Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

73 doelen

CSV downloaden filters wissen

Correct schrijven ✕

  1. NL.177 Gebruiken K2 K3 GO!-doel

    Schrijven voor hen belangrijke woorden als globale eenheden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het woord, de letter

    Voorbeelden

    Voor hen belangrijke woorden:
    • de eigen naam, namen van voor hen belangrijke mensen, naamwoorden van voor hen
        belangrijke mensen zoals papa, oma, tante… kopiëren door letters te stempelen, met
        losse letters te leggen, met een toetsenbord te typen, na te tekenen in kapitalen
    • themawoorden kopiëren door letters te stempelen, met losse letters te leggen, met
        een toetsenbord te typen, na te tekenen met schrijfmaterialen
  2. NL.178 Gebruiken L1 L4 1.2.5

    Schrijven klankzuivere woorden met één lettergreep.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Klankzuivere woorden met één lettergreep:
    • MK-woorden
    • KM-woorden
    • MKM-woorden
    • inclusief woorden met ui, oe, eu

    Te hanteren begrippen

    de klank, de medeklinker, de klinker
  3. NL.179 Gebruiken L1 L4 1.2.5

    Schrijven klankzuivere woorden met één lettergreep door middel van foneem- grafeemkoppeling.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    woorden die ze nog niet eerder hebben gezien

    Voorbeelden

    Woorden die ze nog niet eerder hebben gezien:
    Ik ken de letters s, m, aa, r, v en maak zelf nieuwe woorden zoals vaar, vaas, raam; Ik leerde
    het woord ‘om’ en kan nu ook kom, som en sok maken.
  4. NL.180 Gebruiken L1 L4 1.2.5

    Schrijven klankzuivere woorden met meerdere lettergrepen.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met klankzuivere klinkers en medeklinkers

  5. NL.181 Begrijpen L2 L3 L4 1.2.5

    Illustreren de verlengingsregel bij woorden die eindigen op een t-/d- of p-/b- klank.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de medeklinker, de klinker

    Voorbeelden

    Verlengingsregel:
    • Schrijf ik paart of paard? Bij verlenging hoor ik paarden, dus schrijf ik paard.
    • Schrijf ik rib of rip? Bij verlenging hoor ik ribben, dus schrijf ik rib.
  6. NL.182 Gebruiken L2 L3 L4 1.2.5

    Passen de verlengingsregel toe bij woorden die eindigen op een t-/d- of p/b- klank.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers

  7. NL.183 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren de verdubbelingsregel voor medeklinkers voorafgegaan door een gedekte klinker.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de korte klinker, de lange klinker, de open lettergreep, de gesloten lettergreep, de dubbele
    medeklinker

    Voorbeelden

    (woorden met) medeklinkers voorafgegaan door een gedekte klinker
    bommen, takken, padden, ladder, teller
  8. NL.184 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.2.5

    Passen de verdubbelingsregel voor medeklinkers voorafgegaan door een gedekte klinker toe.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers

  9. NL.185 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren de verenkelingsregel voor vrije klinkers.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vrije klinker:
    • vrije klinker in een woord
    • vrije klinker op het einde van een woord

    Voorbeelden

    (woorden met) Vrije klinkers:
    Bomen, taken, paden, lader, teler, auto, na, nu
  10. NL.186 Gebruiken L2 L3 L4 L4 1.2.5

    Passen de verenkelingsregel voor ongedekte klinkers toe.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met niet-klankzuivere klinkers en medeklinkers

  11. NL.187 Begrijpen L2 L3 L4 1.2.5

    Illustreren het vormen van regelmatige verkleinwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Regelmatige verkleinwoorden:
    • op -je,
    • op -tje
    • op -pje
    • op -etje

    Te hanteren begrippen

    het verkleinwoord
  12. NL.188 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren het vormen van onregelmatige verkleinwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van onregelmatige verkleinwoorden:
    Bij het achtervoegsel -kje valt de g van het woordeinde -ng in het grondwoord weg.

