Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

11 doelen

CSV downloaden filters wissen

vak: NL ✕ Boodschap formuleren ✕

  1. NL.284 Engageren K2 K3 KO 1.2.10

    Dragen bij aan een tekst om eigen ervaringen, creatieve ideeën en aangeboden inhouden vast te leggen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

  2. NL.285 Gebruiken K2 K3 L1 KO 1.2.10

    Schrijven teksten over voor hen bekende onderwerpen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • samen met de leraar
    • met letters, cijfers en al dan niet uitgevonden tekens
  3. NL.286 Begrijpen L1 L2 L3 KO 1.2.10

    Begrijpen het principe van hardop schrijven.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Principe van hardop schrijven:
    • gedachten weergeven in de vorm van woorden, zinnen en teksten
    • zinnen en formuleringen uitproberen ‘in mijn hoofd’
  4. NL.287 Gebruiken L1 L2 L4 1.2.14; L; 4; L4 1.2.16

    Schrijven korte teksten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Korte teksten:
    • met meestal één inhoudselement
    • vaak met chronologische opbouw
    • korte zinnen, meestal enkelvoudig, grammaticaal eenvoudig
  5. NL.288 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.11; L4 1.2.14; L4 1.2.16

    Schrijven langere teksten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Langere teksten:
    • met enkele inhoudselementen
    • met chronologische opbouw
    • langere zinnen, naast enkelvoudige ook samengestelde zinnen
  6. NL.289 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.10; L6 1.2.13; L6 1.2.15

    Schrijven langere teksten.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Langere teksten:
    • met meerdere, samenhangende inhoudselementen: de tekst bevat steeds meer details,
        karakters worden steeds meer uitgediept, ideeën worden steeds dieper uitgewerkt
    • variatie in zinsbouw
    • gepaste woordkeuze
    • figuurlijk taalgebruik
    • register afgestemd op het publiek
  7. NL.389 Gebruiken K1 K2 K3 KO 1.3.8

    Vertellen in een vertrouwde omgeving over een zelfgekozen onderwerp.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

  8. NL.390 Gebruiken K2 K3 KO 1.3.7; KO 1.3.8

    Vertellen begrijpelijk en samenhangend over een zelfgekozen onderwerp.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vertellen:
    • met aandacht voor eenvoudige zinsconstructies
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
  9. NL.391 Gebruiken L1 L2 KO 1.3.7; L4 1.3.7; L4 1.3.8; L4 1.3.9

    Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • in een variatie aan teksten
    • voor een publiek
    
    Begrijpelijk, gepast en samenhangend:
    • met aandacht voor goedgekozen woorden
    • met aandacht voor zinsconstructies die niet complexer zijn dan nodig
    • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
  10. NL.392 Gebruiken L3 L4 L4 1.3.7; L4 1.3.8; L4 1.3.9

    Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • in een variatie aan teksten
    • voor een publiek
    
    Begrijpelijk, gepast en samenhangend:
    • met aandacht voor goedgekozen woorden
    • met aandacht voor een gepaste woordkeuze
    • met aandacht voor zinsconstructies die niet complexer zijn dan nodig
    • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent
    • met aandacht voor correcte inhoud in het geval van informatieve en prescriptieve
        teksten
    • met aandacht voor onderbouwing bij meningen en standpunten
        in een gepast register
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
    • Verbanden duidelijk aangevend met gebruik van verwijs- en verbindingswoorden
  11. NL.393 Gebruiken L5 L6 L6 1.3.5; L6 1.3.6; L6 1.3.7; L6 1.3.9

    Spreken begrijpelijk, gepast en samenhangend.

    Nederlands Mondeling taalgebruik › Spreken, presenteren en vertellen › Spreekproces sturen met behulp van strategieën › Boodschap formuleren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Spreken:
    • in een variatie aan teksten
    • voor een publiek
    
    Begrijpelijk, gepast en samenhangend:
    • met aandacht voor goedgekozen woorden.
    • met aandacht voor een gepaste woordkeuze.
    • met aandacht voor complexere zinsconstructies die duidelijk zijn voor de luisteraar
    • met aandacht voor Standaardnederlands en zinsaccent
    • met aandacht voor correcte inhoud in het geval van informatieve en prescriptieve
        teksten
    • met aandacht voor onderbouwing bij meningen en standpunten
    • in een gepast register
    • met een logische en gemakkelijk te volgen samenhang
    • verbanden duidelijk aangevend met gebruik van verwijs- en verbindingswoorden