Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

4 doelen

CSV downloaden filters wissen

Vlakke figuren herkennen ✕

  1. WI.734 Begrijpen K1 KO 2.4.2

    Herkennen vlakke figuren in de omgeving.

    Wiskunde Meetkunde › Vormleer › Vlakke figuren › Vlakke figuren herkennen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vlakke figuren:
    driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel

    Voorbeelden

    • Raf stempelt figuren die allemaal dezelfde vorm hebben, de leerkracht benoemt dit
        als ‘driehoek’.
    • Jonas maakt een afdruk van een glas in klei en bekomt een figuur, de leerkracht
        benoemt dit als ‘cirkel’.
  2. WI.735 Begrijpen K2 K3 L1 KO 2.4.1; KO 2.4.2

    Herkennen vlakke figuren in de omgeving.

    Wiskunde Meetkunde › Vormleer › Vlakke figuren › Vlakke figuren herkennen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    de driehoek, het vierkant, de rechthoek, de cirkel

    Voorbeelden

    Bieke benoemt de vorm van verkeersborden: “Deze hebben de vorm van een cirkel, die
    van een driehoek.”
  3. WI.736 Gebruiken K2 K3 L1 KO 2.4.2; KO 2.4.18

    Classificeren vlakke figuren volgens vorm.

    Wiskunde Meetkunde › Vormleer › Vlakke figuren › Vlakke figuren herkennen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vlakke figuren:
    driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel
  4. WI.737 Begrijpen L2 L4 2.4.2; L4 2.4.3

    Herkennen de delen van een vlakke figuur.

    Wiskunde Meetkunde › Vormleer › Vlakke figuren › Vlakke figuren herkennen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vlakke figuren:
    driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel, hoek, zijde, rand
    
    Delen:
    hoek, zijde, rand

    Te hanteren begrippen

    de hoek, de zijde, de rand