    Voorbeelden

    Onregelmatige verkleinwoorden:
    koning – koninkje, ketting – kettinkje
  13. NL.189 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren het vormen van onregelmatige verkleinwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van onregelmatige verkleinwoorden:
    • Klankverandering in grondwoord
    • Verlenging van vrije klinker
    • Verdubbeling van medeklinker
    • Uitzonderlijk verkleinwoord
    • Verkleinwoorden van leenwoorden

    Voorbeelden

    Onregelmatige verkleinwoorden:
    • schip – scheepje, vat – vaatje
    • oma – omaatje, taxi – taxietje
    • bel – belletje, slab- slabbetje
    • jongen – jongetje
    • café – cafeetje, baby – baby’tje, sms- sms’je
  14. NL.190 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.5; L6 1.2.4

    Schrijven verkleinwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van verkleinwoorden

  15. NL.191 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren het vormen van meervouden op -s, -en, -eren.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

  16. NL.192 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren het vormen van meervouden op ‘s.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het zelfstandig naamwoord, het enkelvoud, het meervoud
  17. NL.193 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren het vormen van meervouden van zelfstandige naamwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van meervouden:
    • meervouden met behoud van betekenis en verandering van betekenis
    • zelfstandige naamwoorden die geen meervoud hebben
    • zelfstandige naamwoorden die geen enkelvoud hebben

    Te hanteren begrippen

    het zelfstandig naamwoord, het enkelvoud, het meervoud

    Voorbeelden

    Meervouden van zelfstandige naamwoorden met verandering van betekenis:
    been > beenderen – benen
    Zelfstandige naamwoorden die geen meervoud hebben:
    ongedierte
    Zelfstandige naamwoorden die geen enkelvoud hebben:
    mazelen, hersenen
  18. NL.194 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren het vormen van meervouden van woorden op -ie, -ee.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Meervouden van woorden op -ie, -ee:
    zee > zeeën; kopie > kopieën; bacterie > bacteriën
  19. NL.195 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren het vormen van woorden met een afwijkende meervoudsvorm.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Woorden met een afwijkende meervoudsvorm:
    museum > musea; centrum > centra
  20. NL.196 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L6 1.2.4

    Schrijven meervouden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

  21. NL.197 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
    stam + uitgang

    Te hanteren begrippen

    het werkwoord, de persoonsvorm, de stam, de uitgang, de tegenwoordige tijd, de infinitief

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
    ik werk, jij denkt, hij gaat, wij wandelen, jullie eten, zij dromen
  22. NL.198 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  23. NL.199 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd:
    vervoeging van ‘hebben’ of ‘zijn’ in de onvoltooid tegenwoordige tijd + voltooid deelwoord

    Te hanteren begrippen

    de voltooid tegenwoordige tijd, het voltooid deelwoord

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd:
    ik heb gewerkt, ik ben gekomen
  24. NL.200 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  25. NL.201 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van zwakke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van zwakke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd:
    • stam + uitgang
    • zonder klankverandering

    Te hanteren begrippen

    de verleden tijd

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd:
    ik werkte, wij wandelden, zij droomden
  26. NL.202 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd:
    • stam + uitgang
    • met klankverandering

    Voorbeelden

    Sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd
    jij dacht, hij ging, jullie aten
  27. NL.203 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  28. NL.204 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de voltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de voltooid verleden tijd:
    vervoeging van ‘hebben’ of ‘zijn’ in de onvoltooid verleden tijd + voltooid deelwoord

    Te hanteren begrippen

    de voltooid verleden tijd

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de voltooid verleden tijd:
    ik had gewerkt, ik was gekomen.
  29. NL.205 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de voltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  30. NL.206 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de toekomende tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd:
    vervoeging van het werkwoord zullen + infinitief

    Te hanteren begrippen

    de infinitief, de toekomende tijd
  31. NL.207 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de toekomende tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  32. NL.208 Engageren L5 L6 L6 1.2.5

