Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

41 doelen

CSV downloaden filters wissen

Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) ✕

  1. NL.513 Begrijpen K2 K3 KO 1.4.4

    Illustreren rijm in verschillende contexten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    In verschillende contexten:
    • rijmpje, raadsel, liederen

    Te hanteren begrippen

    het rijm, rijmen
  2. NL.514 Begrijpen K3 L1 KO 1.4.4; L4 1.4.8

    Illustreren de woordopbouw van klank tot woord.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordopbouw:
    de klank, de letter, de klankgroep, het woord, het woorddeel

    Te hanteren begrippen

    de klank, de letter, de klankgroep, het woord, het woorddeel
  3. NL.515 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.4.7

    Illustreren de uitspraak van klanken in het Standaardnederlands.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klanken:
    korte klanken, lange klanken, tweetekenklanken en medeklinkers

    Te hanteren begrippen

    de korte klank, de lange klank, de tweetekenklinker, de klinker, de medeklinker, de
    uitspraak
  4. NL.516 Gebruiken K2 K3 KO.; 1.4.5

    Passen basiselementen van taalsysteem toe in spelsituaties.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Basiselementen van taalsysteem:
    klanken, klankgroepen, rijm, letter- en cijfersymbolen, klanktekenkoppeling, woorden
  5. NL.517 Engageren L4 L4 1.4.8; L4 1.4.11

    Reflecteren op het alfabetisch principe en de klanktekenkoppeling.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Klanken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het alfabetisch principe
    Het alfabetisch principe is het inzicht dat gesproken woorden zijn opgebouwd uit
    afzonderlijke klanken en dat die klanken in geschreven taal worden weergegeven door
    letters of lettercombinaties.
    
    Klanktekenkoppeling
    De klanktekenkoppeling is het kunnen koppelen van een gesproken klank aan het
    bijbehorende letterteken en omgekeerd (een letterteken herkennen en de bijbehorende
    klank uitspreken).

    Te hanteren begrippen

    het alfabetisch principe, de klanktekenkoppeling
  6. NL.518 Begrijpen K3 L4 1.4.8

    Herkennen interpunctietekens en hoofdletters in een gelezen tekst.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpunctietekens en hoofdletters:
    • de kleine letter
    • de hoofdletter
    • het punt
  7. NL.519 Begrijpen L1 L4 1.4.8

    Benoemen hoofdletters in een gelezen tekst.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de kleine letter, de hoofdletter
  8. NL.520 Begrijpen L1 L4 1.4.8

    Benoemen interpunctietekens in een tekst.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    inclusief functie
    
    Interpunctietekens:
    het punt

    Te hanteren begrippen

    het leesteken, het punt
  9. NL.521 Begrijpen L1 L2 L4 1.4.8

    Benoemen interpunctietekens in een tekst.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    inclusief functie
    
    Interpunctietekens:
    het uitroepteken, het vraagteken

    Te hanteren begrippen

    het uitroepteken, het vraagteken
  10. NL.522 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.4.8

    Benoemen interpunctietekens in een tekst.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    inclusief functie
    
    Interpunctietekens:
    het dubbele punt, de komma

    Te hanteren begrippen

    het dubbele punt, de komma
  11. NL.523 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.5

    Benoemen interpunctietekens in een tekst.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    inclusief functie
    
    Interpunctietekens:
    de dubbele aanhalingstekens, de haakjes

    Te hanteren begrippen

    de dubbele aanhalingstekens, de haakjes
  12. NL.524 Begrijpen L1 L2 L3 L4 1.4.8

    Benoemen de witruimte tussen woorden als spatie.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    Inclusief functie

    Te hanteren begrippen

    de spatie
  13. NL.525 Begrijpen L4 L4 1.4.8

    Benoemen de kantlijn op gelijnd papier.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Benoemen:
    inclusief functie

