Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

9 doelen

CSV downloaden filters wissen

Verhoudingen ✕

  1. WI.256 Begrijpen L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • de relatie tussen grootheden (. per .)
    • de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • een breuk

    Te hanteren begrippen

    . op ., . per . , . staat tot .

    Voorbeelden

    De relatie tussen een deel en het geheel:
    Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier.”
    De relatie tussen grootheden:
    Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje water
    nodig.”
    De relatie tussen twee delen:
    Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5 rode
    kralen. 4 staat tot 5.”
  2. WI.257 Gebruiken L4 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
  3. WI.258 Begrijpen L5 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • een percentage
    • een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Te hanteren begrippen

    de verhouding, het procent
  4. WI.259 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen een deel en het geheel (. op .)
    • als de relatie tussen grootheden (. per .)
    • als de relatie tussen twee delen (. staat tot .)
    • als een breuk
    • als een percentage
    • als een waarschijnlijkheid (. op .)/een kans

    Voorbeelden

    • Anna zegt: “3 op de 5 kinderen in onze groep hebben een huisdier. Ik kan dit
                3
        schrijven als ”
                5
    • Geert zegt: “We maken brooddeeg. Per drie kopjes bloem hebben we één kopje
        water nodig. Ik kan dit schrijven als 3 : 1”
    • Sofie zegt: “In een kralenketting is er een patroon van telkens 4 blauwe kralen en 5
        rode kralen. 4 staat tot 5. Ik kan dit schrijven als 4 : 5”
    • Myraim zegt: Een enuête bij 2 500 Vlamingen toont dat 1 750 mensen dagelijks
        internet gebruiken. Voor gans Vlaanderen kunnen we dus zeggen dat 7 op 10 van de
        Vlamingen dagelijks internet gebruikt. Ik kan dit schrijven als 70%”
  5. WI.260 Begrijpen L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Duiden een verhouding op verschillende manieren.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Verschillende manieren:
    • de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  6. WI.261 Gebruiken L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Schrijven een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Schrijven:
    • als de relatie tussen drie delen (. staat tot . en .)
  7. WI.262 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Zetten een gegeven verhouding om naar een gelijkwaardige verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Omzetten:
    door beide termen te vermenigvuldigen met dezelfde factor

    Voorbeelden

    • Mira zegt: "Het menu voor één persoon is twee eitjes en vier sneetjes brood. Voor 4
        personen vermenigvuldig ik beide getallen met factor 4. Dan heb ik 8 eitjes en 16
        sneetjes nodig.”
    • Noor rekent: "1 glas limonade maak ik met 1 deel siroop en 5 delen water. Voor 3
        glazen neem ik 3 delen siroop en 15 delen water."
  8. WI.263 Gebruiken L4 L5 L6 L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Geven bij twee gelijkwaardige verhoudingen (twee termen) de ontbrekende term.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    In Sophia haar klas zijn drie op vijf kinderen meisjes. Er zitten 12 meisjes in de klas.
    Hoeveel jongens zitten er in de klas van Sophia? Sophia rekent uit: “Drie breukdelen op
    vijf staan voor 12 meisjes. Het aantal jongens staat voor 2 breukdelen op vijf. 3 op 5 =
    12, 1 op 5 = 4 en 2 op 5 = 8, dus er zijn 8 jongens in de klas.”
  9. WI.264 Gebruiken L5 L6 L6 2.1.3; L6 2.1.12; L6 2.1.17

    Vereenvoudigen een verhouding.

    Wiskunde Getallenkennis › Positieve rationale getallen › Getalbegrip procenten › Verhoudingen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vereenvoudigen:
    door de termen te delen door de grootste gemeenschappelijke deler (GGD)

    Voorbeelden

    • Pauline zegt: “In onze klas zitten 12 meisjes en 16 jongens. Dat is een verhouding
        van 12 op 16. Ik kan dit vereenvoudigen door beide termen te delen door GGD 4 en
        dus is de verhouding 3 meisjes op 4 jongens.”