Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

104 doelen

CSV downloaden filters wissen

Positieve rationale getallen ✕

  1. WI.161 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16

    Verdelen een geheel op verschillende manieren in vier gelijke delen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verdelen:
    dezelfde vorm en oppervlakte of verschillende vorm en dezelfde oppervlakte

    Te hanteren begrippen

    het (on)gelijke deel, het geheel, de (ver)deling
  2. WI.162 Begrijpen L3 L4 2.1.16

    Verwoorden de samenhang tussen helft, kwart en dubbel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De samenhang:
    • twee helften/vier kwarten vormen samen het geheel
    • een kwart is de helft van de helft
    • de helft is het dubbel van een kwart

    Te hanteren begrippen

    het kwart, de helft, het dubbel
  3. WI.163 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16; L4 2.1.17

    Bepalen het verband tussen geheel, deel en breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gelijke delen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Het verband:
    met behulp van een schematische voorstelling
    • bij een gegeven geheel en deel, de breuk vinden
    • bij een gegeven geheel en breuk, het deel zoeken
    • bij een gegeven deel en breuk, het geheel zoeken
  4. WI.164 Begrijpen L3 L4 2.1.12

    Herkennen een stambreuk als één gelijk deel van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuk:
    noemer ≤ 20
    
    Herkennen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    het gelijke deel
  5. WI.165 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Lezen een stambreuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuk:
    noemer ≤ 20
    • met schuine (1/4) breukstreep
                    1
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    4
  6. WI.166 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een stambreuk (noemer ≤ 20) van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Nemen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    de breuk, de stambreuk, het breukdeel, de teller, de noemer, breukstreep (÷, /), een
    derde, een vijfde, een zesde

    Voorbeelden

    1
    • Jolien kleurt van de tekening in het groen.
                3
                  1
    • Baziel neemt van de taart.
                  4
  7. WI.167 Begrijpen L3 L4 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van een breukdeel relatief is tot de grootte van het geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lieve eet de helft van taart A, Bas de helft van taart B, ook al eten ze allebei een halve
    taart (relatief), toch hangt de hoeveelheid af van de grootte van de taart (absoluut).
  8. WI.168 Begrijpen L3 L4 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van de breukdelen relatief is tot het aantal breukdelen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    In hoe meer stukken Jowan de reep chocolade verdeelt, hoe kleiner de stukken zijn.
  9. WI.169 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Vergelijken stambreuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuken:
    noemer ≤ 20
    
    Wiskundige notatie
    • ÷
    • >, <, =, ≠
  10. WI.170 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Seriëren stambreuken oplopend en aflopend.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Stambreuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Stambreuken:
    noemer ≤ 20
    Wiskundige notatie
    ÷
  11. WI.171 Begrijpen L3 L4 2.1.12; L4 2.1.16

    Herkennen een echte breuk als één of meer gelijke delen van een continu geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Herkennen:
    in oppervlaktemodellen en strookmodellen

    Te hanteren begrippen

    de echte breuk
  12. WI.172 Gebruiken L3 L4 L4 2.1.18

    Lezen een echte breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    • met schuine (1/4) breukstreep
                    1
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    4
  13. WI.173 Gebruiken L3 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)

    Voorbeelden

    3
    Jonathan kleurt van de tekening in het geel.
                5
              2
    Bavo neemt van een cake.
              6
  14. WI.174 Gebruiken L4 L4 2.1.12; L4 2.1.17; L4 2.1.18

    Nemen een echte breuk van een geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuk:
    noemer ≤ 20
    
    Het geheel:
    • is continu (in oppervlaktemodellen en strookmodellen)
    • is een aantal
    • is een getal

    Voorbeelden

    Aantal:
                  3
    Jonathan omcirkelt van 20 getekende boeken. En dus omcirkelt hij 12 delen.
                  5
    Getal:
              2
    Bavo neemt van 12 appels. Hij neemt dus 4 appels.
              6
  15. WI.175 Begrijpen L3 L4 2.1.12

    Drukken een6 geheel uit als een breuk of als 1.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

  16. WI.176 Gebruiken L3 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie
    • ÷
    • >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Vergelijking:
        2 2
    • <
        5 3
        3 6
    • <
        10 10
  17. WI.177 Begrijpen L3 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20
    • met dezelfde noemer (gelijknamige breuken)
    • met dezelfde teller
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, =, ≠

