Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

35 doelen

CSV downloaden filters wissen

Handschrift en digitale vaardigheden ✕

  1. NL.142 Begrijpen K2 K3 KO 1.2.1

    Herkennen een dynamische pengreep.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Dynamische pengreep:
    • doseren van de spierspanning van de vingers
    • met soepele vingers en pols
    • schrijfgerief tussen duim en wijsvinger

    Te hanteren begrippen

    de duim, de vingers, de wijsvinger, de hand, de pols
  2. NL.143 Gebruiken K2 K3 KO 1.2.1

    Gebruiken een dynamische pengreep bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  3. NL.144 Gebruiken K2 K3 KO 1.2.3

    Schrijven rechte en gebogen lijnen tussen twee lijnen.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  4. NL.145 Gebruiken K2 K3 KO 1.2.4

    Schrijven patronen tussen twee lijnen.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  5. NL.146 Gebruiken K3 KO 1.2.5

    Kleuren egaal.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  6. NL.147 Gebruiken K3 KO 1.2.5

    Kleuren binnen de lijntjes.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  7. NL.148 Gebruiken K3 KO 1.2.6

    Arceren met rechte lijnen.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  8. NL.149 Begrijpen K3 KO 1.2.7

    Beschrijven de schrijfrichting.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfrichting:
    • van links naar rechts
    • van boven naar beneden
    • pagina na pagina

    Te hanteren begrippen

    van links, naar rechts, van boven, naar beneden, van voor, naar achter
  9. NL.150 Gebruiken K3 L1 KO 1.2.7

    Schrijven volgens het principe van schrijfrichting.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  10. NL.151 Begrijpen K3 L1 L2 KO 1.2.2

    Illustreren een correcte schrijfhouding.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Correcte schrijfhouding:
    • een goede zithouding
    • afstand tussen ogen en schrijfhand

    Voorbeelden

    • Lex zit mooi recht, met het onderste deel van de rug tegen de rugleuning van de stoel,
        het bovenlichaam licht voorovergebogen en de buik op een vuistbreedte afstand van de
        tafel. De voeten staan naast elkaar, plat op de grond. De onderarmen rusten op de tafel
        terwijl de ellebogen net op of net buiten de tafel liggen. Het hoofd is licht gebogen.
    • Lumi controleert met een meetlat of de afstand tussen de ogen en de schrijfhand van
        Fré ongeveer 30 cm meet. ‘Dat is de ideale afstand om te schrijven’, zegt de juf.
  11. NL.152 Gebruiken K3 L1 L2 KO 1.2.2

    Passen een correcte schrijfhouding toe.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  12. NL.153 Begrijpen L1 L2 GO!-doel

    Illustreren een gepaste positie van het schrijfoppervlak.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Gepaste positie van het schrijfoppervlak:
    • rechtshandigen leggen hun schrijfoppervlak iets schuin gedraaid naar de kant van de
        schrijfhand
    • linkshandigen die boven de regel schrijven leggen hun schrijfoppervlak iets schuin
        gedraaid naar de kant van de schrijfhand
    • linkshandigen die onderhands schrijven leggen hun schrijfoppervlak iets schuin gedraaid
        weg van de schrijfhand
  13. NL.154 Gebruiken L1 L2 GO!-doel

    Passen een gepaste positie van het schrijfoppervlak toe.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  14. NL.155 Begrijpen L1 L2 GO!-doel

    Beschrijven de functie van de niet-schrijfhand.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Functie van de niet-schrijfhand:
    • om het schrijfoppervlak te fixeren zodat het niet verschuift
    • om het schrijfoppervlak na iedere regel een stukje omhoog te schuiven
  15. NL.156 Gebruiken L1 L2 GO!-doel

    Gebruiken de niet-schrijfhand als ondersteuning bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  16. NL.157 Begrijpen K1 GO!-doel

    Herkennen verschillende schrijfmaterialen.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfmaterialen:
    • schrijfgerief
    • schrijfoppervlakken
  17. NL.158 Begrijpen K2 K3 GO!-doel

    Beschrijven welke schrijfmaterialen geschikt zijn in functie van het resultaat.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijfmaterialen:
    • schrijfgerief
    • schrijfoppervlakken
  18. NL.159 Gebruiken K1 K2 K3 GO!-doel

