11 doelen
-
Zetten een rekenverhaal en een rekenzin naar elkaar om.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Rekenverhaal: Nel wandelt in het park en ziet in de ene vijver 2 eenden en in de andere 3 eenden. Hoeveel eenden ziet Nel? Rekenzin: 2 en 3 zijn samen 5.
-
(De)mathematiseren een wiskundig vraagstuk.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
Voorbeelden
Wiskundig vraagstuk: Ik koop in de winkel twee flessen melk (prijs = €2,15 per fles) en een halve kilo peren (prijs = €3,2 per kilo). Ik heb maar €5 op zak. Heb ik voldoende? Mathematiseren: 2 x 2,15 = 4,3 1/2 x 3,2 = 1,6 4,3 + 1,6 = 5,9 5,9 > 5 Demathematiseren: Ik moet €5,9 betalen. Dat is meer dan €5. Ik kom dus 90 eurocent te kort om mijn aankopen te kunnen betalen
-
Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagstukken: getalbereik ≤20 • met optellen en aftrekken • over één grootheid (natuurlijke maten lengte, inhoud, massa, oppervlakte, tijd en geld) types: • vraagstukken op basis van parate kennis • deel-geheelvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief) • veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het resultaat is onbekend) • vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (vergeleken hoeveelheid is onbekend)Voorbeelden
Veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het resultaat is onbekend): Hugo heeft 4 knikkers. Hij krijgt er 2 bij. Hoeveel heeft hij er nu? Vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, vergeleken hoeveelheid is onbekend): Caro heeft 4 snoepjes. Jan heeft 2 snoepjes meer dan Caro. Hoeveel snoepjes heeft Jan?
-
Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagstukken: getalbereik ≤100 • met de vier basisbewerkingen • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, tijd en geld) types: • vraagstukken op basis van parate kennis • deel-geheelvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief en multiplicatief) • veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het resultaat is onbekend of de verandering is onbekend) • vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, vergeleken hoeveelheid of het verschil is onbekend)Voorbeelden
Veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, de verandering is onbekend) Victor heeft 26 knikkers. Hij krijgt er enkele bij. Nu heeft hij 32 knikkers. Hoeveel kreeg hij erbij? Vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het verschil is onbekend) Hatiçe heeft 60 stickers. Ben heeft 33 stickers. Hoeveel stickers heeft Ben minder dan Hatiçe?
-
Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagstukken: getalbereik ≤1 000 • met de vier basisbewerkingen • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, tijd en geld) types: • deel-geheelvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief en multiplicatief) • vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief) met één rekenstap (het verschil, de vergeleken hoeveelheid of de referentiehoeveelheid is onbekend) • veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief) met één rekenstap (het resultaat, de verandering of de start is onbekend)Voorbeelden
Veranderingsvraagstuk (de start is onbekend): Werner heeft een aantal euro’s in zijn spaarpot. Hij krijgt €32 erbij. Nu heeft hij €247. Hoeveel euro’s had hij eerst? Vergelijkingsvraagstuk (de referentiehoeveelheid is onbekend): Lotje heeft 230 post-its. Ze heeft er 125 minder dan Saskia. Hoeveel post-its heeft Saskia?
-
Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagstukken: natuurlijke getallen: ≤10 000 en met grote getallen met eindnullen positieve rationale getallen: decimale getallen tot op een honderdste (enkel additief), breuken met noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken (enkel additief). • met de vier basisbewerkingen • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, oppervlakte, tijd, geld en temperatuur) • verhoudingen met behulp van een verhoudingstabel: o vaste verhoudingen o gelijkwaardige verhoudingen o ontbrekend verhoudingsgetal o recht evenredige grootheden types: • deel-geheelvraagstukken (additief en multiplicatief) • vergelijkingsvraagstukken (additief en multiplicatief) met één rekenstap • veranderingsvraagstukken binnen de rationale getallen (additief) -
Lossen vraagstukken over gekende leerinhouden op.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagstukken: natuurlijke getallen: ≤10 000 en met grote getallen met eindnullen positieve rationale getallen: decimale getallen tot op een duizendste, breuken met noemer ≤100, procenten • met de vier basisbewerkingen • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume, tijd, geld, temperatuur en hoekgrootte) • met breuken en procenten o een breuk als operator/deel-geheel o groeipercentage o absolute en relatieve vergelijkingen (verhoudingstabel, een breuk of een procent) types: • deel-geheelvraagstukken (additief en multiplicatief) • vergelijkingsvraagstukken (additief en multiplicatief) • veranderingsvraagstukken (additief) • vraagstukken waarbij het percentage (absolute hoeveelheid of het aantal procenten) moet berekend worden -
Lossen vraagstukken over gekende leerinhouden op.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagstukken: natuurlijke getallen: ≤10 000 en grote getallen met eindnullen positieve rationale getallen: Decimale getallen tot op een duizendste, breuken met noemer ≤100, procenten • met de vier basisbewerkingen (inclusief delers, veelvouden en restbepaling) • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume, tijd, geld, temperatuur en hoekgrootte) • met breuken en procenten o een breuk als operator/deel-geheel o groeipercentage o absolute en relatieve vergelijkingen (verhoudingstabel, een breuk of een procent) types: • deel-geheelvraagstukken (additief en multiplicatief) • vergelijkingsvraagstukken (additief en multiplicatief) • veranderingsvraagstukken (additief en multiplicatief) • vraagstukken waarbij het percentage (absolute hoeveelheid of het aantal procenten) moet berekend worden -
Lossen vraagstukken over gekende leerinhouden op.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
Toon MIA, begrippen en voorbeelden
MIA
Vraagstukken: natuurlijke getallen: ≤10 000 en grote getallen met eindnullen positieve rationale getallen: Decimale getallen tot op een duizendste, breuken met noemer ≤100, procenten • over mengsels • over ongelijke verdeling waarbij: o de som en het verschil gegeven zijn o de som en de verhouding van de delen gegeven zijn • over relaties tussen grootheden (zonder en met procenten): o prijsberekeningen: winst-verlies, inkoopprijs of verkoopprijs, korting, prijsstijging, enkelvoudige interest o bruto, netto, tarra o een snelheid (afstand en tijd), o schaal, lengte op schaal en werkelijke lengte • meetkundige figuren waarbij de eigenschappen gebruikt worden. • statistiek met tabellen, grafieken, diagrammen, gemiddelde en mediaan • over verhoudingen met behulp van een verhoudingstabel (ook regel van drie) : o gelijkwaardige verhoudingen o ontbrekende verhoudingsgetal o recht evenredig, omgekeerd evenredig, en niet-evenredige groothedenVoorbeelden
Recht evenredig: tarief (aantal-prijs), loon per eenheid, prijs van producten in combinatie met een andere grootheid (afstand-prijs, massa-prijs, inhoud—prijs), afstand-tijd; debiet (inhoud/volume – tijd) omgekeerd evenredig: werk-tijd, aantal personen-hoeveelheid voedsel per persoon, afstand-snelheid (bij vaste tijd) niet evenredig: aantal-tijd (frequentie), leeftijd en lengte, studietijd en punten op een toets
-
Reflecteren op aanpak, uitvoering en oplossing.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken
-
Beargumenteren de keuze voor een bepaalde aanpak, uitvoering en/of oplossing.
Wiskunde › Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken