Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

11 doelen

CSV downloaden filters wissen

Wiskundige vraagstukken ✕

  1. WI.988 Gebruiken K3 GO!-doel

    Zetten een rekenverhaal en een rekenzin naar elkaar om.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Rekenverhaal:
    Nel wandelt in het park en ziet in de ene vijver 2 eenden en in de andere 3 eenden.
    Hoeveel eenden ziet Nel?
    Rekenzin:
    2 en 3 zijn samen 5.
  2. WI.989 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.6.2; L6 2.6.2

    (De)mathematiseren een wiskundig vraagstuk.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Wiskundig vraagstuk:
    Ik koop in de winkel twee flessen melk (prijs = €2,15 per fles) en een halve kilo peren
    (prijs = €3,2 per kilo). Ik heb maar €5 op zak. Heb ik voldoende?
    Mathematiseren:
    2 x 2,15 = 4,3
    1/2 x 3,2 = 1,6
    4,3 + 1,6 = 5,9
    5,9 > 5
    Demathematiseren:
    Ik moet €5,9 betalen. Dat is meer dan €5. Ik kom dus 90 eurocent te kort om mijn
    aankopen te kunnen betalen
  3. WI.990 Gebruiken L1 L4 2.6.2

    Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstukken:
    getalbereik ≤20
    • met optellen en aftrekken
    • over één grootheid (natuurlijke maten lengte, inhoud, massa, oppervlakte, tijd en
        geld)
    types:
    • vraagstukken op basis van parate kennis
    • deel-geheelvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief)
    • veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het resultaat is
        onbekend)
    • vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (vergeleken hoeveelheid is
        onbekend)

    Voorbeelden

    Veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het resultaat is
    onbekend):
    Hugo heeft 4 knikkers. Hij krijgt er 2 bij. Hoeveel heeft hij er nu?
    Vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, vergeleken
    hoeveelheid is onbekend):
    Caro heeft 4 snoepjes. Jan heeft 2 snoepjes meer dan Caro. Hoeveel snoepjes heeft Jan?
  4. WI.991 Gebruiken L2 L4 2.6.2

    Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstukken:
    getalbereik ≤100
    • met de vier basisbewerkingen
    • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, tijd en geld)
    types:
    • vraagstukken op basis van parate kennis
    • deel-geheelvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief en multiplicatief)
    • veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het resultaat is
        onbekend of de verandering is onbekend)
    • vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, vergeleken
        hoeveelheid of het verschil is onbekend)

    Voorbeelden

    Veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, de verandering is
    onbekend)
    Victor heeft 26 knikkers. Hij krijgt er enkele bij. Nu heeft hij 32 knikkers. Hoeveel kreeg
    hij erbij?
    Vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief, het verschil is
    onbekend)
    Hatiçe heeft 60 stickers. Ben heeft 33 stickers. Hoeveel stickers heeft Ben minder dan
    Hatiçe?
  5. WI.992 Gebruiken L3 L4 2.6.2

    Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstukken:
    getalbereik ≤1 000
    • met de vier basisbewerkingen
    • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, tijd en geld)
    types:
    • deel-geheelvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief en multiplicatief)
    • vergelijkingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief) met één
        rekenstap (het verschil, de vergeleken hoeveelheid of de referentiehoeveelheid is
        onbekend)
    • veranderingsvraagstukken binnen de natuurlijke getallen (additief) met één
        rekenstap (het resultaat, de verandering of de start is onbekend)

    Voorbeelden

    Veranderingsvraagstuk (de start is onbekend):
    Werner heeft een aantal euro’s in zijn spaarpot. Hij krijgt €32 erbij. Nu heeft hij €247.
    Hoeveel euro’s had hij eerst?
    Vergelijkingsvraagstuk (de referentiehoeveelheid is onbekend):
    Lotje heeft 230 post-its. Ze heeft er 125 minder dan Saskia. Hoeveel post-its heeft
    Saskia?
  6. WI.993 Gebruiken L4 L4 2.6.2

    Lossen enkelvoudige vraagstukken over gekende leerinhouden op.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstukken:
    natuurlijke getallen: ≤10 000 en met grote getallen met eindnullen
    positieve rationale getallen: decimale getallen tot op een honderdste (enkel additief),
    breuken met noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    (enkel additief).
    • met de vier basisbewerkingen
    • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, oppervlakte, tijd, geld en temperatuur)
    • verhoudingen met behulp van een verhoudingstabel:
        o vaste verhoudingen
        o gelijkwaardige verhoudingen
        o ontbrekend verhoudingsgetal
        o recht evenredige grootheden
    types:
    • deel-geheelvraagstukken (additief en multiplicatief)
    • vergelijkingsvraagstukken (additief en multiplicatief) met één rekenstap
    • veranderingsvraagstukken binnen de rationale getallen (additief)
  7. WI.994 Gebruiken L5 L6 2.6.2

