Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

54 doelen

CSV downloaden filters wissen

Vermenigvuldigen en delen ✕

  1. WI.327 Gebruiken K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.2

    Nemen een hoeveelheid een aantal keer.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    keer nemen, het dubbel
  2. WI.328 Begrijpen K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.3

    Verwoorden hoeveel keer ze gelijke groepjes hebben.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    verdelen, (gelijke) groepjes maken, evenveel, de helft

    Voorbeelden

    Er zijn 6 knikkers. In elk zakje gaan 2 knikkers.
    Ibrahim maakt groepjes van telkens 2 knikkers en telt hoeveel groepjes hij kan maken:
    “2 knikkers in het eerste zakje, 2 in het tweede zakje, 2 in het derde zakje. Ik heb 3
    groepjes van 2. Dus 6 knikkers kan ik verdelen in 3 groepjes van 2.”
  3. WI.329 Begrijpen K3 L1 KO 2.2.1; KO 2.2.2; L4 2.2.3

    Verwoorden hoeveel elk groepje krijgt bij een gelijke verdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getalbereik:
    ≤ 10

    Te hanteren begrippen

    eerlijk verdelen

    Voorbeelden

    Jasper zegt: “Ik heb 8 knikkers en verdeel ze over 2 vrienden. Elke vriend krijgt 4
    knikkers.”
  4. WI.330 Gebruiken L2 L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het product.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Product:
    ≤ 20
    
    Bepalen:
    via de herhaalde optelling
    
    Wiskundige notatie:
    x

    Te hanteren begrippen

    maal, keer
  5. WI.331 Gebruiken L2 L4 2.2.3; L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt van een verhoudingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltal:
    ≤ 20
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking
    
    Wiskundige notatie:
    :

    Te hanteren begrippen

    gedeeld door
  6. WI.332 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.2

    Herkennen het vermenigvuldigen als keerhandeling en als rooster.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Keerhandeling (groepjesmodel):
    Ik neem 6 zakjes met in elk zakje 3 stickers. Hoeveel stickers heb ik? Dus 6 x 3 = 18
    Rooster (rechthoekmodel):
    Een moestuin heeft 4 rijen met 9 planten in elke rij. Hoeveel planten zijn er? Dus 4 x 9 =
    36
  7. WI.333 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.9; L4 2.2.10

    Verwoorden dat de vermenigvuldiging de omgekeerde bewerking van de deling is en omgekeerd.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de omgekeerde bewerking
  8. WI.334 Begrijpen L2 L3 L4 2.2.12

    Verwoorden dat een opgaande deling geen rest heeft en een niet-opgaande wel.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

  9. WI.335 Begrijpen L2 L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.10

    Verwoorden dat bij een verhoudingsdeling de deler het aantal per groep en het quotiënt het aantal groepjes aangeeft.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    delen, de deler, het deeltal, het quotiënt

    Voorbeelden

    Verhoudingsdeling:
    Fien heeft 24 speelkaarten. Elke deelnemer krijgt 4 kaarten. Hoeveel deelnemers
    kunnen er dan maximaal deelnemen?
  10. WI.336 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.9; L4 2.2.10; L4 2.2.18

    Bepalen het product.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Product:
    ≤ 100
    
    Bepalen:
    via de herhaalde optelling

    Te hanteren begrippen

    vermenigvuldigen, de factor, de vermenigvuldiger, het vermenigvuldigtal, het product
  11. WI.337 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.9; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt en de rest van een verhoudingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Quotiënt:
    deeltal ≤ 100
    
    Verhoudingsdeling:
    • opgaande
    • niet-opgaande
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking

    Te hanteren begrippen

    de rest, de (niet-) opgaande deling
  12. WI.338 Begrijpen L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4

    Verwoorden dat bij de verdelingsdeling dat de deler het aantal groepjes is en het quotiënt het aantal per groep.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Verdelingsdeling (met link naar verhoudingsdeling):
    Fien verdeelt 24 speelkaarten eerlijk onder 6 leerlingen en kijkt hoeveel ieder er krijgt
    (=4). (Ze kan ook tellen hoe vaak ze 4 speelkaarten kan uitdelen (=6))
  13. WI.339 Gebruiken L3 L4 L4 2.2.3; L4 2.2.4; L4 2.2.9; L4 2.2.18

    Bepalen het quotiënt en de rest van een verdelingsdeling.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Quotiënt:
    deeltal ≤ 100
    