    Voorbeelden

    Ordenen:
        2 2 2
    • < <
        4 3 2
        1 2 3
    • < <
        10 10 10
  18. WI.178 Begrijpen L3 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20

    Te hanteren begrippen

    de (on)gelijknamig(e) breuk
  19. WI.179 Gebruiken L3 L4 2.1.13; L4 2.1.18

    Plaatsen gelijknamige breuken ≤ 1 op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijknamige breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Getallenas:
    voorgestructureerd
    ≤ 1
  20. WI.180 Begrijpen L4 L4 2.1.16; L4 2.1.18

    Herkennen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken

    Te hanteren begrippen

    de gelijkwaardige breuk

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 5
    • =
        20 100
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  21. WI.181 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuk:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        1 25
    • =
        2 50
        1 2 4
    • = =
        2 4 8
  22. WI.182 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L6 2.1.18

    Vergelijken gerelateerde breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gerelateerde breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
    door de breuken gelijknamig te maken
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    4 7
    Thomas vraagt zich af: " Is groter, kleiner of gelijk aan ?”
                        5 10
            4 7
    Hij zegt: " en zijn gerelateerde breuken want de noemers zijn veelvouden van elkaar.
            5 10
    Ik maak de breuken gelijknamig op noemer 10 door bij de eerste breuk teller en noemer
                            4 8 8 7 4 7
    met 2 te vermenigvuldigen, dus = en is groter dan dus > ”
                            5 10 10 10 5 10
  23. WI.183 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠

    Voorbeelden

    6 3 6
    Anaël wil graag weten: “Is groter, kleiner of gelijk aan ?” Ze zegt: “ is iets meer dan
                        9 8 9
            3 6 3
    de helft en is iets minder dan de helft dus > "
            8 9 8
  24. WI.184 Begrijpen L4 L4 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 20 of breuken die te vereenvoudigen zijn tot deze breuken
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  25. WI.185 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Geven breuken weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Weergeven:
    • met een schematische voorstelling
                    9
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    81
  26. WI.186 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Lezen breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Lezen:
    • met schuine (4/48) breukstreep
                    4
    • met horizontale ( ) breukstreep
                    48
  27. WI.187 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vormen gelijkwaardige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gelijkwaardige breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vormen:
    door de teller en de noemer te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    Gelijkwaardige breuken:
        2 4 6
    • = =
        9 18 27
  28. WI.188 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Zetten echte breuken om naar gelijknamige breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    met willekeurige noemers
    
    Omzetten:
    via de kleinste gemeenschappelijke veelvoud (KGV) van beide noemers (noemer ≤ 100)
    
    Voorbeeld:
                      5 3
    Loena wil de breuken en gelijknamig maken.
                    12 8
    Ze zegt: "Ik zoek het kleinste gemeenschappelijke veelvoud van 12 en 8. Dat is 24.
              5 4 3 9
    Dan maak ik = en = . Nu hebben ze dezelfde noemer en zijn ze gelijknamig."
              12 24 8 24
  29. WI.189 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18; L6 2.1.3

    Vereenvoudigen een breuk.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een breuk:
    noemer ≤ 100
    
    Vereenvoudigen:
    teller en noemer delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Te hanteren begrippen

    vereenvoudigen

    Voorbeelden

    9
    Yasmine zegt: "Ik wil vereenvoudigen. De grootste gemeenschappelijke deler van 9 en
                    12
                                    9 3
    12 is 3. Ik deel teller en noemer door 3. Dus = . Ik heb de breuk vereenvoudigd."
                                    12 4
  30. WI.190 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vergelijken echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Vergelijken:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    met en zonder getallenas
  31. WI.191 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.18

    Ordenen echte breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Echte breuken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Echte breuken:
    noemer ≤ 100
    
    Ordenen:
                        1
    via de referentiepunten 0, en 1
                        2
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  32. WI.192 Begrijpen L4 L5 L6 2.1.11