    Lossen vraagstukken over gekende leerinhouden op.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstukken:
    natuurlijke getallen: ≤10 000 en met grote getallen met eindnullen
    positieve rationale getallen: decimale getallen tot op een duizendste, breuken met
    noemer ≤100, procenten
    • met de vier basisbewerkingen
    • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume, tijd, geld,
        temperatuur en hoekgrootte)
    • met breuken en procenten
        o een breuk als operator/deel-geheel
        o groeipercentage
        o absolute en relatieve vergelijkingen (verhoudingstabel, een breuk of een
          procent)
    types:
    • deel-geheelvraagstukken (additief en multiplicatief)
    • vergelijkingsvraagstukken (additief en multiplicatief)
    • veranderingsvraagstukken (additief)
    • vraagstukken waarbij het percentage (absolute hoeveelheid of het aantal
        procenten) moet berekend worden
  8. WI.995 Gebruiken L6 L6 2.6.2

    Lossen vraagstukken over gekende leerinhouden op.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstukken:
    natuurlijke getallen: ≤10 000 en grote getallen met eindnullen
    positieve rationale getallen: Decimale getallen tot op een duizendste, breuken met
    noemer ≤100, procenten
    • met de vier basisbewerkingen (inclusief delers, veelvouden en restbepaling)
    • over één grootheid (lengte, inhoud, massa, oppervlakte, volume, tijd, geld,
        temperatuur en hoekgrootte)
    • met breuken en procenten
        o een breuk als operator/deel-geheel
        o groeipercentage
        o absolute en relatieve vergelijkingen (verhoudingstabel, een breuk of een
          procent)
    types:
    • deel-geheelvraagstukken (additief en multiplicatief)
    • vergelijkingsvraagstukken (additief en multiplicatief)
    • veranderingsvraagstukken (additief en multiplicatief)
    • vraagstukken waarbij het percentage (absolute hoeveelheid of het aantal
        procenten) moet berekend worden
  9. WI.996 Gebruiken L5 L6 L6 2.6.2

    Lossen vraagstukken over gekende leerinhouden op.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vraagstukken:
    natuurlijke getallen: ≤10 000 en grote getallen met eindnullen
    positieve rationale getallen: Decimale getallen tot op een duizendste, breuken met
    noemer ≤100, procenten
    • over mengsels
    • over ongelijke verdeling waarbij:
        o de som en het verschil gegeven zijn
        o de som en de verhouding van de delen gegeven zijn
    • over relaties tussen grootheden (zonder en met procenten):
        o prijsberekeningen: winst-verlies, inkoopprijs of verkoopprijs, korting,
          prijsstijging, enkelvoudige interest
        o bruto, netto, tarra
        o een snelheid (afstand en tijd),
        o schaal, lengte op schaal en werkelijke lengte
    • meetkundige figuren waarbij de eigenschappen gebruikt worden.
    • statistiek met tabellen, grafieken, diagrammen, gemiddelde en mediaan
    • over verhoudingen met behulp van een verhoudingstabel (ook regel van drie) :
        o gelijkwaardige verhoudingen
        o ontbrekende verhoudingsgetal
        o recht evenredig, omgekeerd evenredig, en niet-evenredige grootheden

    Voorbeelden

    Recht evenredig:
    tarief (aantal-prijs), loon per eenheid, prijs van producten in combinatie met een andere
    grootheid (afstand-prijs, massa-prijs, inhoud—prijs), afstand-tijd; debiet (inhoud/volume
    – tijd)
    omgekeerd evenredig:
    werk-tijd, aantal personen-hoeveelheid voedsel per persoon, afstand-snelheid (bij vaste
    tijd)
    niet evenredig:
    aantal-tijd (frequentie), leeftijd en lengte, studietijd en punten op een toets
  10. WI.997 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.6.2; L6 2.6.2

    Reflecteren op aanpak, uitvoering en oplossing.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken

  11. WI.998 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.6.2; L6 2.6.2

    Beargumenteren de keuze voor een bepaalde aanpak, uitvoering en/of oplossing.

    Wiskunde Probleemoplossend denken en vraagstukken › Wiskundige vraagstukken