Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

20 doelen

CSV downloaden filters wissen

Drama ✕

  1. MV.041 Begrijpen K1 KO 6.4.2; KO 6.4.3

    Herkennen bouwstenen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Waarnemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • rol: eenvoudige rollen
    • handeling en taal: stemgebruik
  2. MV.042 Begrijpen K2 K3 KO 6.4.1; KO 6.4.2; KO 6.4.3; KO 6.4.4; KO 6.4.5

    Herkennen bouwstenen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Waarnemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • rol: eenvoudige rollen en rolkenmerken
    • handeling en taal: stemgebruik
    • ruimte: een eenvoudige speelruimte
    • structuur: eenvoudige scènes

    Te hanteren begrippen

    de rol, het decor, het kostuum, de acteur, de stem, verzinnen
  3. MV.043 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L4 6.4.1; L4 6.4.2; L4 6.4.3; L4 6.4.4; L4 6.4.5

    Herkennen bouwstenen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Waarnemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • rol: inleving in een personage en rolvastheid
    • handeling en taal: lichaamstaal
    • ruimte: de speelruimte in functie van het publiek
    • tijd: timing (op het juiste moment inspelen op de ander)
    • samenspel: aanvaarden wat de ander inbrengt en erop inspelen

    Te hanteren begrippen

    het personage, tot leven laten komen, de speler, de tegenspeler, de toneelschrijver,
    drama, de mime, de scène, het script, het verhaal, de mimiek, het rekwisiet, de
    schmink, de belichting, het geluid, het podium, het publiek
  4. MV.044 Begrijpen L5 L6 L6 6.4.1; L6 6.4.2; L6 6.4.3; L6 6.4.4

    Herkennen bouwstenen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Waarnemen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Bouwstenen:
    • rol: transformatie in een personage
    • handeling en taal: eenvoudig improvisatiespel
    • samenspel: ‘ridderlijkheid’ in samenspel
    • structuur: een scenario

    Te hanteren begrippen

    het rollenspel, de theatertekst, de monoloog, de dialoog, de tragedie, de komedie, de
    pantomime, het scenario, de regisseur, het conflict, de scène, de actie, de
    toeschouwer, de spot
    Bouwstenen drama:
    de rol, de handeling en taal, de ruimte, de structuur, de tijd, het samenspel
  5. MV.045 Gebruiken K1 K2 K3 KO 6.4.2; KO 6.4.3

    Spelen een personage.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Personage:
    • een eenvoudige rol
    • toepassing van eenvoudige rolkenmerken
    • aanpassing van stemgebruik in functie van de rol

    Voorbeelden

    Rolkenmerken:
    Zineb speelt een poes. Ze gebruikt volgende rolkenmerken: sluipen als een poes,
    miauwen, kopjes geven en likken.
    Stemgebruik:
    Jeroom speelt een koning en gebruikt een diepe en nobele stem.
  6. MV.046 Gebruiken K1 K2 K3 KO 6.4.4

    Gebruiken een eenvoudige speelruimte.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Jimmy en Tessa bewegen hun poppen tijdens het poppenspel in de poppenkast.
  7. MV.047 Gebruiken K1 K2 K3 KO 6.4.5

    Spelen een eenvoudige scène.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

  8. MV.048 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 6.4.2; L4 6.4.3

    Spelen een personage.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Personage:
    • zich inleven in een personage
    • de rol vasthouden
    • gebruiken lichaamstaal

    Voorbeelden

    Rol vasthouden:
    Kaat speelt bakker en blijft in haar rol ook als andere kinderen erbij komen: “Wacht u
    even, ik help u zo.” Ze reageert op gebeurtenissen vanuit de rol. Als de klant zegt dat
    het brood te hard is, zegt ze: “Dan pak ik een ander voor u, die is verser.”
  9. MV.049 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 6.4.4

    Passen publieksbesef toe.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Publieksbesef:
    • zich naar het publiek richten
    • duidelijk spreken
    • rekening houden met reacties van het publiek
  10. MV.050 Gebruiken L1 L2 L3 L4 L4 6.4.5

    Spelen op het juiste moment in op de tegenspeler(s) (timing).

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

  11. MV.051 Gebruiken L3 L4 GO!-doel

    Versterken elkaar in het samenspel.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Nourdi en Jochen spelen een scène waarin ze samen een storm meemaken tijdens
    een kampeertocht. Jourdi doet alsof hij de tent probeert vast te houden en roept:
    “Help! De tent gaat vliegen!”. Jochen reageert meteen en sluit aan op de emotie en
    actie van Jourdi: “O nee! Wacht, ik hou ‘m aan deze kant vast!”
  12. MV.052 Gebruiken L5 L6 L6 6.4.3

    Spelen een personage geloofwaardig.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het rollenspel, de theatertekst

    Voorbeelden

    Mehmet speelt in een scène het personage van een oude, mopperige buurman die
    boos wordt omdat kinderen te dicht bij zijn tuin spelen. Hij heeft een pet op en een
    grijze pruik en leunt op een stok, beweegt langzaam, een beetje krom, met handen
    op de rug of steunend op een stok, gebruikt een lage stem, fronst de wenkbrauwen,
    trekt de mondhoeken omlaag, kijkt geïrriteerd.
  13. MV.053 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Spelen op basis van een opgegeven plaats, personage en gevoel een scène (improvisatiespel).