    Te hanteren begrippen

    de kantlijn
  14. NL.526 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.5

    Benoemen woordtekens.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Interpunctietekens, woordtekens en hoofdletters

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordtekens:
    het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent, soorten afkortingen

    Te hanteren begrippen

    het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent, de afkorting
  15. NL.527 Begrijpen L1 L4 1.4.9

    Benoemen woordsoorten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    • eigennamen
    • lidwoorden
    • telwoorden

    Te hanteren begrippen

    de eigennaam, het lidwoord, het telwoord
  16. NL.528 Begrijpen L1 L2 L4 1.4.9

    Begrijpen in leessituaties de taalverrijkende functie van bijvoeglijke naamwoorden.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

  17. NL.529 Begrijpen L2 L3 L4 1.4.9

    Benoemen woordsoorten en woordvormen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    • zelfstandige naamwoorden
    • bijvoeglijke naamwoorden
    • voorzetsels
    
    Woordvormen:
    • verkleinwoorden

    Te hanteren begrippen

    het bijvoeglijk naamwoord, het zelfstandig naamwoord, het voorzetsel, het verkleinwoord
  18. NL.530 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.4.9; L6 1.4.7

    Benoemen woordsoorten en woordvormen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    • voegwoorden
    • werkwoorden
    
    Woordvormen:
    • verkleinwoorden

    Te hanteren begrippen

    het voegwoord, het werkwoord
  19. NL.531 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.6

    Benoemen woordsoorten.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordsoorten:
    voornaamwoorden

    Te hanteren begrippen

    het voornaamwoord
  20. NL.532 Begrijpen L5 GO!-doel

    Herkennen een werkwoord met een vast voorzetsel.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Werkwoord met een vast voorzetsel:
    • zich bemoeien met
    • genieten van
  21. NL.533 Begrijpen L3 L4 L4 1.4.9

    Beschrijven de onvoltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het werkwoord, de tegenwoordige tijd
  22. NL.534 Begrijpen L3 L4 L4 1.4.9

    Beschrijven de onvoltooid verleden tijd van het werkwoord.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de verleden tijd
  23. NL.535 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.4.9

    Beschrijven de voltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

  24. NL.536 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L4 1.4.9

    Beschrijven de voltooid verleden tijd van het werkwoord.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

  25. NL.537 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.6

    Beschrijven de toekomende tijd van het werkwoord.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de toekomende tijd
  26. NL.538 Begrijpen L3 L4 L5 L6 L6 1.4.6

    Beschrijven het voltooid deelwoord.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het voltooid deelwoord
  27. NL.539 Begrijpen L3 L4 L4 1.4.9; L6 1.4.7

    Beschrijven de vorming van werkwoorden.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden:
    • de tegenwoordige tijd
    • de verleden tijd

    Te hanteren begrippen

    de stam, de uitgang, de infinitief, de vervoeging
  28. NL.540 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.6; L6 1.4.8

    Beschrijven de vorming van werkwoordsvormen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werkwoordsvormen:
    • de toekomende tijd
    • de gebiedende wijs
  29. NL.541 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.4.9; L4 1.4.11; L6 1.4.6; L6 1.4.9

    Analyseren woorden.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: woordsoorten en werkwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woorden:
    • woordvorming
    • woordsoorten
    • werkwoorden
  30. NL.542 Begrijpen L1 L4 1.4.10

    Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • de mededelende zin, de vragende zin
    
    Structuur:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin

    Te hanteren begrippen

    de zin, de mededelende zin
  31. NL.543 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.4.10

    Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin
    
    Structuur:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin

    Te hanteren begrippen

    de mededelende zin, de vragende zin, de uitroepende zin
  32. NL.544 Begrijpen L5 L6 1.4.8

    Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Soorten zinnen:
    • ontkennende zin
    • enkelvoudige en samengestelde zinnen
    
    Structuur:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin

    Te hanteren begrippen

    de ontkennende zin, de enkelvoudige zin, de samengestelde zin
  33. NL.545 Begrijpen L6 L6 1.4.8