    Verdelingsdeling:
    • opgaande
    • niet-opgaande
    
    Bepalen:
    via de herhaalde aftrekking
  14. WI.340 Begrijpen L4 L4 2.2.2

    Herkennen het vermenigvuldigen als vergelijking en combinatie.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Betekenis vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Vergelijking:
    • Ruben heeft 3 keer zoveel stripboeken als Ercan. Ercan heeft er 18. Hoeveel
        stripboeken heeft Ruben?
    Combinatie:
    • Je hebt 4 soorten soep en 5 verschillende broodjes, hoeveel verschillende
        maaltijden kun je samenstellen?
  15. WI.341 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de maaltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maaltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  16. WI.342 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de maaltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maaltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  17. WI.343 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde aftrekking
  18. WI.344 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde aftrekking
  19. WI.345 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  20. WI.346 Gebruiken L3 L4 2.2.17

    Lossen de deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deeltafels:
    • van 3
    • van 4
    • van 6
    • van 7
    • van 8
    • van 9
    
    Oplossen:
    via de herhaalde optelling
  21. WI.347 Gebruiken L2 L4 2.2.17

    Lossen de maal- en deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Maal- en deeltafels:
    • van 2
    • van 5
    • van 10
    
    Oplossen:
    via parate kennis van de rekenfeiten
    • inclusief verwisseleigenschap
  22. WI.348 Gebruiken L3 L4 2.2.22

    Lossen maaltafels op met steunpunten en strategieën.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Strategieën:
    • één keer meer/minder
    • twee keer meer/minder
    • verdubbelen/halveren
  23. WI.349 Gebruiken L3 L4 2.2.9

    Lossen de maaltafels op door gebruik te maken van de inverse relatie tussen vermenigvuldigen en delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Inverse relatie:
    3 x 7 = 21 7 x 3 = 21
    21 ÷ 7 = 3 21 ÷ 3 =
  24. WI.350 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 2.2.17

    Lossen alle maal- en deeltafels op.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Maal- en deeltafels

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Oplossen:
    door elkaar
    via parate kennis van de rekenfeiten (maal- en deeltafels 1, 2, ..., 10)
    inclusief verwisseleigenschap
  25. WI.351 Gebruiken L3 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • E x TE

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 12 = (3 x 10) + (3 x 2)
        = 30 + 6
        = 36
  26. WI.352 Gebruiken L4 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • E x HTE

    Te hanteren begrippen

    Splitsen, verdelen

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 224 = (3 x 200) + (3 x 20) + (3 x 4)
          = 600 + 60 + 12
          = 672
  27. WI.353 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Delen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • zonder rest
    • met rest
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E

    Voorbeelden

    Delen:
    676 ÷ 3 = (600 ÷ 3) + (60 ÷ 3) + (15 ÷ 3) + R1
        = 200 + 20 + 5 R1
        = 225 R1
  28. WI.354 Gebruiken L4 L4 2.2.19

    Vermenigvuldigen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    TE x TE

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    23 x 46 = (20 x 46) + (3 x 46)
          = 920 + 138
          = 1 058
  29. WI.355 Gebruiken L4 L6 2.2.10

    Delen via splitsen en verdelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    TE ÷ TE

    Voorbeelden

    Delen:
    92 ÷ 12 = (60 ÷ 12) + (32 ÷ 12)
          = 5 + 2 R8
          = 7 R8
  30. WI.356 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Vermenigvuldigen met overbrugging via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • (T)E x HTE
    • x 5 = x 10 ÷ 2 = ÷ 2 x 10
    • x 50 = x 100 ÷ 2 = ÷ 2 x 100
    • x 25 = x 100 ÷ 4 = ÷ 4 x 100

    Te hanteren begrippen

    compenseren

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    9 X 237 = (10 x 237) - (1x 237)
          = 2 370 – 237
          = 2 133
    32 x 5 = (32 x 10) : 2
        = 320 : 2
        = 160
  31. WI.357 Gebruiken L4 L4 2.2.22

    Delen met overbrugging via indirect compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • HTE ÷ (T)E
    • ÷ 5 = ÷ 10 x 2 = x 2 ÷ 10
    • ÷ 50 = ÷ 100 x 2 = x 2 ÷ 100
    • ÷ 25 = ÷ 100 x 4 = x 4 ÷ 100

