Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

6 doelen

CSV downloaden filters wissen

Spelling van meervouden ✕

  1. NL.191 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren het vormen van meervouden op -s, -en, -eren.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

  2. NL.192 Begrijpen L3 L4 L4 1.2.5

    Illustreren het vormen van meervouden op ‘s.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Te hanteren begrippen

    het zelfstandig naamwoord, het enkelvoud, het meervoud
  3. NL.193 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren het vormen van meervouden van zelfstandige naamwoorden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Vorming van meervouden:
    • meervouden met behoud van betekenis en verandering van betekenis
    • zelfstandige naamwoorden die geen meervoud hebben
    • zelfstandige naamwoorden die geen enkelvoud hebben

    Te hanteren begrippen

    het zelfstandig naamwoord, het enkelvoud, het meervoud

    Voorbeelden

    Meervouden van zelfstandige naamwoorden met verandering van betekenis:
    been > beenderen – benen
    Zelfstandige naamwoorden die geen meervoud hebben:
    ongedierte
    Zelfstandige naamwoorden die geen enkelvoud hebben:
    mazelen, hersenen
  4. NL.194 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren het vormen van meervouden van woorden op -ie, -ee.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Meervouden van woorden op -ie, -ee:
    zee > zeeën; kopie > kopieën; bacterie > bacteriën
  5. NL.195 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.4

    Illustreren het vormen van woorden met een afwijkende meervoudsvorm.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Woorden met een afwijkende meervoudsvorm:
    museum > musea; centrum > centra
  6. NL.196 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L6 1.2.4

    Schrijven meervouden.

    Nederlands Schrijven › Correct schrijven › Spelling van woorden › Spelling van meervouden