    Tonen hun kennis van spellingsregels van frequente werkwoorden in de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd in verschillende contexten.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • In de klas werken de leerlingen rond het brede thema ‘Toen, nu en binnenkort’. Amir,
        Jackson en Robin onderzoeken hoe onze kustlijn zich doorheen de tijd verlegde. Ze
        schrijven daarover een artikel voor op de klasblog. Bij het schrijven letten ze op de
        spelling van de werkwoorden in de verschillende tijden.
    • Nadia koos ervoor om een verhaal te schrijven over haar moeder, haar grootmoeder en
        zijzelf wanneer ze 8 jaar oud waren. Daarin vergelijkt ze het leven van haar
        grootmoeder, haar moeder en zichzelf. Na het schrijven kijkt Nadia na of ze telkens de
        juiste spelling van de werkwoorden in de verschillende tijden heeft gebruikt.
  33. NL.209 Gebruiken L1 L2 L4 1.2.5

    Schrijven woorden met een medeklinkercluster vooraan of achteraan.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Woorden met een medeklinkercluster vooraan:
    de kraan, de trap, de strik
    Woorden met een medeklinkercluster achteraan:
    de poort, de berg, herfst
  34. NL.210 Gebruiken L1 L2 L3 L4 1.2.5

    Schrijven -ng en -nk woorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

  35. NL.211 Gebruiken L1 L2 L3 L4 1.2.5

    Schrijven woorden met sch-.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

  36. NL.212 Gebruiken L2 L3 L4 1.2.5

    Schrijven woorden met meerdere medeklinkers in het midden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Woorden met meerdere medeklinkers in het midden:
    het masker, het kasteel, onder
  37. NL.213 Gebruiken L2 L3 L4 1.2.5

    Schrijven woorden met au/ou en ei/ij.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

  38. NL.214 Gebruiken L2 L3 L4 1.2.5

    Schrijven woorden met meertekenklanken.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Meertekenklanken:
    • aai
    • ooi
    • oei
    • eeuw
    • ieuw
    • uw
    • eu
    • ui
    • oe
  39. NL.215 Gebruiken L2 L3 L4 1.2.5

    Schrijven -ch/-g en -cht/-gt woorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

  40. NL.216 Gebruiken L4 L5 GO!-doel

    Schrijven woorden die eindigen op -teit en -heid.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

  41. NL.217 Gebruiken L5 GO!-doel

    Schrijven laagfrequente woorden met een dubbele medeklinker.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Laagfrequente woorden met een dubbele medeklinker:
    onmiddellijk, het parallellogram, de professor
  42. NL.218 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.4

    Schrijven woorden die eindigen op -isch(e), -air(e), -iaal, -eaal, -ueel, -ieel.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met specifieke lettercombinaties

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het grondwoord, het achtervoegsel
  43. NL.219 Gebruiken L1 L4 1.2.5

    Schrijven de doffe klank in lidwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Lidwoorden:
    de, het, een
  44. NL.220 Gebruiken L2 L4 1.2.5

    Schrijven de doffe klank in hoogfrequente woorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    doffe klank in hoogfrequente woorden:
    me, de moeder, deze
  45. NL.221 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.5

    Schrijven de doffe klank in onbeklemtoonde lettergrepen, weergegeven door e, i, o of u.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    doffe klank in onbeklemtoonde lettergrepen:
    de dokter, de havik, de avond, de datum
  46. NL.222 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.5

    Schrijven in woorden met een voor- en/of achtervoegsel de doffe klank.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van woorden met een doffe klank

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    voor- en/of achtervoegsel:
    • ge-, ver-, be-
    • -elen, -eren, -enen
    • -ig, -lijk
  47. NL.223 Begrijpen L4 L6 1.2.4

    Herkennen frequente leenwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Frequente leenwoorden:
    de agenda, de game
  48. NL.224 Begrijpen L4 L5 L6 L6 1.2.4

    Herkennen tweeklanken in frequente leenwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Tweeklanken in frequente leenwoorden:
    cacao, patio, koala
  49. NL.225 Gebruiken L4 L5 L6 L6 1.2.4