    Voorbeelden

    Indirect compenseren:
    585 ÷ 3 = (600 ÷ 3) – (15 ÷ 3)
          = 200 – 5
          = 195
    395 ÷ 5 = (400 ÷ 5) - (5 ÷ 5)
          = (800 ÷ 10) – (5 ÷ 5)
          = 80 - 1
          = 79
    3600 ÷ 50= (3600: 100) x 2
            = 36 x 2
            = 72
  32. WI.358 Gebruiken L4 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.19; L4 2.2.22; L6 2.2.9

    Vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald optellen (tellen met sprongen)
          o splitsen en verdelen (distributiviteit)
          o naar analogie van de tafels
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Verdubbelen (x 2; x 4; x8):
    825 x 8 = .
    825 x 2 = 1 650
    1 650 x 2 = 3 300
    3 300 x 2 = 6 600
    825 x 8 = 6 600
  33. WI.359 Gebruiken L4 L4 2.2.14; L4 2.2.18; L4 2.2.22; L6 2.2.9

    Delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald aftrekken (tellen met sprongen)
          o naar analogie van de tafels
          o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling
          o één keer meer, één keer minder, halveren
          o indirect compenseren

    Voorbeelden

    Halveren (÷ 2, ÷ 4, ÷ 8):
    3 240 ÷ 8 = .
    3 240 ÷ 2 = 1 620
    1 620 ÷ 2 = 810
    810 ÷ 2 = 405
    3 240 ÷ 8 = 405
  34. WI.360 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.2

    Illustreren dat het product van twee getallen gelijk blijft bij vermenigvuldigen van de ene factor en delen van de andere met hetzelfde getal.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

  35. WI.361 Begrijpen L5 L6 L6 2.2.2

    Illustreren dat het quotiënt van twee getallen gelijk blijft als deeltal en deler met hetzelfde getal worden gedeeld of vermenigvuldigd (rest verandert wel).

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

  36. WI.362 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Vermenigvuldigen via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • ook grote getallen met eindnullen
    • (T)E x HTE

    Voorbeelden

    Direct compenseren:
    12 x 45 = 6 x 90
          = 540
  37. WI.363 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10

    Delen via direct compenseren.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    hoofdrekenen
    • ook grote getallen met eindnullen
    • HTE ÷ (T)E

    Voorbeelden

    Direct compenseren:
    450 ÷ 15 = 150 ÷ 5
            = 30
  38. WI.364 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Vermenigvuldigen door een factor te ontbinden in factoren en te schakelen of van plaats te wisselen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 200 = 3 x (2 x 100)
          = (3 x 2) x 100
          = 6 x 100
          = 600
    32 x 125 = (4 x 8) x 125
          = 4 x (8 x 125)
          = 4 x 1 000
          = 4 000
    32 x 125 = 8 x 4 x 125
          = 8 x 125 x 4
          = 1 000 x 4
          = 4 000
  39. WI.365 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Delen door de deler te ontbinden in factoren en te schakelen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen

    Voorbeelden

    Delen:
    6 000 ÷ 3 000 = (6 000 ÷ 1 000) ÷ 3
              = 6 ÷ 3
              = 2
    1 424 ÷ 4 = (1 424 ÷ 2) ÷ 2
          = 712 ÷ 2
          = 356
  40. WI.366 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald optellen (tellen met sprongen)
          o splitsen en verdelen (distributiviteit)
          o naar analogie van de tafels
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren.
          o indirect compenseren
          o direct compenseren
          o een factor ontbinden in factoren
  41. WI.367 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.6; L6 2.2.10; L6 2.2.11

    Delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Hoofdrekenen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000 en met grote getallen met eindnullen
    hoofdrekenen
    • door een keuze uit:
          o herhaald aftrekken (tellen met sprongen)
          o naar analogie van de tafels
          o distributiviteit toepassen bij een opgaande deling
          o één keer meer, één keer minder, verdubbelen, halveren.
    o indirect compenseren
    o direct compenseren
    o een factor te ontbinden in factoren
  42. WI.368 Gebruiken L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Vermenigvuldigen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 1 000
    • TE x E
    • HTE x E
  43. WI.369 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Vermenigvuldigen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    product ≤ 10 000
    • x E
    • x TE
  44. WI.370 Begrijpen L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Herkennen bij het cijferen of een deling een opgaande deling of een niet-opgaande deling is.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Deling:
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E
  45. WI.371 Gebruiken L4 L4 2.2.15; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Delen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 1 000
    • TE ÷ E
    • HTE ÷ E
    • zonder rest
    • met rest
  46. WI.372 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.5; L6 2.2.19; L6 2.2.20

