuk nemen van een getal hetzelfde is als een breuk vermenigvuldigen met een getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Abraham zegt: "3/4 nemen van 8 is hetzelfde als 3/4 x 8” Hij legt verder uit: “4
    breukdelen is 8, 1 breukdeel is 2 (want 8 : 4 = 2), ik neem 3 breukdelen dus 3 x 2 = 6. Dus
    3/4 x 8 = 6”
  3. WI.394 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.14

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal x breuk
    • breuk x natuurlijk getal
    • breuk x breuk
    • breuk : natuurlijk getal
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    breuk x breuk: vermenigvuldig de tellers en vermenigvuldig de noemers (eventueel
    vereenvoudigen)
  4. WI.395 Begrijpen L5 L6 GO!-doel

    Illustreren de oplossingsstrategie bij het vermenigvuldigen en delen van breuken.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    • natuurlijk getal : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    • breuk : breuk (met een natuurlijk getal als quotiënt)
    
    Illustreren:
    • met een schematische voorstelling
    • samenvatting van de basisregel
    
    Oplossingsstrategie:
    natuurlijk getal : breuk > vermenigvuldig het natuurlijk getal met de omgekeerde breuk
    breuk : breuk > vermenigvuldig de eerste breuk met de omgekeerde tweede breuk
  5. WI.396 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een natuurlijk getal of omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Natuurlijk getal:
    vermenigvuldiger
    
    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    8 x 3/4 = 3/4 x 8
          = 8 ÷ 4 x 3
          = 2 x 3
          = 6
    
    8 x 3/4 = 24/4
          = 6
    
    2/3 x 5 = 10/3
          = 9/3 + 1/3
          = 3 + 1/3
    
    4 x 2/3 = 8/3
          = 6/3 + 2/3
          = 2 + 2/3
    
    24 x 1/12 = 24/12
            = 2
  6. WI.397 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.14; L6 2.2.16

    Vermenigvuldigen een breuk met een breuk.

    Wiskunde Bewerkingen › Bewerkingen met positieve rationale getallen › Bewerkingen met breuken › Breuk als operator

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    vermenigvuldigtal met noemer ≤ 100
    
    Product:
    (on)echte breuk

    Voorbeelden

    In de klas van Josephine komt de helft van de kinderen met de fiets naar school. 1/3 van
    deze fietsers draagt een fietshelm. Welk deel van de kinderen draagt een helm?
    Josephine rekent uit:
    “1/3 van ½= 1/3 x ½=
            = 1/6
    Dus 1/6 van de kinderen van de klas draagt een fietshelm bij het naar school fietsen.
    
    5/6 x 2/3= 10/18
          = 5/9”