Leerplannen Leerplandoelen
Leerjaar
Verwerkingsaspect

11 doelen

CSV downloaden filters wissen

Schrijven voorbereiden ✕

  1. NL.273 Begrijpen K2 K3 L1 KO 1.2.9

    Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    Schrijfdoel en -publiek:
    • Binnenkort gaan de kleuters op bezoek in het rusthuis. Samen met de meester schrijven
        ze een brief om de inwoners van het rusthuis te vertellen dat ze ernaar uitkijken om
        samen spelletjes te spelen en dat ze een verrassing voor hen hebben. Samen met de
        meester verwoorden de kleuters dat ze een brief schrijven aan de rusthuisbewoners
        (publiek) om hen te informeren over wat ze komen doen (doel).
    • Richard (publiek) is ziek. Alle kinderen van de klas hebben een tekening voor hem
        gemaakt. Samen met de juf schrijven de kleuters een kaartje met beterschapswensen
        (doel). De kleuters brengen samen met de juf het hele pakket naar de post.
  2. NL.274 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.16

    Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    gebruik makend van het communicatiemodel: zender, ontvanger, boodschap, kanaal
  3. NL.275 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.15

    Beschrijven het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Beschrijven:
    gebruik makend van het communicatiemodel: doel, medium, effect
  4. NL.276 Gebruiken K2 K3 L1 L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.16; L6 1.2.15

    Bepalen het schrijfdoel en -publiek.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    Voorbeelden

    • Sara heeft een raadsel geschreven en hangt het op het prikbord achteraan in de klas. Aan
        haar klasgenoten én de meester (publiek) vertelt ze dat zij hun oplossing (doel) op een
        papiertje mogen noteren en in de pot stoppen. Aan het einde van de week kijkt ze na of
        er iemand het raadsel heeft opgelost. Het juiste antwoord hangt ze bij het raadsel op het
        prikbord.
    • Tiago, Zayn en Matteo kiezen ervoor om een mail te schrijven naar het jeugdverblijf
        (publiek) waar ze binnenkort met de klas naartoe gaan. Ze willen weten of er een lift in
        het gebouw is zodat Zayn met zijn rolstoel naar de tweede verdieping kan gaan (doel).
  5. NL.277 Gebruiken L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.11; L6 1.2.10

    Selecteren een teksttype dat het best bij het schrijfdoel en het -publiek past.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Teksttype:
    uit een variatie aan teksten
  6. NL.278 Engageren L2 L3 L4 L5 L6 L4 1.2.11; L6 1.2.10

    Reflecteren over de keuze van teksttype in functie van het schrijfdoel.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

  7. NL.279 Begrijpen L2 L3 L4 L4 1.2.12; L4 1.2.13; L4 1.2.15

    Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken, gebruikmakend van vakspecifieke kennis en voorkennis
    • verzamelen van ideeën en informatie via een woordspin of schema
    • selecteren van ideeën en geschikte informatie
    • ordenen van ideeën en verzamelde informatie via een woordspin of schema
    • structureren van ideeën en verzamelde informatie: begin, midden, slot

    Te hanteren begrippen

    het begin, het midden, het slot

    Voorbeelden

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken, verzamelen en ordenen gebruik makend van een woordspin,
        mindmap, tabel
    • inhoud selecteren en structureren gebruik makend van een stroomschema, tijdlijn,
        venndiagram, boomdiagram
  8. NL.280 Begrijpen L5 L6 L6 1.2.11; L6 1.2.12; L6 1.2.14

    Beschrijven manieren om een bepaald schrijfonderwerp voor te bereiden.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

    Toon MIA, begrippen en voorbeelden

    MIA

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken, gebruikmakend van vakspecifieke kennis en voorkennis
    • inhoud bedenken met behulp van strategieën: brainstorm, vragen stellen, associëren
    • verzamelen van ideeën en informatie
    • selecteren van ideeën en geschikte informatie
    • ordenen van ideeën en verzamelde informatie
    • structureren van ideeën en verzamelde informatie: titel, tussentitels, alinea’s,
        structuuraanduiders

    Te hanteren begrippen

    de titel, de tussentitel, de alinea, verwijswoorden, verbindingswoorden

    Voorbeelden

    Manieren om een schrijfonderwerp voor te bereiden:
    • inhoud bedenken en verzamelen gebruik makend van een woordspin, mindmap, tabel
    • inhoud selecteren en structureren gebruik makend van een stroomschema, tijdlijn,
        venndiagram, boomdiagram
  9. NL.281 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.2.13; L6 1.2.12

    Ordenen verzamelde ideeën en informatie over het bepaalde schrijfonderwerp.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

  10. NL.282 Gebruiken L3 L4 L5 L6 L4 1.2.13

    Selecteren relevante ideeën en informatie die in de geschreven tekst zullen worden verwerkt.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden

  11. NL.283 Gebruiken L5 L6 L6 1.2.12

    Selecteren geschikte informatie uit verschillende (relevante) bronnen.

    Nederlands Schrijven › Schrijven om te delen › Schrijfproces sturen › Schrijven voorbereiden