    Schrijven frequente leenwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

  50. NL.226 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Herkennen frequente woorden met een afwijkende uitspraak van de letters ‘g’, ‘j’ en ‘ch’.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Frequente woorden met een afwijkende uitspraak:
    de bagage, de jury, de chauffeur
  51. NL.227 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Herkennen in frequente woorden fonemen die als bepaalde grafemen geschreven worden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Fonemen die als bepaalde grafemen geschreven worden:
    • k als c
    • s als c
    • t als th
    • i als y
    • z als s
    • s als t
    • ks als cc
    • k als cc
    • k als q
    • kw als qu
    • ks als x
    • wr als vr
    • oo als eau
    • oo als au
    • oe als ou
    • ie als i

    Voorbeelden

    Woorden met fonemen die als bepaalde grafemen geschreven worden:
    cursus, citroen, thuis, systeem, museum, politie, accent, accordeon, quotiënt, aquarium,
    examen, wreed, bureau, restaurant, journalist, februari
  52. NL.228 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Herkennen in frequente woorden medeklinkers die niet uitdrukkelijk uitgesproken worden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Frequente woorden met medeklinkers die niet uitdrukkelijk uitgesproken worden:
    zachtjes, het lichtje
  53. NL.229 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.4

    Schrijven woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

  54. NL.230 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren de oorsprong van woorden uit verschillende vakgebieden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Oorsprong van woorden uit verschillende vakgebieden:
    fauna en flora uit het Latijn; fotografie uit het Grieks
  55. NL.231 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.4

    Schrijven woorden uit verschillende vakgebieden met een oorsprong in het Latijn of Grieks.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

  56. NL.232 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4; L6 1.4.5

    Herkennen vaak voorkomende afkortingen, initiaalwoorden en letterwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    afkortingen:
    a.u.b., bv.
    initiaalwoorden:
    EHBO, pc
    letterwoorden:
    vip, ufo
  57. NL.233 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.4; L6 1.4.5

    Schrijven vaak voorkomende afkortingen, initiaalwoorden en letterwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van leenwoorden en frequente woorden waarin specifieke letter(combinatie)s afwijkend worden uitgesproken

  58. NL.234 Begrijpen L2 L3 L4 1.2.5

    Illustreren de regels voor het gebruik van hoofdletters bij schrijven.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Regels voor het gebruik van hoofdletters:
    • aan het begin van een zin
    • bij het schrijven van eigennamen van personen
    • bij titels van boeken en films

    Te hanteren begrippen

    de hoofdletter, de kleine letter

    Voorbeelden

    Gebruik van hoofdletters:
    • Op een dag gebeurde er iets geks.
    • Erwin Vandenbroucke, Adelinde Loconsole
    • Sjakie en de chocoladefabriek (boek van Roald Dahl)
    • Wonka (film naar het boek van Roald Dahl)
  59. NL.235 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren de regels voor het gebruik van hoofdletters bij schrijven.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Regels voor het gebruik met hoofdletters:
    • het eerste woord van een aanhaling
    • aan het begin van een zin
    • aardrijkskundige namen
    • namen van windstreken die verwijzen naar een geografisch gebied
    • feestdagen
    • namen van talen en taalvariëteiten
    
    Regels voor het gebruik zonder hoofdletter:
    • een zin die met een getal begint

    Te hanteren begrippen

    de hoofdletter, de kleine letter

    Voorbeelden

    Met hoofdletter:
    • Hij zei: “Ik lust geen kaas.”
    • België, Gent, Limburg
    • Noord, Zuid
    • Dag van de Leraar, Dag van de Arbeid, Nieuwjaar, Internationale Vrouwendag,
        Europese Dag van de Talen, Werelddierendag
    • Nederlands, West-Vlaams
    Zonder hoofdletter:
    67 personen werden geëvacueerd.
  60. NL.236 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren de regels voor het gebruik van hoofdletters bij schrijven.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Regels voor het gebruik met hoofdletter:
    • na een afgekort woord aan het begin van een zin: ‘s en ‘t
    • vaste benaming van een bekende historische gebeurtenis
    • afleidingen van aardrijkskundige namen
    • namen van windstreken die deel uitmaken van aardrijkskundige namen
    • namen van gebouwen, bedrijven en merken
    