    Gebruiken verschillende schrijfmaterialen.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  19. NL.160 Engageren K3 L1 L2 GO!-doel

    Zetten geschikte schrijfmaterialen in om een tekst te creëren.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Liam merkt dat schrijven met een wasco of dikke stift op een post-it niet goed werkt,
        omdat dit schrijfmateriaal te dik is voor het kleine papiertje.
    • Sofie gebruikt een whiteboardstift in plaats van een gewone stift om te schrijven op een
        whiteboard, omdat de inkt uitwisbaar moet zijn.
  20. NL.161 Begrijpen L1 L2 L4 1.2.2

    Illustreren de correcte route bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Correcte route:
    • kleine letters, cijfers
    • leestekens: het punt, het vraagteken, het uitroepteken
    • rekentekens

    Te hanteren begrippen

    omhoog, omlaag, (naar) boven, (naar) onder, rond, gebogen, de lijn, de lus, schuin
  21. NL.162 Begrijpen L2 L3 L4 1.2.2

    Illustreren de correcte route bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Correcte route:
    • hoofdletters
    • leestekens: de komma
  22. NL.163 Begrijpen L3 L4 1.2.2

    Illustreren de correcte route bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Correcte route:
    • leestekens: het dubbele punt
  23. NL.164 Begrijpen L1 L4 1.2.1

    Illustreren het schrijven binnen een volledige liniatuur.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Volledige liniatuur:
    de grondlijn en de hulplijnen

    Te hanteren begrippen

    de grondlijn, de hulplijnen
  24. NL.165 Gebruiken L1 L4 1.2.2

    Schrijven volgens de correcte route tussen een volledige liniatuur.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • kleine letters, cijfers
    • leestekens: het punt, het vraagteken, het uitroepteken
    • letters, woorden en zinnen
    • rekentekens
  25. NL.166 Gebruiken L2 L4 1.2.2

    Schrijven volgens de correcte route tussen een volledige liniatuur.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • kleine letters, hoofdletters, cijfers
    • leestekens: het punt, het vraagteken, het uitroepteken
    • letters, woorden en zinnen
    • rekentekens
  26. NL.167 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.2

    Schrijven volgens een correcte route binnen een volledige liniatuur.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • kleine letters, hoofdletters en cijfers
    • leestekens: het dubbele punt, de komma
    • woorden, zinnen en rekentekens
  27. NL.168 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.1

    Schrijven volgens een correcte route.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    zinnen met een variatie aan leestekens
    • zonder hulplijnen
    • op een enkele grondlijn
    • woordtekens: trema, koppelteken, apostrof, accent
  28. NL.169 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.3

    Gebruiken een regelmatig handschrift.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Regelmatig handschrift:
    regelmaat in (romp)letterhoogte, op de grondlijn, regelmaat in woord- en letterafstand
  29. NL.170 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 1.2.3; L4 1.2.4

    Schrijven met juiste spatiëring.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Juiste spatiëring:
    • met afstand tussen letters binnen woorden
    • met witruimte tussen woorden.

    Te hanteren begrippen

    de spatie
  30. NL.171 Gebruiken L4 L4 1.2.4

    Gebruiken de kantlijn op gelijnd papier.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  31. NL.172 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.1

    Schrijven regelmatig, zonder hulplijnen, op een enkele grondlijn.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  32. NL.173 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.2

    Stemmen het schrijftempo en de vormgevingskwaliteit op elkaar af.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Camille leert sneller schrijven, terwijl haar persoonlijk handschrift regelmatig en
        duidelijk blijft.
    • Sylvie schrijft heel snel, maar moet alert blijven om duidelijk en regelmatig te schrijven.
  33. NL.174 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Corrigeren het eigen handschrift in functie van leesbaarheid.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

  34. NL.175 Engageren L5 L6 GO!-doel

    Reflecteren over de impact van de leesbaarheid van de eigen schrijfproducten.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Robbe en Lex maken een interview voor op de klasblog. Lex stelt de vragen en Robbe neemt
    notities. Robbe weet dat hij in een vlot tempo moet schrijven om het gesprek te kunnen
    volgen. Hij weet ook dat hij leesbaar moet schrijven, zodat ze nadien de notities kunnen
    overtypen op de computer.
  35. NL.176 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.3

    Schrijven digitale teksten.

    Nederlands Schrijven › Handschrift en digitale vaardigheden