LL.102
Engageren
K1
K2
K3
L1
L2
L3
L4
L5
L6
GO!-doel
Tonen hun kennis over het voeren van onderzoek in verschillende contexten.
Leren leren › Leren leren › Soorten taken › Onderzoeken
- Leeftijd
- 2,5-4,4-5,5-6,6-7,7-8,8-9,9-10,10-11,11-12 jaar
- Handelingswerkwoord
- Tonen
- Verwerkingsaspect
- Engageren — reflectie en toepassing in nieuwe, authentieke contexten
- Minimumdoelen
- geen — GO!-doel op populatieniveau
- In de PDF
- pagina 28
Leerlijn
Tonen hun kennis over het voeren van onderzoek in verschillende contexten.
Voorbeelden
• Manu wil weten welke plant sneller groeit: een boon of een zonnebloem. Hij zet
twee potjes naast elkaar, geeft beide evenveel water en houdt in een logboek bij
hoe snel ze groeien. Na een week concludeert hij: "De boon groeit sneller in de
eerste dagen, maar de zonnebloem wordt uiteindelijk hoger."
• Amir wil weten welke stof het meest geschikt is om een waterlek op te vangen. Hij
test verschillende materialen (papier, katoen, plastic en een spons) door dezelfde
hoeveelheid water erop te gieten. Hij ontdekt dat de spons het meeste water
opneemt en legt uit waarom dat zo is.
Wordt verwezen vanuit
- Vlag WI.149 Verwoorden de betekenis en het nut van getallen in reële contexten. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Schakel WI.447 Beschrijven het verband tussen de maateenheid en het maatgetal. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.545 Beschrijven een referentiemaat voor een inhoud. L5
- Vlag WI.547 Beschrijven een referentiemaat voor een kubieke centimeter, kubieke decimeter en kubieke meter. L5,L6
- Vlag WI.558 Beschrijven een referentiemaat voor een ton. L5
- Vlag WI.562 Beschrijven een referentiemaat voor een vierkante centimeter. L4
- Vlag WI.576 Beschrijven een referentiemaat voor een oppervlakte. L5
- Vlag WI.609 Illustreren dat rechthoeken met dezelfde omtrek een andere oppervlakte kunnen hebben en omgekeerd. L4
- Vlag WI.610 Illustreren de oppervlakteformules door omstructureren. L5,L6
- Vlag WI.613 Illustreren dat parallellogrammen met dezelfde basis en hoogte dezelfde oppervlakte hebben. L5,L6
- Vlag WI.615 Illustreren dat driehoeken met dezelfde basis en hoogte dezelfde oppervlakte hebben. L5,L6
- Vlag WI.649 Geven referentiematen voor geldwaarden. L4,L5
- Vlag WI.698 Beschrijven een referentiemaat voor km/u. L5,L6
- Vlag WI.717 Verwoorden dat elk veelvlak minstens een viervlak is. L5
- Vlag WI.718 Herkennen de delen van een kubus. L5
- Vlag WI.719 Verwoorden bij een ontvouwing van een kubus de eigenschappen. L5,L6
- Vlag WI.721 Herkennen de delen van een balk. L5
- Vlag WI.722 Verwoorden bij een ontvouwing van een balk de eigenschappen. L5,L6
- Vlag WI.724 Herkennen de delen van een piramide. L5
- Vlag WI.725 Verwoorden bij een ontvouwing van een piramide de eigenschappen. L5,L6
- Vlag WI.727 Herkennen de delen van een cilinder. L6
- Vlag WI.728 Verwoorden bij een ontvouwing van een cilinder de eigenschappen. L6
- Vlag WI.730 Herkennen de delen van een kegel. L6
- Vlag WI.731 Verwoorden bij een ontvouwing van een kegel de eigenschappen. L6
- Vlag WI.732 Duiden bij een bol het gebogen oppervlak aan. L6
- Vlag WI.733 Verwoorden de eigenschappen van een bol. L6
- Vlag WI.764 Beschrijven diagonalen in veelhoeken. L5,L6
- Vlag WI.773 Verwoorden de eigenschappen van de hoeken van een driehoek. L5,L6
- Vlag WI.775 Verwoorden de relatie tussen de eigenschappen van de zijden en de hoeken in een driehoek. L5,L6
- Vlag WI.776 Verwoorden de eigenschappen van driehoeken. L6
- Vlag WI.783 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een rechthoek. L5,L6
- Vlag WI.784 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een vierkant. L5,L6
- Vlag WI.785 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een trapezium. L5,L6
- Vlag WI.786 Verwoorden de eigenschappen van de zijden en hoeken van een parallellogram. L5,L6
- Vlag WI.787 Verwoorden de eigenschappen van de hoeken en zijden van een ruit. L5,L6
- Vlag WI.788 Illustreren relaties tussen vierhoeken. L5,L6
- Vlag WI.804 Herkennen de delen van een cirkel. L5,L6
- Vlag WI.805 Verwoorden dat de lengte van de straal de helft is van de lengte van de middellijn/diameter. L5,L6
- Vlag WI.807 Tonen hun kennis van vormleer in verschillende contexten K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.816 Construeren congruente vlakke figuren. L4,L5,L6
- Vlag WI.822 Duiden dat symmetrie het resultaat van een spiegeling is. L5,L6
- Vlag WI.825 Tonen hun kennis van meetkundige relaties in verschillende contexten. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.835 Bepalen of twee figuren elkaars spiegelbeeld zijn door gebruik te maken van hun eigenschappen. L5,L6
- Vlag WI.843 Tonen hun kennis van meetkundige transformaties in verschillende contexten. K3,L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.862 Beschrijven aanzichten van een blokkenbouwsel. L5,L6
- Vlag WI.884 Beargumenteren of een uitspraak waar of onwaar is. L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.900 Beschrijven orde, regelmaat, verbanden en patronen tussen getallen. L1,L2,L3,L4,L5,L6
- Vlag WI.907 Herkennen een kans. L5
- Vlag WI.908 Verwoorden een kans als het aantal gunstige uitkomsten van een gebeurtenis tot het aantal mogelijke uitkomsten. L5,L6
- Vlag WI.911 Reflecteren over kansrekenen. L5,L6