    Herkennen een oneigenlijke breuk als een natuurlijk getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    9 6 3
      , ,
    3 6 1
                                                                9
    • De leraar vraagt om de oneigenlijke breuken te omcirkelen. Noor omcirkelt: " want
                                                                3
        deze breuk is gelijk aan 3."
                    6
    • Omar omcirkelt en zegt: "Deze breuk is gelijk aan 1.”
                    6
                3
    • Ava zegt: " is gelijk aan 3.”
                1
  33. WI.193 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Wisselen gelijke delen van een onechte breuk in voor één of meer gehelen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tibo zegt: "Ik heb 9 gelijke delen van een pizza. Met 4 delen kan ik 1 pizza vormen. Als ik
                          9 1
    alle delen samenleg bekom ik pizza of 2 pizza’s en deel.”
                          4 4
  34. WI.194 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Zetten een onechte breuk en een gemengd getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    door ze te benoemen in termen van gehelen en breukdelen (noemer ≤ 20)

    Te hanteren begrippen

    het gemengd getal, de onechte breuk
  35. WI.195 Gebruiken L4 L4 2.1.18

    Plaatsen onechte breuken met dezelfde noemer en gemengde getallen met dezelfde noemer op een getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuken:
    noemer ≤ 20
    
    Getallenas:
    voorgestructureerd
  36. WI.196 Begrijpen L4 L4 2.1.18

    Ordenen onechte breuken en gemengde getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  37. WI.197 Gebruiken L4 L4 2.1.13; L4 2.1.18

    Geven gemengde getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip breuken › Gemengde getallen (onechte breuken)

  38. WI.198 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Geven een tiende van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 10
  39. WI.199 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Wisselen een groepje van tien tienden in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  40. WI.200 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Wiskundige notatie:
    .,. t

    Te hanteren begrippen

    het decimaal getal, de komma, … komma …, de eenheid (E), het tiende (t)

    Voorbeelden

    Omzetting:
                      2
    2 delen van het geheel = = 2 tienden = 0,2.
                      10
  41. WI.201 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk met noemer tien en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                    2
    Één geheel (tien tienden) en 2 delen = 1 + = 1E 2t = 1,2.
                                    10
  42. WI.202 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een tiende
  43. WI.203 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.19

    Interpreteren een decimaal getal met één cijfer na de komma op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden en tienden splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    1,2 = 1E en 2t = 12t = 1 geheel en 2 tienden.
  44. WI.204 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Geven een honderdste van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 100
  45. WI.205 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Wisselen een groep van honderd honderdsten in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  46. WI.206 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer tien of honderd
    
    Wiskundige notatie:
    .,.
    t
    .,..
    h

    Te hanteren begrippen

    het honderdste (h)
  47. WI.207 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.16; L4 2.1.19

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer tien of honderd
    
    Wiskundige notatie:
    .,.
    t
    .,..
    h

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                            12
    Één geheel (honderd honderdsten) en 12 delen = 1 + = 1E 12h = 1,12.
                                            100
  48. WI.208 Gebruiken L4 L4 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een honderdste
  49. WI.209 Begrijpen L4 L5 L4 2.1.14

    Verwoorden dat de waarde van een decimaal getal niet verandert als er een nul achteraan toegevoegd wordt.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Lotte zegt: "1,4 is hetzelfde als 1,40. De nul achteraan verandert niets aan de waarde."
    Jules vult aan: "Net zoals 0,7 en 0,70 evenveel zijn."
  50. WI.210 Gebruiken L4 L4 2.1.14; L4 2.1.19

    Interpreteren een decimaal getal met één en twee cijfers na de komma op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden, tienden en honderdsten splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    • 1,12 = 1E en 12h = 1E, 1t en 2h = 112h = 1 geheel en 12 honderdsten = 11 tienden
        en 2 honderdsten.
    • 1,2 = 1E en 2t = 12t = 1,20 = 1E en 20h = 1 geheel en 2 tienden = 1 geheel en 20
        honderdsten = 120h.
  51. WI.211 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Geven een duizendste van een eenheid weer.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Weergeven:
    • met materiaal
    • met een schematische voorstelling
    • in de vorm van een breuk met noemer 1 000
  52. WI.212 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Wisselen een groepje van duizend duizendsten in voor een eenheid.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  53. WI.213 Gebruiken L5 L6 2.1.14; L6 2.1.17

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een echte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer duizend
    
    Wiskundige notatie:
    .,…
    d

    Te hanteren begrippen

    het duizendste (d)
  54. WI.214 Gebruiken L5 L6 2.1.14; L6 2.1.17

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een onechte breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≥ 1
    