    Delen cijferend.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Vermenigvuldigen en delen natuurlijke getallen › Cijferen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    quotiënt ≤ 10 000
    • ÷ (T)E
    • zonder rest
    • met rest
  47. WI.373 Gebruiken L2 L3 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L4 2.2.22

    Passen de verwisseleigenschap (commutativiteit) toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Commutativiteit:
    In een vermenigvuldiging mag je de factoren van plaats wisselen zonder dat hierdoor
    het product verandert.

    Te hanteren begrippen

    van plaats wisselen

    Voorbeelden

    Commutativiteit:
    • 22 x 3 = 3 x 22
  48. WI.374 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.17

    Passen bij de vermenigvuldiging de eigenschappen toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Eigenschappen:
    • de nul-eigenschap of opslorpend element: Als je een getal vermenigvuldigt met nul
        is het product gelijk aan nul.
    • de één-eigenschap of neutraal element: Als je een getal vermenigvuldigt met één is
        het product gelijk aan het getal zelf.
  49. WI.375 Gebruiken L4 L4 2.2.21; L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • x 10
    • x 100
    • x 1 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    3 x 2 000 = 3 x 2D en dus 3 nullen toevoegen = 6 000.
  50. WI.376 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het vermenigvuldigen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    • x 10 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Vermenigvuldigen:
    • Dylan van het vijfde leerjaar lost volgende bewerking op: 5 x 10 000 = 5 x 1TD en
        dus nullen toevoegen = 50 000
    • Bilitis van het zesde leerjaar lost volgende bewerking op: 300 x 20 000 = 3H x 2TD en
        dus zes nullen toevoegen = 6 000 000.
  51. WI.377 Gebruiken L4 L4 2.2.21

    Passen de nulregel toe bij het delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen
    • ÷ 10
    • ÷ 100
    • ÷ 1 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Delen:
    9 000 ÷ 3 = 9D ÷ 3
            = 3D
            = 3 000
  52. WI.378 Gebruiken L5 L6 L6 2.2.9

    Passen de nulregel toe bij het delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Delen:
    hoofdrekenen
    • ÷ 10 000
    
    Toepassen:
    via inzicht in plaatswaarde

    Voorbeelden

    Delen:
    90 000 ÷ 3 = 9TD ÷ 3
            = 3TD
            = 30 000
  53. WI.379 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.2.8; L4 2.2.10; L6 2.2.2

    Passen bij de vermenigvuldiging en de deling de eigenschappen toe.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vermenigvuldigen:
    hoofdrekenen
    
    Eigenschappen vermenigvuldiging:
    • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een vermenigvuldiging de factoren
        in een som of een verschil splitsen zonder dat het product wijzigt.
    • schakelen (associativiteit): Je mag bij een vermenigvuldiging met meer dan 2
        factoren kiezen welke factoren je eerst vermenigvuldigt, zonder dat het product
        wijzigt.
    • verwisseleigenschap (commutativiteit)
    
    Eigenschappen deling:
    • splitsen en verdelen (distributiviteit): Je mag bij een deling enkel het deeltal splitsen
        in een som of een verschil zonder dat het quotiënt wijzigt.

    Te hanteren begrippen

    splitsen, verdelen, schakelen, (aaneen)schakelen

    Voorbeelden

    Splitsen en verdelen:
    3 x 42 = 3 x (40 + 2)
        = (3 x 40) + (2 x 40)
        = 120 +6
        = 126
    720 ÷ 6 = (600 + 120) ÷ 6
          = (600 ÷ 6) + (120 ÷ 6)
          = 100 + 20
          = 120
    Van plaats wisselen en schakelen:
    5 x 16 x 2 = 5 x 2 x 16
            = (5 x 2) x 16
            = 10 x 16
            = 160
  54. WI.380 Engageren L2 L3 L4 L5 L6 L4 2.2.29; L6 2.2.23

    Zetten de omgekeerde bewerking in als controlestrategie bij vermenigvuldigen en delen.

    Wiskunde Bewerkingen › Vermenigvuldigen en delen › Eigenschappen vermenigvuldigen en delen