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    improviseren
  14. MV.054 Gebruiken L5 L6 GO!-doel

    Gebruiken ridderlijkheid in het samenspel.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Zeger speelt een lakei en Ish de koning. De koning moet centraal staan in de scène,
    want hij is jarig. Zeger probeert niet de aandacht te trekken, maar ondersteunt het
    spel van de koning. Hij laat de koning het woord voeren, ook als het spannend of
    grappig wordt. Als de koning even stilvalt, helpt de lakei door een logisch opstapje te
    geven: “U wilde toch nog iets zeggen over het grote feest van vanavond?”
  15. MV.055 Gebruiken L5 L6 L6 6.4.4

    Gebruiken een eenvoudig scenario.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Bouwstenen drama › Creëren

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Scenario:
    • zelfontworpen
    • bestaand
    • vormgeving van een ervaring, gevoel, idee, situatie, sfeer, verhaal of fantasie
  16. MV.056 Begrijpen K1 KO 6.1.1; KO 6.1.2

    Herkennen technieken en vormgevingsmiddelen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Technieken en vormgevingsmiddelen drama

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technieken (werkvormen):
    • dramaspel
    • drama met materialen
    
    Vormgevingsmiddelen:
    • verkleedkleren
    • attributen
    • aankleding van de speelruimte
  17. MV.057 Begrijpen K2 K3 KO 6.1.1; KO 6.1.2; KO 6.4.6

    Herkennen technieken en vormgevingsmiddelen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Technieken en vormgevingsmiddelen drama

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technieken (werkvormen):
    • dramaspel
    • drama met materialen
    • non – verbale spelvormen
    
    Vormgevingsmiddelen:
    • verkleedkleren
    • attributen
    • aankleding van de speelruimte

    Te hanteren begrippen

    verzinnen, het toneel, de verkleedkleren, de handpop, de vingerpop, het masker

    Voorbeelden

    • Delano speelt mee in ‘Doe alsof je een bosbewoner bent’. De kleuters krijgen een
        donkere doek om en takjes in hun haar. Er wordt een sfeervol muziekje opgezet
        en de leerkracht vertelt: “Je bent nu een bosbewoner. Je stapt in het bos. Je eet
        als een echte bosbewoner De bosbewoner valt in slaap in het stille, donkere
        bos...”
    • Florine maakt met haar groep een tableau vivant. Ze doen alsof ze de personen
        op de foto zijn. Een andere groep kleuters raadt welke foto wordt uitgebeeld.
  18. MV.058 Begrijpen L1 L2 L3 L4 L4 6.1.3; L4 6.1.4; L4 6.4.6

    Herkennen technieken en vormgevingsmiddelen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Technieken en vormgevingsmiddelen drama

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technieken (werkvormen):
    • dramaspel
    • drama met materialen
    • verbale spelvormen
    • non – verbale spelvormen
    
    Vormgevingsmiddelen
    • verkleedkleren
    • attributen
    • aankleding van de speelruimte

    Te hanteren begrippen

    de verteltafel, de voorstelling, de clown spelen, het poppenspel, het schimmenspel,
    het standbeeld, uitbeelden, doen alsof, inleven, fantaseren, dramatiseren, reageren

    Voorbeelden

    • Giel speelt mee in een pantomime-oefening waarin hij zonder woorden en met
        overdreven gebaren laat zien dat hij een zware koffer draagt en hem vervolgens
        niet open krijgt.
    • Lindsey en haar groepje voeren een poppenspel op. Ze gebruiken handpoppen
        en laten hun stemmen variëren om de verschillende personages tot leven te
        brengen.
  19. MV.059 Begrijpen L5 L6 L6 6.1.3; L6 6.1.4; L6 6.4.5

    Herkennen technieken en vormgevingsmiddelen van drama.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Technieken en vormgevingsmiddelen drama

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Technieken (werkvormen):
    • dramaspel
    • drama met materialen
    • verbale spelvormen
    • non – verbale spelvormen
    
    Vormgevingsmiddelen
    • verkleedkleren
    • attributen
    • aankleding van de speelruimte
    • scenario

    Te hanteren begrippen

    het rollenspel, de theatertekst, improviseren

    Voorbeelden

    • Hannes en Susanne improviseren een scène op basis van de volgende kaartjes
        die ze respectievelijk trokken: de kermis – schietkraamuitbater – achterdochtig /
        de kermis – klant bij het schietkraam - verlegen
    • In de klas van Mies krijgt een groepje leerlingen de opdracht om op basis van ‘De
        drie biggetjes’ een scenario te bedenken met 4 biggetjes.
  20. MV.060 Gebruiken K1 K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 KO 6.1.1; KO 6.1.2; L4 6.1.3; L4 6.1.4; L6 6.1.3; L6 6.1.4

    Gebruiken vooraf verkende technieken en vormgevingsmiddelen van drama in een muzische creatie.

    Muzische vorming Muzisch proces › Drama › Technieken en vormgevingsmiddelen drama