    Echte breuk:
    met noemer duizend
    
    Wiskundige notatie:
    .,…
    d

    Voorbeelden

    Omzetting:
                                                202
    • Één geheel (duizend duizendsten) en 202 delen = 1 + = 1E 202d = 1,202.
                                              1 000
  55. WI.215 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.14

    Bepalen de waarde van een cijfer door de plaats ervan in het decimaal getal.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    De waarde van een cijfer:
    tot op een duizendste
  56. WI.216 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Interpreteren een decimaal getal op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Decimaal getal:
    met één, twee en drie cijfers na de komma
    
    Interpreteren:
    in herkenbare contexten
    in eenheden, tienden, honderdsten en duizendsten splitsen en samenstellen

    Voorbeelden

    Interpreteren:
    • 1,234 = 1E en 234 d = 1E 23h en 4d = 1E 2t 3h en 4d = 1 geheel en 234 duizendsten
        = 1 234 d = …
    • 1,45 = 1E en 45h = 1E, 4t en 5h = 1,450 = 1E en 450d = 1 geheel en 450 duizendsten
        = 1E en 450d = 1450d = 14t en 5h = 14t en 50d = …
  57. WI.217 Gebruiken L4 L5 L6 L4 2.1.15

    Geven paraat de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
              1 1 1
    • 0; 0,1 en ;0,2 en ;0,5 en ;1
              10 5 2
                1 1 1 3
    • 0; 0,01 en ;0,25 en ;0,50 en ;0,75 en ; 1
                100 4 2 4
  58. WI.218 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    • met sprongen van 0,1; 0,2 en 0,5
    • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
  59. WI.219 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven het ontbrekende getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    • met sprongen van 0,1, 0,2 en 0,5
    • met sprongen van 0,01, 0,02 en 0,05
  60. WI.220 Gebruiken L4 L4 2.1.19

    Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    tot op een honderdste
  61. WI.221 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    tot op een honderdste
    eerst de gehelen en dan de breukdelen
    • door kennis van de referentiepunten
    • door omzetting
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  62. WI.222 Gebruiken L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
    
    Plaatsen:
    tot op een honderdste
  63. WI.223 Begrijpen L4 L4 2.1.18; L4 2.1.19

    Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    tot op een honderdste
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  64. WI.224 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven een oplopend en aflopend patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
  65. WI.225 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven het ontbrekende getal in een patroon.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    met sprongen van 0,001, 0,002 en 0,005
  66. WI.226 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven getallen die tussen twee opeenvolgende natuurlijke getallen of tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Geven:
    tot op een duizendste
  67. WI.227 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven de referentiepunten voor decimale getallen en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            2 3 4 1 2 1 3
    • 0,4 en ;0,6 en ;0,8 en ;1,2 en 1 en ;1,4 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,6 en 1 en ;1,8
            5 5 5 5 5 2 5
              4
        en 1 en
              5
    • 1 1 3
        1,25 en 1 en ;1,5 en 1 en ;1,75 en 1 en
                4 2 4
  68. WI.228 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Geven de referen4tiepunten voo2r decimale get4allen (≤ 1) en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            1 1 3 1 5 3 7
    0; 0,125 en ;0,250 en ;0,375 en ;0,5 en ;0,625 en ;0,750 en ;0,875 en ; 1
            8 4 8 2 8 4 8
  69. WI.229 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, gemengde getallen en decimale getallen met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    tot op een duizendste
    eerst de gehelen en dan de breukdelen
    • door kennis van de referentiepunten
    • door omzetting
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  70. WI.230 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Plaatsen breuken, gemengde getallen en decimale getallen op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
    
    Plaatsen:
    tot op een duizendste
  71. WI.231 Begrijpen L5 L6 L6 2.1.18

    Ordenen breuken, gemengde getallen en decimale getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Volgorde (ordinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    tot op een duizendste
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  72. WI.232 Gebruiken L4 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • tot op een eenheid naar boven of beneden
    • tot op een tiende naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden tot op een eenheid:
    • 24,8 afronden naar 25.
    • 23,23 afronden naar 23.
    Afronden tot op een tiende:
    • 3,46 afronden naar 3,5.
    • 7,34 afronden naar 7,3.
  73. WI.233 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • tot op een eenheid naar boven of beneden
    • tot op een honderdste naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden tot op een eenheid:
    • 54,17 afronden naar 54.
    • 24,98 afronden naar 25.
    Afronden tot op een honderdste:
    • 5,678 afronden naar 5,68.
    • 19,323 afronden naar 19,32
  74. WI.234 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Ronden een decimaal getal af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    tot op een duizendste naar boven of beneden

