Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

12 doelen

CSV downloaden filters wissen

Spelling van werkwoordsvormen ✕

  1. NL.197 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
    stam + uitgang

    Te hanteren begrippen

    het werkwoord, de persoonsvorm, de stam, de uitgang, de tegenwoordige tijd, de infinitief

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd:
    ik werk, jij denkt, hij gaat, wij wandelen, jullie eten, zij dromen
  2. NL.198 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  3. NL.199 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd:
    vervoeging van ‘hebben’ of ‘zijn’ in de onvoltooid tegenwoordige tijd + voltooid deelwoord

    Te hanteren begrippen

    de voltooid tegenwoordige tijd, het voltooid deelwoord

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd:
    ik heb gewerkt, ik ben gekomen
  4. NL.200 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.6; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de voltooid tegenwoordige tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  5. NL.201 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van zwakke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van zwakke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd:
    • stam + uitgang
    • zonder klankverandering

    Te hanteren begrippen

    de verleden tijd

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd:
    ik werkte, wij wandelden, zij droomden
  6. NL.202 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd:
    • stam + uitgang
    • met klankverandering

    Voorbeelden

    Sterke werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd
    jij dacht, hij ging, jullie aten
  7. NL.203 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  8. NL.204 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de voltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de voltooid verleden tijd:
    vervoeging van ‘hebben’ of ‘zijn’ in de onvoltooid verleden tijd + voltooid deelwoord

    Te hanteren begrippen

    de voltooid verleden tijd

    Voorbeelden

    Werkwoorden in de voltooid verleden tijd:
    ik had gewerkt, ik was gekomen.
  9. NL.205 Gebruiken L3 L4 L4 1.2.7; L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de voltooid verleden tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  10. NL.206 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.5

    Illustreren het vervoegen van werkwoorden in de toekomende tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd:
    vervoeging van het werkwoord zullen + infinitief

    Te hanteren begrippen

    de infinitief, de toekomende tijd
  11. NL.207 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.5

    Schrijven werkwoorden in de toekomende tijd.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

  12. NL.208 Engageren L5 L6 L6 1.2.5

    Tonen hun kennis van spellingsregels van frequente werkwoorden in de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd in verschillende contexten.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van werkwoordsvormen

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • In de klas werken de leerlingen rond het brede thema ‘Toen, nu en binnenkort’. Amir,
        Jackson en Robin onderzoeken hoe onze kustlijn zich doorheen de tijd verlegde. Ze
        schrijven daarover een artikel voor op de klasblog. Bij het schrijven letten ze op de
        spelling van de werkwoorden in de verschillende tijden.
    • Nadia koos ervoor om een verhaal te schrijven over haar moeder, haar grootmoeder en
        zijzelf wanneer ze 8 jaar oud waren. Daarin vergelijkt ze het leven van haar
        grootmoeder, haar moeder en zichzelf. Na het schrijven kijkt Nadia na of ze telkens de
        juiste spelling van de werkwoorden in de verschillende tijden heeft gebruikt.