    Regels voor het gebruik zonder hoofdletter:
    • historische periodes
    • namen van windstreken in afleidingen

    Voorbeelden

    Met hoofdletter:
    • ’s Morgens eet ik yoghurt.
    • de Slag bij Waterloo, de Tweede Wereldoorlog
    • een Antwerpenaar, Franse kaas
    • Zuid-Afrika, Noord-Amerika
    • het Atomium
    Zonder hoofdletter:
    • middeleeuwen, ijstijd, juli
    • de westerse beschaving, oosterse wijsheid
  61. NL.237 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.5; L6 1.2.4

    Passen de regels voor het gebruik van hoofdletters toe bij schrijven.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

  62. NL.238 Gebruiken L1 L2 L4 1.2.8

    Gebruiken interpunctietekens bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpunctietekens:
    • het punt
    • het uitroepteken
    • het vraagteken
  63. NL.239 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.8

    Gebruiken interpunctietekens bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpunctietekens:
    • het dubbele punt
    • de komma
  64. NL.240 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.6

    Gebruiken interpunctietekens bij het schrijven.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Interpunctietekens:
    de dubbele aanhalingstekens, de haakjes
  65. NL.241 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.4

    Schrijven frequent gebruikte woorden met woordtekens.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Woordtekens:
    het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent

    Te hanteren begrippen

    het trema, het koppelteken, de apostrof, het accent
  66. NL.242 Engageren L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.8; L6 1.2.6

    Tonen hun kennis van spelling in verschillende contexten.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Hoofdletters en interpunctie

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Jean-Baptist controleert zijn toets op spelling en merkt dat hij werkwoorden in de
        verleden tijd correct moet vervoegen om een foutloze tekst te schrijven.
    • Lena schrijft een boodschappenlijstje en let erop dat ze woorden zoals ‘yoghurt’ en
        ‘mayonaise’ correct spelt.
  67. NL.243 Gebruiken L2 L3 L4 1.2.8

    Schrijven zinnen en teksten met aandacht voor het gebruik van hoofdletters en interpunctie.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruik van hoofdletters en interpunctie:
    • hoofdletter aan het begin van een zin
    • leesteken aan het einde van de zin: punt, uitroepteken, vraagteken
  68. NL.244 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.8

    Schrijven zinnen en teksten met aandacht voor het gebruik van hoofdletters en interpunctie.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruik van hoofdletters en interpunctie:
    • hoofdletter aan het begin van een zin, inclusief uitzondering bij een zin die met een
        getal begint
    • leesteken in de zin: komma, dubbele punt
  69. NL.245 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.6

    Schrijven zinnen en teksten met aandacht voor het gebruik van hoofdletters en interpunctie.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Gebruik van hoofdletters en interpunctie:
    • hoofdletter aan het begin van een zin, inclusief uitzonderingen zoals ’s Morgens… en 14
        dagen later…
    • hoofletter aan het begin van een aanhaling
    • leesteken in de zin: dubbele aanhalingstekens
  70. NL.246 Gebruiken L1 L2 L4 1.2.8

    Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • enkelvoudige zinnen
    • mededelende zin
    
    Zinsstructuren:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin
  71. NL.247 Gebruiken L2 L3 L4 1.2.8

    Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • enkelvoudige zinnen
    • uitroepende zin, vragende zin, ontkennende zin, gebiedende wijs
    
    Zinsstructuren:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin
  72. NL.248 Gebruiken L3 L4 1.2.8; L6 1.2.6

    Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • enkelvoudige en samengestelde zinnen
    • mededelende zin
    
    Zinsstructuren:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin
  73. NL.249 Gebruiken L4 L5 L6 L4 1.2.8; L6 1.2.6

    Schrijven zinnen in teksten met aandacht voor zinsstructuren.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Correct schrijven van zinnen en teksten

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Zinnen:
    • enkelvoudige en samengestelde zinnen
    • mededelende zin, uitroepende zin, vragende zin, ontkennende zin, gebiedende wijs
    
    Zinsstructuren:
    • juiste woordvolgorde: met woorden op de juiste plaats in de zin, afgestemd op de soort
        zin