    Voorbeelden

    Afronden:
    • 6,423 afronden naar 6,425
    • 19,997 afronden naar 20,000
  75. WI.235 Engageren L4 L5 L6 L6 2.1.18

    Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip decimale getallen › Afronden decimale getallen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schattend rekenen:
    met decimale getallen
    
    Wiskundige notatie:
    ≈

    Voorbeelden

    • Linda ziet op het tankstation dat de benzine €1,837 per liter kost en zegt: "Ik reken
        met €1,85, dus voor 20 liter is dat ongeveer €37."
    • Yassin staat in de bioscoop en zegt: "De tickets kosten €8,75 per persoon. We zijn
        met 3, dus ongeveer 3 x €9 ≈ €27."
  76. WI.236 Begrijpen L5 L6 2.1.13; L6 2.1.17

    Herkennen dat een procent hetzelfde is als een honderdste.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Herkennen:
    met een schematische voorstelling en in de vorm van een breuk met noemer 100
    
    Wiskundige notatie:
    %

    Te hanteren begrippen

    het procent (%)
  77. WI.237 Begrijpen L5 L6 2.1.14

    Drukken een percentage uit in eenheden, tienden en honderdsten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

  78. WI.238 Begrijpen L5 L6 2.1.16

    Illustreren dat de grootte van een percentage relatief is tot de grootte van het geheel.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Ahmir zegt: "In het vijfde leerjaar zitten 20 leerlingen en 50% daarvan zijn meisjes. In het
    zesde leerjaar zitten 26 leerlingen, 50% daarvan zijn meisjes. Dat is hetzelfde percentage
    (50%) maar kan toch meer of minder betekenen. Want in het vijfde leerjaar zitten 10
    meisjes en in het zesde 13.”
  79. WI.239 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Zetten een gestructureerde hoeveelheid, een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gestructureerde hoeveelheid:
    ≤ 1
    
    Breuk:
    met noemer honderd
  80. WI.240 Gebruiken L5 L6 2.1.14

    Interpreteren een procent op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Procent:
    ≤ 100
    • als breuk
    • als decimaal getal
    • volgens plaatswaarde

    Voorbeelden

    Interpreteren:
                      12
    12% = 1t en 2h = 12h = = 0,12
                      100
  81. WI.241 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Zetten een breuk om naar een procent en omgekeerd.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
  82. WI.242 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Zetten een procent, een breuk en een decimaal getal naar elkaar om.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
    
    Decimaal getal
    tot op een duizendste
  83. WI.243 Gebruiken L6 L6 2.1.14

    Interpreteren een procent op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Hoeveelheidsbegrip (kardinatie)

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Een procent:
    • als breuk
    • als decimaal getal
    • volgens plaatswaarde

    Voorbeelden

    Interpreteren:
                                112 12
    112% = 1E en 12h = 1E en 1t en 2h = = 1,12 = 1 geheel en 12 honderdsten = 1 en
                                100 100
  84. WI.244 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.15

    Geven paraat de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
            1 1 1 1 2 1 3 3
    0%, 1% en ; 10% en ; 20% en ; 25% en ; 40% en ;50% en ;60% en ;75% en
            100 10 5 4 5 2 5 4
          4
    ;80% en ; 100% en 1
          5
  85. WI.245 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Plaatsen 5procenten op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
  86. WI.246 Begrijpen L5 L6 2.1.18

    Ordenen procenten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  87. WI.247 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Geven procenten die tussen nul en één liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

  88. WI.248 Gebruiken L5 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, decimale getallen en procenten met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Breuk:
    met noemer ≤ 100
    
    Vergelijken:
    • door omzetting
    • door kennis van referentiepunten
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  89. WI.249 Gebruiken L6 GO!-doel

    Geven de referentiepunten voor procenten en de bijbehorende breuken en gemengde getallen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Referentiepunten:
              1 1 1 3
    120% en 1 en ; 125% en 1 en ; 150% en 1 en ;175% en 1 en ; 200% en 2
              5 4 2 4
  90. WI.250 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Vergelijken breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten met elkaar.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vergelijken:
    • door omzetting
    • door kennis van referentiepunten
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  91. WI.251 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Plaatsen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten op de getallenas.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Getallenas:
    voorgestructureerd
  92. WI.252 Begrijpen L6 L6 2.1.18