    Beschrijven de structuur van verschillende soorten zinnen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • Soorten zinnen: gebiedende wijs
    
    Structuur:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin

    Te hanteren begrippen

    de gebiedende wijs
  34. NL.546 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Herkennen dat zinnen uit woorden bestaan.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Zinnen:
    • Iemand trekt de startkaart met een prent van een poes en zegt: ‘De poes’. De volgende
        trekt de kaart met een afbeelding van ‘zitten’ en zegt ‘zit’, de volgende trekt de kaart
        met een afbeelding van ‘op’, de laatste trekt de kaart met ‘de stoel.’ De leraar vraagt:
        Hoe is de volledige zin? “De poes zit op de stoel.” De leraar vraagt vervolgens: “Hoe
        kunnen we deze zin “De poes zit op de stoel.” nog langer maken?”
    • “Hoor het woord in de zin”: de leraar toont een prent van een hond en zegt: “Ik ga een
        paar zinnen zeggen. Als je het woord ‘hond’ in een zin hoort dan roep je ‘waf’.
  35. NL.547 Begrijpen L3 L4 L4 1.4.10

    Benoemen het onderwerp en de persoonsvorm in een zin.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de zin, het onderwerp, de persoonsvorm

    Voorbeelden

    Onderwerp en persoonsvorm:
    • Hij speelt buiten. ‘Speelt’ is de persoonsvorm. ‘Hij’ is het onderwerp
    • Hugo kijkt zijn werk grondig na. ‘Kijkt ... na’ is de persoonsvorm. ‘Hugo’ is het
        onderwerp.
  36. NL.548 Begrijpen L4 L4 1.4.10

    Benoemen het gezegde in een zin.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gezegde:
    • wat er gebeurt
    • wat iemand doet

    Te hanteren begrippen

    het gezegde, het zinsdeel
  37. NL.549 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.8

    Benoemen het lijdend voorwerp in een zin.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lijdend voorwerp:
    wat (of wie)? + gezegde + onderwerp

    Te hanteren begrippen

    het lijdend voorwerp
  38. NL.550 Begrijpen L5 L6 L6 1.4.8

    Benoemen het meewerkend voorwerp in een zin.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meewerkend voorwerp:
    aan/voor wie? + gezegde + onderwerp?

    Te hanteren begrippen

    het meewerkend voorwerp
  39. NL.551 Begrijpen L6 L6 1.4.8

    Benoemen het naamwoordelijk gezegde in een zin.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Naamwoordelijk gezegde:
    koppelwerkwoord + bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord dat iets over het
    onderwerp zegt

    Te hanteren begrippen

    het naamwoordelijk gezegde

    Voorbeelden

    Naamwoordelijk gezegde:
    • Tom is gelukkig. ‘Is gelukkig’ is het naamwoordelijk gezegde.
    • Die foto lijkt nep. ‘Lijkt nep’ is het naamwoordelijk gezegde
  40. NL.552 Begrijpen L6 L6 1.4.8

    Benoemen het werkwoordelijk gezegde in een zin.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Werkwoordelijk gezegde:
    alle werkwoorden in de zin die samen aangeven wat er gebeurt of wordt gedaan

    Te hanteren begrippen

    het werkwoordelijk gezegde

    Voorbeelden

    Werkwoordelijk gezegde
    • Wij hebben een boek gelezen. ‘hebben gelezen’ is het werkwoordelijk gezegde.
    • Wat heb ik goed geslapen! ‘heb geslapen’ is het werkwoordelijk gezegde.
  41. NL.553 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.4.10; L4 1.4.11; L6 1.4.8; L6 1.4.9

    Analyseren zinnen en zinsdelen.

    Nederlands Taalsysteem en taalgebruik › Taalsysteem (klanken, interpunctietekens en woordtekens, grammatica) › Grammatica: zinnen en zinsdelen