    Ordenen breuken, gemengde getallen, decimale getallen en procenten.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Ordenen:
    • met getallenas
    • zonder getallenas
    
    Wiskundige notatie:
    >, <, ≥, ≤, =, ≠
  93. WI.253 Gebruiken L6 L6 2.1.18

    Geven rationale getallen die tussen twee opeenvolgende decimale getallen liggen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Volgorde (ordinatie) 100 100

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Rationale getallen:
    breuken, decimale getallen en procenten
  94. WI.254 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.18

    Ronden een procent af.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Afronden:
    • naar boven of beneden
    • volgens de gewenste nauwkeurigheid

    Voorbeelden

    Afronden:
    • 41% afronden naar 40%
    • 63% afronden naar 65%
  95. WI.255 Engageren L5 L6 L6 2.1.18

    Zetten het afronden in bij het schattend rekenen.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Afronden procenten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schattend rekenen:
    met procenten
    
    Wiskundige notatie
    .
    ≈

    Voorbeelden

    Sofia bedenkt: "57% van de Belgische bevolking leeft in Vlaanderen. In België wonen
    ongeveer 12 miljoen mensen. In Vlaanderen wonen dus iets meer dan de helft (50 %)
    Belgen en dus iets meer dan 6 miljoen mensen.”
  96. WI.256 Begrijpen L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • de relatie tussen grootheden (. per .)
    • de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • een breuk

    Te hanteren begrippen

    . op ., . per . , . staat tot .

    Voorbeelden

    De relatie tussen een deel en het geheel:
    Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier.”
    De relatie tussen grootheden:
    Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje water
    nodig.”
    De relatie tussen twee delen:
    Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5 rode
    kralen. 4 staat tot 5.”
  97. WI.257 Gebruiken L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
  98. WI.258 Begrijpen L5 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • een percentage
    • een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Te hanteren begrippen

    de verhouding, het procent
  99. WI.259 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
    • als een percentage
    • als een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Voorbeelden

    • Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier. Ik kan dit
                3
        schrijven als ”
                5
    • Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje
        water nodig. Ik kan dit schrijven als 3 : 1”
    • Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5
        rode kralen. 4 staat tot 5. Ik kan dit schrijven als 4 : 5”
    • Myraim zegt: Een enuête bij 2 500 Vlamingen toont dat 1 750 mensen dagelijks
        internet gebruiken. Voor gans Vlaanderen kunnen we dus zeggen dat 7 op 10 van de
        Vlamingen dagelijks internet gebruikt. Ik kan dit schrijven als 70%”
  100. WI.260 Begrijpen L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  101. WI.261 Gebruiken L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  102. WI.262 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Zetten een gegeven verhouding om naar een gelijkwaardige verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    door beide termen te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    • Mira zegt: "Het menu voor één persoon is twee eitjes en vier sneetjes brood. Voor 4
        personen vermenigvuldig ik beide getallen met factor 4. Dan heb ik 8 eitjes en 16
        sneetjes nodig.”
    • Noor rekent: "1 glas limonade maak ik met 1 deel siroop en 5 delen water. Voor 3
        glazen neem ik 3 delen siroop en 15 delen water."
  103. WI.263 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Geven bij twee gelijkwaardige verhoudingen (twee termen) de ontbrekende term.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    In Sophia haar klas zijn drie op vijf kinderen meisjes. Er zitten 12 meisjes in de klas.
    Hoeveel jongens zitten er in de klas van Sophia? Sophia rekent uit: “Drie breukdelen op
    vijf staan voor 12 meisjes. Het aantal jongens staat voor 2 breukdelen op vijf. 3 op 5 =
    12, 1 op 5 = 4 en 2 op 5 = 8, dus er zijn 8 jongens in de klas.”
  104. WI.264 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Vereenvoudigen een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vereenvoudigen:
    door de termen te delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Voorbeelden

    • Pauline zegt: “In onze klas zitten 12 meisjes en 16 jongens. Dat is een verhouding
        van 12 op 16. Ik kan dit vereenvoudigen door beide termen te delen door GGD 4 en
        dus is de verhouding 3 meisjes op 4 jongens.”